Foto bij 058

I am
so in love
with you
it nearly
haunts me.
- Christopher Poindexter

Lily-Rose Harper


Ik zat met gekruiste armen in Jims sofa, en keek kwaad naar de grond, zijn blik ontwijkend.
"Rose..." zuchtte hij, terwijl hij vanuit zijn kleine keuken de woonkamer binnen wandelde.
"Ik begrijp niet waarom hij me er niet wil." snauwde ik gefrustreerd. Met een schouderophaal plofte hij naast me neer, en haalde zijn handen uit de zakken van zijn sportshort.
"Hij kan me niet tegenhouden." vervolgde ik opstandig. Hij reageerde nog steeds niet. Ik was geërgerd door zijn gebrek aan reactie.
"Waarom zeg je niets?" snoof ik boos. Sinds gisteren gedroeg hij zich vreemd... Ik had hem opgebeld nadat hij Harry had bezocht om hem te vragen hoe het met mijn jongen ging, maar hij had kortaf en ontwijkend geantwoord. Ik besefte dat er iets gebeurd moest zijn, maar het was me al snel duidelijk geworden dat hij niets zou lossen, tot mijn grote ergernis. Ik haatte het wanneer ik iets niet wist.
"Hij probeert je gewoon te beschermen, Rose. Hij is bang dat mensen de link tussen jullie gaan leggen. Daarbij, zo'n rechtszaak is klotesaai." Verontwaardigd draaide ik mijn bovenlichaam een kwartslag.
"Saai?" herhaalde ik schril.
"Jim, Harry's toekomst staat op het spel! Hoe kan dat mogelijk saai zijn?" riep ik kwaad. Ongeïnteresseerd plukte hij aan de rand van zijn versleten short.
"Ik bedoel enkel dat het moet gebeuren. Het zal niet prettig zijn. Voor niemand. Ik denk ook dat het beter is dat je thuis blijft en daar afwacht in de plaats van te moeten luisteren naar hoe ze hem afkraken in die rechtbank. Je aanwezigheid zal toch niets veranderen." Met een geërgerde zucht keek ik weer weg.
"Wel, ik wil er bij zijn." mompelde ik nog eens. Hij haalde zijn handen met een ongeduldige zucht door zijn haar.
"Fucking hell, ik dacht dat hij aan het overdrijven was. Ik had het moeten weten." gromde hij.
"Wat bedoel je?" sneerde ik.
"Dat je fucking koppig bent! Harry had me er nog voor gewaarschuwd!" blafte hij. Ik kromp lichtjes in elkaar, en keek met prikkende ogen weg. Hij had over me gesproken met Jim... Waarom mocht iedereen zomaar naar hem toe gaan en met hem praten, behalve ik? God, ik miste hem.
Met een binnensmondse vloek legde hij zijn hand op mijn schouder, zachtjes knijpend.
"Shit, sorry... Ik wilde niet zo hard klinken. Ik weet dat het voor jou ook moeilijk is." zuchtte hij toen. Schuchter keek ik weer in zijn vriendelijke bruine ogen. Haast gekweld schudde hij zijn hoofd.
"Hij wil je er niet bij, Rose, hoe klote het ook is. Ja? Het wordt fucked up, dat hele proces. Als dat echt is wat hij verlangt, dan..." Hij slikte en glimlachte moeilijk.
"Dan is het misschien beter het hem niet nog lastiger te maken." Ik blies wat lucht naar buiten en keek naar de bleke stof van mijn jeans, mezelf abrupt hatend voor mijn egoïsme. Harry kwam op de eerste plaats, dat wist ik heel goed. Hoe graag ik er ook bij wilde zijn, ik had het recht niet te gaan als dat het laatste was wat Harry wilde en nodig had.
"Maar wat als de uitkomst slecht is en ik hem weer een hele tijd moet missen? Dan heb ik hem woensdag niet eens gezien." fluisterde ik kleintjes. Jim antwoordde niet, maar keek slechts ongemakkelijk weg. God, hij deed zo vreemd...
"Jim?" drong ik zacht aan. Weer geen antwoord.
"Wat scheelt er toch? Is er iets gebeurd met Harry?" vroeg ik, bang voor het antwoord. Hij haalde zijn schouders op.
"Was hij... Was hij niet blij met mijn cadeau?" vroeg ik voorzichtig, plots onzeker over mijn geschenken. Ik werd alweer nerveus als ik nog maar dacht aan de verborgen boodschap in het boek dat ik hem gegeven had, diep verstopt in het verhaal. Zou hij het al gelezen hebben?
"Jawel." mompelde hij kort. Ik slikte.
"Wat is er dan?" Mijn stem klonk zacht en zwak. Ik haatte het.
"Niets, oké? Hij zag er gewoon moe uit, dat is alles. Vrij logisch als je je bedenkt in welke fucked up plek hij zit." gromde hij gefrustreerd. Hij loog. Ik kende Jim inmiddels goed genoeg om te weten wanneer hij de waarheid sprak en wanneer niet. Ik besloot echter niet aan te dringen; ik wist heel goed dat Jim niets zou lossen, en ik wilde hem niet nog kwader maken. Met een verslagen zucht speelde ik met de rits van mijn jasje.
"En verder? Was hij nog steeds... Zichzelf? Of... Of gedroeg hij zich vreemd? Na wat hij heeft meegemaakt..." Ik haatte dat ik hem sinds de dramatische confrontatie in de club niet meer had gezien. Ik kon er niet zijn om hem op te vangen na zijn traumatiserende ervaring. En ik wist niet eens hoe hij eraan toe was...
"Hij hield zich sterk. Je kent hem. Hij toont nooit hoe hij zich echt voelt. Maar hij leek... Vrij normaal. Toch naar zijn doen." knikte hij langzaam. Ik kauwde op mijn onderlip. Ik besefte dat het allemaal in zijn gezicht zou ontploffen vanaf hij vrijgelaten zou worden. Terug naar de echte wereld, terug naar alle herinneringen aan Finn. Ik kende Harry. Hij was zich met alle waarschijnlijkheid aan het opsluiten achter zijn muren, daar in die gevangenis. Thuis zou hij niet in staat zijn het altijd te doen. Niet middenin de veroordelende wereld waarnaar hij zou moeten terugkeren. Maar ik zou hem opvangen. Voor hem zorgen en hem beschermen... Mijn perfecte gebroken jongen... Mijn sterke vechter. Hij zou zich hier uiteindelijk kunnen doorslaan, dat wist ik zeker. Het enige probleem was dat hij zou hulp moeten aanvaarden, en ik wist nu al hoe moeilijk dat zou zijn voor hem.
"Het duurt niet lang meer nu. Nog maar enkele dagen. En hij heeft jouw bezoeken om naar uit te kijken." fluisterde ik. Want wat kon ik anders zeggen? Er was niets waaraan ik me kon optrekken. Niets. Niet zolang ik hem niet in mijn armen kon houden.
"Niet echt." bromde Jim naast me. Ik keek hem niet-begrijpend aan.
"Ik heb deze ochtend telefoon gekregen van de gevangenis. Harry heeft zijn recht op bezoek deze week verloren." zei hij met een vermoeide zucht. Ontzet viel mijn mond open.
"Wat? Waarom? Wat heeft hij nu weer gedaan?" stootte ik van slag uit. Jim liet zijn hoofd achterover op de leuning van zijn sofa vallen en staarde naar het lichtblauwe plafond boven hem.
