En zoals verwacht was Markus bij mijn appartement. Hij grijnsde en hield de deur voor me open. De seconde dat ik binnen was wilde ik me omdraaien en hem vertellen weg te gaan, maar nog voordat ik mijn mond open kon trekken had ik een klap tegen mijn oogkas te pakken. Geschrokken stommelde ik achteruit. Weer een klap, op dezelfde plek. Ditmaal viel ik achterover en keek angstig naar Markus, wiens gezicht een sadistische grijns tekende.
“Och arme schat,” zei hij terwijl hij zijn knokkels kraakte, “weer niet gedaan wat je moest doen?”
Ik keek weg.
“Tututut.” Grinnikte hij en hij klakte met zijn tong. “Stoute meisjes moeten gestraft worden.”
Zijn perverse manier van spreken maakte me boos, maar ik was te bang dit te tonen. Ik kauwde nerveus op mijn wangen. Hij liep langs me en wenkte me hem te volgen. Ik wilde net op staan toen hij zijn schoen op mijn achterhoofd plaatste en mijn hoofd naar de grond trapte. Mijn voorhoofd klapte hard op de grond en een stekende pijn trok door mijn hersens.
“Kruip als de hond die je bent.” Beval hij me.
Ik weigerde zo behandeld te worden. Mijn woede won het over mijn angst en ik vloog hem aan. Ik klauwde naar zijn ogen en wist nog een paar diepe krassen in zijn wang achter te laten voor hij me weg trapte. Nog voor ik overeind kon komen had hij me weer geschopt. En weer. En weer.

Na een lange tijd was ik al mijn besef kwijt. Ik wist al bijna niet meer wat er gebeurde en voelde nog maar amper de pijn. Mogelijk door de adrenaline die door mijn lichaam gierde. De seconde dat Markus me zijn rug toekeerde en de ruimte kort verliet nam ik de benen. Door mijn raam klom ik naar buiten en klauterde via de brandtrap omlaag. Zo snel als ik kon liep ik weg in de hoop een veilige plek te vinden in een van de steegjes.
Met een zucht liet ik me neer zakken achter een van de containers en sloot mijn ogen. Mijn hoofd bonsde pijnlijk en mijn lichaam leek er door verdoofd. Ik kreeg ook nu pas door dat het regende. De koelte voelde goed op mijn verwondingen, maar ik wist dat ik niet te lang moest blijven zitten of ik zou te koud worden. Met een zucht stond ik weer op en voelde in mijn zakken. Misschien zou ik ergens pijnstillers kunnen halen.
“Fuck.” Mijn portemonnee was weg. Vermoedelijk lag deze nog bij het huis van die idioten. Vloekend schopte ik tegen een blikje en stopte mijn handen in mijn zakken. In stilte neuriede ik, om mezelf te kalmeren. Doelloos liep ik, net zolang totdat ik de zoute zeelucht kon ruiken. Onbewust was ik richting het strand gelopen en ik was er blij mee. Ik leek ook nog geluk te hebben. Er stond een vrachtwagen met open bak waar strandhuisjes op gestapeld waren. De zomer was net voorbij en de huisjes zouden weer weggehaald worden tot de volgende zomer.
Wat me wel verbaasde was hoe laat op de dag het al was. Ik was al vroeg op en kon me niet herinneren veel gedaan te hebben Misschien was ik buiten westen geraakt door Markus, wat mijn ego een beetje krenkte. Twee keer achter elkaar buiten westen, zonder er iets tegen te hebben kunnen doen.
Mijn maag knorde luid, wat me uit mijn gedachten haalde. Ik had wel honger, maar het probleem was dat ik geen geld had. Mijn blik gleed over de omgeving en viel op een bouwvakkershuisje. Hij leek gesloten en ik vermoedde dat niemand meer aanwezig was. Opgewekt liep ik er op af en gluurde door de raampjes. Ik zag niemand en had ook niets gehoord. Voorzichtig testte ik de deur. Op slot. Niet dat het veel deerde, ik was goed in het openen van sloten. Opgewekt haalde ik een speldje, welke ik hier al vaker voor had gebruikt, uit mijn haar en had binnen mum van tijd de deur open. Stilletjes liep ik naar binnen en sloot de deur zachtjes achter me. Kort verkende ik het huisje of er echt niemand was, waarna ik mijn gang ging. Ik trok een koelkast open en haalde er een in folie verpakt broodje uit. Ontspannen ging ik op een stoel zitten en gooide mijn zanderige laarzen op tafel.
Het broodje smaakte me goed en gaf me weer energie. Vrolijk zette ik mijn voeten weer aan de grond en doorzocht het huisje. Een half aangebroken strip pijnstillers had ik al gauw gevonden, evenals een deken. Tevreden knikte ik en verliet het huisje. Ontspannen koos ik een strandhuisje achteraan de truck uit en nestelde mijzelf en de deken er in. Het zou wel weer een keertje goed voor me zijn om vroeg te gaan slapen. Wat er morgen zou gebeuren zie ik dan wel. Misschien breng ik wel weer een bezoekje aan de idioten.

Er zijn nog geen reacties.


Meld je gratis aan om ook reacties te kunnen plaatsen