Foto bij 057

In her arms of
ecstasy
and her eyes
of fire
I belong
to no one
but her.

In our oneness
I am aroused.
-Christopher Poindexter

Harry Styles


Ik staarde naar het kale bruin-beige plafond boven me, met mijn handen onder mijn hoofd gevouwen. Ik kon onmogelijk zeggen hoe lang ik al roerloos op mijn harde matras lag, maar het moest een hele tijd zijn.
Het rumoer dat vanuit de cellen rond me de grote kille hal vulde, weerkaatste tegen de smerige muren van die van mij. Ik luisterde amper naar de vloeken en schreeuwen rond me. Met samengeknepen ogen tuurde ik naar boven. Ik durfde ze niet te sluiten.
Vanaf ik het deed, zag ik Finn voor me. Dood. In een plas van zijn eigen bloed.
Door mij.
Ik was een moordenaar.
Ik had iemand vermoord... Hoe kon ik mezelf nog aankijken in de spiegel? Hoe kon ik ooit leven met het idee dat ik een man van het leven had beroofd, hoe walgelijk en smerige en vuil en ziek en waardeloos hij ook was geweest? Shit, het kon me zelfs geen fuck schelen dat hij dood was. Opgeruimd stond fucking netjes. Maar het feit dat ik het eigenhandig had veroorzaakt, zijn dramatische levenseinde, was te veel. Voor de rest van mijn dagen zou er bloed aan mijn handen kleven.
Ik haalde trillerig adem en slikte moeizaam.
"Styles!" hoorde ik. Ik vloekte binnensmonds en rolde met mijn ogen. Met een verbeten trek rond mijn mond negeerde ik de klootzak in de cel recht tegenover die van mij, een tiental meter verder aan de overkant van de open ruimte in het midden van de hal. Ik had er geen idee van hoeveel cellen er in de ruimte samengepakt waren, maar het waren er genoeg om mij en de rest volledig krankzinnig te maken. Ze hielden niet op met fucking krijsen, al de klootzakken met wie ik mijn dagen tegenwoordig moest vullen. Ik was onthaald als een fucking held. Ik had niets anders verwacht.
Zij hadden niets anders verwacht. Alsof ik hier thuishoorde... Dat was wat iedereen dacht. Dat ik niets meer was dan een koelbloedige moordenaar die zonder verpinken de trekker had overgehaald. Ik had die reputatie al jaren, ook al was het fout. Door mijn fucked up daad had ik hen een reden gegeven er enkel nog meer in te geloven. Ik had iedereen gemeden mijn eerste dag, maar nog dezelfde avond was het nieuws zich als een lopend vuurtje beginnen te verspreiden: Harry Styles zat hier omdat hij Finn Peterson had vermoord. Eén van de gedetineerden had het van zijn bezoekers gehoord. Het verhaal had nog geen nacht nodig gehad om zich doorheen de complete gevangenis te vermenigvuldigen. Nu wist iedereen het...
En ik had het enkel erger gemaakt door vrijdagochtend met Mack te vechten. Hoe fucking ironisch dat ik een confrontatie met hem niet uit de weg had kunnen gaan omdat we hier allebei door mijn schuld zaten? Ik had hem erin laten luizen, en hij wist het. Hij had me geconfronteerd tijdens de misviering die ze hier verplicht organiseerden - typisch fucking Amerikanen. Alsof fucking God ons kon redden... Mack had de foute keuze gemaakt door me aan te spreken.
Ik had me nog krampachtig proberen in te houden, maar hij had geweten hoe hij me had moeten raken. Lily...
Eén rotopmerking over haar en ik was ontploft. Ik had bij de eerste vuistslag al geweten dat ik mijn kans op vrijlating aan het verspelen was, maar ik had niet kunnen ophouden. Niet na de beelden die ik van haar had gezien. Hem hier in de gevangenis zien was niet genoeg. Niets was genoeg.
Behalve dood.
Dat was te veel.
Blijkbaar.
Intussen was het dinsdag, al meer dan een week na mijn dramatische confrontatie met Finn, maar ik voelde me nog even fucking slecht als in het begin. Elke nacht werd ik bezweet en trillend wakker, met het beeld van zijn bebloede lijk voor mijn ogen. Soms zag ik de beelden van Lily's helse avond. Soms allebei. En heel af en toe combineerden de twee nachtmerries zich tot een ziek, walgelijk, traumatiserend horrorbeeld, waarin niet Finn, maar Lily levenloos en in een misselijkmakend grote plas bloed op de grond in de club lag. Deze nacht opnieuw... Ik durfde niet meer te slapen. Niet wanneer de mogelijkheid bestond dat mijn brein me opnieuw in die mate zou martelen.
Niet dat ik het niet verdiende, maar ik kon het simpelweg niet verdragen. Ik was niet sterk genoeg, als de fucking lafaard die ik al mijn hele leven was. Voor de eerste keer ooit kon ik niet weglopen van mijn problemen, en ik was te fucking zwak om ermee om te gaan. Dat was hoe dapper ik werkelijk was... Ik was fucking gebroken. En er was niets dat ik kon doen om het te veranderen.
Ik wilde enkel liggen en vergeten en leven tot ik mocht sterven. Hier, in mijn cel als het nodig was. Het was hier zelfs zo slecht niet. Niemand stoorde me, niemand probeerde me te fiksen, ook al wisten ze allemaal dat er niets te fiksen was. Ik was niet meer te repareren. Nooit meer. Het was beter voor iedereen dat ik hier gewoon bleef, in een gevangenis waar iedereen me behandelde als een crimineel en naar me opkeek alsof ik de fucking koning van de misdaad was. Misschien was ik het wel. Misschien hoorde ik hier. Ik was nog nooit eerder in een echte gevangenis geweest. De keren dat ik in het verleden gestraft was geweest voor de misdrijven waarop ik betrapt was, had ik slechts een nachtje in een politiecel moeten doorbrengen. Het was niets in vergelijking met dit. Dit was een andere wereld. Dit was overleven.
Net datgene waar ik het beste in leek te zijn...
Ik hoorde niet thuis in het leven waarover ik de laatste weken had gedroomd. Gelukkig, met Lily...
Lily.
Fucking hell, ze verdiende beter dan mij. Ik had haar al zoveel fucking last bezorgd. Zoveel pijn gedaan. Ik had haar geruïneerd, net als al die andere meisjes. Met haar had het nooit mogen gebeuren... Toen ik Jim vrijdag de laatste keer had gezien, had hij me gezegd hoe gekwetst ze was geweest toen ze te weten was gekomen dat ik die dag niet naar huis zou komen. Mijn naïeve engel... Ze besefte nog niet dat ik nooit meer naar huis zou komen. Dat ik nooit meer naar haar terug zou keren. God, ik wist dat ze aan het vechten was voor me - Jim had het bevestigd, en dat ze mee hoopte op vrijspraak na mijn proces binnen iets meer dan een week. Maar ik kon nooit meer met haar samen zijn, op geen enkele manier. Ik kon haar niet langer bevuilen met mijn aanraking. Het was al erg genoeg dat ze door velen waarschijnlijk nu al geassocieerd werd met mij, een moordenaar. Ik was een fucking moordenaar...
"Styles!" hoorde ik opnieuw. Met een gefrustreerde grom duwde ik me met mijn ellebogen rechtop. De mollige latino aan de overkant leunde ontspannen tegen zijn tralies, breed grijnzend naar me. De kleine fucker was veel te fucking blij dat hij recht tegenover me zat. Alsof ik nog geen fucking trauma's genoeg had na drieëntwintig jaar en voornamelijk de afgelopen week, bezorgde hij me er enkel nog meer door er een gewoonte van te maken zich elke dag op de meest ongepaste momenten luidruchtig af te trekken voor mijn neus. Fucking walgelijk... Hij leek er echter van te genieten me te verafschuwen.
