Met knikkende knieën liep ik de trap af. Hoe had hij me hier kunnen vinden? En het feit dat hij me achterna was gekomen kon ook niets goeds betekenen. Vals keek ik de man aan zodra ik hem zag.
“Hallo lieverd,” zei hij poeslief, alsof er niets was gebeurd, “je begint al goed te genezen zie ik.” Hij wees naar zijn oog.
“Niet dankzij jou.” Zei ik, op een soortgelijke toon.
Op een traag tempo liep ik richting de keuken en leunde tegen het aanrecht aan. Murdoc zat in de stoel en liet zijn blik over Markus glijden. Daarna keek hij mij kort aan en zag nog net hoe ik een mes van het aanrecht af pakte en achter me hield. Markus stak ondertussen een sigaret op en leek afgeleid.
“Wat kom je hier doen, Markus.” Zei ik na een tergend lange stilte.
“Och meisje toch,” zei hij op een doodleuke toon, “je moet je laatste momenten niet zo negatief besteden.”
Murdoc keek me met opgetrokken wenkbrauwen aan, hoewel zijn gezicht verder niets verried. Ik zuchtte diep en keek Markus vals aan. “Ik raad je aan te vertrekken.”
“En anders wat?” zijn blik stond even vals als de mijne.
Ik glimlachte poeslief en liep op hem af. De laatste paar stappen nam ik traag en ik plantte mijn hand naast zijn hoofd op de bank. In een snelle beweging trok ik mijn mes en hield deze tegen zijn nek, en even snel hield hij een pistool tegen mijn ribben.
“Noodle.” Hoorde ik ineens naast me en het wapen van Markus was ineens verdwenen. Even verbaasd als hem keek ik naar Noodle, wie het wapen in een vliegensvlugge beweging had afgepakt. Markus glimlachte.
“Kom nou,” zei hij, “het is een mooie dag. Laten we deze niet verpesten.”
Langzaam stond hij op en ik haalde mijn mes net ver genoeg uit de buurt zodat hij dat zou kunnen. Traag en uiterst voorzichtig liep hij naar de deur. Ik trapte deze voor hem open. Hij wilde zich omdraaien, god weet wat hij wilde doen, maar hij kreeg hier de kans niet voor. Murdoc’s hand stak naast me uit en hield het pistool tegen Markus’ gezicht.
“Mijn huis uit.” Zei hij fier. Vals keek hij de andere man aan.
Markus hield een brave glimlach op zijn gezicht en hield zijn handen lichtjes omhoog. Hij liep naar zijn auto, stapte in en reed weg. Ik sloot de deur en wilde me omdraaien om Murdoc te bedanken, maar had al een klap in mijn gezicht te pakken. Sidderend van woede staarde hij me aan, voordat hij weg liep en me onthutst achterliet.
Die had ik wel verdiend, denk ik…

“Waddis’r aan de handf?” 2-D kwam nieuwsgierig kijken.
“Niets,” ik glimlachte voorzichtig, “Murdoc heeft me net even geholpen met een probleempje.”
2-D keek me aan, maar door zijn compleet zwarte ogen kon ik niet goed aflezen wat hij dacht. Hij duwde met zijn vinger zachtjes tegen mijn geslagen wang. “Mud.” Stelde hij kortaf vast.
Ik knikte, “Was mijn eigen schuld. In ieder geval, hebben jullie niet morgen een concert?”

Er zijn nog geen reacties.


Meld je gratis aan om ook reacties te kunnen plaatsen