"Ik weet het niet precies. Hij had illegale middelen bij. En hij heeft een cipier uitgedaagd, dat is alles wat ze me verteld hebben." Met een gefrustreerd geluidje liet ik mijn gezicht in mijn handen vallen. Waarom - in godsnaam - voelde Harry altijd de nood zichzelf zo in de nesten te werken? Hij had zichzelf niet onder controle...
"Je weet hoe hij is, Rose. Hij kent geen fucking zelfbeheersing. En hij is verdomd goed in het maken van de meest waardeloze beslissingen, hoe slim hij ook is." Ik detecteerde een onderliggende frustratie in zijn boodschap, en keek hem met betraande ogen en een vragende blik aan.
"Je bent kwaad op hem." piepte ik met overslaande stem. Jim haalde slechts zijn schouders op.
"Hij is gewoon zo verloren, dat is alles. Hij weigert te aanvaarden dat hij gered kan worden." Ik veegde de traan op mijn wang weg en keek radeloos rond me. Ik kon het niet langer verdragen: de zorgen, de problemen, de slapeloze nachten, het gemis... Ik wilde naar hem toe, me verbergen in zijn sterke armen en voor de eerste keer sinds deze eindeloze helse nachtmerrie toegeven dat ik het niet meer aankon. Dat ik op was. Enkel Harry wilde ik vertellen hoe wanhopig ik me voelde, hoe bang en onzeker ik was... Maar zolang hij niet bij me was, kon ik mijn angst niet toelaten. Ik moest voor hem blijven vechten; ik had geen andere keuze.
God, ik kon mezelf voelen breken, volledig uit elkaar vallen met elke minuut die voorbijging. Ik was niets meer dan een gebroken meisje, te moedeloos om te weten hoe ik me hier ooit door zou kunnen slaan. Ik had Harry nodig. Zo hard... Zijn sterke veilige armen rond me heen, zijn diepe hese stem fluisterend dat hij voor me zou zorgen en dat alles goed zou komen... Zonder hem was ik niets.
Ik snifte en keek naar het slordige doch gezellige interieur van Jims kleine appartement. Maar ik voelde me er niet thuis. Nergens voelde ik me nog thuis. Mijn enige thuis zat momenteel moederziel alleen in een vuile cel, omringd door criminelen waar hij niet bij hoorde, volledig overgelaten aan zijn lot en verplicht constant te denken aan wat hij had gedaan. En ik kon het me al voorstellen. Ik kon me perfect voorstellen hoe mijn prachtige jongen zich elke dag meer en meer begon te haten, denkend dat hij niets waard was en alle hel rond hem verdiende. Dat hij hoorde waar hij verplicht was te leven... Zo fout. Hij was perfect, mijn Harry. Een engel, zo mooi en sterk en dapper, niet geboren voor de wereld waarin hij elke dag moest knokken om zijn plek te verdienen. Maar hij besefte het niet... Hij besefte niet hoe volmaakt hij was. Hoe volmaakt voor mij.
"Ik zou beter naar huis gaan. Ik heb nog schoolwerk." zuchtte ik. Ik wilde alleen zijn. Praten met Jim over Harry hielp allerminst. Het wakkerde mijn bezorgdheid en verdriet enkel aan. Jim knikte en ging rechtstaan.
"Ik breng je wel." knikte hij. De voorbije week en een half had ik behoorlijk wat tijd met hem gespendeerd. Hij was de enige die begreep hoe de situatie in elkaar zat; de enige die Harry ook genoeg kende om te beseffen dat hij een beter lot verdiende. De rest van de stad had een totaal andere mening over hem. Intussen wist iedereen wat hij had gedaan, sinds de media gretig over hem geschreven had vanaf de politie het verhaal naar buiten had gebracht. Onze huisgenoten walgden van hem, en dachten dat hij een gevaarlijke, bloeddorstige crimineel was. Ik haatte de onsubtiele manieren waarop ze me de voorbije dagen duidelijk hadden proberen te maken dat ik beter verdiende en hem beter losliet. Het maakte me razend.
In de rest van New York leek hij nog meer uitgegroeid te zijn tot een legende dan hij voorheen al was. Overdreven verhalen gingen over hem de ronde, de wilde fantasie van de mensen voedend. Alsof hij niet meer was dan een attractie... Niemand wist dat hij uit zelfverdediging had gehandeld. Ik kon enkel hopen dat de meningen over hem zouden veranderen na het rapport van zijn rechtszaak zou aantonen dat hij geen keuze had gehad. Ik wilde niet dat mensen hem verafschuwden.
Ik was blij dat ik Jims steun had. Ondanks alles bleef hij vechten voor Harry, hoe kwaad hij ook mocht zijn dat Harry zich weer in de nesten had gewerkt. Hij wist dat zijn bokser geen slechte jongen was; hij kende hem door en door. En, naar hij me had verteld, had hij Mike gezworen er altijd voor hem te zijn als het nodig was. Het was ironisch dat hij die belofte meer had moeten waarmaken dan iemand ooit had durven te vermoeden toen Harry zijn broer verloren had en abrupt niemand anders meer had gehad dan zijn trainer om op terug te vallen. Zijn enige echte vriend; de persoon die het dichtst in de buurt van familie kwam. Ik kon Jim er onmogelijk dankbaarder voor zijn. Harry had hem nodig.
Maar nu had hij mij ook, en ik zwoor dat ik hem nooit zou laten vallen. Ik zou altijd voor hem blijven knokken, wat er ook gebeurde. Hij was mijn alles, mijn hele complete wereld. En hoe vreselijk ons lot samen ook al was geweest, hij maakte me toch gelukkig. Hij schonk me het licht en het vuur in mijn anders saaie, kille, triestige leven.
"Je hoeft me niet te brengen. Ik kan een taxi nemen." zei ik snel. Jim had me elke dag komen ophalen op school, en had voor mij zijn trainingen en werkuren moeten uitstellen en veranderen. Ik voelde me er schuldig over. Vandaag was niet de eerste keer dat hij me, voor me thuis af te zetten, eerst nog had meegenomen naar zijn appartement om me even op adem te laten komen tussen de horror op school en de drukte in de loft in. Hij was fantastisch.
Maar ik voelde me er wel schuldig over.
"Vergeet het. Als Harry zou weten dat ik zijn meisje alleen naar huis laat gaan na alles wat er met je gebeurd is, breekt hij mijn nek." grijnsde Jim. Ik glimlachte lichtjes. Ik hield van de manier waarop Jim me als Harry's meisje beschouwde. Ik wilde niets liever dan de zijne zijn.
"Kom mee." mompelde hij, zijn sleutels van het houten kastje naast de voordeur grissend en zijn slordig neergesmeten schoenen aantrekkend. Ik keek nog een laatste keer naar het gezellige appartement rond me, terwijl ik naar hem toe wandelde. Jims woonplaats voelde inmiddels al als een oase van rust aan, een plek waar ik naartoe kon vluchten wanneer ik de chaos van de voorbije twee weken niet meer aankon. Ik koesterde het.
Ik haalde nog eens diep adem, maar knikte toen naar de man bij de voordeur, en volgde hem naar buiten.