Ik woelde door mijn haar en stond zuchtend recht, voor ik naar de tralies voor mijn cel wandelde en fronsend rond me keek. Drie verdiepingen cellen, een twintigtal per rij. Ik vermoedde dat mijn overkant hetzelfde zag wanneer ze in onze richting keken. Een ijzeren galerij rondom de cellen verbond de verschillende etages met de metalen trappen, die leidden naar de steriele, witte open plaats onderaan, waar een viertal cipiers grimassend patrouilleerden. Met een diepe zucht stak ik mijn handen door de spijlen, zodat ik mijn onderarmen kon laten rusten op de horizontale stang in het midden. Vermoeid leunde ik met mijn voorhoofd tegen het koele metaal.
"Wie we daar hebben! Harry fucking Styles!" grijnsde Antonio, de lange brede man schuin onder de latino recht tegenover me, toen ik vanuit de schaduwen van mijn cel verscheen. Onmiddellijk doken aan de overkant een tiental andere mannen achter hun tralies op, starend naar me. Geërgerd keek ik terug, en stak mijn middelvinger op naar de brutale Italiaan. Hij was één van de enige mannen met wie ik het enigszins kon vinden. De rest hing mijn strot uit, met hun fucking machogedrag en bullshit. Ze waren allemaal zo trots op hun misdaden... Fucking zielig.
Bijna iedereen kende Antonio. Er waren niet veel jongens als hem die in deze afdeling permanent verbleven. De meesten zaten hier voorlopig, in afwachting van hun proces, net zoals ik.
Ik zuchtte en keek kort naar beneden. Mijn afgewassen beige uniform stond in scherp contrast met de zwarte inkt op mijn armen, zichtbaar onder mijn opgerolde mouwen. Ik haatte de aandacht die iedereen me hier schonk. Ik bleef het liefst op de achtergrond.
Ik richtte mijn ogen weer op en keek naar de steriele tl-lampen aan het plafond boven ons. Deze hele plek was zo kil, zo koud en steriel.
Opgewonden gegons vulde de ruimte toen de bel boven de beveiligde deur luid begon te rinkelen. Tijd om naar buiten te gaan.
Met een gefrustreerde vloek slofte ik weer naar mijn bed, en liet me er achterover op neer vallen. Verveeld plukte ik aan mijn laken, terwijl ik het automatische slot op de celdeuren met een zoemend geluid hoorde openen. Iedereen haastte zich de galerij op, en bleef ongeduldig wachten op verdere instructies. Ik bleef liggen.
"Styles!" hoorde ik één van de cipiers schreeuwen. Ik reageerde niet. Met een luide vloek stampte hij de metalen trap op, de geamuseerde grinniken van de andere gedetineerden negerend. Woest bleef hij in de opening van mijn celdeur staan.
Geërgerd blikte ik in zijn ogen, en gromde toen ik zag wie het was. Burrow. Ik haatte hem.
"Ben je fucking doof? Tijd om naar buiten te gaan." blafte hij.
"Ik heb geen zin om naar buiten te gaan." snauwde ik terug. Hij legde zijn hand al dreigend op de knuppel die aan zijn riem hing.
"Jammer dat je geen keuze hebt dan. Naar buiten!" riep hij. Ik snoof en duwde me rechtop, voor ik langzaam naar hem toe slofte. Geërgerd knipperde ik met mijn wimpers toen ik langs hem de galerij op wandelde, recht in het felle licht. Ik negeerde het gejoel waarmee ik onthaald werd. Fucking klootzakken.
Gefrustreerd klemde ik mijn tanden op elkaar, en kneep mijn handen tot vuisten toen Burrow nog in mijn oor siste: "Je denkt dat je zo stoer bent toch? Zielig. Een legende zijn onder het criminele ongedierte van de stad is niets om trots op te zijn, jongen. Je bent fucking waardeloos."
Hij beende langs me en knikte naar zijn collega's op het gelijkvloers. Met een handgebaar begonnen de gevangen achter elkaar naar beneden te wandelen. Na het uitdelen van onze jassen gingen de cipiers ons voor naar buiten. Het was een ijskoude dag.
Mijn warme adem verliet mijn mond in wolkjes, terwijl ik door de met ijzerdraad beveiligde doorgang vanuit de noordelijke toren naar buiten liep. Onmiddellijk slenterde ik naar Antonio en zijn vaste groepje toen ze ons vrij lieten rondlopen op de kleine binnenplaats tussen de twee intimiderend hoge gebouwen aan beide kanten van ons. De zon bereikte de open plek niet eens. Met een zucht keek ik naar het zwevende, rechthoekige wandelpad hoog boven ons, dat de twee donkere dreigende torens met elkaar verbond.
Ik knikte verveeld naar het viertal rond me, en klopte afwezig op Antonio's schouder.
"Fucking Burrow weer, hmm?" grijnsde hij naar me. Ik haalde slechts mijn schouders op en leunde achteruit tegen het ijzerdraad, met mijn handen in mijn jaszakken.
"Je let beter op. Hij is een fucking klootzak, Styles. Je wil hem niet nog kwader op je maken dan hij nu al is." waarschuwde hij me. De drie rond hem knikten instemmend.
"Ik ben niet bang van hem." mompelde ik slechts, terwijl ik een hand door mijn haar haalde. Verveeld nam ik mijn droge gebarsten onderlip tussen duim en wijsvinger.
"Dat is je probleem. Je bent nooit bang." grinnikte Antonio. Hoe fucking fout... Ze wisten niet eens half hoe bang ik was. Van het bloed aan mijn handen, van mijn nachtmerries, van het vonnis dat ik zou krijgen, en van de mogelijkheid dat ik deze kille muren zou moeten verlaten en terug zou moeten keren naar wat voorheen mijn leven was maar nooit meer kon zijn. Naar Lily. Lily-Rose Madeline Harper: mijn onschuldige engel, mijn perfecte prinsesje; mijn fucking wereld...
Hoe kon ik haar ooit onder ogen komen na wat ik had gedaan? Hoe zou ik mijn afwijzing over mijn lippen krijgen? En hoe, in godsnaam, zou ik ooit de kracht vinden van haar weg te lopen?
Ik wendde mijn ogen af en bestudeerde de gevangenen rond me. Met een grimas knikte ik naar een gedrongen man, die met een oudere, voor mij onbekende gedetineerde langs ons slenterde.
"Hey! Harrisson!" snauwde ik. Hij keek verstoord op, maar knikte toen hij me opmerkte. De twee wandelden naar ons toe.
"Heb je het morgen?" gromde ik.
Harrisson was de smokkelaar van onze afdeling. Hij had een meesterlijke gave spullen van buitenaf in de gevangenis te krijgen, en hamsterde maar al te graag alle bullshit die de rest van de jongens bij hem bestelden. Tegen een prijs, natuurlijk...
"Het is geregeld." bevestigde hij. Ik knikte goedkeurend. Fuck, ik snakte naar een sigaret. Door het rookverbod in de gevangenis had ik er sinds vier november, de dag van Finns dood, geen meer gehad. En ik had het nodig, al was het maar om heel even te kunnen relaxen. Ik had Harrisson beloofd een shift in de cafetaria van hem over te nemen in ruil voor een pakje.
"Als ze je ontdekken, ga je eraan." grijnsde de oudere man die naast Harrisson stond. Hij had een sterrentatoeage naast zijn oog, recht door zijn wenkbrauw.
"Celcontroles zijn zondag pas, heb ik gehoord. Je bent safe." knikte Antonio naar me, voor hij zich op de smokkelaar richtte.
"En mijn bestelling?" Iedereen grinnikte geamuseerd.
"Ook morgen." grijnsde Harrisson. Om de één of andere reden was elke vorm van suggestieve literatuur verboden in de gevangenis, tot zijn grote opluchting. Zolang ze goedkope pornoboekjes bleven verbieden, kon hij ze aan zijn medegevangenen verkopen. En fuck, de vraag was hoog. Niet voor mij. Ik wilde geen vulgaire foto's van naakte vrouwen. De herinnering aan Lily's perfectie was genoeg voor me. Ik kon enkel hopen dat het genoeg zou blijven, en dat het beeld van haar jonge prachtige lichaam voor eeuwig in mijn geheugen ingeprent was, want het was alles wat ik mezelf ooit nog zou toelaten te zien of hebben van haar. Ik kon haar nooit meer op die manier aanraken met mijn besmeurde handen.
