Foto bij H.55.

Cirkels never end.

Het laatste stukje van het vorige hoofdstuk:
'Mira Langdon.' zegt hij opgewekt en steekt zijn hand uit, verwachtend dat ik die zal schudden.
Maar dat doe ik niet.
'Dan niet.' murmelt hij, ook weer op een voor mij onbekende toon.
Deze man is extreem moeilijk te lezen.
Misschien een trekje uit het Capitool.
'Volgt u mij.' zegt hij en wilt zich omdraaien, maar vlak daarvoor merkt hij mijn argwanende blik op. 'Alstublieft.'
Ik frons even, maar trek vrijwel direct mijn gezicht weer in de plooi.
Ik heb de Hongerspelen overleefd. Wat hij ook van plan is, erger dan dat wordt het niet. zeg ik tegen mijzelf.
Dus volg ik de man, naar waar hij mij ook heen wilt brengen.

We lopen stug door de gangen.
'Waar gaan we heen?' vraag ik voor de derde keer.
Opnieuw maakt hij een "ssssssst"-geluid en ik span mijn kaakspieren aan, wijselijk mijn mond houdend.
En dan zie ik een glazen deur, met daarachter de vrijheid van de buitenwereld.
Het is een duw-deur en zodra de man die opeens word ik overweldigd door de euforie van het gevoel van vrijheid, van buiten.
Ik weet niet of ik - nu we niet meer in dat ziekenhuis zijn - mag spreken, maar ik hou even mijn mond.
De plek ligt in het Capitool.
Uit de binnenkant van zijn jas haalt hij een blonde pruik, een simpele, donkerrode jurk van lichte stof en een donkerbruine capuchontrui.
'Hier', zegt hij nadat hij mij een steegje in heeft begeleid en mij de spullen heeft overhandigd,' trek dit aan.'
Ik doe wat hij zegt en net wanneer ik de capuchon over mijn hoofd wil trekken, houd ik stil.
'Jij.' zeg ik en hij kijkt mij aan bij het horen van mijn stem. 'Ik-ik ken jou.
Hij wacht een seconde of twee, maar knikt dan.
'Ik zat bij Brayden in de klas.' zegt hij.
Ik krimp een klein beetje ineen en slik zodra ik de naam van mijn overleden broer hoor.
Het is Matthew Nanoe.
'E-en wat doe je hier...? Je bent... een Korrel?' Zeg ik en het laatste wat droevig, omdat dat de kleinerende bijnaam is voor de mensen van District elf, verzonnen door mensen in het Capitool.
Ik heb totaal geen idee waarom ik dat zeg.
Hij slikt, maar doet zijn kin dan in de lucht en kijkt mij haast minachtend aan.
'Beter een trots een Korrel dan een neppe Klomp.' zegt hij snuivend en de hogere Districten.
'Zo is het.' zeg ik, maar ik ben het er niet mee eens.
De mensen in de lagere Districten zijn niet goed, ze zijn verbitterd, dieven, losgeslagen, maar geen enkel District is goed.
En niet iedereen is zo.
Maar in vraag mij af of hij heeft gezien wat ik gezien heb.
Mannen die meisjes ontvoerenven losgeld vragen aan de ouders, mensen die overvallen en bestolen worden.
Geen enkel District is puur.
En dat betekend niet dat ik tegen mijn wortels ben, tegen District 11.
Het betekend dat ik tegen de Districten ben, tegen de samensmelting van goed en kwaad in waar groepen apart van elkaar gezien zouden moeten worden.
Ik strijk een lok van de blonde pruik naar achteren en die nu dan echt de capuchon op.
Het ie warm, maar beter dan herkend worden.
Er is duidelijk iets aan de hand, iets mis.
Een jongen uit District elf kan niet zomaar in het Capitool komen en haalt niet zomaar iemand uit een ziekenhuis.
'Terug op mijn vraag.' verander ik van onderwerp. 'Wat doe jij hier? Hoe? Waarom?'
Hij kijkt even om zich heen: er is niemand.
'Een dokter daar wilt dat zijn zoon aan de macht komt, want die zou een grote kans hebben gemaakt... als...'
'... ik er niet was.' Vul ik aan.

Reacties (1)

  • BethGoes

    Aha, slim van die jongen

    3 jaar geleden

Meld je gratis aan om ook reacties te kunnen plaatsen