Je moet een casus vanuit alle zes de perspectieven kunnen bekijken. Haal Erikson en Piaget niet door elkaar.

- Biologisch perspectief
- Behavioristisch perspectief
- Whole Person perspectief
Psychodynamisch perspectief (Freud/Erikson)
Humanistisch perspectief (Rogers/Maslow)
- Ontwikkelingsperspectief (o.a. Piaget)
- Socio-cultureel perspectief

De prefrontale kwab is nog niet ontwikkeld. Het niet kunnen concentreren heeft daarmee te maken. De ontwikkeling van mannen is trager dan bij meiden. Vanuit nurture kun je kijken of hij gezond leeft. Maslow zou zeggen iemand die steelt, zou geholpen kunnen worden door ervoor te zorgen dat hij gezond leeft. Bij het biologische perspectief moet je altijd kijken naar rijping (kun je niets aan doen) en naar leefstijl (kun je wel wat aan doen).
Nature:
- Sekse
- Leeftijd
- Hormonen

Nurture:
- Leefstijl
- Omgevingsfactoren

SES = Sociaal Economische Status

Klassieke conditionering (Pavlov)
Operante conditionering (Skinner)
Bij Hans is er een bepaalde stimulus aanwezig wat bepaald gedrag veroorzaakt.
Pavlov zegt verander de aanleiding van het gedrag, Skinner zegt verander de beloning (het gevolg) van het gedrag. Pavlov zou zich focussen op het roken. Als je iets lekker ruikt, wil je dat graag hebben. Volgens Pavlov kan het zijn dat Hans wil roken door het zien van een sigaret. Pavlov zou de winkeldiefstal met opwinding, adrenaline kunnen verklaren. Aanleiding en gevolg zullen het gedrag versterken.
Bonuspunten scoren door onderscheid te maken tussen positieve en negatieve bekrachtiging. Negatieve bekrachtiging is iets negatiefs wegnemen  Als je niet meer blowt, hoef je niet meer af te wassen. Positieve bekrachtiging, je neemt iets positiefs weg  Als je niet stopt met blowen, neem ik je PlayStation af. Het niet nakomen van een straf door de ouders kan het kind als beloning ervaren worden. Positief betekent aanwezig. Een positieve straf, er is iets aanwezig wat rot is  Je moet de hele week afwassen. Negatieve straf  knuffel aanpakken.
Extinctie, uitdoving.
Als je ziet dat iemand anders een beloning krijgt, dan verwacht je dat je zelf ook die beloning krijgt. Voorbeeldgedrag, imitatieleer. (Bandura)
Je moet de koppeling kunnen leggen tussen namen en theorieën.

Bij psychodynamisch perspectief is de theorie van Erikson heel belangrijk.
Basisvertrouwen vs. Basiswantrouwen (fase 1)
Autonomie vs. Schaamte (fase 2)
Initiatiefnemers vs. Schuldgevoel (fase 3)
Presteren/samenwerking vs. Minderwaardigheidsgevoel (fase 4)
Identiteit vs. Identiteitsverwarring (fase 5)


Driften: Liefde/lust en agressie. (ID/es-ego)
Hans is bezig met zijn seksualiteit op die leeftijd. Hij is ook bezig met zijn agressie. Het testosterongehalte wordt hoger.
Normen en waarden van vrienden, ouders en leerkrachten. (Super-ego/Über-ich)
Het id-ego is het duiveltje en het super-ego is het engeltje op de schouder. Super-ego is het geweten. Staat in het midden van de weegschaal. Het ego is het realiteitsprincipe. Als het geweten wat zwak is, moet je hem op de realiteit gaan wijzen.

Humanistische perspectief (Maslow & Rogers)
Maslow zou zeggen dat Hans vooral behoefte heeft aan sociaal contact en waardering.


Piaget houdt zich bezig met de verstandelijke ontwikkeling.
Sensorimotorisch: functioneren van zintuigen en motoriek (incl. Egocentrisme)
Preoperationeel: centratie (incl. Egocentrisme en gebrekkig onderscheid fantasie en realiteit)
Concreet stadium: (geen kenmerkend egocentrisme, meerdere invalshoeken, beter beeld realiteit)
Abstract stadium: realiteit overstijgend (incl. Egocentrisme, wat ik denk zo denkt iedereen erover en de rest is fout) Realiteit valt vaak tegen en dat wordt nu begrepen
Socio-cultureel perspectief, lijkt op sociologie. Normen en waarden, geloof, Westerse maatschappij. In hoeverre wordt het gedrag bepaald door de politiek.

Ga niet alleen op negatieve halo-effecten in, maar ga ook op positieve effecten in.


Er zijn nog geen reacties.


Meld je gratis aan om ook reacties te kunnen plaatsen