Terug in de loft wandelde ik direct naar Harry's kamer, mijn huisgenoten in de woonkamer negerend. Ze waren er bijna allemaal... Ik had echter geen zin met hen te praten; niet nadat ik had ontdekt wat ze werkelijk dachten over Harry.
"Rose!" glimlachte Sophia ongemakkelijk naar me vanuit de sofa, maar net zoals ik bij de voordeur straal voorbij Aiden gelopen was, schonk ik ook haar geen aandacht. Met een diepe frons opende ik Harry's kamerdeur, en vluchtte naar binnen.
Ik haatte deze plek. Nog steeds. Misschien zou het ooit weer iets moois kunnen worden, maar niet zolang hij er niet was om alle slechte herinneringen er weg te nemen.
Toch kwam ik er elke dag. Sinds eergisteren sliep ik er ook weer, ook al was het martelend en bezorgde het me elke nacht enkel helse nachtmerries. Het was nog veel te vroeg voor me om hier te komen, ik wist het wel, en het trauma van wat Finn en de rest me hier hadden aangedaan was nog lang niet verwerkt, maar ik had geen keuze. Het was de enige manier om dichter bij Harry te kunnen zijn. En mijn gemis liet me zo mogelijk nog miserabeler voelen dan de angst en radeloosheid die deze ruimte bij me opriep.
Het zou fout zijn te zeggen dat ik helemaal niet beter was. Maar mijn genezingsproces was nog lang niet voorbij, en het feit dat Harry er niet was om me erdoor te sleuren, maakte het er allesbehalve gemakkelijker op. Ik had altijd geweten dat het net hem was die mijn redding zou zijn. Jammer dat ze hem van me hadden afgenomen... Alsof Finn nog niet genoeg gedaan had...
En ik wist dat het een irrationele gedachte was, want god, hij had er niet voor gekozen vermoord te worden door Harry, maar ik kon er niet aan doen dat ik hem zelfs dat kwalijk nam. Tegelijk had zijn dood - hoe vreselijk het ook was - me toch enigszins geholpen. Ik hoefde op zijn minst niet meer bang te zijn van hem. Maar het woog niet op tegen de vreselijke gevolgen die het had veroorzaakt. Hij was beter blijven leven, ook al was ik opgelucht dat hij voorgoed uit mijn leven verdwenen was. Het had nooit mogen gebeuren. Niet met Harry. Het had hem met alle waarschijnlijkheid gebroken... Dan verkoos ik permanente angst voor Finn boven het besef dat hij weg was, maar met de vloek dat het Harry voor eeuwig getekend had. Ik had nooit gewild dat hij een prijs zou moeten betalen voor mijn veiligheid. Nooit. God, kon ik zijn pijn en kwellingen maar van hem overnemen...
Ook nu laaiden mijn emoties weer hoog op, toen ik in het midden van Harry's kamer stond en verstijfd naar het bed staarde. Het was ongelooflijk hoe ik er elke nacht in leek te slagen mezelf onder de zwarte lakens te dwingen. Ik had zijn bed eergisteren opnieuw opgemaakt, maar de nieuwe dekens hadden me niet geholpen. Het was nog steeds dezelfde helse plek waar ze me bijna hadden...
Met tranen in mijn ogen haastte ik me naar de badkamer. Enkel daar kon ik op adem komen. Het gebeurde verschillende keren per nacht: elke keer dat ik huilend en bezweet wakker werd, de beelden van hun smerige grijnzen en grijpende handen op mijn netvlies gebrand, leek het alsof de zware lucht in de kamer hevig op mijn borst drukte, tot ik geen lucht meer kreeg en snikkend naar de badkamer moest strompelen, weg van zijn bed. Weg van alles daar...
Ik wist dat ik het mezelf enkel nog moeilijker maakte dit alles een plaats te geven, zolang ik mezelf verplichtte elke avond terug te keren naar de hel, maar ik was te koppig en te radeloos om het te erkennen. Ik wilde gewoon naar Harry, dat was alles. Dit was de enige plek waar ik zijn aanwezigheid een beetje kon voelen. Ik moest bijna lachen toen de realisatie van mijn wrede lot tot me doordrong... Ik won nooit. Het was kiezen tussen het herbeleven van mijn trauma, of het ondraaglijke gemis van Harry.
Ik miste hem niet eens omdat ik hem dagen niet had gezien. Hoe smoorverliefd ik ook op hem was, ik was niet zo afhankelijk van hem dat ik hem niet enkele dagen kon missen zonder het gevoel te hebben dat ik langzaamaan verscheurd werd. Het was het idee dat hij daar was, zonder liefde en warmte en affectie, maar gevuld met donkere gedachten en pijn. Ik wist niet eens hoe het er daar aan toe ging. Wat deden ze er met hem? Was hij nog steeds mijn Harry? Zou hij als dezelfde prachtige jongen naar buiten komen wanneer ze hem lieten gaan? Ik wist niets... Ik kon er niet voor hem zijn... En het was die pijnlijke vorm van gemis die me het gevoel gaf te verdrinken.
Met een trillerige zucht liet ik de lichten in de badkamer ontbranden. Walgend staarde ik naar mijn spiegelbeeld.
Mijn wangen waren ingevallen, en mijn groenblauwe, doffe ogen keken me gekweld en oververmoeid aan. Ik zag er gebroken uit... Zo lelijk. Hoe had Harry ooit iets in me kunnen zien? Het witte licht rond me confronteerde me extra hard met de ongezonde kleur van mijn huid, nog bleker dan anders. Mijn kapotgebeten lippen en warrige ongekamde haar wezen op mijn tegenwoordig permanent gestresseerde toestand. Ik kende geen enkel moment rust meer...
