De klap van een deur liet me geschrokken ontwaken en toen er een motor startte en mijn ligplaats begon te schudden begreep ik wat er gebeurde. Ik wilde er uit klimmen, maar mijn spieren voelden stijf en beurs aan. Ik hoestte hard en besloot nog even te blijven zitten. Al snel was ik onderweg en de weg die gereden werd herkende ik. Hier had ik met Murdoc ook gereden. Mijn keuze was dus al snel gemaakt, ik ging weer bij ze langs.
Na geruime tijd verbaasde me het hoe ver het werkelijk was. Het had me de vorige dag niet zo ver geleken. In de tussentijd had ik me tenminste wel een beetje kunnen fatsoeneren. Mijn haar had ik met mijn vingers geborsteld en bloed bij mijn oog was met een beetje speeksel en wrijven zo weg. Het was jammer dat ik niets reflecterends had om te zien hoe erg het er uit zag, dus ik ging maar van het ergste uit. Ik positioneerde mijn haar zo dat het voor mijn oog viel en niemand het zou kunnen zien. Tevreden bleef ik zo zitten, net zolang tot de vrachtwagen naar mijn mening een verkeerde afslag nam. Zodra deze stilstond bij een verkeerslicht klom ik er uit en ging te voet verder.
Zacht zingend liep ik naar het gekkenhuis – vind ik. Het duurde niet lang eer ik er was. Het scheelde dan ook vast wel dat ik me niet verveelde. Ik drukte op de deurbel, maar het verbaasde me niet dat deze kapot was. Toen ik aanklopte kraakte de deur uit zichzelf zachtjes open. Met een zucht liet ik mezelf binnen.
“Hallo?” riep ik, om toch niet al te onbeschoft te lijken. Geen reactie. “Hallo?” ditmaal wat harder. Weer niets, op wat gekreun na, wat leek alsof er iemand pijn had. “Hallo?” Onzeker keek ik omhoog bij de trap. Weer niets op het jammerlijke geklaag na. Voorzichtig en niet zeker of dit wel normaal was liep ik de trap op, het geluid volgend. Uiteindelijk kwam ik bij een deur waarvan ik aannam dat het een slaapkamer was. Voorzichtig klopte ik op de deur, wat resulteerde in meer gejammer.
“Pijnfillerf alfje’lieft.” Hoorde ik aan de andere kant van de deur.
“Mag ik binnen komen?” vroeg ik voorzichtig en toen ik geen negatief antwoord kreeg ging ik er maar van uit dat het mocht.
Voorzichtig opende ik de deur en zag 2-D geknield op zijn bed zitten. Hij hield zijn hoofd in zijn handen en leek veel pijn te hebben. Voorzichtig liep ik naar hem toe.
“Pijnfillef…” kreunde hij.
Oh ja. Haastig rommelde ik in mijn zakken en haalde de aangebroken strip pijnstillers er uit. Ik vroeg me af of het zou werken, maar hij scheen er genoegen mee te nemen. Ik wilde er twee uit klikken, tot hij liet merken dat hij alles wilde. Fronsend deed ik wat hij vroeg en droog slikte hij de pillen door.
Na ongeveer een halfuur scheen het effect te hebben. Hij had wel nog veel pijn, maar het leek te minderen. Lichtelijk humeurig door de pijn stommelde hij zijn kamer uit. Ikzelf nam dit als teken ook zijn kamer te verlaten en liep weer de trap af naar beneden. In de woonkamer ging ik op de bank zitten en wachtte tot er leven in het huis kwam. De groen huidige Murdoc kwam als eerste naar beneden en hij scheen humeurig. Hij keek me boos aan en trok ruw de koelkast open. Hij pakte een blikje bier en opende deze op het keukenblad. Met zijn voet schopte hij de koelkastdeur achter zich dicht. Grommend plofte hij in een stoel en staarde me op een enge manier aan. Ongemakkelijk keek ik naar hem en wachtte tot hij wat zou zeggen.
“Ik dacht dat je daar niet meer levend vandaan zou komen.” Zei hij na een belachelijk lange tijd. De toon waarop hij het zei maakte me boos. Het klonk alsof hij het hoopte.
Poeslief glimlachte ik naar hem, “Je zou me missen.”

Er zijn nog geen reacties.


Meld je gratis aan om ook reacties te kunnen plaatsen