Foto bij Zaterdagochtend

Nadat ik mijn broekzakken heb getast, graaf ik door mijn handtas op zoek naar mijn mobiel, maar natuurlijk heb ik dat ding thuis gelaten. Ik zou het toch niet gebruiken, zoals ik mezelf heb beloofd. Ik zucht gefrustreerd. Door die stomme uitdagingen sta ik hier op mijn vrije dag tussen geiten met de namen van De Toppers en honden benoemd naar frisdrank en een nummer. Toch neem ik me voor er nu maar het beste van te maken en met frisse tegenzin begin ik aan het voeren van de dieren. In mijn hoofd hoor ik Marie het rijtje opnoemen. Eerst de honden, dan de cavia’s en konijnen. Vervolgens de twee verdwaalde katten en de geitjes. Als ze er zijn de vogels en anders als laatste de kippen wat voer. Al neuriënd loop ik langs alle verblijven en geef ik ze voer en ververs ik het water, waar dit nodig is. Door de tijd heen voel ik mijn schouders ontspannen en mijn hoofdpijn wegtrekken. Het is het effect dat dieren van jongs af aan op me hebben gehad. Finn vertelt me graag hoe ik drie uur in de dierentuin naar de giraffes heb zitten staren. Mijn ouders konden doen wat ze wilden, maar ik wilde er niet weg. Uiteindelijk bleef mijn vader bij me en waren mijn moeder en broertjes verdergelopen. Het is één van de weinige warme herinneringen die ik aan mijn vader heb. Nu zit hij in Dubai of een ander veel te rijk land waar hij precies tussen past met zijn onophoudelijke hebzucht. Niemand begreep ooit waarom mijn ouders bij elkaar waren geweest, maar toen ik ooit één van de weinige fotoalbums doorbladerde, zag ik het direct. Mijn moeder was knap geweest, voordat ze die verwrongen uitdrukking had gekregen. Ze was ongetwijfeld het pronkstuk van mijn vader geweest, tot hij een mooier exemplaar zag. Mijn moeder vertelde dat hij was vreemdgegaan, mijn vader vertelde dat mijn moeder gek was geworden. Het waren verklaringen die een kind van elf niet had hoeven horen. Mijn vader verdween een week voor mijn twaalfde verjaardag en dook de dag van mijn eenentwintigste verjaardag op met de mededeling dat hij naar het buitenland vertrok. Dat was nu bijna drie maanden geleden en ik had er geen traan om gelaten, mijn broertjes evenmin. Tranen waren sowieso niet meer aan mij besteedt, behalve als het om mijn broertjes gaat, dan lijken alle sluizen open te gaan.
Ik ga in de hondenweide zitten op een boomstronk en kriebel de eerste de beste hond die op me afkomt, wat Fanta blijkt te zijn. Het is lang geleden dat ik aan mijn jeugd heb gedacht en ik baal ervan dat de herinneringen naar boven komen op het moment dat ik me compleet rustig voel. Ik schud mijn hoofd en sta weer op. Fanta duikt door zijn voorpoten en begint te kwispelen. Ik besluit dat ik de groep best in een paar keer kan uitlaten. Ik haal twee riemen en klik Fanta en Nummer Zes eraan vast. De andere honden springen blaffend om me heen en ik probeer ze tot stilte te manen, wat nog niet meevalt. Met de riemen in één hand schrijf ik met een klein potloodje een berichtje voor als Marie en Björn nog komen. Het briefje leg ik onder een steen op een verroeste ton, waarna ik richting het park wandel. Mijn trui is inderdaad te warm, maar ik geef er weinig om.

