duivels


Hij lachte naar me terwijl hij zich uit de voeten maakte. Aan de grond genageld stond ik naar het blonde popje te kijken, dat nu levenloos op de grond lag. De auto reed gewoon door, ging zelfs nog harder rijden om weg te komen van de plaats delict. Mensen gillen en rennen naar het meisje. Een straaltje bloed loopt uit haar hoofd en haar ogen staan wijd open, maar zien er dof en leeg uit. Haar been ligt in een vreemde hoek. Haar blonde haren liggen als een bebloede waaier om haar hoofd. Ik kan niks doen. Ik hoor iemand roepen dat ze het alarmnummer moeten bellen, maar ik kan niks. Niet bellen, niet gillen of schreeuwen, niet huilen en niet achter hem aan gaan. De duivelse grijns op zijn gezicht zorgde ervoor dat ik het liefst meteen zou willen verdwijnen. Hij moet boeten voor wat hij heeft gedaan, maar ik heb gefaald. Ik had haar moeten beschermen.

Ik doe een stap naar achteren als de mensen om het meisje op grond dringen. Ze roepen van alles naar elkaar en proberen te het meisje reanimeren. Ik wil dat ze gaat ademen. Ik wil dat ze straks naar adem snakt. Al is het maar één keer, al is het maar om te laten weten dat ze niet dood is. De mensen merken mij niet op en gaan hun eigen gang. Ik sta erbij en aanschouw het tafereel enkele meters van me af. Ik voel me misselijk worden als ik een blik op haar lijkbleke gezicht werp. Dan zie ik al dat het te laat is. Haar ziel heeft haar lichaam al verlaten. Ze is er niet meer. De lucht die haar wordt ingeblazen zullen niet helpen. Ze zal niet meer tot leven komen. Het zal niet meer lukken. Mijn missie is gefaald. Ik had haar haar hele leven moeten beschermen tegen onheil en kwaad, tegen ziekte en dood. Ze was nog zo jong en het is mijn schuld dat ze in een plas bloed op het asfalt ligt, helemaal in de kreukels.
      Ik staar naar mijn handen. Ze trillen. De witte stof die zich om mijn lichaam sluit waait zacht in de wind. Niemand ziet me. Het is makkelijk, want zo kan ik mezelf langzaam uit de voeten maken. Het lukt me echter niet. Hoe hard ik het ook probeer, ik kan mijn voeten niet bewegen. Mijn lichaam lijkt bijna van steen. Nu pas voel ik de tranen achter mijn ogen prikken. Juliet. Ze is niet meer. De sirenes komen de hoek om en ik beweeg mijn hoofd richting het harde geluid. Ik sluit mijn ogen even en bal mijn handen tot vuisten. Ik wil niet zien hoe ze haar oppakken en als een lappenpop op de brandcard leggen, ik wil haar gescheurde kleding en lichaam niet meer zien. Ik kan het niet. Dit keer krijg ik mezelf wel in beweging en ik struikel over mijn eigen benen waarna ik wegren. Ik kan hier niet meer zijn. Ik baan me moeiteloos een weg door de menigte en blijf staan in een verlaten steegje. Het doet zeer. Alles doet mij zeer. Ik heb gefaald. Het was de bedoeling dat ze door mij een lang, gezond en gelukkig leven zou leiden. Ik wilde haar alles geven wat ik kon, zelfs al zou ze mij nooit zien staan. Dat zou sowieso nooit gebeuren, maar ik zou alles inruilen om haar terug te krijgen. Om haar mooie ogen weer te zien, om haar lieve glimlach te mogen aanschouwen als ze iets grappig vindt. Ik wil zien hoe ze haar hand voor haar mond houdt wanneer ze hard lacht en hoe haar ogen glimmen van geluk.

Mijn vleugels vallen naar beneden als ik stilsta en ik kijk om me heen. Mijn witte gewaad hangt om me heen, maar ik zie een bloedspat. Mijn missie is gefaald.
      Zagan is echter nergens te zien. Ik wil hem vinden, ik weet dat hij het was. Ik wil hem in zijn ogen aankijken en zeggen dat hij meer moet doen wil hij bereiken dat ik volledig overstuur ben. Het voelt alsof er een stuk van mijn hart is uitgerukt, maar ik laat me niet kennen. Niet aan hem. Dit was zijn plan. Hij wilde me kapot maken, maar ik ben vastbesloten me niet te laten kennen. Cael laat zich niet kennen, nooit.

Toch krijg ik de kans niet hem te gaan zoeken, want voor ik ook maar in de richting van de hel kan gaan, krijg ik een bericht door. Ze willen me spreken. Met lood in mijn schoenen (ook al loop ik op blote voeten) begeef ik me in de richting van de marmeren hal. Mijn voetstappen weerklinken in de hoge gang en ik kom dan uiteindelijk binnen. Ik zie iedereen daar zitten en ze kijken allemaal tegelijk op zodra ik de deur open. Hun tronen torenen hoog boven me uit. Hoewel ik toch bijna de twee meter haal, voel ik me erg klein en kwetsbaar.
      ‘Cael, is het niet?’ zegt de man in het midden. Ik ken alle goden, maar deze man is voor mij onbekend. Ik knik op die vraag en twijfel of ik ergens moet gaan zitten of dat ik hier moet blijven staan. ‘Waar was jij vanmiddag?’ gaat hij verder. Ik kijk verder, naar de andere mannen en vrouwen die voor mij zitten en ik merk dat ik me toch niet zo op mijn gemak voel tegenover deze invloedrijke goden en godinnen. Ik ben slechts een engel en heb lang niet zo veel invloed. Het is bijna eng, want hier heb ik nog nooit gestaan. Ik heb me nooit in de nesten gewerkt.
      ‘Op aarde,’ antwoord ik zacht. Ik schraap mijn keel.
      ‘Wij hebben vernomen dat er een ongeluk is gebeurd op dezelfde plek als waar jij was.’ Ik haal diep adem en staar even naar mijn blote voeten. ‘Wat is er gebeurd?’ vraagt een vrouw dit keer.
      ‘Een meisje werd aangereden,’ zeg ik en dit keer kijk ik weer op naar mijn zogenaamde publiek.
      ‘Ik weet dat zij jouw meisje was, Cael,’ zegt de vrouw dit keer. ‘Jij had haar moeten beschermen tegen die auto.’ Ik sta als verstijfd voor ze en ik kan geen spier bewegen.
      'Ja.’ Mijn stem klinkt klein. ‘Ik had haar moeten beschermen.’ Ik blijf ze aankijken en bal mijn handen tot vuisten. Ik had haar moeten beschermen, maar ik kon het niet. Zagan was te snel en ik was te langzaam. Achter me hoor ik gestommel en ik draai mijn hoofd om, zodat ik kan zien wie er achter me staat. Als je het over de duivel hebt: Zagan. De grijns rond zijn mond is misselijkmakend en ik schud mijn hoofd. Hij heeft het gedaan.
      ‘Ik ben onschuldig,’ zeg ik als ik me terugdraai en ik wijs naar de duivel achter me. ‘Hij was het.’


Reacties (3)

  • Rozenthee

    Deze is eveneens waanzinnig goed en het concept is echt heel erg tof gevonden!

    2 jaar geleden
  • Arcturus

    Gaaaf!

    3 jaar geleden
  • Tad

    Holy moly, dit is echt duivels goed geschreven.

    3 jaar geleden

Meld je gratis aan om ook reacties te kunnen plaatsen