"Heb je het gehoord? Eagle heeft gisteren met Shotgun gesproken in de ziekenboeg. Hij lag naast hem." grijnsde één van Antonio's makkers plots. Met samengeknepen ogen keek ik de zwarte man aan.
"Hij is aan de betere hand. Nog even en ze laten hem waarschijnlijk weer naar zijn cel terugkeren." knikte Antonio. Ik klemde mijn kiezen op elkaar en trok mijn neus walgend op.
"Je hebt hem serieus toegetakeld, Harry." knikte Harrisson.
"Hij verdiende het, de fucking klootzak." De onbekende vriend van Antonio keek met een geïnteresseerde blik in mijn richting.
"Waarom? Omdat hij over je meisje bezig was?" Ik verstrakte.
"What the fuck zei je net?" snauwde ik. Verdedigend hief hij zijn handen op.
"Ik bedoelde enkel..."
"Ik heb geen meisje." gromde ik duister. Fuck, het deed pijn de woorden over mijn lippen te dwingen.
"Niet? In The Bronx heeft iedereen het nochtans over hoe je je grote liefde gevonden hebt. Er is niemand van wie ze het minder verwacht hadden." drong Harrisson aan. Onrustig likte ik over mijn lippen.
"Fucking roddels. Ik heb niemand." loog ik. Antonio snoof.
"Komaan, man. Iedereen heeft gezien hoe je Shotgun vorige week aanviel toen hij haar vermeldde." zei hij. Zijn zwarte vriend grijnsde.
"Blijkbaar zei hij ook iets over haar in de ziekenboeg. Hij heeft daar pas ontdekt waarom je hier zit. Eagle zei dat hij niet blij was dat je Finn Peterson uit de weg hebt geruimd." knikte hij. Ik knarste kort met mijn tanden toen ik zijn woordkeuze hoorde.
"Hij heeft gezegd dat je hem hebt vermoord voor Lily. En dat hij je terug zou pakken." ging hij verder. Woest grimaste ik toen ik hem haar mooie naam - mijn naam voor haar; de letters zo fucking zoet op mijn tong - hoorde uitspreken. Geen enkele andere man had het recht haar zo te noemen.
"Is dat haar naam? Lily? Ze zeggen dat ze een stuk jonger is. En veel te onschuldig voor een klootzak als jij." grijnsde Harrisson. Ik spuwde woest op de grond voor zijn voeten.
"Fuck off." blafte ik. Antonio grinnikte, maar ik was allesbehalve geamuseerd.
Ze dachten dat ze me zo goed kenden, toch? Ze hadden geen fucking idee van wie ik was. Ik haatte hun belachelijke bullshit beeld van me, alsof ik een harteloze, gevaarlijke crimineel was. En niet omdat mijn reputatie me iets kon schelen want fuck, het maakte zelfs geen verschil meer; wie weet was ik er wel één nadat ik een andere man om het leven had gebracht. Daarbij, ik was niet achterlijk. Ik mocht mezelf gelukkig prijzen met de roem die ik vergaard had in deze fucking achterlijke stad; enkel door gevreesd te worden kon je overleven in een milieu als dit. Maar wat ik verafschuwde, was dat iedereen ervan uitging dat het zo onmogelijk was dat ik verliefd was geworden op Lily. Ze was het enige juiste, het enige pure en perfecte dat ik in mijn leven ooit had gehad. Mijn gevoelens voor haar waren zo natuurlijk gekomen, en waren zo echt - zo, zo, zo echt. Niemand had het recht mijn vermogen in die mate om haar te geven ooit in twijfel te trekken. Ze hadden het recht niet wat we hadden zo te bevuilen met ongeloof, alsof het fout en absurd was dat ik haar mijn hart had geschonken.
In een perfecte wereld had ze de mijne kunnen zijn. Mijn Lily...
Maar ik leefde niet in een perfecte wereld en god, ik had er alles aan proberen te doen haar weg te houden van mijn werkelijkheid. Ik had naïef gedacht dat ik haar kon afschermen van mijn milieu. Nu kende iedereen haar. Er waren geen woorden genoeg om te beschrijven hoe fucking hard ik het haatte dat ze allemaal wisten wie ze was. Dat ze wisten dat er ergens een prachtig zeventienjarig meisje rondliep dat de beruchte Harry Styles kon laten voelen. Het maakte haar nog zoveel kwetsbaarder dan ze al was. Ik kon haar niet eens beschermen...
Woest duwde ik me af tegen het ijzerdraad en beende weg, goed beseffend dat ik mezelf in toom moest houden in een plek als deze. Ik had geen zin in problemen met de cipiers. Voor de eerste keer in mijn leven kon ik mijn autoriteit niet gebruiken om mijn leven hier makkelijker te maken. Die klootzakken stonden boven me, en konden mijn dagen hier sneller verkloten dan ik mijn vuist in Harrissons gezicht kon rammen. Ik wandelde naar de versleten banken die enkele meters verder aan het ijzerdraad bevestigd waren.
Een trillende man keek angstig op toen ik me naast hem neerplofte, en schoot recht.
"Smithy." hoorde ik plots naast me, terwijl de magere idioot zich vliegensvlug uit de voeten maakte. Ik draaide mijn hoofd en maakte oogcontact met Antonio, die me blijkbaar gevolgd was. Hij knikte naar de vluchtende man. Ongeïnteresseerd haalde ik mijn schouders op.
Hij kwam naast me zitten en leunde ontspannen achteruit tegen de leuning van de bank. Het was een tijdje stil.
"Je bent veel te roekeloos. En opvliegend. Het werkt misschien in The Bronx, maar je leert je hier beter in te houden. Je wil niet op de zwarte lijst van de cipiers terechtkomen, Styles. Burrow kan je nu al niet meer uitstaan." Ik zuchtte diep en wreef over mijn gezicht, voor ik voorover boog en mijn onderarmen vermoeid op mijn knieën liet rusten.
"Een gevoelig onderwerp, je meisje?" vroeg hij met een grijns. Ik reageerde niet.
"Je hoeft je niet te schamen voor je gevoelens, man. Je bent hier lang niet de enige met een speciaal iemand." Met een schampere lach keek ik hem over mijn schouder aan.
"Je denkt dat ik me schaam voor mijn gevoelens?" spotte ik. Ik schudde mijn hoofd en keek weer weg.
"Ik schaam me voor mezelf. Voor wat ik heb gedaan. Ik verdien haar niet." mompelde ik.
"Ze wil je niet meer?" probeerde hij te raden. Ik begroef mijn handen in mijn haar en blies wat lucht uit door getuite lippen.
"Jawel. Maar ze zou me niet mogen willen. Ik heb haar al zo fucking veel pijn gedaan." gromde ik zacht.
"Als ze bij je blijft, betekent het misschien dat ze sterk genoeg is om je bullshit te verdragen." zei hij. Ik leunde achteruit en keek hem humorloos lachend aan.
"Fuck, ze is sterk. Ze is zo fucking sterk. De sterkste persoon die ik ken. Maar het is niet omdat ze het kan verdragen, dat ze het zou moeten doen." Hij haalde zijn schouders op.
"Wat als ze bij je wil blijven? Omdat je haar gelukkig maakt?"
"Je weet wat ik heb gedaan, Antonio. Ik ben een fucking moordenaar. Hoe kan ik haar ooit gelukkig maken?" Hij zuchtte en wuifde naar de binnenplaats.
"Zie je al die jongens? We hebben allemaal fouten gemaakt, Harry. Betekent dat dat niemand van ons ooit nog liefde of geluk verdient?" Hij schudde zijn hoofd.
"Nee, nee. Iedereen verdient het." zei hij.
"Niemand is perfect. Maar iedereen is wel perfect voor één iemand. Laat haar niet gaan als ze je juiste meisje is, dat is alles wat ik zeg. Zolang je haar je liefde kan geven, zal je haar verdienen, ongeacht wat je hebt gedaan." Hij pauzeerde even en keek naar de grijze lucht boven ons.
"Al cuore non si comanda. Dat zeggen ze in Italië. Je kan de liefde niet controleren. Die van je meisje ook niet. Ze blijft bij je voor een reden, Styles. Ik weet dat je een goed hart hebt, ook al denkt iedereen in deze klotestad het omgekeerde. Ik zie het in je ogen wanneer je over haar spreekt." knikte hij nog, voor hij recht ging staan en na nog een korte glimlach weg wandelde. Verdwaasd bleef ik hem nastaren.

