Foto bij STORGE – CHAPTER O3

“Wanderlust. Weltschmerz.”

ALICE.
Hoe ze thuis is gekomen, weet ze niet meer.
Na haar aanvaring met Ray hadden haar gedachtes zich simpelweg uitgezet. Verdoofd was ze naar huis gehobbeld, zonder haar kleren uit te doen in bed gekropen en direct in een droomloze slaap gevallen. Het leek echter meer op een coma, want de volgende dag werd ze pas om twaalf uur ’s ochtends wakker, nog afgematter dan de avond ervoor.
Ze werd wakker van de felle vroege middagzon die door de ramen van haar slaapkamer scheen en het trillen van haar telefoon op haar nachtkastje. Uit automatisme pakte ze het apparaat op om haar social media te checken.
Normaliter had ze zich zorgen gemaakt bij het zien van twintig dezelfde berichten van Cai, maar er heerste nog steeds een vreemde emotieloosheid in haar lichaam die haar onverschillig maakte voor zijn boze berichten. Ze herinnerde hoe ze hem gister had gebeld om haar op te halen. Door de ruzie met Ray was ze compleet vergeten dat hij zou komen en ze had niks meer van zich laten horen.
Het feit dat hij zo obsessief had ge-sms’t – aangezien ze aan zijn toon al kon zien dat hij meer gaf om het feit dat hij zonder reden van zijn luie stoel op had moeten staan dan zijn bezorgdheid om haar veiligheid – irriteerde haar alleen maar. De drang om zichzelf te verdedigen kwam op en direct drukte ze haar telefoon dan ook weer uit. Cai kon nog wel een uurtje wachten terwijl haar opstandigheid bezonk, vond ze.
Alice kon zich met moeite uit bed trekken – haar lichaam was nog steeds moe en mentaal was ze er niet veel beter aan toe – en naar de badkamer slepen. Haar haren waren nog warriger dan een vogelnest en met één blik kon ze zien dat zonder te douchen ze het nooit in model zou kunnen krijgen.
Zonder erbij na te denken zette ze de douche aan, kleedde zich uit en ging eronder staan. Ze hoopte dat het water haar wakker zou schudden, maar ze voelde zich nog steeds een wandelend lijk zelfs met de koude straal op haar lichaam gericht.
Alice kon zich maar moeilijk concentreren. Gewoonlijk was ze binnen tien minuten klaar – met scheren en al – maar nu kostte het haar zeker twintig minuten om zichzelf überhaupt te wassen.
Haar hoofd was gevuld met watten en ze was blij dat ze die dag niks hoefde. Geen werk, geen school, niks. Ze had even tijd om bij te komen, al wist ze niet waarvan. Toch had de ruzie met Ray haar erg uitgeput, meer mentaal dan fysiek. Ze was uiteindelijk maar om één uur thuisgekomen dus slaapgebrek was het niet.

Eenmaal gedoucht, sleepte ze zichzelf mee naar beneden. Ze stapte de keuken in en werd verblind door fel licht. Alice vervloekte haar ouders dat ze grote ramen wilden in hun keuken. Volgens hen zou het donkere marmer van het aanrecht en het keukeneiland dan beter uitkomen, maar Alice had er tot nu toe alleen maar hinder aan ondervonden. Probeer maar eens een zak uien te snijden terwijl de brandende zon in je gezicht schijnt… dat is niet leuk, namelijk.
Het aanrecht lag bezaaid met KitchenAid spullen; in de hoek stonden een zwarte mixer en een broodrooster geïnstalleerd. Haar ouders hadden boven de koelkast een koffiezetapparaat in laten stalleren.
Aan het keukeneiland zat haar oudere zus, Jessica, met in de ene hand een lepel en in de andere haar telefoon. Terwijl ze door haar Instagram scrollde, stopte ze om de zoveel tijd een hap muesli in haar mond.
Men zei altijd dat Jessica de betere van de twee zussen was, al werd het altijd alleen maar geïmpliceerd. Niemand durfde het ooit, zonder er doekjes te omwinden, te zeggen. Jessica had namelijk altijd betere cijfers gehaald. Ze was captain geweest van de cheerleaders en dat was veel indrukwekkender dan captain zijn van het atletiekteam, zoals Alice was geweest. Wanneer Jessica haar haar blond had geverfd, prees men haar moed terwijl men tegen Alice had gezegd dat ze het maar beter bruin kon houden. Jessica was kleiner en had precies de goede lengte voor een vrouw, terwijl Alice langer was en er daardoor iets slungeliger uitzag.
