Foto bij H.6.

Don't take my sunshine away.

Het laatste stuk van het vorige hoofdstuk:
'Ik ga naar bed.' gaapt ze.
Ik knik.
'Doe dat maar.' zeg ik en wanneer ze naar boven loopt, volg ik haar met nog geen halve meter afstand.
Nadat ze haar tanden gepoetst heeft en haar pyjama aangetrokken heeft, gaat ze in bed liggen.
Voorfat ik haar toedek geef ik haar haar knuffel: een beige, oude hond die ze altijd in haar elleboog geklemd heeft, waardoor de kont aanzienlijk dikker is dan haar borstkas, waar al de inhoud uit weggeduwd is.
Ze glimlacht naar mij en net voordat ze haar ogen sluit beantwoord ik die glimlach.
Over een uurtje of twee ga ik wel naar bed, want hoe moe ik ook ben, zou ik niet kunnen slapen.
Als ik nu naar bed zou gaan, zou het eigenlijk gewoon tranen inhouden in het donker zijn.
'Slaap lekker, eendje van me.'

Midden in de nacht klinkt word ik wakker van een klap
Een deur.
Onze moeder is thuis.
Ammay klampt zich met een snik aan mij vast terwijl ik half ga zitten, steunend op mijn linkerelleboog terwijl ik met mijn rechterhand Ammays gezicht in mijn hals duwt.
Ik hoor haar nog niet de trap op komen lopen.
Nadat ik een mannenstem hoor volgt het misselijkmakende besef dat ze een minnaar mee heeft genomen.
Ik ril bijna van afschuw.
'Zullen we naar boven gaan?' vraagt een zware - in mijn moeders ogen aantrekkelijke - mannenstem.
Een seconde is het stil.
'Weet je wat?' zegt mijn moeder,' misschien is het weer eens tijd dat ik het wat spannender maak op het aanrecht.'
Ik word misselijk bij de gedachte van wat zij gaan doen op het aanrecht dat ik net gepoetst heb.
Maar natuurlijk wilt ze niet naar boven.
Straks lopen ze tegen mij of Ammay aan en neemt haar seksspeeltje van de avond de benen.
Mijn kleine, onschuldige zusje ademt gejaagd en ik maak sussende geluiden.
'Rustig. Alles is oké.' fluister ik in haar haar en even wil ik "ze is nu tenminste niet met ons bezig" zeggen, maar wanneer ik denk over waar ze precies wel mee bezig is, krijg ik het niet over mijn lippen geperst.
Zachtjes blijft ze snikken en ik probeer iets te bedenken om haar te troosten, om haar gerust te stellen.
Iets.
Maakt niet uit wat.
'Y-... You are my sunshine', begin ik schor en trillerig te zingen, waarna ze bij het horen van mijn stem naar mij omhoog kijkt,' My only sunshine. You make me happy, when skies are gray. You'll never know, dear, how much I love you. Please don't take my sunshine away.'
Voor de rest neurie ik een beetje, omdat ik de rest van het liedje niet ken; ik weet niet eens of die melodie er wel bij past, want ik ken alleen het refrein.
Ik zing het opnieuw.
En opnieuw.
Na de derde keer besluit ze mee te zingen, struikelend over haar niet al te fraaie Engels.
We liggen daar, onder de lakens, haar gezicht in mijn hals gedrukt en het mijne in de witte lakens, terwijl we keer op keer die melodieuze zinnen prevelen, net hard genoeg om mijn moeders geluiden te overstemmen, maar nooit hard genoeg om het verdriet te laten verdwijnen.
Na een tijdje valt ze in slaap, maar ik zing door, steeds zachter, tot ik te moe ben om harder te praten en het mij niet eens meer uitmaakt of ik mijn moeder hoor.
Toch blijf ik wakker.
Mijn ogen zijn al lang gewend aan het donker en ik kijk naar haar porseleinen gezicht, zachtroze lippen iets van elkaar geweken.
Het shirt van haar pyjama is wat opzijgeschoven, waardoor ik de groen-blauwe plek net onder haar sleutelbeen zie.
Ik slik en probeer de tranen terug te dringen.
Ik zou willen zeggen dat ik haar nooit iets zal laten overkomen, dat ik haar zal beschermen, maar ik weet niet of ik mij daaraan kan houden.
'Het spijt me.' Snik ik dan.

Reacties (4)


Meld je gratis aan om ook reacties te kunnen plaatsen