Foto bij O17 • Bullied

Autumn Castle

Spijt. Een emotie waar ik al veel mee te maken heb gehad sinds ik de diagnose hoorde van mijn moeder. Spijt dat ik niet meer leuke dingen samen met haar had gedaan, spijt voor al die keren dat ik voor een onnozele reden kwaad op haar werd en tegen haar uitvloog, spijt dat ik al die keren niet mee met haar was gegaan naar de winkel omdat ik er op dat moment geen zin in had en zo kan ik nog wel even doorgaan.
Het stomme is dat je je pas beseft wat je gaat missen als je weet dat je een belangrijke persoon in je leven gaat kwijtraken of al kwijt bent. Dan komen de kleine dingetjes weer terug in je hoofd en de zin ‘had ik maar…’ En je weet dat je er niks aan kunt veranderen en dat het toch geen zin heeft om erover na te denken, maar toch gaan de gedachten door je hoofd heen en daar kun je weinig aan doen.
Maar spijt is niet alleen een emotie die verbonden is aan de dood van mijn moeder en alles daarvoor. Spijt is ook een emotie die verbonden is aan hetgeen wat ik gisteren heb gedaan. Gisteren leek het namelijk een goede beslissing, was het een manier om te ontsnappen aan de mentale pijn en de driftbuien van mijn vader; het was een manier om om te gaan met mijn problemen. Maar het was de verkeerde manier.
Het mesje heeft lelijke krassen op mijn armen achtergelaten en ik ben er niet tevreden over. Ik ben niet tevreden over het feit dat ik me zo heb laten gaan terwijl ik zo veel heb om voor te leven. Ik heb Aiden en ik heb een toekomst. Ik heb mijn vader, ook al doet hij er momenteel niet veel aan om me te troosten en barst voor het meest onnozele tegen me uit.
Ik hoop dat de krassen zullen genezen, net zoals dat mijn mentale pijn zal genezen en ik stukje bij beetje beter om zal kunnen gaan met mams dood. Ik heb mezelf in elk geval al beloofd dat ik het niet meer opnieuw zal doen. En tot de tijd dat ze zijn genezen, zal ik lange mouwen dragen. Dadelijk denken ze op school dat het weer een nieuwe methode is om aandacht te zoeken.
Ik werp een blik op mijn digitale klok en zie dat ik binnenkort naar school zal moeten vertrekken. Ik zie er tegenop. Ik wil het eigenlijk niet, maar ik zal toch meer informatie moeten vragen aan Aiden als ik meer over Victoria te weten wil komen. Ik hoop gewoon zo dat alles een misverstand is en Aiden Victoria misschien wel kent, maar het al lang geleden uit heeft gemaakt met haar of zo.
Ik zucht en hijs mijn rugzak over mijn schouders waarna ik naar beneden ga. Ik besluit om in de pauze wel een broodje te gaan eten omdat ik geen zin heb om brood te smeren. Ik struikel bijna over een verdwaalde fles die op de grond ligt, maar heb geen zin om hem op te ruimen en loop snel naar buiten.
Het duurt niet al te lang voordat ik op school ben en ik merk dat Aiden zijn pas inhoudt als hij me ziet verschijnen. Hij glimlacht naar me, maar hij fronst met zijn wenkbrauwen als hij naar mijn gezicht kijkt. Ik herinner me nu pas dat pap me gisteren heeft geslagen en dat waarschijnlijk zichtbaar is voor anderen.
Voordat Aiden er echter over kan beginnen, schud ik snel mijn hoofd naar hem en ga dan voor hem staan.
“Wie is Victoria?” vraag ik.
“Victoria?” Hij denkt na, maar haalt dan zijn schouders op. “Ik ken helemaal geen Victoria.”
“Dat kan niet,” breng ik ongelovig zijnde uit. “Ze heeft me een bericht gestuurd op Facebook en zegt dat ik van je weg moet blijven. Ze noemt je zelfs haar vriend!”
“Oh, Autumn,” zegt Aiden zuchtend. “Je moet niet alles geloven wat mensen tegen je zeggen op internet. Het is vast weer zo iemand die aandacht zoekt of misschien een andere Aiden voorheeft. Ik zweer je dat ik geen Victoria ken.”
“Echt niet?”
Ik kijk hem hoopvol aan.
“Nee, echt niet. Maar als ze je blijft lastigvallen, mag je haar gerust doorsturen naar mij. Mensen moeten je gewoon met rust laten. Heb je voor de rest nog vervelende berichten gehad?”
Ik schud mijn hoofd. Het doet zeer om te liegen tegen hem, maar ik wil niet dat hij zich zorgen gaat maken. Ik zie dat zijn frons verdwijnt en er een glimlach verschijnt om zijn lippen. Automatisch verschijnt er bij mij ook een glimlach. Ik vind het leuk als hij naar me glimlacht. Dat geeft me het gevoel dat mijn aanwezigheid geapprecieerd wordt.
“Ik moet naar de les, prinses. Zie ik je straks?”
Ik geef hem een knikje en hij glimlacht weer met die grijns naar me waarna hij vooroverbuigt en een snelle kus op mijn wang drukt. Ik voel dat mijn hart sneller begint te kloppen en voel me des te schuldiger over het feit dat ik tegen hem gelogen heb en dat ik mezelf gisteren zo heb laten gaan. Hij zou zich rot schrikken als hij de krassen op mijn armen zou zien! Alleen al om die reden mag ik het niet meer doen.