Jessica was diegene geweest met hordes vrienden, die altijd overal voor uitgenodigd werd. Alice had Ray en dat was het. En sinds vier jaar terug had ze zelfs Ray niet meer.
Toen ze nog klein was, was het haar nooit echt opgevallen hoezeer men Jessica over Alice prefereerde. Een tijd lang droeg ze ook bij aan het effect aangezien ze net zoals haar oudere zus wilde zijn. Eenmaal in haar puberteit begon ze dingen anders te zien. Een tijd lang was ze ook boos geweest op Jessica, ondanks dat zij er niks aan kon doen. Na een paar jaar had ze er vrede mee kunnen sluiten dat ze toch altijd vergeleken zou worden met haar perfecte oudere zus en was hun relatie weer verbeterd. In feite was Jessica haar beste vriendin geworden sinds Ray was weggegaan. Misschien kwam het omdat ze allebei hun kinderachtige trekjes achter zich hadden gelaten nu ze uit de puberteit waren, of misschien omdat Alice gewoon te lui was om nieuwe vrienden te zoeken, maar ze was in elk geval blij dat ze niet meer constant geplaagd werd door jaloezie en een fijne relatie kon hebben met haar zus.
“Wat zie je er belabberd uit.”
“Bedankt, Jess,” gromde Alice terwijl ze de koelkast opentrok. Ze liet haar blik gaan over het scala aan eten maar zag niks dat haar eetlust opwekte. Met een zucht sloot ze de koelkast weer. Haar zus gaf haar een berispende blik en met een nog diepere zucht forceerde ze zichzelf om toch een bagel te pakken.
Alice ging tegenover haar zus aan het kookeiland zitten. Ze liet de bagel op een bordje vallen en vulde een kop met koffie. De stilte duurde niet lang.
“Ga je me nog vertellen waarom?” vroeg Jessica. Met opgetrokken wenkbrauwen keek ze op van haar telefoon. Alice keek haar ongeamuseerd aan.
“Waarom zou ik?”
“Omdat jij zo’n persoon bent die altijd standaard om elf uur in bed ligt en het liefst daarvoor ook nog even gaat lezen. Als jij kapot bent, dan is er iets gebeurd,” antwoordde haar zus nonchalant, terwijl ze haar lepel in haar kom muesli liet zakken en een hap naar haar mond bracht. Al kauwend keek ze haar jongere zus aan.
Alice rolde met haar ogen.
“Kan ik niet een keer laat wegblijven zonder ondervraagd te worden?”
“Ik heb jou gezien met een kater, Ali. Zelfs al zuip je jezelf in een coma, dan nog sta je de volgende morgen om uiterst negen uur jezelf op te tutten in de badkamer. Als zelfs jij wallen onder je ogen krijgt, moet er iets mis zijn, nietwaar?”
Alice nam agressief een hap van haar bagel en keek Jessica vuil aan.
“Gaat het over Cai?” vroeg haar zus door. Alice kreunde luid tussen het kauwen door.
“Waarom moet jij alles weten?”
“Omdat je me alles verteld, zusje,” snoof Jessica. “En aangezien je nu zo geheimzinnig doet, word ik alleen maar nieuwsgieriger, snap je?”
Alice keek haar even boos aan, rolde toen met haar ogen en legde haar bagel weg op haar bord.
“Ray is terug,” forceerde ze star uit haar mond. Snel nam ze een slok hete koffie; ze klokte het naar binnen alsof het de alcohol was dat haar lichaam sinds gisteravond had willen hebben. Ze verbrandde haar mond maar dat was misschien nog wel fijner dan alcohol.
Toen ze na een paar seconde nog niks hoorde, richtte ze haar blik op haar zus vanachter haar kopje. Jessica keek haar met grote ogen aan. Uiteindelijk floot ze tussen haar tanden door.
“Geen wonder dat je er vreselijk uitziet,” mompelde ze. Alice rolde met haar ogen.
