VIER

м ι я я σ я      м ι я я σ я      σ η      т н є      ω α ℓ ℓ...

Verbouwereerd kijk ik naar de plek waar een seconde geleden nog een sprookjesfiguur in mijn kamer had gestaan. Nu was er helemaal niemand meer. Geen schaduw, geen Pan. Ook Tinkerbell is nergens te bekennen en de lamp die ik had aangeknipt is weer uit. Met een argwanend gevoel loop ik naar het raam toe, waarvan het koude glas lichtjes beslaat als ik uitadem. Hoewel het niet vergrendeld is, is hij wel dicht. Potdicht. Alsof niemand hem ooit open heeft gedaan. Net had hij nog wagenwijd open gestaan en een zacht briesje had mijn lichtblauwe gordijnen doen opbollen. Langzaam draai ik me om en loop ik naar mijn nachtkastje toe. Met een groeiend gevoel van onbehagen trek ik het bovenste laatje open en haal de sleutel voor het raam eruit. De koperen sleutel knarst een beetje in het slot als ik hem met moeite omdraai.
      Het raam zwaait open en hoopvol leun ik uit het raamkozijn, uitkijkend over de stad die in stilte zich onder me uitstrekt. De daken zijn leeg en er is geen spoor van een magisch figuur en zijn metgezel. Een klein vliegend lampje zou toch wel moeten opvallen tussen de nachtelijke duisternis, maar ik zie niets op de sterren na die hoog boven mijn hoofd aan de hemel staan. Een aantal wolken weerhouden me ervan de hele hemel te kunnen zien, maar af en toe is er een klein gaatje waardoor heen ik de sterren kan zien twinkelen. Geen van die sterren leek echter te bewegen, weg te vliegen naar ver van hier. Ook achter de wolken lijkt niets te zien te zijn, voor zover mijn zicht reikt. Misschien verstopt hij zich er wel achter. Misschien. Waarschijnlijk niet.
      ‘Tinkerbell,’ fluister ik zacht voor me uit hopend op het zachte gerinkel, dat niet komt. ‘Pan?’ Alweer niets. Met een hol gevoel in mijn maag wend ik mij af van mijn raam en kijk ik door de kamer. Alle kleren liggen er nog, maar ergens had ik het nare vermoeden dat ik alles maar gedroomd heb en ik zelf de rommel heb veroorzaakt.
      ‘Pan?’ Vragend kijk ik de kamer rond, half en half nog verwachtend dat hij straks ergens tevoorschijn springt. Dat zou wel typisch wat voor hem zijn, om me te laten geloven dat hij weg was en stiekem zelf in zijn vuistje lachend toezien hoe ik me zorgen maak. ‘Ik weet wel dat je er bent, kom maar weer tevoorschijn,’ probeer ik, hoewel mijn zelfverzekerdheid steeds verder wegebt naarmate de tijd verstrijkt. Een halve blik op de klok, drie minuten na halfeen.
      ‘Peter Pan, kom nú tevoorschijn,’ roep ik, denkend aan de vorige keer dat ik hem bevolen had te stoppen en hij dat ook deed. Misschien luistert hij alleen naar me als ik hem iets opdraag en komt hij nu ook inderdaad tevoorschijn. Maar het bleef stil. Vijf minuten na halfeen. Hij is er echt niet. Was het dan dus toch maar een droom? Ik snuif even minachtend. Hoe ook anders, een jongen die zomaar mijn kamer binnen komt vliegen op zoek naar een speciaal boek? Of zijn schaduw? Ondanks zijn onaangename kanten blijft het te mooi om waar te zijn.
      Teleurstelling maakt zich van me meester als ik weer naar mijn bed toe loop. ‘’De Kleine Zeemeermin’’ ligt niet meer op de kast waar Tinkerbell het had neergelegd. Zie je wel, denk ik mismoedig. Peter Pan bestaat niet, en Tinkerbell evenmin. Het is een sprookje, te mooi om de werkelijkheid ook maar enigszins te kunnen evenaren.
      Ondanks zijn nare houding van eerder en zijn vreemde opmerkingen, heb ik er de pest in dat het niet echt geweest was. Misschien had ik inderdaad wel ergens de hoop gekoesterd om mee te kunnen naar Neverland, niet beseffend hoe onmogelijk dat zou zijn. Neverland bestaat niet. Ik trek de deken weer over me heen en sla een arm om mijn kussen, alsof het me troost zou kunnen geven. Het regelmatige getik van de oude klok is het enige nog dat de stilte nog verstoort. Als ik mijn ogen sluit hoop ik dat de droom weer verder gaat en ik niet meer alleen hoef te zijn. Dat de kans op ontsnapping weer echt mag worden, ontsnapping van een wereld waar maar weinigen me begrijpen. Maar ik weet dat het niet gaat gebeuren. De droom heel misschien wel, maar het avontuur niet. Hoe kan het ook. Langzaam ontspan ik me en na een laatste blik op de klok, knijp ik mijn ogen definitief dicht.

Reacties (4)

  • Altaria

    Love it! Super gaaf hoofdstuk!

    3 jaar geleden
  • Laleah

    Nahw ik vond het echt een beetje zielig toen Wendy zo stond te roepen en er even niks gebeurde..

    3 jaar geleden
  • BOOKWURM

    Super hoofdstuk

    3 jaar geleden
  • Slughorn

    Wauw meis ^^ gaaf!

    3 jaar geleden

Meld je gratis aan om ook reacties te kunnen plaatsen