Foto bij O14 - Detention





      Het enige geluid in het lokaal is het zachte geknetter van de waakvlammen onder de ketels, het rustige gepruttel van de inhoud hiervan en het krassen van tien paar veren. Heel af en toe klinkt het geritsel van perkament, wanneer een van ons geen ruimte meer heeft op zijn of haar rol en het een stukje verder uitrolt. De inktzwarte ogen van Snape houden iedere beweging in de gaten, de man kaarsrecht zittend achter zijn voormalige bureau. Het lokaal het dichtst bij de Slytherin Common Room is een makkelijke keuze, aangezien negentig procent van zijn slachtoffers daartoe behoort. Met Terry wordt uiteraard geen rekening gehouden.
      Hij had geen kans gegeven tot smoesjes of excuses, had direct verkondigt dat we na het avondmaal linea recta naar het Potions lokaal moesten komen. Normaal zou ik protesteren, normaal zou ik net zo lang drammen tot ik onder strafwerk uit zou komen, maar strafwerk in het Potions lokaal is honderdmaal beter dan het alternatief. Snape had veelbetekenend van Malfoy naar mij gekeken en we hadden beide ons protest ingeslikt, de man zijn waarschuwing nog helder in onze herinneringen. Liever wat regeltjes schrijven dan het bos in.
      Ondertussen zijn we al een goede anderhalf uur aan het schrijven. Geen domme regeltjes of een waardeloze boodschap die we toch weer vergeten, nee, ik ben al op de negende pagina van mijn Potions handboek. Het is verschrikkelijk saai, het is verbijsterend, het is verdomme de zesde avond terug op Hogwarts. Merlins beard.
      Iedereen kijkt als een man op wanneer Snape zich opricht vanaf zijn stoel. Hij kijkt ons langs zijn prominente neus verveeld aan en trekt met een resoluut gebaar de mouwen van zijn gewaad recht.
      ‘Hoewel ik nergens liever zou zijn dan hier, wordt mijn aanwezigheid ergens anders vereist. Jullie mogen over een uur het lokaal verlaten,’ sneert hij, zijn stem monotoon en nasaal, zijn blik doordringend en waarschuwend, alvorens zich met wapperende gewaden uit de voeten te maken. De deur slaat met een klap achter hem dicht en de stilte keert terug, drukkend en gevuld met een soort van afwachting. Iedereen kijkt naar de deur en in mijn hoofd tel ik af. Vijf. Vier. Drie. Twee. Een.
      Als een man komt bijna iedereen overeind. Ik duw mijn spullen met venijn in mijn tas en bevind me vervolgens al halverwege het lokaal richting de deur, wanneer Terry zijn stem weet te vinden. Hij zit nog steeds vastgenageld achter zijn werkblad, ganzenveer in hand.
      ‘Payton!? Wat doen jullie?’ hij klinkt oprecht verbaasd, misschien zelfs een tikkeltje paniekerig. Ik kan me nauwelijks naar hem omdraaien of droog, humorloos, gegrinnik klinkt vanuit de richting van de deur, waar Malfoy zijn hand al op de klink heeft liggen. Grijze ogen gevuld met afkeer kijken minzaam richting de Ravenclaw.
      ‘Pathetic. Duidelijk nog nooit strafwerk gehad van Snape,’ sneert hij, zijn mond openend om nog iets toe te voegen. Hij bedenkt zich echter, zo lijkt, en klapt zijn kaken bijna resoluut op elkaar alvorens het lokaal te verlaten, zijn squad in zijn kielzog. Malfoy die woorden inslikt, verbazingwekkend.
      ‘We verlaten het lokaal. Iets mis met je observatie skills, Boot?’ Ik probeer te sneren, echt waar, maar het klinkt meer oppervlakkig. Niet bijtend, maar ook niet vriendelijk. Mijn blik komt niet los van de deur, ik kijk niet naar hem, verkies te staren naar de plek waar Malfoy is verdwenen.
      ‘Erg grappig. Ik bedoel, waarom verlaten jullie het lokaal? Je hoorde toch wat professor Snape zei?’ O, zo braaf, zo ongelofelijk eerlijk en gehoorzaam.
      ‘Maak je geen zorgen, hij controleert niet. Werkelijk, Boot, waarom denk je dat je er van af komt met strafregeltjes? Geluk bij een ongeluk dat je omringt werd door Slytherins deze ochtend.’ Leg ik uit, nog steeds zonder weg te kijken van de deur. Ik voel dat Flora en Hestia me nauwlettend gade slaan, op zoek naar een verklaring. Waarom neemt hun prestigieuze vriendin, blijkbaar niet voor het eerst, de tijd en moeite om een gesprek te voeren met Ravenclaw Half-Blood Terry Boot?
      Mijn woorden doen echter een vertrouwd lachje opklinken, kort, luid en buitengewoon misplaatst binnen de donkere, vochtige muren van het Potions lokaal.
      ‘Meestal moeten we de Trophy Room boenen tot er geen stofje meer aanwezig is en dat zonder gebruik van magie. Ik had kunnen weten dat hij jullie, zelfs wanneer hij jullie bestraft, voortrekt. Onvoorstelbaar.’
      Hestia snuift.
      ‘Alsof Flitwick geen oogje toeknijpt wanneer jullie je toren na spertijd verlaten,’ bijt ze.
      ‘Wij verlaten onze toren niet na spertijd!’