“Het is klaar, weet je nog? Ik ben er overheen.”
“Ja, daarom klok je nu 250 milliliter aan koffie weg,” antwoordde Jessica sarcastisch. “Heb je haar gezien? Gesproken? Wat zei ze?”
“Ik wil het er niet over hebben, Jess,” zuchtte Alice. Ze liet haar hoofd in haar handen rusten en voor het eerst sinds gisteren merkte ze pas hoe erg Ray’s wederverschijning haar had uitgeput. De afgelopen week was ze constant mentaal bezig geweest om Rachel Lee te verwerken en het had haar moe achtergelaten. Vooral gisteravond was een klap geweest.
Ze sloot haar ogen en concentreerde op haar ademhaling. Een moment later voelde ze de warme hand van haar zus op haar onderarm.
Toen ze haar ogen opendeed, keek Jessica haar bemoedigend aan.
“Je komt er wel doorheen, net zoals de vorige keer,” zei ze. “Je bent sterk, Ali. Rachel kan jou niks doen als jij dat niet wilt. En daarbovenop, als er iemand goed is in iemand de rug toe keren, dan ben jij dat.”
Het laatste zei ze met een brede glimlach op haar gezicht en zelfs Alice moest er even om grinniken. Men zei altijd dat de Richmond zussen een koud aura hadden en vooral tijdens hun middelbare schoolperiode hadden ze de consequenties ondervonden van hun resting bitch faces. Men respecteerden hen niet alleen maar leken ook bang voor ze te zijn, ondanks dat geen van hen ooit meer had gedaan dan af en toe een roddel doorvertellen.
Gek genoeg was dat ook de reden waarom beide zussen populair waren geworden, al snapte Alice niet waarom. Misschien had men iemand nodig waar ze bang voor waren, anders was de voedselketen niet compleet. De Richmonds waren de apex predators van hun lokale middelbare school geweest al waren ze geen van beide gemeen genoeg geweest om zich daarnaar te gedragen.
Alice glimlach verdween langzaam van haar gezicht naarmate de seconden voorbijtrokken. Een frons kwam daarvoor in de plaats en ze wendde haar blik af.
“Ik weet alleen niet of ik dat wil, Jess…” mompelde ze bijna onhoorbaar. “Ze hoeft maar in de kamer te zijn en ik val terug in mijn oude gewoonten.”
Jessica streek met haar duim over haar huid en kneep zachtjes in haar arm.
“Weet je, je hoeft haar niet buiten te sluiten als je dat niet wilt,” opperde Jessica zachtjes.
“Het is niet logisch,” barstte Alice verwoed uit. “Ik zou boos moeten zijn, ik zou willen dat ze nooit meer naar me toe zou komen. Ik zou moeten willen dat ze verdomme in Korea bleef en zodat ik verder kon. Maar zo voel ik me niet, Jess… vooral niet wanneer ze voor me staat en haar verontschuldigingen aanbiedt en me smeekt om weer overnieuw te kunnen beginnen. Ik kan het niet…”
“Liefde gaat niet om logica-”
“Is dat niet alleen bij verliefdheid?” zuchtte Alice geïrriteerd. Ze trok haar arm weg om die met een agressieve beweging door haar haar te halen. “We waren beste vrienden, dat is iets heel anders.”
Jessica grinnikte en schudde haar hoofd.
“Ik dacht altijd dat jullie soulmates waren, is dat niet een soort volgende stap, nog boven geliefden? Het is logisch dat je haar terug wilt maar dit soort dingen moet je tijd geven,” antwoordde ze. “Als je nog niet klaar bent om met haar om te gaan dan moet je dat aangeven. Als je je vriendschap weer wilt opbouwen dan kan je dat langzaam doen. Aftasten wat goed voelt, et cetera. Het lukt je wel, Ali, geen zorgen. Ray zou je nooit pijn doen.”
Alice zuchtte en rolde haar ogen.
“Dat zei je ook toen ik je vertelde dat ze erover nadacht om naar Korea te verhuizen. Ze zou me nooit achterlaten, but here we are.”

Na het ontbijt verdween Alice weer naar boven en besloot ze Cai maar eens terug te bellen. Ze liet zich vallen op bed. Het was nu bijna twaalf uur en haar telefoon trilde nog steeds om de zoveel tijd. Alice betwijfelde of al die berichtjes van Amos zouden zijn.