Niet in de loft, waar iedereen me constant bezorgd in de gaten hield; niet in Harry's kamer, die helse, vreselijke plek; niet op school, gevuld met mensen die me elke dag meer en meer leken na te staren; en niet op straat, waar ik op iedere straathoek gemompel en geroddel over mijn jongen hoorde, zijn prachtige foto prijkend op de kranten in hun handen. Gelukkig had het nieuws van onze connectie zich niet verspreid buien de poorten van Columbia. Ik mocht er niet aan denken dat kennissen van mijn vader, en bijgevolg mijn eigen familie te weten zou komen dat ik met hem omging. Dan kon ik net zo goed een einde maken aan al mijn pijn, want wat zou ik dan nog hebben om voor te leven?
De club was nog steeds gesloten, en ik was meer dan opgelucht. Ik wilde er geen voet meer binnenzetten - nooit meer, en wilde Hannah zelfs niet horen praten over haar werkplek. Zolang ze er nog niet terug heen moest, had ze echter geen reden het te vermelden. Ik kon doen alsof het niet bestond. Alsof de precieze plek waar Harry's wereld in elkaar gestort was er helemaal niet was...
Ik zuchtte diep en wendde mijn ogen af van het gebroken meisje in de spiegel. Met bevende handen trok ik mijn kleren uit. Het was niet langer pijnlijk voor me om me te douchen; niet sinds de afdrukken van hun vingers mijn lichaam hadden verlaten. Dat was toch iets dat ik terug had: mijn eigen lijf, ook al had ik er de voorbije twee weken amper zorg voor gedragen.
Maar ik voelde me tot mijn opluchting al minder vies en vuil. Minder aangeraakt door gulzige, onwelkome handen. Ik kromp niet langer in elkaar wanneer iemand me onverwachts aanraakte, en schrok niet meer zo hard vanaf een andere persoon plots in mijn buurt opdook.
Misschien hielp het wel dat alle daders gestraft waren. Ik wist dat ze me niets meer konden aandoen. Finn was dood, Mack opgesloten in de gevangenis... Ik had vorige week vrijdag van Jim geleerd dat Mack de gevangene was geweest die Harry in elkaar geslagen had. Ik haatte dat ze toevallig net samen opgesloten waren in hetzelfde gebouw. Natuurlijk had Harry zich niet kunnen inhouden toen hij hem er opeens had gezien...
Arthur en Ryan waren volgens Stella zelfs niet meer in New York. Nadat ze allebei van NYU getrapt waren en hun studiebeurzen waren verloren, hadden hun ouders hen blijkbaar weggehaald uit de stad. Ik kon onmogelijk opgeluchter zijn.
Met een zucht ging ik onder de douche staan, de kraan opendraaiend. De ijskoude stralen op mijn huid deden me amper iets. Triestig tuurde ik voor me uit, terwijl het water langzaamaan opwarmde en mijn stramme spieren voelbaar ontspande. Met een verloren zucht legde ik mijn hand op het glas, waarop ik een maand geleden onze namen had geschreven. Ik deed het niet opnieuw; niet nu Harry er niet was om er een hart rond te tekenen.
Ik liet mijn tranen de vrije loop nu ik alleen was. Ik leek de laatste weken niet te kunnen ophouden met huilen; mijn ogen brandden permanent. Ook dat deed me niets. Ik wilde naar mijn jongen, dat was alles. Al de rest kon me gestolen worden.
Met tegenzin vertrok ik na twintig minuten weer naar zijn kamer. Ik stapte reflexmatig over zijn gitaar op de grond. Sinds de avond dat ik Harry mijn alles beloofd had, maar Finn en de anderen het zo ruw van ons gestolen hadden, had ik het instrument met geen vinger meer aangeraakt. Het lag inmiddels al twee weken op de koude vloer naast zijn nachtkastje. Misschien omdat ik bang was dat weer een deeltje Harry uit mijn vingers zou glippen als ik het verplaatste, maar vooral omdat ik nog steeds bang was het aan te raken. Het was zo'n persoonlijk voorwerp. Zoveel delicate, intieme herinneringen kleefden aan het hout. Ik was bang dat ze zouden verdwijnen vanaf ik het met mijn vingers beroerde. Ik wilde geen enkel spoor van Mike uitwissen.
Ik slikte moeizaam terwijl ik door de kamer manoeuvreerde, en wandelde naar zijn kast. Met een diepe zucht liet ik mijn handdoek van mijn sterk vermagerde lichaam vallen, en opende de deuren. Harry's vuistafdruk was nog steeds zichtbaar in het gespleten hout. Ik had een krop in mijn keel terwijl ik mijn vingers er zachtjes overheen liet glijden. Ik herinnerde me de dag dat hij te weten was gekomen dat Finn me had bedreigd... Als we toen hadden geweten...
Opzettelijk duwde ik mijn vingertoppen in de splinters, tot ik een stekende pijn voelde. Ik hield mijn adem in terwijl ik mijn huid verder doorboorde, haast gefascineerd kijkend naar het bloed dat uit de wondjes opwelde.
Misschien had ik net een stukje Harry in mijn lichaam laten binnensijpelen. Het was een mooie gedachte.
Trillerig zuchtend hurkte ik neer en veegde het bloed af aan de handdoek. Toen ik weer rechtop ging staan en naar de inhoud van zijn kast keek, haalde ik onmiddellijk één van zijn zwarte T-shirts uit. Als ik zijn kleren droeg, voelde ik me verbonden met hem... Daarom dat ik hem een shirt had gegeven, bedolven onder mijn kussen en liefde, in de hoop dat hij onze connectie zou voelen en beseffen dat hij nooit verloren zou zijn zolang hij me zou toelaten voor hem te zorgen.
Ik trok het kledingstuk aan boven mijn ondergoed, voor ik de kastdeuren weer sloot en naar mijn boekentas op de grond liep. Met een diepe zucht haalde ik een studieboek uit, voor ik naar het raam wandelde en onder de vensterbank ging zitten. Ik zat liever niet op zijn bed wanneer het niet nodig was.
Met een vermoeide frons sloeg ik het boek in mijn handen open, maar ik kon me amper focussen op de dansende letters voor me.
Nog geen tien minuten later viel ik in slaap, opgekruld op de koude grond.

