Eenmaal binnen duwde de blauwharige man me op een stoel en rommelde in een kastje. Murdoc was op de tafel naast me gaan zitten en duwde zijn sigaret erop uit, wat een smerige asvlek achterliet. Naast mij gooide de blauwharige man een verbanddoos neer en klapte deze open. Klunzig knoopte hij het doek van mijn arm los en pakte een rolletje verband. Na minutenlang worstelen kwam hij er nog niet uit en zat het verband los om mijn arm. Murdoc, wie het eveneens zat werd, duwde de blauwharige opzij en ging voor me staan. Hij haalde het verband los en scheurde mijn shirt kapot zodat hij beter bij de wonde kon. Hij pakte een klein flesje desinfectans en schudde ermee voor mijn gezicht.
“Denk je dat je dit aankan, moppie?” zei hij. Ik had een grijns om zijn lippen verwacht, maar hij keek verbazingwekkend serieus.
“Het moet maar,” zei ik schouderophalend.
Hij knikte en pakte ook een naald en draad, en met grote ogen keek ik ernaar en slikte. Dat zou pijnlijk worden. Ik liet mijn ogen door de kamer glijden en zag een fles whisky staan.
“2-D, pak die fles,” commandeerde Murdoc de blauwharige.
Zonder te vragen deed hij dit en zette de fles voor me neer. Ik draaide hem open en nam een grote slok. Het goedje brandde in mijn keel en leek mijn hoofd te doen kietelen. Na nog een grote slok zette ik de fles neer en begon Murdoc aan zijn werk. Zodra hij mijn wonde desinfecteerde voelde ik mezelf bleek weg trekken. Hij scheen het zonder naar me te kijken door te hebben, want hij wenkte 2-D om zijn handen op mijn schouders te leggen, voor het geval dat.
Geïrriteerd door mezelf gromde ik. Ik wilde niet dat iemand me als zwak zou zien, maar het deed hels veel pijn. Precies toen ik even mijn ogen dichtkneep, stak hij de naald door mijn huid. Geschrokken door de pijn piepte ik en greep Murdocs schouder vast. Hij keek er kort naar en ging toen verder.
“Stop, alsjeblieft,” piepte ik. Het deed zo’n zeer en ik voelde me misselijk.
Murdoc keek me aan, “2-D, ze gaat. Hou haar vast.”
2-D hield me stevig vast. En ik sloot mijn ogen. Waar hadden ze het in hemelsnaam over.
“’k Heb d’r,” zei 2-D, maar het leek wel alsof hij er niet was.

Of ik, ik was er niet. Toen ik mijn ogen weer opende lag ik op een bank en mijn arm voelde gevoelig aan. Langzaam kwam het weer bij me terug wat er gebeurd was. Murdoc had me gehecht. Rustig kwam ik overeind en keek de kamer rond. Een rood licht, mogelijk van een zonsopkomst, scheen de kamer in. Het was een andere kamer. Nu pas viel het zachte snurken van een man me op en toen ik wat beter keek, zag ik een bed staan. Me afvragend wie of wat het was kwam ik overeind en liep ik op het bed af.
Een humeurige grom klonk toen ik recht in de ogen van Murdoc keek. Geschrokken piepte ik en nam een stapje terug. Snel liep ik de kamer uit en rende de trap af. Daar kwam ik tot realisatie dat mijn koffer weg was. Zonder zou ik echt niet weg gaan.

Er zijn nog geen reacties.


Meld je gratis aan om ook reacties te kunnen plaatsen