Ik slenterde de volgende dag tegen mijn zin naar de ronde tafel in de bezoekersruimte, en schudde Jim verveeld de hand toen ik naast hem ophield. Ik wachtte tot de cipier die me begeleid had weer weggelopen was, voor ik me op de plastieken stoel liet neervallen. Onderuitgezakt liet ik mijn ogen over hem heen glijden.
"Het is even geleden." mompelde hij. Ik humde afwezig, pulkend aan de rand van de vergeelde tafel. Ze lieten ons maar twee bezoeken per week toe in deze rotplek. Fucking barbaars voor sommige jongens. Niet voor mij. Ik hoefde niemand te zien. De enige persoon naar wie ik wanhopig verlangde, kon toch niet komen. Ik weigerde haar hier ooit een voet binnen te laten zetten, om zoveel verschillende redenen.
"Dus... Hoe gaat het met je? Ik kan me voorstellen dat er leukere plekken zijn dan hier." begon mijn trainer.
"Gaat wel." loog ik.
"Je ziet er slecht uit." merkte hij op. Ik knarste met mijn tanden; ik had zijn opmerking niet nodig om te weten in welke vreselijke fysieke staat ik verkeerde. Ik had geen keuze gehad dan mezelf met mijn spiegelbeeld te confronteren na mijn verplichte douche deze ochtend.
"Slaap je wel? Het is oké om je slecht te voelen na wat je hebt meegem..."
"Is alles in orde met haar?" onderbrak ik hem ongeduldig. Ik had geen zin om het over mij te hebben. Jim fronste en vouwde zijn handen in elkaar, op de kartonnen doos die hij bij had. Argwanend kneep ik mijn ogen tot spleetjes.
"Jim? Is alles in orde met Lily?" herhaalde ik op dringende toon. Hij blies wat lucht naar buiten.
"Fuck, natuurlijk is niet alles in orde met Li..." gromde hij, maar toen vloekte hij binnensmonds en verbeterde zichzelf snel: "Met Rose." Ik negeerde het en drukte mijn trillende handpalmen zuchtend tegen mijn ogen.
"Ze mist je zo fucking hard, Harry. En ze wil je zo graag helpen, maar ze weet dat ze niets kan doen." mompelde hij.
"Fuck." prevelde ik, hoofdschuddend vervolgend: "Zorg dat ze geen domme dingen doet, Jim. Ik meen het. Ze kan zo fucking koppig en impulsief zijn." Hij knikte slechts.
"En verder? Gaat het al beter met haar? Ik bedoel... Na wat Finn..." Ik slikte toen ik zijn naam uitsprak.
"Na wat hij en die andere klootzakken met haar hebben gedaan? Je weet wat ze haar hebben aangedaan, toch? Je zei dat ze het je heeft verteld." stootte ik moeizaam uit. Erover praten was zo fucking pijnlijk. Ik zou de horrorbeelden van haar nachtmerrie voor de rest van mijn leven voor me blijven zien. Het was zo fout - zo fucking misselijkmakend...
"Al wat beter, denk ik. Ze praat er niet zo vaak over." zei hij schaapachtig. Bezorgd fronste ik.
"Ik denk dat het helpt dat Finn..." begon hij, maar met een moeilijke blik in zijn ogen zweeg hij weer. Ik schudde mijn hoofd.
"Dat hij dood is." vervolledigde ik zijn zin op duistere toon. Hij slikte en krabde aan zijn onderarm.
"Sorry, ik wilde niet..."
"Het is oké. Ik ben fucking blij dat hij dood is. Hij verdiende het. Het is gewoon fucked up dat ik de trekker heb overgehaald." onderbrak ik hem. Met getuite lippen knikte hij.
"Ze heeft het altijd geweten." zei hij toen. Niet-begrijpend keek ik in zijn ogen.
"Rose, bedoel ik. Voor Gina ons kwam vertellen dat je uit zelfverdediging gehandeld hebt, bleef ze ons vertellen dat er een verklaring moest zijn. Dat je nooit zomaar geschoten zou hebben. Terwijl iedereen dacht..." Hij keek me veelbetekenend aan.
Zijn woorden verwarmden me van binnenuit, en ik kon mijn kleine glimlach amper onderdrukken.
"Shit, ze gelooft zo hard in je." zuchtte hij. Hoofdschuddend keek ik weg, met mijn lippen in een verwonderde zucht wat uiteen.
Mijn lieve, dappere Lily...
Het was een tijdje stil, maar toen keek ik hem weer aan.
"Gina weet toch nog steeds niet dat ze er iets mee te maken heeft?" vroeg ik fronsend. Snel schudde hij zijn hoofd.
"Nee. Zolang jij al haar betrokkenheid verborgen wil houden..." begon hij. Ik knikte gedecideerd. Er was geen enkel bewijs van haar link met mij en Finns dood. Op mijn gsm, die ze doorzocht hadden, had de politie niets gevonden. Meer dan korte, betekenisloze berichten hadden we elkaar nog nooit gestuurd. Finns telefoon had ik onherstelbaar gebroken, vlak voor ons fatale gevecht, dus van wat ze Lily hadden aangedaan, wisten ze evenmin iets af. Door de geluidloze, kwalitatief slechte beelden op de bewakingscamera hadden ze slechts kunnen gissen naar de reden van onze ruzie. Ik had hen een bullshitverhaal verteld over rivaliteit in het boksen. Gina had ik hetzelfde wijsgemaakt. Ik wilde Lily koste wat het kost buiten dit alles houden, niet enkel omdat ik haar de extra stress en slechte ervaringen wilde besparen, maar evenzeer omdat haar familie het niet te weten mochten komen. Ze was nog minderjarig, dus elk contact met de politie of het gerecht zou gemeld moeten worden aan haar ouders. Ook al kon ik niet langer met haar samenzijn, haar op die manier compleet verliezen was veel te fucking pijnlijk. Daarbij, ik vermoedde dat ze gelukkiger was in New York dan in Sands Point, ondanks alles wat ze had meegemaakt. Ik wilde niets liever dan haar in de stad kunnen houden. En vooral: weg van fucking Marcus. De klootzak.
"Ze denkt nochtans dat de waarheid zeggen je zal helpen in het proces." mompelde hij voorzichtig. Ik zuchtte gefrustreerd en rolde met mijn ogen. Typisch Lily.
"Kan me geen fuck schelen. Al krijg ik een zwaardere straf, ik hou haar hierbuiten. Zeg haar dat maar. En hou haar in het oog; ze kan verrassend sluw uit de hoek komen wanneer ze haar zin wil krijgen." gromde ik met diepe stem. Jim knikte.
"En de rechtszaak?" Ik had zijn vraag al verwacht.
"Hou haar thuis. Sluit haar desnoods op, of bind haar vast aan een fucking stoel; het kan me niet schelen. Ze zet geen voet binnen een straal van een kilometer rond dat gebouw. Als ze daar gezien wordt, weet iedereen direct dat er iets meer aan de hand is. Ze zal haar emoties nooit onder controle kunnen houden. Trouwens, ik wil niet dat ze erbij is en al die bullshit moet horen." Jim snoof.
"Ik ken haar nog niet half zo goed als jij, maar denk je nu echt dat ik haar zo makkelijk thuis kan houden?" Ik haalde mijn schouders op.
"Laat genoeg mensen op haar letten." Schamper dacht ik terug aan de avond dat ze probleemloos van Niall had weten te ontsnappen. Vermoeid haalde ik mijn handen door mijn futloze lange krullen.
"Weet ik veel, Jim? Je kan dreigen dat je haar fucking studieboeken afneemt als ze gaat." spotte ik, voor ik nog mompelde: "Verzin iets, het maakt niet uit wat. Maar zorg dat ze wegblijft."
"Ze hoopt dat je vrijgesproken wordt, Harry. Ik weet niet wat ik met haar zal doen als de uitkomst niet zal zijn zoals gehoopt." Ik kruiste mijn armen en strekte mijn lange benen uit onder tafel.
"Het maakt hoe dan ook niet uit. Ik kan nooit naar haar terugkeren." mompelde ik. Ik kreeg een krop in mijn keel nu ik het letterlijk uitsprak.
Nooit meer.
Ik haatte die twee fucking woorden. Ze leken mijn hele leven te domineren.
"Harry..."
"Ik meen het. Ik ben haar kapot aan het maken, Jim. Ik moet uit haar buurt blijven, vrijspraak of niet." Ik hief mijn kin op en keek hem zo indringend mogelijk aan.
"Als ik vrijgesproken word, kan ik niet terug naar de loft. Niet naar Lily. Haar vergeten wordt zo al fucking onmogelijk genoeg." Verontwaardigd keek Jim me aan.
"Je bent zo'n rotzak, Harry. Haar vergeten? Na alles wat ze voor je gedaan heeft? Jullie horen samen!" Ik reageerde niet, maar beet enkel hard op het puntje van mijn tong in een poging mijn emoties onder controle te houden.
"En waar ga je naartoe als je vertrekt uit de loft?" snauwde hij direct erna.
"Ik kan bij jou blijven slapen." zei ik schouderophalend. Hij lachte humorloos.
"Ik ben geen fucking hotel. Ik doe al genoeg voor je. Weet je hoeveel je advocate en gevangeniskosten me gaan kosten?" Verveeld tikte ik met mijn nagels op het tafelblad.
"Ik betaal alles wel terug." Hij kneep zijn ogen enkele seconden in stilte tot spleetjes.
"Je kan Lily niet zomaar..." begon hij toen weer.
"Ik wil geen fucking preek, Jim. Mijn beslissing staat vast." waarschuwde ik hem duister.
"Ze heeft je nodig. Je beseft nog niet half hoe diep haar gevoelens voor je gaan!" blafte hij woest. Natuurlijk. Ze had hem ook al volledig rond haar kleine vinger kunnen winden; ik zag het in zijn fucking ogen. Hij gaf om haar, alsof hij het nobele doel op zich had genomen de vaderfiguur die ze nooit had gehad te zijn. Ik had het moeten weten... Niemand kon aan haar mooie ogen en lieve lachje weerstaan.
"Ze heeft me niet nodig. Ze heeft rust en stabiliteit en liefde en geluk nodig, en ik kan haar niets van dat alles geven." reageerde ik fel, net toen de bel weer rinkelde. Het bezoekmoment was voorbij. Jim snoof woest.
"Goed dan, maar je begaat een fout. Eén week, zolang mag je bij me blijven. Dan vlieg je buiten." Hij ging met een woeste blik in zijn donkerbruine ogen rechtstaan en wilde zich al omdraaien, maar leek zich toen de doos in zijn handen te herinneren.
Woest gromde hij: "Oh ja, gelukkige verjaardag. Ze heeft trouwens iets voor je. Jammer dat ze nog niet weet dat je van plan bent haar nog maar eens in de steek te laten. Je mag het haar de eerstvolgende keer dat je haar terugziet zelf zeggen. Je zal er niet weer van onderuit muizen als de lafaard die je bent!" Hij duwde de kartonnen doos ruw over het tafelblad naar me toe, voor hij zich van me afwendde en de ruimte uitbeende.
Als versteend staarde ik naar het cadeau voor me. Ze had iets voor me? Hoe had ze zelfs geweten dat ik vandaag, dertien november, vierentwintig werd?
Ik zuchtte diep. Jim.
Hij wist nochtans dat ik mijn verjaardag haatte.
"Styles. Terug naar je cel." snauwde de cipier naast me. Ik keek fronsend rond me en merkte dat iedereen de tafels al had verlaten. Met een geërgerde zucht greep ik de doos in mijn handen, maar liet me toen met tegenzin terugbrengen naar de rest van de gevangenen.