De dagen erna waren even martelend, en mijn belabberde mentale én fysieke toestand kende weinig vooruitgang nu Harry's rechtszaak steeds dichterbij kwam. Ik was nerveus tot het punt dat ik met een permanente hoofdpijn kampte.
Maandag bedankte ik Jim zachtjes toen hij me 's ochtends afzette aan de schoolpoort, op weg naar zijn fitness. Hij had me daarnet nog gewezen op hoe vreselijk ik eruitzag.
"Als het niet meer gaat, bel me dan op, Rose. Dan kom ik je halen. Je hoeft hier niet te zijn, oké? Niet met alles wat er aan de hand is." Hij doelde op het naderende proces. Ik haalde mijn schouders op en glimlachte zwak.
"Dat is lief. Maar het lukt wel. Ik zie je na school?" Hij knikte met een verslagen zucht, en haalde nog snel een verpakte reep uit zijn jaszak.
"Hier, je ziet er bleek uit. En je bent duidelijk vermagerd. Je moet meer eten." mompelde hij. Ik had de klink al in mijn hand, en keek met opgetrokken wenkbrauw naar het tussendoortje dat hij naar me uitstak.
"Wat is dat?" vroeg ik. Ik trok mijn neus op toen ik het aannam en de letters op de verpakking las.
"Een proteïnereep." zei hij schouderophalend. Met een geamuseerde giechel keek ik hem aan. Natuurlijk.
"Wat? Ik eet het constant." Veelzeggend keek ik naar zijn gespierde lichaam.
"Hmmm. Wel, bedankt." knikte ik nog met een glimlach, voor ik onverwachts een kus op zijn wang drukte, maar toen de auto hoofdschuddend verliet. Ik sloeg het portier achter me dicht en verborg me onmiddellijk wat meer in mijn dikke blauwe mantel. Hij was ijskoud buiten.
Ik was opgelucht toen ik Keith even verder op me zag wachten aan de schoolpoort, met zijn handen in zijn jaszakken. Gelukkig moest ik de helse wandeling naar mijn aula niet alleen doorstaan. Ik had verwacht dat de interesse in mij zou verminderen, maar hoe dichter Harry's rechtszaak kwam, hoe meer aandacht mijn medestudenten me leken te schenken. Het was alsof ze hopeloos wachtten op het moment dat ik zou instorten in het midden van de campus.
Ik begroette Keith zwak glimlachend en wandelde onmiddellijk met hem naar binnen; het had geen zin het uit te stellen. Inmiddels wist hij al dat hij me beter geen vragen over Harry stelde, dus met een begrijpende knik begon hij te vertellen over zijn weekend, goed wetend dat een samenvatting van zijn activiteiten zowel mij als hem amper kon boeien. Maar ik luisterde hoe dan ook en humde af en toe als teken dat ik hem hoorde, dankbaar voor de afleiding van de schaamteloze blikken die ik kreeg. Ik hoorde de fluisteringen, de roddels en het gemompel rond me, maar ik negeerde het zo goed mogelijk.
Het had toch geen zin erop te reageren.
Even later vluchtte ik samen met Keith het juiste gebouw dankbaar binnen. Het was er warmer. Toen we even later voor de aula halt hielden, ging ik met een zucht tegen de muur staan, in de schaduw van de hoek op het einde van de gang. Verlangend keek ik naar het groepje meisjes even verder. Ontspannen lachend stond het vijftal in een kring. Ze waren elkaar waarschijnlijk opgewonden aan het vertellen over het interessante weekend dat ze hadden gehad. God, ik wenste dat ik het ook kon doen... Maar ik had geen interessante weekenden, en vrienden evenmin. Enkel Keith. Ik wist zelfs niet of ik mijn huisgenoten nog als vrienden kon zien, na wat ze allemaal hadden gezegd over Harry. Ook al roddelden ze over hem achter mijn rug, ik zag in hun ogen wat ze over hem dachten wanneer ik bij hen aan tafel zat of hen passeerde in de woonkamer.
Onmiddellijk spitste ik echter mijn oren toen ik Harry's naam hoorde vallen. Verstijfd luisterde ik naar hun gesprek.
"Ik zou nooit bij hem blijven! Ik bedoel, hij heeft iemand vermoord!" siste een zwartharig meisje. Gekwetst fronste ik, mijn armen gekruist.
"Ik weet het niet... Het heeft wel iets opwindends." zei een ander, langer meisje schouderophalend. Ze haalde haar hand door haar blonde krullen.
"Ben je gek, Tiff? Er is niets opwindends aan, oké? Ik vind die Lily-Rose maar dom! Hij is waarschijnlijk gevaarlijk!" antwoordde haar vriendin op gedempte toon.
"Hoe weet je zelfs dat ze met hem samen is? Harry wil geen relaties, weet je nog? Ik denk dat ze nooit iets serieus geweest zijn." zei een derde meisje hautain. Woest balde ik mijn handen naast mijn zijden. Nooit iets serieus? Harry was mijn hele wereld! Hoe durfden ze ervan uitgaan dat het niets betekend had?
"Dat zegt Emily toch. Ze heeft iedereen al verteld dat Lily-Rose smoorverliefd op hem is en achter hem aan loopt als een puber. Zelfs nu hij..." Het zwartharige meisje knikte veelbetekenend. Ik keek Keith naast me verloren aan. Met een verbeten trek rond zijn mond beantwoordde hij mijn blik. Hij had hen ook gehoord.
Een vierde meisje met kort donkerblond haar zuchtte diep.
"Ik vind het ongepast hierover te spreken. Dat meisje heeft het al moeilijk genoeg zonder iedereens bemoeienissen. Het is niet eerlijk dat de hele campus haar veroordeelt. Daarbij, we weten allemaal dat ze lang niet de enige is die hem wilt, ook nu nog. Het is nogal hypocriet, vind je niet, Martha?" zei ze scherp, het zwartharige meisje veelbetekenend aankijkend. Martha bloosde.
"Dat is anders." protesteerde ze. Het andere meisje snoof slechts.
"Oh ja? Je probeert zijn aandacht al jaren te vangen. Je bent gewoon jaloers dat het een ander meisje wel gelukt is." Martha keek haar neerbuigend aan.
"Ik weet wel beter nu ik weet tot wat hij in staat is. Ik ben niet zo zielig om achter een crimineel aan te lopen." Tranen sprongen in mijn ogen.
Harry was geen crimineel.
Het was absurd dat deze foute reputatie hem al jaren roem en faam opleverde in The Bronx. Hier, in het nette Manhattan, had hij altijd slechts bekend gestaan als de intimiderende knappe bokser waar iedereen naar opkeek. Nu ze voor de eerste keer een idee kregen van zijn foute imago, gebaseerd op wilde verhalen, leugens en misverstanden - zoals de dood van Finn er één was, veroordeelden ze hem er hier slechts voor.