Ze besloot de berichtjes van Cai niet eerst te lezen en maar gewoon te bellen. De telefoon ging amper één keer over voor er werd opgepakt.
“Eindelijk, verdomme!” hoorde ze woest door de telefoon. Alice moest haar mobieltje een paar centimeter van haar oor houden om te voorkomen dat ze gehoorschade op zou lopen.
“Waar ZAT je?! Ik heb een half uur op je gewacht buiten, tot die collega van je me kwam vertellen dat je allang weg was. Ik heb een uur door de buurt gereden om je te zoeken; ik heb je gebeld; ik heb je ge-sms’t; ik ben bij je thuis langs gegaan maar je was er niet! Wat is dat voor kut grap, Alice?” blèrde Cai door de telefoon. Alice liet hem maar gaan en wachtte tot hij uit was geraasd voor ze haar weerwoord zou formuleren. Ze wist, echter, dat alles wat ze zou zeggen toch niet was wat hij wilde horen, behalve als het echt een noodgeval was. Hij zou niet begrijpen dat er inderdaad een noodgeval was; dat Ray terug was.
Cai wist niet eens van Ray’s bestaan af.
“Er was iets tussengekomen, het spijt me dat je op me hebt gewacht.”
“Iets tussengekomen? Dat meen je niet,” beet hij haar toe. “Wat is er zo belangrijk dat je in het niets verdwijnt en pas de volgende morgen weer iets van je laat horen? Ik zweer het, Alice-”
“Je zou het niet begrijpen, dus maakt het dan uit wat er is gebeurd? Ik zal het goed maken met je vandaag.”
“Ik zou het niet begrijpen? Oh, try me.”
“Cai, laat nou zitten, alsjeblieft,” zuchtte ze vermoeid. “Laat me langskomen.”
“Mijn deur staat altijd open, maar als je komt dan moet je wel uitleggen wat er aan de hand was gisteren.”
“Waarom geef je daar überhaupt om?” snauwde ze plotseling. “Het beste wat wij zijn, zijn friends with benefits. Diepe gesprekken horen niet in zo’n relatie. Het gaat je niks aan wat er gisteren is gebeurd!”
Voor een paar lange seconden, viel er een stilte tussen hen in. Alice wist dat ze te ver was gegaan.
“Toen we laatst samen waren, was jij diegene die impliceerde dat er meer gaande was,” bromde Cai uiteindelijk. “Maar, laat maar zitten. In dat geval staat de deur nog steeds open en wil ik dat je langskomt om het goed te maken. Als jij friends with benefits wil zijn, dan kan je dat krijgen.”
Abrupt hing hij op. Alice drukte ook het gesprek weg en liet de telefoon uit haar hand glijden op de dekens. Zuchtend drukte ze haar gezicht in de kussens.

Een uur later stond Alice voor de deur van Cai’s appartementencomplex. Met lood in haar schoenen liep ze naar boven via het trappenhuis.
Cai was een paar jaar ouder dan dat zij was en had een studentenwoning kunnen bemachtigen toen hij vanuit Washington naar California was verhuisd. Sindsdien woonde hij bij haar in de buurt, al wel in een van de meest vervallen gebouwen. Hij zelf leek er niet om te geven en ook zijn houding en kleding gaven niets weg van de armoedige status waarin hij zich verkeerde.
Alice had hem altijd bewonderd dat hij zichzelf boven water kon houden zonder ouders die je af en toe wat geld toestopten. Alice had zelf al moeite om voor zichzelf te zorgen zonder dat ze het huis uit was.

Ze liep door de hal naar zijn voordeur, 11C en drukte op de bel. Terwijl ze wachtte tot er werd opengedaan voelde ze haar telefoon in haar achterzak trillen. Nog snel viste ze haar mobiel op en bekeek het berichtje.
Een onbekend nummer, maar de aanhef was onmiskenbaar van Ray. Zelfs Cai noemde haar geen ‘Princess’.
Ze las het berichtje snel. Toen ze klaar was, merkte ze dat ze haar tanden op elkaar had geklemd. Alice begon terug te typen toen Cai de deur opendeed.