Ik wachtte nog tot 's avonds om haar cadeau te openen. Met het binnengesmokkelde pakje sigaretten met rode aansteker in mijn hand ging ik na ons halfuur buiten op mijn matras zitten. Mijn vingers trilden terwijl ik de doos van mijn matras nam en op mijn schoot plaatste. Heel langzaam tilde ik het deksel op.
Ik hield mijn adem in toen ik het samengevouwen kaartje nam en openvouwde. Gepijnigd slikte ik, de tekst in haar elegante handschrift lezend:
De gevangenis laat niet veel spullen toe, dus ik kan je voorlopig enkel dit geven.
Wat er ook gebeurt, geef alsjeblieft niet op, Harry. Je bent zo sterk.
Ik denk aan je en ik mis je. Zo hard.
Liefs,
Lil

Tranen sprongen in mijn ogen, terwijl ik het witte kaartje met bevende, wanhopige vingers tegen mijn borstkas drukte. God, ik wilde naar haar toe. Ik had haar al zo lang niet meer gezien. Veel te lang. Ik werd gek zonder haar - fucking krankzinnig. Ik had haar nodig. Ik had mijn Lily nodig...
Ik liet het kaartje niet los, terwijl ik met een lichte frons tussen mijn ogen het boek uit de doos nam. Een verwonderde hum verliet mijn lippen. The Great Gatsby. Ik herinnerde me de ontzetting op haar jonge, onschuldige gezichtje toen ik de titel tijdens ons allereerste gesprek ooit had vermeld. Onze allereerste connectie... Ik begon nooit uit mezelf een gesprek met een vreemde -laat staan een jong meisje, maar ik herinnerde me hoe haar enorme aantrekkingskracht op me me al van de eerste seconde had verward. Ik was zo nieuwsgierig geweest naar het prachtige, verlegen ogende meisje op mijn sofa. Ik had haar stem willen horen, wanhopig verlangend naar haar aandacht gericht op mij. Haar schoonheid had me gefrustreerd, reeds van het moment dat ik haar voor het eerst bij haar aankomst had kunnen bestuderen. Ik had nog nooit een meisje als Lily gezien, zo fucking prachtig en verleidelijk op de meest schattige manier. Ik had toen al beseft dat ze een effect op me zou hebben. Een groot effect. Maar god, als ik toen had geweten wat ik nu wist - dat ze mijn volledige leven op zijn kop zou zetten, had ik haar daar en toen in mijn armen genomen en nooit meer laten gaan. Ik zou haar veiliger gehouden hebben. Nooit vergeten hebben, echter. Nooit afstand hebben genomen, als de fucking egoïst en gulzige zak die ik was. Ik besefte heel goed dat ik haar niet verdiende, en dat ze beter af was zonder mij. Maar liever dit, pijn en tranen en vechten en verliezen in een eenzame kille cel dan haar nooit gekend hebben zoals ik nu deed, en het kon me niet schelen dat het oneerlijk van me was haar te willen. Het idee alleen al dat ik nooit het privilege gehad zou hebben haar vast te mogen houden, haar perfecte persoonlijkheid te leren kennen en de kans te krijgen dag na dag meer te verdrinken in mijn gevoelens voor haar, liet me leger dan ooit voelen. Ze was mijn alles geworden. Mijn geluk, als ik er al recht op had... Ik zou zaken anders aangepakt hebben, ja. Ik zou haar beter beschermen als ik nu alles mocht overdoen. Haar behoeden voor alle pijn die ze had moeten doorstaan.
Maar ik kon niet terug. Ik kon niet terug...
Met een traan op mijn wang liet ik het kaartje los, zodat ik met mijn vingertoppen over de versleten kaft kon glijden. Had ze haar exemplaar aan mij gegeven?
Ik sloeg het open en beet hard op mijn lip toen ik een boodschap aan de binnenkant zag:
Haz,
Ik wenste dat ik bij je kon zijn om je verjaardag te vieren (ook al zei Jim dat je het haat), maar we zullen nog even moeten wachten voor we weer samenzijn. Weet dat je je verjaardagskus nog te goed hebt.
Ik wacht op je...
En ik beloof dat welke donkere periode je ooit ook doormaakt, je altijd zal kunnen terugkeren naar je mooiste momenten. Ik hoop dat ik er één van mag zijn.
Voor altijd de jouwe,
je Lily

