Laatste stuk van hoofdstuk 58:

Even blijf ik wankelend staan, dan voel ik steken door mijn hoofd en zijn mijn benen niet langer mijn dragers. Ik val tegen een boom aan en voel dat ik een bloedneus heb.
Dat was dus duidelijk te veel energie, teveel van het goede. Ik zak op de grond en bibberig open ik nog een keer mijn ogen. Dan sluiten die zich als valluiken en wordt alles zwart.

Ik wordt wakker met een afgrijselijks gil. Ik zie gezichten, gilmlachen, armen, messen, bloed.
Ik kijk opzij, ik schreeuw het uit zodra ik merk dat ik geen arm meer heb, alleen maar een bloederige vlezige stomp.
'Hahah, zie hem nou!' Lacht Scott.
Wacht... wat?
'Ja, toch Brin? Wat is hij toch een minderwaardig broertje!' Zegt Oss, hij loopt naar Brinnif toe en begint haar overdreven te zoenen.
Ik wend mijn blik af, had ik dat maar niet gedaan. Kaya Turner ligt aan mijn voeten en begint die heel langzaam eraf te snijden.
Een ondraagelijke pijn gaat door me heen, door mijn voet en door mijn hart.
Ze hebben lol, met z'n allen. Samen. Zonder mij. Terwijl ik vastgebonden aan een boom zit.
Dit moet een droom zijn, het kan niet anders. Ik sluit mijn ogen en voel hoe zweetdruppels langs mijn voorhoofd naar beneden stromen. Ik heb koorts, pijn, koorts, warm.
Opeens hoor ik gekrijs. Ik open mijn ogen weer en zie hoog boven ons een parachute, maar niet met een hulpmiddel eraan, nee. Met Mella eraan. Mella Red.
Ze gilt van geluk en strijkt neer midden op het meer. Ze maakt zich los uit de greep van de parachute en begint naar ons toe te zwemmen.
'Mella!' roept Scott. 'Wat fijn dat je er bent! Zullen we die dooie van zijn andere arm verlossen?'
'Ja, graag!' roept ze.
Ik concentreer me op het water, in mijn gedachten slokt het Mella op, en de rest en stroomt dan naar mij toe om mijn wonden te genezen. Mijn arm weer terug te geven en mijn voet. Maar er gebeurt niets.
Dit moet een droom zijn.
Dat moet!
Ik heb geen kracht van water....
Iedereen voor me is al dood....
En ik ben zelf nog niet doodgebloed...
Mmm, wat wil het Capitool hiermee bereiken?
Net als ik daar een antwoord op heb, verga ik van de pijn omdat Mella mijn andere arm eraf begint te snijden.
Zo gaat het door tot de avond valt. Ze maken meerdere vuurtjes en krijgen dan het verschrikkelijke idee om mij te gaan opeten.
Dus ik word aan een grote stevige stok vastgemaakt en Oss maakt vlug een handige instalatie zodat ik boven een vuur blijf draaien.
De hitte is onverdraagelijk en de stompjes waar mijn armen en benen ooit aan zaten prikken verschrikkelijk. Mijn tranen drogen op, maar ze nemen mijn ogen mee.
Ik hoor ze gillen van plezier, ze zwemmen in het water. Ik hoor ook voetstappen.
Mano Panal en Evy Moosa, ik herken hun stemmen.
Ze roepen naar de rest die hun hartelijk begroeten.
'Jongens!' roept Mano. 'Volgens mij is het eten gaar!'
En dan gaan ze barbequen, als kanibalen, want wie is het eten?

ik.

Reacties (1)

  • AmeranthaGaia

    Ieuw! Dat is een droom. Laat het alsjeblieft een droom zijn.

    2 jaar geleden

Meld je gratis aan om ook reacties te kunnen plaatsen