      ‘Nee, want jullie zijn zo verstandig en verantwoordelijk en slim.’ En ik kan het rollen van haar ogen praktisch horen. Ik slik de neiging haar te vertellen dat dat niet bepaald een belediging is weg, niet gewillig om het voor te doen komen dat ik Terry zijn kant kies. Want dat doe ik niet. Ik kies zijn kant niet.
      ‘Bedankt, dat is het aardigste wat een slang ooit tegen me heeft gezegd.’ Klinkt het bijna direct, de toon indiceert duidelijk dat hij weet dat het niet als compliment bedoeld was.
      En ik grinnik, voordat ik het tegen kan houden en voordat ik het geluid halverwege af kan breken, waardoor het als een soort van gesmoorde kuch klinkt. De schade is er echter al, ik voel de blikken van de zusjes intenser worden, voel dat ook Terry naar me kijkt. Ik moet weg, we moeten weg, voordat er te veel aan het licht komt. Terry waant zich teveel op zijn gemak in mijn nabijheid, verbeeld zich misschien dat mijn vriendinnen ook maar iets afweten van wat er tussen ons heeft gespeeld. Meisjes praten tegen elkaar, toch? Vriendinnen delen dat soort dingen? Maar niet Slytherins. Niet Fullbloods uit hoogstaande families die een reputatie hoog hebben te houden. Daarbij kan Terry ook niet het vermoeden krijgen dat ik het goedkeur dat hij me nu al drie keer een gesprek in heeft getrokken, want er is niets tussen ons. We moeten weg.
      ‘Zie zelf maar wat je doet. Snape komt niet terug,’ is het laatste wat ik zeg, alvorens in beweging te komen en het lokaal te verlaten, op de voet gevolgd door de tweeling. Even is er de hoop dat ze het laten gaan, dat ze er niet over beginnen. Die hoop koester ik tot halverwege de weg naar de Common Room en dan wordt het uiteraard verpulverd.
      ‘Payt…’
      ‘Lanzarote. Verveling. Alcohol. Hij is knap. Tel het bij elkaar op en trek je conclusie,’ snauw ik. Werkelijk, ik heb geen zin de komende dagen gemolken te worden voor informatie. ‘Een woord tegen iemand anders en ik vervloek jullie tot in het Oblivion.’
      ‘Waarom zouden we zoiets door vertellen, Payton? Vertrouw je ons nog steeds niet?’ Flora klink oprecht beledigd en dat steekt. Misschien. Een beetje. Want het antwoord is; nee. Ik vertrouw ze niet. Ik vertrouw niemand en dat is simpelweg een stukje eigenbelang en er simpelweg gewoon ingehamerd van jongs af aan. Vertrouw niemand, ergens in hetzelfde rijtje met; liefde maak zwak, Rivers hebben geen emoties en draag jezelf met trots. Heeft Pansy Parkinson niet het perfecte voorbeeld gegeven? Vertrouw niemand, hoeveel ze ook om je lijken te geven. Mijn stilte als wijze van antwoord spoort Hestia aan om te spreken.
      ‘Vind je het zelf ook niet een beetje hardvochtig dat wij geen enkel geheim van jou weten? Niets wat er toe doet, in ieder geval. Jij weet alles van ons, Payton. Je hebt een weddenschap afgesloten met als inzet je diepste geheim, en je twee beste vriendinnen kunnen niet eens beginnen te raden wat dat misschien kan zijn. Dan laat ik deze hele Terry Boot openbaring maar even achter wegen.’
      We bereiken de ingang van de Common Room en ik leg mijn hand tegen het koude gesteente.
      ‘Heritage.’ Waarop de muur zich opent en de drukke Common Room bloot legt. Vrijdag avond, binnengesmokkelde Firewhiskey en Butterbeer, uit de keukens gestolen eten en luider gekakel dan normaal, want morgen kunnen we uitslapen en huiswerk is voor idioten. Zodra de tweedejaars op de bank bij de linker haard zien wie er binnen komen, verlaten ze de plek meteen, hun ogen naar de grond gericht. Ik struin er zonder omwegen heen en laat me op de zwartlederen bank vallen. Hestia gaat in haar stoel zitten, Flora neemt naast me plaats en ze kijken me afwachtend aan. Een reactie. Ze willen een reactie. Maar hoe kan ik het ze brengen zonder ze op hun teentjes te trappen? Wacht, wat maakt het mij uit wie ik op de teentjes trap?
      ‘Hardvochtig is mijn tweede naam, is het niet? Geheimen zijn niet voor niets geheim. De dingen die er toe doen wil ik voor mezelf houden omdat-’ omdat ik niet wil dat jullie anders naar me gaan kijken, niet de blikken wil zien die jullie me toe zullen werpen. ‘-ik zelf wel bepaal wat ik met jullie deel ja of nee. En laat Boot maar achter wegen ja, want dat probeer ik ook al sinds het moment dat we afscheid hebben genomen op Lanzarote.’ En ze zijn op hun teentjes getrapt, want ik bijt het ze toe met venijn. Prima. Gekwetst is beter dan het alternatief.



Reacties (8)

  • periphery

    Dit is zo'n interessant verhaal. Je hebt me helemaal beet (:

    3 jaar geleden
  • Shaybuttah

    Love it!!

    3 jaar geleden
  • Complex

    Heerlijk verhaal en ook geloofwaardige karakters, heel nice!:)

    3 jaar geleden
  • Dessert

    Oei oei oei, wat een vriendin....

    3 jaar geleden
  • Infrared

    Wat een heerlijk wijf

    3 jaar geleden

Meld je gratis aan om ook reacties te kunnen plaatsen