Een date met Cesc, een date met Cesc. Het spookt steeds door mijn hoofd. Ik vind het leuk. Geweldig zelfs, maar ik twijfel ook. Ik twijfel of ik het allemaal wel wil. Nouja ik wil Cesc wel, maar het leven er omheen. Ik wil niet elke keer met mijn hoofd in de bladen staan. Ik wil niet overal waar ik loop achtervolgd worden door meisjes die gillen en op de foto willen. Ik wil niet op de tweede plek staan, dat voetbal belangrijk is. Ik wil niet delen met anderen. Ik zit op mijn kamer en Isabel is me aan het helpen met mijn haar en make-up. Ze praat hele verhalen over Jack en zijn actie. Soms twijfel ik best wel. Zijn er ook meiden die met me omgaan om hoe ik ben. “Jack vertelde dat ik mooi was.” Ik begin te lachen. Ergens is het ook wel weer heel schattig. Wanneer ik om 8 uur klaar ben en Isabel naar huis is, loopt Cesc mijn slaapkamer in. Hij pakt mijn hand vast en bekijkt me van top tot teen. Ik zie dat hij me mooi vindt. Dat geeft me een goed gevoel. ”Cesc?” “Yes Beauty?” “Is football the most important thing in your life?” “O Yes! Soccer is my life. Stands on 1. Nothing is better and can surpass it.” Ik knik. Van binnen voel ik me teleurgesteld. Zie je. Daten met een voetballer is echt niet geweldig. Zie je, mijn leven is echt niet geweldig. “Shall we go in half an hour? I have to do something else.” “uhh, okay.” Een beetje verbaafd loopt Cesc naar beneden. Uit mijn tas pak ik een pen en papier. Ik begin te schrijven.

Lieve allemaal.

Ik vind jullie geweldig en ik hou zo veel van jullie, stuk voor stuk. Maar ik weet niet of dit leven is hoe ik wil leven…

Ik wil nadenken over wat ik wil. Lieve Cesc, het spijt me.

Liefs,

Ik leg het briefje op mijn bed. Stop wat nootzakelijke spullen in mijn tas en sneak naar mijn auto. Vervolgens begin ik een kant uit te rijden. Ken je dat gevoel dat je denkt, even nadenken, even tijd voor mezelf en dat je wat gaat doen, maar nog niet eens weet wat. Het idee dat je altijd ergens komt, geeft me een fijn gevoel. Het duurt niet lang of mijn telefoon gaat. Cesc zie ik op het scherm staan. Er rolt een traan uit mijn ooghoek. Ik doe hem pijn, dat weet ik. Hij doet mij pijn, dat weet hij niet. Ze doen me allemaal pijn en niemand weet het. Na een uurtje rijden parkeer ik mijn auto bij het park. Ik ga zitten in en gras en sluit heel even mijn ogen. Nadenken en terug kijken op mijn leven tot nu toe..

Er zijn nog geen reacties.


Meld je gratis aan om ook reacties te kunnen plaatsen