Alice maakte de fout om te laat op te kijken, waardoor haar vriend zijn wenkbrauwen al sceptisch had opgetrokken. Met een half bericht af, klikte Alice haar telefoon uit en stopte die weer in haar achterzak en toverde een halfslachtige glimlach op haar gezicht.
“Ik zei toch dat ik zou komen,” zei ze, terwijl ze onder Cai’s arm door glipte naar zijn appartement. Ze hoorde een diepe zucht achter zich en het dichtgaan van de deur. Alice draaide zich om, om naar hem te kijken.
In alleen zijn slobberige joggingbroek zag hij er knap uit. Zijn haar viel voor zijn ogen, maar daardoor werd hij een ander soort knap dan wanneer het omhoog zat. Cai was blootvoets en had voordat hij de deur had opengemaakt zich niet ingespannen om een shirt aan te trekken. Het gevolg was dat Alice’ ogen constant naar zijn naakte borstkas draaiden, de lijnen van zijn spieren volgend met een blik die men zou kunnen omschrijven als hongerig. Cai liet haar, al leek het hem minder te bevallen dan anders.
“Ga je me nog vertellen waar je gisteren was?” vroeg hij uiteindelijk. Alice keek abrupt op. Heel even trok ze haar wenkbrauw omhoog en schudde toen haar hoofd.
“Ik dacht dat we het daar niet over zouden hebben,” mompelde ze geïrriteerd. Cai rolde met zijn ogen.
“Je dacht toch werkelijk niet dat ik er niet naar zou vragen,” antwoordde hij. Alice zette haar handen uitdagend in haar zij.
“Als je me daarvoor alleen hebt laten komen, kan ik net zo goed weer gaan,” beet ze hem terug.
“Waarom kan je het me niet gewoon vertellen?”
“Omdat het je niks aangaat, Cai!” snauwde ze kwaad terug. “Je zou het niet kunnen begrijpen, al zou je het willen.”
En dat was gedeeltelijk waar. Alice betwijfelde of Cai ooit iemand had gehad, die zoveel voor hem betekende, als Ray voor haar. Na haar gesprek met Jessica had ze zich gerealiseerd dat haar zus misschien wel gelijk zou kunnen hebben. Wie weet was Ray wel haar soulmate; wat verklaarde anders het onuitblusbare verlangen om haar op te bellen en weer samen door het park te lopen, zoals vroeger?
Cai weet niet hoe het voelt om iemand te hebben zoals Rachel en al helemaal niet hoe het voelt om die persoon van je afgepakt te voelen worden. Ray was terug en Alice had moeite om haar gevoelens voor haar te onderscheiden. Cai kon haar niet helpen, behalve dan een vluchtroute vormen voor een paar uur.
Bij hem hoefde ze even niet aan Ray te denken, ze hoefde even nergens aan te denken. Dat had ook een van haar eerste redenen geweest om met hem mee te gaan naar huis, die avond waarop hij haar voor de eerste keer had geprobeerd te versieren. Het was hopeloos geval geweest, maar Cai was een goede remedie geweest om Ray te vergeten – of in elk geval uit haar gedachtes te bannen voor een paar uur – en in de maanden daarna had hij haar keer op keer weer geholpen.
Deze keer was het niets anders. Cai was haar medicijn om Ray te vergeten en op dit moment wilde ze het liefst haar hoofd leegmaken en dus niet praten over gisteravond.
Jammer genoeg hadden jongens een metalen plaat voor hun hoofd als het ging om signalen oppikken die vrouwen zo overduidelijk afzenden.
“Eerlijk waar, Alice, jij bent af en toe echt een raadsel,” mompelde Cai, terwijl hij omdraaide en naar de koelkast liep. Hij toverde een blikje Coca-Cola tevoorschijn, opende die en nam een paar grote slokken. Alice rolde met haar ogen.
“Waarom kan je het niet gewoon accepteren dat je niet alles hoeft te weten?”
“Ik wil niet alles weten, maar ik kan zien dat dit je dwars zit, dus ik wil je helpen,” zei hij, zodra hij klaar was met drinken. Alice keek hem zuur aan.
“Je hoeft me niet te helpen,” antwoordde ze zuur. “Ik kan dit alleen wel aan.”
“Dat vraag ik me af.”