Het kon me niet eens schelen dat de tranen over mijn wangen liepen.
"God, Lily... Ik mis je zo, baby." fluisterde ik geluidloos. Met dichtgeknepen ogen wreef ik onder mijn neus. Ze was zo'n prinsesje. Zo mooi, zo lief... Veel te fucking goed voor deze wereld. Veel te goed voor mij.
Mijn zicht was troebel toen ik mijn blik over een neergekrabbelde quote uit het boek in de hoek onderaan zag: Tomorrow we will run faster, stretch out our arms farther... And one fine morning- we beat on, boats against the current, borne back ceaselessly into the past.
Shit, ze geloofde zo hard in ons. Ik kon niet anders dan haar ervoor bewonderen, ook al was haar droom onrealistisch en naïef.
Zij dacht duidelijk wel dat we terug konden gaan naar de mooie tijd die we samen hadden gehad. Maar nee. We konden allebei niet terug...
Ik legde het boek naast me en haalde met ingehouden adem de T-shirt op de bodem van de doos uit. Ik herkende het meteen. Misschien had ze gedacht dat ik zou denken dat het slechts een willekeurig kledingstuk was, een herinnering aan thuis, maar ik kon niet anders dan weten welke het was. Hoe kon ik immers de eerste keer vergeten dat ze kwetsbaar en oogverblindend prachtig in mijn kamer had gestaan, slechts gekleed in mijn te grote T-shirt, de precieze avond dat ik mezelf had toegelaten te beseffen dat ik smoorverliefd op haar geworden was? De eerste keer dat ik bewust met haar in mijn armen in slaap was gevallen... Het leek al zo lang geleden. Zo'n droom...
Ik vouwde het open en zag met tranen in mijn ogen de tientallen afdrukken van haar perfecte lippen op de witte stof, de lippenstift zachtroze. Dezelfde tint als de natuurlijke kleur van haar verslavende mond. Ze had overal kussen achtergelaten... Ik verborg mijn gezicht in het T-shirt en dempte mijn snikken tot een haast onhoorbare hum. Verslagen ging ik op mijn zij liggen toen ik haar martelend verrukkelijke geur kon ruiken: zoet en jong en Lily. Het parfum van bloemen. Mijn bloem.
Als ik mijn ogen sloot, kon ik me haast inbeelden dat ze hier naast me lag, veilig verborgen in mijn armen. Het was absurd me een engel als Lily in te beelden in een donkere smerige ruimte als deze, maar in onze omarming telden enkel zij en ik. Alles rond ons viel weg: de tralies, de cellen rond ons, het onrustige geroezemoes van de andere gevangenen... Allen wij twee.
Ik kon haar handen op de naakte warme huid van mijn borstkas voelen, haar zachte roze lippen op die van mij. En met dat droombeeld voor ogen viel ik in een diepe, vredige slaap, voor de eerste keer in bijna tien dagen één zonder nachtmerries.