Ze hielden allemaal niet op over hem te praten. Het was verschrikkelijk... Overal werd hij in een soort geïdealiseerd beeld geduwd, tot ze van hem konden maken wat ze wilden. Een gevaarlijke gangster in The Bronx, een betoverende bad boy in Manhattan... Niemand kende de waarheid; de echte Harry. Enkel hun belachelijke fantasieën over hem. En vanaf iets ervan afweek, werd hij verstoten als vuil. Precies wat ze nu aan het doen waren...
"Hij neemt haar waarschijnlijk goed als ze bereid is bij hem te blijven. Ik kan het haar niet kwalijk nemen." grinnikte het roodharige brutale meisje nu. Ruw veegde ik de traan op mijn wang weg, en keek paniekerig op toen ik Keith naast me een stap zag zetten.
"Keith, laat het rusten!" smeekte ik nog, maar hij stond al naast hen. Kil schraapte hij zijn keel, net toen de deuren van de aula geopend werden.
"Excuseer." snauwde hij, wachtend om verder te gaan tot hij de aandacht van de meisjes had gevangen. Verveeld keek Martha hem aan.
"Je bent nog dommer dan je eruitziet als je werkelijk gelooft dat je weet waarover je het hebt. Je hebt geen fucking recht zo over anderen te spreken." zei hij woest. Met ingehouden adem staarde ik hem aan. Hij draaide zich naar me om en wenkte.
"Kom je, Rose?" Ontzet richtten alle meisjes hun aandacht op mij, beschaamd naar de grond kijkend toen ze beseften dat ik hun gesprek gehoord had. Ik knikte schuchter en schoot langs hen, al gaf ik het meisje met kort haar een trillerige glimlach toen ik haar passeerde. Ze beantwoordde mijn gebaar onmiddellijk.
Slikkend vluchtte ik met Keith de aula in.
"Dankjewel." zuchtte ik. Hij wuifde het slechts weg en nam vooraan plaats. Ik had geen zin om achteraan te zitten en de starende blikken te moeten zien. Ik voelde ze liever branden in mijn rug.
Met een gefrustreerde zucht zag ik Emily en haar nieuwe vriendinnen even later binnenkomen. Ze waren allemaal even opgetut als zij; hun glanzende krullende haar was verblindend. Tot mijn ergernis namen ze schuin achter ons, slechts enkele rijen van waar ik zat, plaats.
Ze maakte oogcontact met me en trok haar wenkbrauw uitdagend op. Snel keek ik weg, hoewel ik haar nog met een arrogante grijns iets tegen de meisjes naast zich hoorde zeggen. Ik voelde dat ze naar me keken. Hun luide gelach sneed door mijn ziel.
Pestkoppen...
"Domme sletten. Ik kan niet geloven dat ik ooit vrienden was met Emily." gromde Keith naast me. Ik wierp hem slechts een zwakke glimlach toe.
Ik was nog nooit zo opgelucht professor Carter te zien toen hij even later de grijze aula binnen wandelde. Hij haalde al zijn spullen uit en gebaarde dat iedereen plaats moest nemen. Langzaamaan werd het stil.
Hij glimlachte kort en zwaaide enkele seconden met To Kill a Mockinbird boven zijn hoofd.
"De tweede en laatste bespreking." knikte hij, voor hij het boek op de katheder voor hem legde en zijn ogen over de volle zaal voor hem liet glijden.
"Pagina honderdeenenzeventig." zei hij. Onmiddellijk vulde het geluid van ritselend papier de ruimte.
"Kan iemand me zijn of haar mening geven over het proces van Tom Robinson en Atticus' aandeel?" vroeg hij. Het was even stil, maar toen wuifde hij afwezig naar iemand achter me, voor hij zijn vingers door zijn perfect gecoupeerde vuilblonde haar haalde. Nonchalant stak hij zijn hand erna in de zak van zijn dure geruite broek.
"Ik denk dat Atticus een fout maakte door Toms zaak te verdedigen." zei een jongensstem. Nerveus speelde ik met mijn ongekamde haar. Ik haatte dat we net nu dit boek bespraken.
"Hoezo?" drong professor Carter aan.
"Hij maakte toch geen schijn van kans. Daarbij, iedereen nam het Atticus kwalijk, dus hij heeft enkel meer vijanden gemaakt." Ik fronste geërgerd door de kortzichtige mening van de jongen. Ook professor Carter keek hem een tel verdwaasd aan.
"Eh... Goed. Iemand anders? Rose?" Ik sloot kort mijn ogen. God, ik haatte dit. Ik negeerde de grinniken achter me krampachtig en slikte moeilijk.
"Ik... Eh, ik... Ik denk dat het dapper was om Tom te verdedigen, ook al wist Atticus dat hij de zaak nooit kon winnen. Het toonde dat hij bereid was te vechten voor een beter en toleranter klimaat in Maycomb." zei ik zachtjes. Professor Carter knikte goedkeurend.
Net toen hij echter iets wilde zeggen, werd hij onderbroken door Emily's kille stem: "Het is niet altijd dapper de kant van de criminelen te kiezen." Meer gelach. Ik verstijfde. Woest draaide Keith zich naar haar om.
"Tom Robinson was niet eens schuldig! Heeft iemand haar huiswerk weer niet gedaan?" riep hij kwaad. Beschaamd zakte ik wat meer onderuit. Geschrokken maande professor Carter iedereen tot stilte met zijn opgegeven armen.
"Kalm, kalm!" riep hij. Mijn ademhaling verliet mijn mond onregelmatig. Ik wilde hier weg. Ik moest hier weg. God, ik kon dit niet...
"Kan je je mening wat beter uitleggen?" vroeg hij aan Emily. De sukkel. Had hij niet door wat ze aan het doen was? Ik fronste gekweld toen ik de giechels van haar vriendinnen achter me hoorde.
"Wel, ik denk dat Atticus het juiste heeft gedaan als advocaat. Maar uiteindelijk is het toch niet moreel correct om de kant van een misdadiger te kiezen." zei ze arrogant.
"Trut." mompelde ik tussen mijn tanden door.
"Maar Tom Robinson heeft niets misdaan." zei professor Carter verward. Meende hij dit nu?
"Hij niet, nee." lachte Emily. Ik beet hard op mijn lip toen ik iedereen hoorde lachen. Abrupt richtte professor Carter zijn bruine ogen op mij. Hij begreep haar onderliggende boodschap eindelijk. Beschaamd keek ik weg.
"Ik kan me niet voorstellen dat iemand er vrijwillig voor zou kiezen een crimineel te verdedigen." beëindigde ze haar dubbelzinnige betoog.
"Behalve als ze er door geneukt worden, blijkbaar!" riep een brutale jongen achter me luid. Gekweld nam ik mijn onderlip tussen mijn tanden, in een wanhopige poging niet in huilen uit te barsten. Gegeneerd zakte ik nog wat meer onderuit.
"Dat is genoeg!" riep professor Carter, woest en onthutst. Maar het had toch geen zin.
Ze hadden hun stempel al op me gedrukt...