‘Sky!’ Casper komt opgewekt op me af. ‘Durven ze je alleen op pad te laten?’
‘Er was niemand daar, dus ik moet ze even in groepjes meenemen.’ Ik pak de riemen in één hand en veeg met mijn handrug een haarlok uit mijn gezicht. Snel neem ik de riemen weer goed vast.
Casper fronst. ‘Waarom ben je alleen?’
‘Dat weet ik niet.’ Om mijn woorden kracht bij te zetten, haal ik mijn schouders op.
‘Kun je ze niet bellen?’
‘Ik heb geen mobiel bij me en ik weet het nummer niet uit mijn hoofd.’ Ik zucht diep. ‘Maar ik maak het rondje even af, dan kan de rest er ook uit. Anders duurt het wel erg lang.’ Ik twijfel of ik mijn gedachte uit zal spreken. ‘Leuk je weer te spreken,’ mompel ik, zonder hem aan te kijken.
‘Dat vind ik ook, Sky.’ Hij pakt de riem van Fanta vast. ‘Ik help je.’
‘Nee.’ Ik pak de riem ook vast. ‘Ik red me wel.’
‘Ongetwijfeld, maar ik zei dat ik je help.’ Casper trekt lachend de riem uit mijn handen. ‘Ik weet heel goed hoe ik met koppige vrouwen om moet gaan.’
‘Ik ben niet koppig!’
Casper probeert zijn gezicht in de plooi te houden, wat mislukt.
Ik rol met mijn ogen en loop verder. ‘Het is echt niet nodig, Casper. Ik vind het prima om te wandelen. Bovendien is het mijn taak.’
‘Accepteer mijn hulp nu maar.’ Casper loopt met net iets grotere passen dan ik, waardoor ik mijn passen ook verleng.
Het typeert mijn aanpassingsvermogen. Als ik niet ongelooflijk koppig ben, wijk ik voor alle druk en doe ik precies wat een ander wil. Finn heeft me eens verteld dat het beide aangeleerd gedrag is en dat hij benieuwd was of we er ooit achter zouden komen wie we echt waren. Het was die avond dat we tot midden in de nacht naar de sterrenhemel hebben gestaard. Nog nooit eerder had ik me zo verbonden gevoeld met mijn broertje. Het leek alsof de duisternis ons hielp om over dingen te praten waar we allebei uren over na hadden gedacht, maar die we nog nooit met elkaar hadden gedeeld. Het was de avond dat Mica voor het eerst buiten bewustzijn raakte van drank en ik met trillende vingers de driecijferige combinatie in had getoetst waarvan ik had gehoopt dat ik het nooit zou hoeven doen. Ik was niet de oudste, maar wel de meest volwassene op dat moment thuis. Het kwam goed met Mica, hij zei dat hij nooit meer zou drinken. Tot een kleine maand later, toen hij vanuit het ziekenhuis belde.
‘Je bent ver weg in je gedachten.’
Ik schrik op en voel het bloed naar mijn wangen stijgen, zoals ik vaak heb als ik me betrapt voel. ‘Sorry.’ Ik richt mijn ogen op het bankje waar ik nu al een paar keer met Casper heb gezeten.
‘Dat geeft niet. Ik vind het leuk je te bestuderen als je het niet doorhebt.’ Hij grijnst scheef.
Ik voel mijn wangen dieprood kleuren. ‘Ik niet.’
Casper lacht hardop. ‘Net zoals je een hekel hebt aan hulp, of niet?’
‘Ja.’ Ik haal mijn schouders op. ‘Vooral als mensen denken dat ik het alleen niet aankan,’ laat ik me ontvallen.
‘Sommige mensen gunnen je gemak, Sky. Ik kan niet geloven dat er iemand is die denkt dat jij iets niet in je eentje aankan. Helpen is niet omdat je iemand zwak vindt, maar omdat je iets voor iemand wil doen. Maar misschien kunnen we een compromis sluiten: ik heb iets voor jou gedaan, dus dan doe jij iets voor mij. Dan hoef jij je niet schuldig te voelen.’
Ik knipper een paar keer met mijn ogen om zijn wijze woorden te verwerken. Hij legt de vinger op de zere plek en ik hoop dat het erdoor komt dat het een algemeen gegeven is. Het kan niet dat hij me in weet te schatten. Dat lukt me zelf nauwelijks. ‘Dat klinkt goed. Wat kan ik voor jou doen?’
‘Meer tijd met me doorbrengen. En dan ben ik nog zo aardig om jou te laten bedenken op welke manier. Maar ik heb een hekel aan korte, oppervlakkige gesprekken, zeker met een vrouw als jij.’
Dat hij me een vrouw noemt, verrast me, hoe gek ook. Ik voel me nog altijd dat kleine meisje.
‘Dat is niet zo verschrikkelijk als jij doet voorkomen, Sky.’ Casper grinnikt.
Ik frons.
‘Je zou je gezicht moeten zien, je lijkt doodsbang. Ik ben geen moordenaar. Geen oud, vies mannetje. Hooguit een jongvolwassene die er soms teveel van geniet om een jonge vrouw te plagen.’ Casper duwt met zijn schouder tegen me aan.
‘Ik vond het gek dat je me een vrouw noemde.’ Ik kijk schuin naar hem op. ‘Dat klinkt zo volwassen, alsof ik mijn leven op orde heb.’
‘Wacht.’ Casper veegt met zijn duim over mijn wang. ‘Je had een zwarte veeg op je wang,’ verklaart hij zijn onverwachte aanraking.
Het is dat moment, dat ik in zijn ogen kijk en iets herken. Het is wat ik die nacht met Finn zag en voelde: de rust en het rotsvaste vertrouwen in een goede afloop, wat er ook zou volgen.
‘Ik kijk uit naar je gitaarspel. Morgenavond?’ Mijn stem trilt iets, maar is tegelijkertijd krachtig. Het is dezelfde tweestrijd die er in mijn lichaam woedt en het zegt me genoeg dat mijn gevoelens niet in mijn stem gefilterd worden. Het gaat bijna vanzelf bij Casper, alsof ik mezelf bij hem kan zijn.
‘Ik ben bang dat je me gaat slaan als ik zeg dat het klinkt als een date.’ Casper maakt zich grijnzend uit de voeten op een gehaast tempo, Fanta blaffend en springend naast hem.
Zonder aarzeling zet ik de achtervolging in.

Reacties (3)


Meld je gratis aan om ook reacties te kunnen plaatsen