De volgende dag ontsloegen ze Mack uit de ziekenboeg. Ik hoorde na de misviering dat ze hem hadden ondergebracht in een andere afdeling. Misschien best voor ons allebei...
Terug in mijn cel zat ik een hele tijd in stilte op mijn bed, met het boek dat ik van Lily had gekregen in mijn handen. Ik opende het niet. Lezen leek iets uit een vorig leven te zijn. Ik had het niet meer gedaan sinds Mikes dood... De muziek, de boeken, het schrijven: ik had het allemaal opgegeven na die fucked up avond twee jaar geleden. Ik miste het. En ik was geen idioot. Ik wist dat Lily's invloed op me me weer in de richting van wat mijn wereld ooit mooier had gemaakt aan het duwen was. Waarom was ik anders weer gitaar beginnen te spelen? Muziek beginnen te schrijven? Het was de inspiratie van haar impact op mijn leven die me in staat had gesteld noten en woorden opnieuw te combineren tot de uitingen van mijn gevoelens. Ik had ze jarenlang opgekropt. Niet meer... Niet sinds Lily mijn leven binnengewandeld was en ik geen andere keuze had gehad dan mijn emoties toe te laten. Hoe kwetsbaar ze me ook maakten, het voelde fucking goed terug te keren naar de kunst waar ik voor Mikes zelfmoord zoveel van had gehouden: de literatuur, de muziek... Mikes werk. Het gaf mijn leven enigszins zin.
Niet hier. Hier kon ik de stap naar die verlossing niet zetten. Misschien omdat ik het niet verdiende weg te vluchten in het boek... Maar vooral omdat ik het niet kon. De gevangenis voelde als een andere wereld, ver weg van de vreselijke werkelijkheid waarnaar ik ooit terug zou moeten keren. Dat confronterende deel van mijn leven moest buiten deze kille muren blijven, of ik zou eraan kapotgaan. Hier leken mijn acties minder verschrikkelijk, tussen de honderden andere criminelen die zich laf konden verbergen achter de tralies en oneindige beveiliging. Weg van de veroordelende stad erachter. Elke herinnering aan de realiteit hierbuiten was genoeg om me te laten breken: Jims bezoeken, Lily's cadeaus... Het herinnerde aan mijn walgelijke misdaad. Hierbuiten zouden niet enkel de nachtmerries en de herinnering aan die fatale dag me in hun greep houden, zoals het hier deed. Het zou me van binnenuit verrotten. Breken.
Hier kon ik tenminste een andere leefomgeving voor mezelf creëren. Een andere identiteit, tussen alle andere fuck ups die me toch niet kenden. Ik kon een nieuwe Harry zijn en doen alsof het bloed aan mijn handen een vage herinnering uit een vorig leven was. Ik was er niet klaar voor om geconfronteerd te worden met de waarheid en mezelf te laten vernietigen door het trauma van zijn dood. Ik kon me amper voorstellen wat er van me zou worden wanneer ik hier weg zou moeten gaan en verplicht zou worden te beseffen wie ik werkelijk was en wat ik had gedaan... Ik zou iedereen onder ogen moeten komen; de plekken die me deden denken aan Finn en elke dramatische wending die had geleid tot ons laatste gevecht.
Daarom las ik het boek niet. In de plaats daarvan distantieerde ik mezelf zo ver mogelijk van alles wat me herinnerde aan de Harry die ik werkelijk was. Ik prefereerde de Harry die ze hier van me maakten, ook al haatte ik alle aandacht en de machoreputatie die ik hier kreeg. Het was fucking belachelijk, maar een makkelijkere en minder pijnlijke optie. Vreemd genoeg was het net mijn opsluiting hier die ervoor zorgde dat ik het volledig gevangen zijn nog even kon uitstellen. Maar volledig gevangen zou ik uiteindelijk worden - onvermijdelijk, de dag dat ik me niet meer zou kunnen verbergen in mijn cel. Volledig gevangen in de gruwelen van mijn misdaad. Het besef dat ik iemand had vermoord en iedereen die ik kende had bewezen dat ik een zieke moordenaar was.
Toch hield ik het boek vast, en had ik de hele nacht met de witte T-shirt in mijn handen geslapen. Want hoe kon ik mogelijk weerstaan aan een stukje Lily in mijn bereik? Ik had het nog nooit gekund. Hoe zou ik in godsnaam afstand van haar kunnen nemen wanneer ik terug zou moeten keren naar mijn echte leven? Naar de waarheid? Ik zou moeten. Ik kon haar niet meesleuren in wat me onvermijdelijk zou vernietigen.
Ik schrok op toen ik beneden rumoer hoorde. Met een frons borg ik Lily's spullen weer op in de doos, voor ik naar mijn tralies wandelde en de grote hal afspeurde naar de reden van de commotie. Meer cipiers dan anders beenden over de steriele witte vloer, allemaal op weg naar ofwel de cellen op het gelijkvloers, ofwel de trappen naar boven.
"Fuck." siste ik. Celcontrole. Met mijn tanden op elkaar geklemd maakte ik oogcontact met Antonia schuin tegenover me. Hij had een verbeten trek rond mijn mond.
Zondag, hmm? De fucking klootzakken hadden duidelijk besloten dat vandaag een betere dag was om ons een fucking bezoek te brengen. Hoofdschuddend wandelde ik terug naar mijn bed en griste mijn sigaretten en aansteker vanonder mijn matras. Vliegensvlug verstopte ik het in mijn onderbroek, biddend dat een fouillering er vandaag niet bij zou zijn. Mijn hoop werd echter onmiddellijk aan flarden gescheurd toen ik niemand minder dan Burrow voor mijn celdeur zag stoppen. Met een smerige grijns opende hij het handmatig.
"Wel, wel... Als het niet mijn favoriete gevangene is." grinnikte hij duister. Twee andere cipiers volgden hem. Schamper kruiste ik mijn armen.
"Kan je me niet alleen aan, Burrow?" sneerde ik, knikkend naar zijn twee hulpjes. Hij knarste met zijn tanden, maar knikte toen naar de cipiers achter hem. Tegen mijn zin ging ik tegen de muur gaan staan toen hij veelzeggend naar de vuile wand wuifde. Onmiddellijk begonnen ze mijn weinige bezittingen overhoop te gooien.
Woest vloekte ik toen Lily's cadeau achteloos op de grond werd gesmeten. Ik wilde al een stap zetten om het op te rapen en de twee klootzakken te tonen dat ze mijn geduld beter niet op de proef stelden, maar Burrow had het al van de smerige vloer gegrist.
"En wat is dit?" grijnsde hij. Gespannen balde ik mijn handen tot vuisten.
"Het is al gecontroleerd voor het bezoekmoment." zei ik kwaad, maar hij negeerde mijn opmerking en opende de doos. Woest klapte ik mijn kaken dicht, beseffend dat ik beter geen domme dingen deed. Hij had als cipier het recht de inhoud te bekijken, hoe hard ik het ook haatte.
Met een spottende lach haalde hij het witte T-shirt uit.
"Leg dat terug." snauwde ik woest, mijn voornemen abrupt vergetend. Maar hij moest met zijn poten van mijn spullen blijven, voor hij Lily's perfecte cadeau - haar zachte aanraking nog achterblijvend op de stof - bevuilde met zijn vieze vingers.
