Foto bij H.53.

Het laatste stukje van het vorige hoofdstuk:
Er is geen mes.
Nergens zie ik een mes.
Maar ik heb wel een ander idee.
Stilletjes huilend leg ik mijn voorhoofd op het zijne, hij pakt mijn hand vast.
Tyson trilt, kleine schokkend, zacht gekerm.
'Tyson,' zeg ik, haast fluisterend,' hou nog even vol.'
Ik sta op, twijfel even en zeg dan mijn laatste woorden, die eerder mijn laatste woorden hadden moeten zijn.
'Tyson... vaarwel.'
En ik begin richting het vak te lopen.
Het vak met het beest.
Het monster.
De minotaurus die mijn dood en Tysons leven zal betekenen.

En dan, wanneer ik maar drie stappen over heb voordat ik het labyrint zal betreden, hoor ik een hels geluid.
Hoewel de toon laag is, lijkt het alsof het het hoogste geluid op aarde is, zo schel en pijnlijk bis het voor mijn oren.
Een kanonschot.
Er klinkt een kanonschot.
Tyson is dood.
Tyson leeft niet meer.
Het voelt alsof ik mijn hart eruit schreeuw wanneer ik mij haast kokhalzend op mijn knieën laat vallen.
Terwijl ik met mijn linkerhand op de grond steun probeer ik met mijn rechterhand mijn hart in mijn lichaam te houden, omdat het voelt alsof eruit valt.
Het moet een foutje zijn, een vergissing.
Tyson is niet dood.
Dat kan niet.
Dat mag niet.
Ik draai mij om en ren naar hem toe.
Ik laat mij bij hem neervallen.
Zoek bij zijn halsslagader naar een hartslag.
Maar die is er niet.
Nooit meer zal Tysons hart kloppen.
Hij is dood.
Oneindige snikken ontsnappen uit mijn mond.
Tyson is er niet meer.
Iedereen is dood.
Ik druk mijn betraande gezicht tegen zijn stille borstkas aan.
'Kom terug.' snik ik. 'Kom alsjeblieft terug.'
Maar dat doet hij niet.
Boven mij hoor ik een mechanisch geluid: hetgeen wat Tyson mee zal nemen of mij uit de Arena zal halen.
Maar dat wil ik niet.
Keer op keer prevel ik zijn naam.
Het voelt alsof ik verdrink in verdriet.
Ik hou van mijn ouders, hoor, maar Tyson... Tyson was anders.
Tyson was een vriend.
Tyson begreep mij.
Tyson heb ik meer over verteld dan dat ik goedemorgen tegen mijn vader en moeder heb gezegd.
En nu is dat alles weg, vernietigd.
'Ik heb het geprobeerd, Tyson. Echt waar.' prevel ik zacht, trillerig, tegen zijn onbeweeglijke borstkas.
Hij verdiende dit niet.
Hij was goed, maar de Hongerspelen had te veel invloed op hem.
Door angst wilde hij mij uit de weg hebben, niet haat, niet verraad: angst.
Ik dacht dat het zeer deed toen hij het mes mijn lijf in boorde, maar dit is duizend maal pijnlijker.
Achter mij hoor ik voetstappen van drie mensen, maar ik kijk niet naar heb om.
Ik ben nu de presidente, ze moeten maar naar mij luisteren.
Lieve God, ik ben nu de leider van Panem...
Ik slik.
Nog enger dan het idee dat ik een land moet regeren, is het idee dat dat niet waar is.
Dat president Snow nog leeft, dat het een truc was om de tributen te motiveren.
Ik kan de president niet onder ogen komen: wat zal hij met mij doen, nu Tyson dood is en ik mij dus niet aan onze afspraak heb gehouden?
'Mevrouw, u kunt nu met ons meekomen en de Arena verlaten.' zegt een vredesbewaker die voor mij komt staan.
Hij maakt een buiging.
Zo doe je toch niet tegen een hoopje ellende uit District 11?
Dat zeg je toch tegen... een president, misschien?
'Nee.' antwoord ik, met de meest vaste stem die ik kan creëren.
'Mevrouw, onze ordes zijn om u te verwijderen uit de Arena.' zegt hij.
'Uw ordes zijn bij deze veranderd.' zeg ik kil.
De jongeman schudt medelevend zijn hoofd.
'U bent nog geen presidente. Dat bent u pas officieel na de inwijding, precies over een week om 12 uur 's middags. Tot die tijd moet ik de ordes opvolgen die mij gegeven zijn door de hoogsten van het Capitool.'
Ik krimp inwendig ineen.
'O.' zeg ik schaapachtig, maar doe niks.
Hij pakt mij bij mijn schouder, maar geschrokken en wild schud ik mij los.
Een andere vredesbewaker schiet zijn collega te hulp.
Ik gil en spartel.
'Nee!' roep ik uit en rijk naar Tyson.
Ook al leeft hij niet meer, ik kan hem niet achterlaten.
Hoe kan ik jou ooit vaarwel zeggen, Tyson?
'Tyson!' ik snik.
Ik blijf de naam herhalen terwijl ik om mij heen schop.
Maar dan voel ik een naald in mijn nek, instinctief probeer ik mijn hoofd weg te draaien, maar die wordt vastgehouden.
Ik blijf naar Tyson kijken, die stil op de grond ligt.
Haast vredig, ondanks het geweld.
Mijn hand rijkt naar hem, maar al gauw wordt alles beetje bij beetje zwart en zal ik hem nooit meer zien.

Reacties (2)


Meld je gratis aan om ook reacties te kunnen plaatsen