Alice kneep haar handen samen tot vuisten en stak ze boos in de zakken van haar broek.
“Wil je nou seks of niet? Anders ga ik weer,” blafte ze. Cai trok zijn wenkbrauw op.
“Zou je iemand anders zoeken als ik ‘nee’ zou zeggen?” vroeg hij.
“Ja,” gromde ze, zonder er ook maar over na te denken. Alice loog, en dat wist ze, maar ze loog niet over het feit dat ze Cai zou kunnen vervangen als dat moest.
Hij keek haar lang aan en zette uiteindelijk zijn blikje weg op tafel.

Een uur later lag ze met haar rug tegen zijn borstkas aan. Cai had zijn armen over haar lichaam heen geslagen, zijn eigen lichaam tegen haar aandrukkend. Ze voelde zijn constante, ritmische adem op haar schouderblad. Hij sliep al een tijdje, wat Alice de tijd gaf om haar bericht naar Ray af te maken.
Zodra hij in slaap was gevallen had ze haar mobiel gepakt en het berichtje weer geopend. Behalve het eerste berichtje waren er nu nog een stuk of vijf meer, waaronder de klassieke ‘Waar ben je’ en ‘Ik sta nu voor je huis’ die ze vroeger altijd kreeg. Het had haar laten glimlachen.
Maar zodra ze een bericht terug had willen typen, leek het alsof haar vingers verstijfden. Alleen al de goede formaliteit leek een probleem te zijn – moest ze haar gewoon aanspreken als Ray of was die bijnaam verleden tijd? – laat staan de werkelijke inhoud van het berichtje.
Ray had haar gevraagd of ze vandaag weg wilde gaan. Alice had het bericht geopend en geprobeerd om terug te typen dat het niet uitkwam, maar Cai had toen de deur opengedaan en ze had haar telefoon weg moeten stoppen. Ray had haar zien typen en had verschillende berichtjes gestuurd, die ze niet eens had opgemerkt door het bekvechten.
Ray had gedaan wat ze altijd deed wanneer Alice plotseling niet meer reageerde: gewoon uitgaan dat de afspraak doorgaat. Dat resulteerde in nog meer berichtjes omdat Alice niet thuis was. De laatste was een kwartier geleden gestuurd.
Alice wist niet goed wat ze moest reageren en van het online en offline icoontje dat telkens oversprong wist ze dat Ray haar mobiel in de gaten hield. Af en toe typte ze iets, maar de halve zinnen werden vervolgens snel gedeletet.
Uiteindelijk maakte ze zich maar los uit Cai’s greep. Voorzichtig schoof ze onder zijn arm vandaag, raapte haar lingerie van de grond af en deed die weer aan. Ze typte Ray’s nummer in en hield de telefoon tegen haar oor.
Ze was geen prater, en al helemaal niet iemand die graag belde, maar in dit geval was dat het makkelijkst. Zodra er namelijk zou worden opgepakt, zou Ray uit zichzelf het gesprek gaande houden met allerlei vragen en hoefde ze zelf alleen maar te antwoorden. Dat was gemakkelijk voor iemand die niet de juiste woorden kon vinden.

De telefoon ging maar één keer over voor er werd opgepakt.
"Waar ben je? Ik vind het namelijk een beetje creepy om in m'n auto voor je huis te wachten als een of andere stalker." 
Alice moest een glimlach onderdrukken.
"Ik dacht niet dat je zou komen."
Ray lachte schamper.
"Waarom niet? Trek je mijn doorzettingsvermogen in twijfel?" hoorde ze haar aan de andere kant van de lijn grinniken. "Dus, kom je nog?"
"Vind je het niet een beetje... snel?" mompelde ze. Alice liet haar rug tegen de muur aan zakken. Ze wreef met haar duim en wijsvinger in haar ogen. 
"Hoe bedoel je?"
"Gisternacht... ik dacht dat er meer tijd over heen zou gaan voor je zou bellen.." zuchtte ze. Toen Ray niks zei ging ze verder, proberend om uit te leggen dat ze zenuwachtig was, bang voor wat er zou gaan komen en de snijdende stilte die zou optreden wanneer ze samen zouden zijn. 
"Ik weet niet of ik... of ik het al kan, Ray."