"Hoe schattig." grijnsde hij, voor hij het onverschillig naar de cipier links van hem gooide. Hij nam Lily's kopie van The Great Gatsby vast en liet de doos terwijl op de grond vallen. Uitdagend keek hij me aan, sloeg het toen open en liet zijn kleine gemene oogjes over Lily's boodschap glijden. Woedend boorde ik mijn nagels in mijn handpalmen; ik voelde mijn hartslag versnellen en mijn borstkas onregelmatig op en neer gaan. Haar woorden waren enkel voor mij bestemd. Zien hoe iemand anders zoiets perfects van me stal, liet mijn bloed koken.
"Voor altijd de jouwe, je Lily." las hij grinnikend voor. De andere twee mannen gniffelden mee.
"Hou je fucking mond!" gromde ik duister. Hij klapte het boek weer dicht en gooide het op mijn bed.
"Lily. Is dat je meisje?" Ik antwoordde niet, maar slikte enkele keren in de hoop mijn woede onder controle te houden. Als ik nu iets doms deed...
"Ze moet wel heel dom zijn om met je samen te willen zijn." daagde hij me met een fonkeling in zijn ogen uit, en vervolgde toen met een smerig lachje: "Of fucking gemakkelijk." In nog geen seconde had ik de afstand tussen ons overbrugd. Hij struikelde al geschrokken achteruit, recht op mijn matras, terwijl zijn twee collega's naar voren stormden en elk één van mijn bovenarmen vastgrepen.
"Ik zei dat je je fucking mond moest houden!" riep ik luid. Ze moesten allebei al hun macht gebruiken om me onder controle te houden. Hijgend dwongen ze me tegen de muur. Met een woeste grimas ging Burrow weer rechtstaan, en plaatste zijn scheef gevallen zwarte pet beter op zijn belachelijk kleine hoofd.
"Hou hem vast." blafte hij. Zijn stem sloeg over.
Razend probeerde ik tegen te spartelen terwijl hij naar me toe beende en vlak voor me ophield. Hij trok zijn uniformvest recht en knikte naar de twee anderen. Ruw begonnen ze me alle drie te fouilleren.
"Blijf met je fucking poten van me af!" snauwde ik woedend, maar ik werd genegeerd en overal hardhandig betast. Fucking klootzakken.
Plots bracht Burrow zijn handen tussen mijn benen, met een veelzeggende grijns rond zijn vale dunne lippen. Hij wist het... Natuurlijk wist hij het. De asshole terroriseerde gevangen al lang genoeg om de gangbare verbergplekken te kennen.
Het angstzweet brak me uit. Tevergeefs probeerde ik me los te trekken.
"Denk dat ik je liefje ben. Dat maakt het minder gênant." lachte hij duister, terwijl hij schaamteloos rond mijn kruis voelde. Met ingehouden adem staarde ik naar de muur aan de overkant van de cel.
"Wat hebben we hier?" zei hij met een arrogante, triomfantelijke blik in zijn donkere ogen, toen hij de vorm van het pakje sigaretten voelde. Hij zette een stap achteruit en kruiste zijn armen voor zijn borstkas.
"Uit." beval hij de twee andere cipiers kortaf. Ze slikten, maar knikten toen tegen hun zin en begonnen mijn lelijke beige uniformbroek uit te trekken. Moeizaam probeerden ze me in bedwang te houden, terwijl ik vloekend terugvocht. Met mijn broek rond mijn knieën stond ik tussen hen in, woedend en vernederd en op het punt betrapt te worden.
"Doe je het zelf of wil je dat ik voor je voel?" sneerde Burrow, knikkend naar mijn ondergoed. Ik knarste met mijn tanden en rukte me onmiddellijk los toen ik de grip van de twee mannen naast me op mijn armen voelde lossen. Woest bleef ik staan waar ik stond, maar Burrow liet zijn hand veelzeggend op zijn riem rusten, de indrukwekkende verzameling wapens accentuerend. Ik kon nooit winnen van hem...
Dik tegen mijn zin haalde ik mijn illegale sigaretten en aansteker uit mijn boxer. Hij grijnsde haast euforisch. Hij droomde er al van me te kunnen straffen sinds het moment dat hij me de eerste keer had gezien, de rotzak. Met een korte knik rukte hij het uit mijn handen en overhandigde het aan de cipier links van me.
"Ik neem aan dat je vertrouwd bent met ons rookverbod?" vroeg hij. Hij kon zijn leedvermaak amper verbergen. Ik negeerde zijn blik terwijl ik mijn broek met een gespannen kaaklijn weer optrok.
"Je weet dat overtredingen leiden tot straffen, hmm?" pestte hij me verder, voor hij weer een stap vooruit zette en in mijn ogen keek. Ik was fucking dankbaar dat ik groter dan hem was, en bleef zijn blik koppig ontwijken.
"Ik vroeg je iets!" blafte hij. Hij gaf een harde ruk aan mijn haar en verplichtte me zo hem aan te kijken. Woest trok ik mijn neus op.
"Ik weet dat je een fucking klootzak bent. De rest kan me geen fuck schelen." gromde ik, goed beseffend dat ik met vuur aan het spelen was. Shit, misschien was ik wel te roekeloos, maar wat maakte het nog uit? Ik was toch al alles kwijt. Wat had ik in godsnaam nog te verliezen?
Hij spuwde haast vuur toen hij me met een felle blik aankeek. Voor ik wist wat er gebeurde, had hij zijn vuist meedogenloos hard in mijn maag geramd. Kreunend klapte ik dubbel. Met een spottende sneer boog hij voorover, zodat hij zijn walgelijke gezicht dichterbij kon brengen.
"Je let beter op, Styles. Ik kan je leven hier een fucking hel maken." prevelde hij. Meedogenloos stootte hij zijn hand omhoog, recht in mijn kruis. Met een gekwelde grom viel ik neer op de grond. Hij lachte schamper en stapte met een kille blik over mijn tot een bolletje gerolde lichaam.
"Zielig." mompelde hij nog. In de deuropening van mijn cel draaide hij zich een laatste keer naar me om. Hijgend keek ik in zijn kleine kraaloogjes, mijn vingers woedend geklauwd en schrapend over de vuile vloer.
"Geen bezoeken voor de rest van de week. Dat zal je leren." bromde hij nog, voor hij me opnieuw opsloot en weg beende, me gepijnigd kreunend en helemaal alleen achterlatend in mijn kleine, smerige, eenzame cel.

Nog een hoofdstukje voor jullie! Dankjewel voor al jullie reacties, kudo's en abo's Jullie zijn de beste!
xxx

Reacties (6)

  • ZaynStylesS

    Harry moet vrijkomen!

    2 weken geleden
  • harrystyles_

    zo als altijd weer een geweldig stukje !

    2 weken geleden
  • Smexy

    Dit is echt heel heftig. Hoop dat Harry snel weg kan daar, hij verdiend dit niet. En Harry no way dat je Lily laat gaan. Zij is het beste wat je is overkomen, dat weet je zelf ook. Vind dit ook heel sneu voor Lily, ze horen bij elkaar.

    3 weken geleden
  • Maim

    De naam Burrow doet me echt denken aan het personage Lincoln Burrows van Prison Break hahaha.

    Mooi geschreven! Ben heel benieuwd naar het vervolg

    3 weken geleden
  • diligitis

    Echt een geweldig verhaal!
    Ga alsjeblieft snel veder !!

    3 weken geleden

Meld je gratis aan om ook reacties te kunnen plaatsen