Ik ga naar mijn les en zoek een plaatsje uit in het lokaal waar we zitten. Iedereen verzamelt zich en niet veel later begint de nogal saaie geschiedenisles.
“Ik zou niet te dicht bij haar gaan zitten als ik jou was,” hoor ik plotseling een blond meisje tegen een nogal verlegen uitziende meisje zeggen. “Dadelijk krijg je een enge ziekte. Ik heb gehoord dat haar moeder aan een enge ziekte overleden is.”
Ik bijt op mijn onderlip, maar probeer het zo goed mogelijk te negeren.
“Ze is echt wel zielige eigenlijk,” hoor ik iemand anders zeggen. “Eerst probeert ze via Aiden zo veel mogelijk aandacht te krijgen voor haar situatie en daarna denkt ze dat we allemaal medelijden krijgen omdat ze een blauwe plek in haar gezicht heeft. Ik durf te wedden dat ze het zichzelf aangedaan heeft om nog meer medelijden op te wekken en aandacht te zoeken.”
En dan barst de bom.
“Houd verdomme jullie kop toe als jullie toch niet weten waar jullie het over hebben, stelletje achterlijke, lelijke sletten.”
“Autumn Castle, dat wordt nablijven!” zegt de leerkracht boos zijnde.
“Hoezo nablijven? Die trutten begonnen!”
“Wil je dat ik je naar de directeur stuur?”
Ik bijt op mijn onderlip om te voorkomen dat ik een reactie geef. Ik hoor de twee meiden die over me bezig waren zachtjes giechelen en zie het verlegen meisje op verontschuldigende wijze naar me kijken. Ik kijk haar echter zo kwaad terug aan dat ze haar gezicht snel weer terug naar haar tafelblad richt en besluit om me de rest van de les niet meer aan te kijken.
Na de les komt de leerkracht even bij me zitten en vraagt wat er aan de hand is, maar ik ben zo boos op haar onrechtvaardige reactie dat ik geen zin heb om op haar te antwoorden. Na een keer kort te zuchten en me een opdracht gegeven te hebben, verlaat ze het lokaal.
Ik schuif de opdracht ver van me weg en ben uit het raam aan het kijken als er opeens iemand anders met veel lawaai naar binnen komt. Ik draai mijn hoofd en frons met mijn wenkbrauwen als ik zie dat het Evan is. Evan neemt de opdracht mokkend aan van de leerkracht, gaat zitten en schuift, net zoals ik heb gedaan, het papier van zich weg.
Dan draait hij zijn hoofd mijn richting op en ontmoet hij mijn blik. Ik zie hem verbaasd met zijn wenkbrauwen fronsen.
“Voor welke reden zit jij hier?” vraagt hij.
Ik heb geen behoefte om antwoord te geven en draai mijn hoofd van hem weg. Ik hoor hem zacht zuchten, maar dan is het weer even stil en draai ik mijn hoofd toch nog een keertje naar hem toe. Ik zie dat hij kort met zijn ogen rolt, maar dan zijn ogen samen knijpt en naar mijn wang kijkt.
“Is je wang blauw? Heeft iemand je soms geslagen?”
“Bemoei je met je eigen zaken!” snauw ik naar hem. “Je bent net zo klote als al die anderen. Je gaat me toch weer pesten als ik je ook maar iets vertel. Dat doen jullie allemaal. De enige die tenminste een beetje oprecht is, is Aiden.”
Ik kan zijn blik niet goed plaatsen, maar ik denk even een spottende blik in zijn ogen te zien voordat hij me weer emotieloos en zelfs een beetje kil aankijkt zoals hij altijd doet.
“Whatever,” zegt hij.
En na dat gezegd te hebben, besteedt hij gelukkig geen aandacht meer aan me. Mooi zo. Ik heb geen zin om hem de volgende dag horen smiespelen tegen Lucas en Austin. Ik word al wel genoeg gepest.
En terwijl ik het papier gefrustreerd zijnde weer naar me toetrek, voel ik de tranen voor een zoveelste keer weer opkomen. Ik bal mijn handen tot vuisten en druk ze tegen mijn voorhoofd aan waarna ik mijn tanden stevig op elkaar klem om niet te huilen.
Na een paar minuten zijn alleen de geluiden onze pennen die ijverig schrijven en mijn zachte snikken die het lokaal vullen. Evan zegt niets meer tegen me en trekt zich ook niks aan van mijn gehuil. Na ongeveer een uur komt de leerkracht onze opdrachten ophalen en mogen we naar huis gaan.
Ik gooide deur open en ren zowat naar buiten vanaf het moment dat ik het seintje heb gekregen om weg te mogen. Ik loop in de richting van mijn huis terwijl ik mijn armen om me heen sla en de hele weg naar huis weer aan het huilen ben.

Reacties (1)

  • Luckey

    OMG
    Docenten zijn soms echt on redelijk!
    Waarom keek evan zo???

    3 jaar geleden
    • Dragonrage

      Bedankt voor je reactie!

      3 jaar geleden

Meld je gratis aan om ook reacties te kunnen plaatsen