"Waarom denk je dat ik je zo snel bel?" 
Er zat een vrolijke, zelfingenomen ondertoon in haar stem. Alice viel stil, waarop Ray weer begon te lachen.
“Dus, je komt?”
“Ja, ik kom.”
Het antwoord was haar mond uit voor ze erover na had gedacht.
“Waar ga je heen?”
Alice draaide zich met een ruk om. Cai bekeek haar vanaf het bed, nog steeds liggend op zijn buik maar duidelijk klaarwakker. Hij keek haar aan met een alerte, achterdochtige blik aan.
Ray was tegelijkertijd in haar oor aan het brabbelen, maar geen van haar woorden drong tot haar door.
“Ik-… wat?” mompelde ze. Vanaf twee kanten kreeg ze een vragende ‘hmm?’. Alice schudde haar hoofd.
“Ik bel je zo terug,” zei ze, voordat ze Ray abrupt wegdrukte. Cai duwde zich iets omhoog vanuit het bed en keek haar sceptisch aan. Met een zucht borg ze haar mobiel op en kruiste haar armen voor haar borst. Ze probeerde zich defensief op te stellen, maar in alleen haar lingerie voelde ze zich nietig onder zijn aanblik.
“Waar moet je heen?” vroeg Cai weer. Alice opende haar mond om een antwoord te geven, maar realiseerde zich dat ze niet wist hoe ze het moest verwoorden. Uit gewoonte zou ze kunnen zeggen dat ze gewoon naar een vriendin zou gaan, maar Ray was tegelijkertijd meer en minder als een vriendin.
Ze was geen vreemde, geen familie. Ray was een speciaal type persoon dat ze niet kon specificeren en ze had al helemaal geen zin om dat te proberen uit te leggen aan Cai, laat staan zich te verantwoorden tegenover hem.
“Ik heb een afspraak,” zei ze vlak. Alice begon haar kleren van de grond af te rapen en die weer aan te doen. Cai ging rechtop zitten.
“Waar?”
Alice slaakte een diepe zucht.
“Ik ga naar de tandarts, nou goed? Wat maakt het eigenlijk uit.”
Ze trok haar shirt over haar hoofd en schoot in haar jeans. Ze knoopte haar broek dicht en begon te zoeken naar haar schoenen. Vanachter zich hoorde ze het bed opveren toen Cai opstond.
“Je gaat niet naar de tandarts.”
“Nee, duh,” zei ze, terwijl ze rolde met haar ogen. “Het punt is dat het je niks aangaat, Cai.”
“Als je gewoon naar Jessica zou gaan, zou je er niet zo geheimzinnig over doen. Vind je het gek dat ik bezorgd ben?” gromde hij, terwijl hij een schoon t-shirt uit z’n kast trok en die over zijn ontblootte bovenlichaam liet glijden. Alice had haar schoenen gevonden in de hoek en keek vragend naar hem op.
“Dit heeft te maken met gisteravond, nietwaar?” ging Cai door. Hij liet zijn blik over haar gezicht glijden. Met alle macht probeerde ze haar gezicht in toom te houden, maar dat werd steeds moeilijker naarmate de seconden verstreken.
“Inderdaad,” antwoordde ze uiteindelijk, voor ze zich omdraaide om haar schoenen aan te doen. Ze was bezig haar veters vast te knopen toen ze Cai’s hand op haar schouder voelde. Alice verstijfde.
“Ali, vertel gewoon wat er aan de hand is…”
Zijn stem had zich verzacht. Ze kwam langzaam overeind. Hij bekeek haar met een bijna smekende blik en ze had moeite om zichzelf groot te houden met die twee grote puppy ogen. Toch schudde ze haar hoofd en veegde zijn hand van haar schouder af.
“Als dit alles achter de rug is, misschien… maar nu weet ik zelf niet wat er aan de hand is,” zuchtte ze vermoeid. Alice haalde een hand door haar haar en zuchtte verwoed.
“Ik moet gaan. Ik app je wel wanneer ik weer thuis ben,” mompelde ze.
Voordat Cai er een ander woord tussen kon proppen, pakte ze haar tas, sloeg die over haar schouder en verliet het appartement.

Er zijn nog geen reacties.


Meld je gratis aan om ook reacties te kunnen plaatsen