Woensdag twintig november. De dag van Harry's rechtszaak... Ik had geen oog dichtgedaan vannacht. Hoe kon ik slapen wanneer ik wist dat ze slechts enkele uren later over Harry's lot zouden beslissen?
Jim kwam me 's ochtends nog moed inspreken, en beloofde me op te bellen vanaf hij iets meer wist. Ik haatte dat ik thuis moest blijven, maar besloot dat het het beste voor iedereen zou zijn Harry voor één keer te gehoorzamen en zijn wens in te willigen. Ik wilde deze vreselijke dag niet nog erger maken voor hem.
Niemand van onze huisgenoten ging. Ik was teleurgesteld in hen, kwaad dat ze hem zonder verpinken hadden laten vallen. Hoe konden ze zo harteloos zijn? De enigen, naast Jim, mij en zijn misselijkmakende vriendjes uit The Bronx, die hem enigszins kenden...
Ik sloot me op in zijn kamer. Ik had geen zin bij de rest in de woonkamer te zitten, ook al wist ik heel goed dat ze er waren om op me te letten en om ervoor te zorgen dat ik nergens heen ging.
Achteraf kon ik niet meer zeggen wat ik van negen uur 's ochtends tot 's middags had gedaan, maar ik zwoor dat de wereld even ophield met draaien toen de doodse stilte in Harry's kamer uiteindelijk verbroken werden door het luide gerinkel van mijn gsm, iets na kwart over één. Ik krabbelde rechtop, me onhandig vasthoudend aan de vensterbank, en griste mijn telefoon van het koele oppervlak.
"Jim?" piepte ik met gebroken stem, onmiddellijk opnemend. Pas toen ik zijn naam paniekerig had gepreveld, besefte ik dat ik hier helemaal niet klaar voor was. Ik was er niet klaar voor teleurgesteld te worden... Wat als ze hem niet naar huis zouden laten gaan? Wat als ik hem opnieuw een hele tijd zou moeten missen?
Ik kon het niet... Ik kon hem geen seconde langer niet zien. Ik moest hem bij me hebben, mijn Harry. God, ik had hem nodig...
"Zeg alsjeblieft dat... Ik wil niet... Als het slecht nieuws is, wil ik het niet horen. Ik kan het niet horen, Jim." snikte ik verloren. Met wankele benen zocht ik steun bij de koude muur, mijn ogen groot en betraand.
"Rose..." begon hij ademloos. Ik viel neer op mijn knieën. De witte chiffon stof van mijn wijde jurkje dwarrelde rond mijn lichaam.
"Is hij...?" huilde ik.
"Hij is..."
"Alsjeblieft, alsjeblieft, alsjeblieft." smeekte ik door het geluid van zijn diepe stem heen.
"Rose!" Ik viel stil en sloeg mijn hand snikkend voor mijn mond.
"Hij is vrij."
En alles was juist. Alles klopte en viel op zijn plaats. Ik zwoor dat voor een seconde, ik één werd met de hele wereld rond me: de wind en de zon en de bomen en de aarde en de sterren en de maan. En Harry: mijn wereld. Heel even voelde ik me onlosmakelijk verbonden met hem, zijn prachtige ziel; zijn hart; zijn volledige, complete, perfecte zijn. Ik was meer dan ik ooit was geweest, zo vervuld van hoop en geluk en liefde. Zoveel liefde. Ik was overvol, op de meest zalige, betoverende manier. Met een geëmotioneerde snik liet ik het er allemaal uit: al die wonderbaarlijke gevoelens.
Ik hield het allemaal in de palm van mijn hand, klaar om hem alles wat ik ooit te bieden had te geven, tot ik zo de zijne was, en hij zo de mijne, dat we niet anders konden dan de rest van ons leven samen spenderen. Want het kon. Het kon nu.
Hij kwam naar huis. Naar mij.
Ik huilde en lachte en snakte naar adem, allemaal door elkaar, tot Jims grinnik me uit mijn gelukzalige euforie haalde.
"Nu? Hij is nu vrij? Nu direct?" vroeg ik, giechelend door mijn tranen heen. Hij humde instemmend.
"De rechtszaak is afgelopen. Binnen een halfuur zie je hem terug, Rose." Ik veegde mijn tranen van mijn wangen en knikte trillend.
"Dankjewel, Jim." fluisterde ik, te overmand door mijn emoties om geluid te kunnen produceren. Hij nam afscheid en klikte het gesprek toen weg. Ongelovig bleef ik voor me uit staren, maar toen sprong ik recht en rende overgelukkig naar de woonkamer.
"Hij is vrij!" riep ik, de tranen nog in mijn ogen. Iedereen was er. Allemaal staarden ze me met open mond aan.
"Vrij?" herhaalde Sophia uiteindelijk schril. Ik knikte en sloeg mijn hand huilend van geluk voor mijn gezicht.
"Maar hij... Hij heeft..." begon ze. Hoofdschuddend wandelde ik naar hen toe.
"Het was zelfverdediging. Er was bewijs." onderbrak ik haar. Geroezemoes vulde de loft.
"Wacht, zelfverdediging? Het was al die tijd zelfverdediging?" stootte Aiden ontzet uit. Ik was te zielsgelukkig om me te kunnen ergeren aan hun hypocrisie. Ze hadden hem nooit een kans gegeven, onmiddellijk denkend dat hij een man zonder reden van het leven had beroofd.
Ik zei niets, maar liet me enkel met de breedste glimlach die ik mogelijk kon opbrengen in de sofa neerzakken.
Harry kwam naar huis...

