Foto bij H.52.

Het laatste stuk van het vorige hoofdstuk:
Wanneer ik net overeind gekrabbeld ben en ietwat onzeker op mijn benen sta, hoor ik een schreeuw van pijn, afschuw en schrik.
Hoewel ik probeer te hopen dat het Jeremy Vandel is, weet ik dat dat niet waar is.
Maar het mag niet waar zijn.
En wanneer ik kijk weet ik het zeker.
Daar ligt Tyson, op de grond.
Bloedend, schokkend... en met een mes dat uit zijn lijf steekt.

Ik weet niet of iets zowel fysiek als mentaal ooit zoveel pijn heeft gedaan.
Weg van de emotionele pijn, voelt het alsof ik een harde stoot tegen mijn borstkas krijg, opnieuw en opnieuw.
'Tyson!' gil ik, de tranen lopen over mijn wangen, ik stik er bijna in.
Jeremy loopt op hem af en trekt het mes eruit, wat tot nog een schreeuw leidt.
Nog voordat hij opnieuw kan steken heb ik mijn mes getrokken en spring ik bovenop hem, waardoor hij van Tyson afgeslagen word.
En ik vecht, vecht zonder erbij na te denken.
Maar hij vecht terug.
Zijn mes, het mes, het mes waarmee hij Tyson neergestoken heeft komt op mij af, maar ik grijp zijn pols, pak het mes en gooi het weg.
Als tegenaanval klemt hij plotseling zijn handen om mijn keel.
Ik spartel, schop om mij heen, krab en sla met mijn handen.
Uiteindelijk, wanneer mijn gezichtsveld al een zwart randje lijkt te krijgen, raak ik hem in zijn edele delen.
Hij krimpt ineen en "geeft" mij de kans om weg te komen.
Terwijlhij zichzelf nog aan het herstellen is, haal ik uit.
Een hoek, een stoot ik zijn gezicht, nog een hoek, nog een, een stoot.
Mijn knokkels bloeden, maar zolang zijn gezicht dat ook doet, vind ik het goed.
Een stemmetje in mij schreeuwt dat hij ook gewoon wilt overleven, dat hij gewoon naar huis wilt maar ik die dat niet: ik zie alleen de jongen die Tyson dood wilt hebben.
Ik grijp naar mijn mes en maak er een einde aan.
Ik zit onder het bloed, zowel van mij als van Jeremy.
Wanneer het kanonschot klinmt, mlet ik meerdere keren checken of Tyson niet degene is die gestorven is.
Gelukkig is dat niet het geval - nog niet.
Ik pak mijn mes weer en ik krabbel overeind.
Ik ben misselijk, duizelig en voel mij zwak.
Opnieuw heb ik iemand vermoord en de kans dat Tyson blijft leven is nu ook heel klein.
Ik loop naar Tyson toe, al is het meer wankelen vanwege een pijnlijke plek die ik tijdens het gevecht opgelopen heb.
Hij schreeuwt het uit van angst als hij mij ziet, probeerd weg te kruipen, smeekt me om hem geen pijn te doen, huilt en fluisterd nog enkele smeekbedes.
Ik schrik van zijn angst en zet een stap achteruit.
'Tyson, ik ga je geen pijn doen.' stamel ik.
Ik leg het mes neer.
Hij grijpt het vast alsof het een fles water is nadat hij dagen niet heeft gedronken en gooit het zo ver als hij kan weg.
Nu ontsnapt er een gil van paniek uit míjn mond.
Ik heb dat mes nodig.
Als ik wil dat hij dit overleefd, moet ik snel overlijden, dan kunnen ze hem nog beter maken.
Ik loop weer naar hem toe, trek hem aan zijn kraag overeind.
'Waar is je mes?!' roep ik. 'Waar is het.'
Hij schudt zijn hoofd wild heen en weer.
'Kw-kwijt.' Sputterd hij.
Ik denk dat hij dat alleen maar zegt omdat hij denkt dat ik hem dan daarmee ga vermoorden.
'Tyson! Zolang ik leef kan jij niet winnen.' zeg ik, vriendelijker ditmaal. 'Dus, waar is dat mes?'
Zijn ogen lichten even hoopvol op, maar de hoop dooft weer.
'Weet ik niet.' snikt hij. 'Tijdens het gevecht... en toen stak hij mij en ik weet niet waar het is.'
Er is geen mes.
Nergens zie ik een mes.
Maar ik heb wel een ander idee.
Stilletjes huilend leg ik mijn voorhoofd op het zijne, hij pakt mijn hand vast.
Tyson trilt, kleine schokkend, zacht gekerm.
'Tyson,' zeg ik, haast fluisterend,' hou nog even vol.'
Ik sta op, twijfel even en zeg dan mijn laatste woorden, die eerder mijn laatste woorden hadden moeten zijn.
'Tyson... vaarwel.'
En ik begin richting het vak te lopen.
Het vak met het beest.
Het monster.
De minotaurus die mijn dood en Tysons leven zal betekenen.

Reacties (2)


Meld je gratis aan om ook reacties te kunnen plaatsen