Foto bij H.54.

Het laatste stukje van het vorige hoofdstuk:
Een andere vredesbewaker schiet zijn collega te hulp.
Ik gil en spartel.
'Nee!' roep ik uit en rijk naar Tyson.
Ook al leeft hij niet meer, ik kan hem niet achterlaten.
Hoe kan ik jou ooit vaarwel zeggen, Tyson?
'Tyson!' ik snik.
Ik blijf de naam herhalen terwijl ik om mij heen schop.
Maar dan voel ik een naald in mijn nek, instinctief probeer ik mijn hoofd weg te draaien, maar die wordt vastgehouden.
Ik blijf naar Tyson kijken, die stil op de grond ligt.
Haast vredig, ondanks het geweld.
Mijn hand rijkt naar hem, maar al gauw wordt alles beetje bij beetje zwart en zal ik hem nooit meer zien.

Met een geluidloze schreeuw ben ik opeens wakker en ik schiet overeind.
Ik zit nu rechtop in een spierwit, zacht bed, waarin ik inzak.
Als ik naar mijn armen en handen kijk ben ik schoon.
Ook de geur van zeep verteld mij dat ik gewassen ben.
Ik draag een pastel-blauwe nachtjapon waar geen enkel vlekje op zit.
De geur van zeep een schoonmaakmiddelen is een aanslag voor mijn neus, nu dat ik gewend ben in de Arena te zijn, zonder ook maar een centimeter schoon en allemaal ongewassen tieners.
Als ik niet overal pijn had, dan dacht ik dat ik nu dood was en dat ik nu in de hemel zou zijn - al was dat erg vreemd geweest, omdat ik technisch gezien een moordenaar ben.
Bovendien had ik er nooit op gerekend dat het bestond, anders zou alles in District 11 niet zo verschrikkelijk ellendig zijn, dacht ik.
Maar dat doet er niet toe.
Ik sta op, mijn voeten raken de koude vloer en instinctief trek ik die even terug vanwege de lage temperatuur.
Ik kijk om mij heen.
Bijna alles in de kamer is wit.
Ik zie een deur, met daarnaast een raam waarachter ik een dokter voorbij zie benen.
Ik loop naar de deur toe en probeer die te openen, maar dat lukt niet.
Nadat ik twee stappen op zij heb gezet leg ik een hand op het koele glas.
Ik maak een vuist van mijn hand en sla er kort op, wat een bonkend geluid veroorzaakt.
Er loopt een iets stevige zuster met lang, dun haar met een donkerbruine kleur langs.
Ik klop weer.
Ze kijkt en haar ogen worden even groot,
Ze kijkt kort om zich heen.
Dan loopt ze naar de deur toe en opent die.
'U bent wakker.' zegt ze.
Ik glimlach droogjes.
'De laatste keer dat ik checkte wel.' vertel ik.
'Ik haal een dokter.' zegt de vrouw en loopt weg.
De deur staat op een klein kiertje, maximaal een centimeter.
Ook al is het vast de bedoeling dat ik blijf, ik loop naar buiten en begin over de gangen te struinen, op zoek naar een uitgang.
Ik passeer meerdere ruimtes, sommigen die er net zo uitzien als waar ik in lag, een deur waarachter een kamer schuilt met ondoorzichtig glas waar met zwarte letters "privé" op staat.
Ook een toilet, maar dat zoek ik nu niet.
Aan weerszijden van de gang waar ik nu loop, zijn er kleinere zijgangen met ook weer kamers.
Wat een doolhof.
Maar plotseling, totaal uit het niets verschijnt er een man uit een van de rechter zijgangen en staat voordat ik het door heb recht voor mij.
Hij heeft een klembord in zijn linkerhand en een pen dat weer met een touwtje aan het klembord bevestigd zit in zijn rechter.
Hij heeft donker haar, zwart haast.
Hoewel hij het niet is, lijkt hij hierdoor wat bleek.
Zijn ogen zijn donkerbruin en ook dat helpt niet.
Ouder dan 25 is hij niet.
Zijn gezicht is ovaal, eigenlijk gewoon... gewoon.
Op zich zou hij knap te noemen zijn.
Hij heeft een vreemd glimlachje om zijn lippen, niet bedreigend, maar het lukt mij ook niet om het te interpreteren als aardig, hoewel ik op het moment wel heel erg wantrouwig ben.
'Mira Langdon.' zegt hij opgewekt en steekt zijn hand uit, verwachtend dat ik die zal schudden.
Maar dat doe ik niet.
'Dan niet.' murmelt hij, ook weer op een voor mij onbekende toon.
Deze man is extreem moeilijk te lezen.
Misschien een trekje uit het Capitool.
'Volgt u mij.' zegt hij en wilt zich omdraaien, maar vlak daarvoor merkt hij mijn argwanende blik op. 'Alstublieft.'
Ik frons even, maar trek vrijwel direct mijn gezicht weer in de plooi.
Ik heb de Hongerspelen overleefd. Wat hij ook van plan is, erger dan dat wordt het niet. zeg ik tegen mijzelf.
Dus volg ik de man, naar waar hij mij ook heen wilt brengen.

Reacties (1)

  • BethGoes

    Mira is bijna presidenT! IK HOOP DAT ZE DE SPELEN AFLAST!

    3 jaar geleden

Meld je gratis aan om ook reacties te kunnen plaatsen