---
Sorry voor de vertraging! Ik weet dat ik veel te lang niet heb geüpload, ieeee :/
Maar nu is het wel echt minder druk voor me en ga ik weer een regelmatigere planning hebben wanneer school binnenkort begint, dus ik ga sowieso meer kunnen updaten. Normaal ga ik proberen twee keer in een week te activeren, dus ergens in het weekend krijgen jullie zeker een nieuw hoofdstukje!
Heel erg bedankt voor jullie geduld en alle kudo's die ik bleef krijgen! Jullie zijn de beste!
@CrazyUnicornLuf: Ik heb de titel gekozen omdat ik Lily als Harry's paperweight zie! Ze geeft hem een doel en houdt hem samen, zeg maar, zoals een paperweight papier samenhoudt.:)
xxx

Reacties (10)

  • miessxxx

    I love it!!!!
    Snel verder! Kan bijna niet wachten!!

    1 week geleden
  • Smexy

    O M G, dit maakt me zo blij. Kan niet wachten om te lezen als ze elkaar weer terug gaan zien. Dat wordt gewoon perfect.

    Ik moet eerlijk bekennen dat ik heel happy werd toen ik je naam in mijn berichten zag staan, was zo ontzettend benieuwd hoe dit verder zou gaan. Blij dat je terug bent en kan niet wachten om te lezen hoe dit verder verloopt.

    1 week geleden
  • ZaynStylesS

    YAAAAAAAAS EINDELIJK
    Snel verder! ^^

    1 week geleden
  • Eelien

    Zalig om je verhaal te lezen! ❤️

    1 week geleden
  • Bewared

    ❤️❤️❤️

    2 weken geleden

Meld je gratis aan om ook reacties te kunnen plaatsen