Ashton

Langzaam fiets ik richting het park. Geen zin om nu al naar huis te gaan. Wanneer ik aan gekomen ben leg ik me fiets naast de kant van de grote vijver. In kleermakerszit ga ik er naast zitten en tuur ik over het water. Kleine rimpels bewegen zich voort en in de verte zie ik een aantal jonge eenden af en toe onderwater gaan om eten te zoeken. En dobberen een paar tellen later weer vrolijk achter elkaar aan.
Na een half uur over het water te hebben gekeken en de rust weer terug in me hoofd heb gevonden volg ik mijn weg terug naar huis.

- Volgende ochtend -

Een eenmaal aangekomen op school loop ik direct door naar het lokaal waar de les over 7 minuten begint. Lopend naar de plek waar ik normaal zit samen met Luke, zie ik helemaal geen Luke. Ach misschien is hij te laat. Zal niet de eerste keer zijn. Ik speel wat met de armbandjes die ik weer trouw om heb gedaan om mijn polsen te verbergen. "Goedemorgen allemaal, pak jullie boeken en zoek bladzijde 127 maar op. Ik wil graag dat jullie dit artikel lezen, ik ga hier zo vragen over stellen." En meneer Kamiski verdwijnt weer uit het lokaal. Ik pak het boek uit me tas en sla hem open op de goede bladzijde. Het is een artikel over probleem kinderen, kinderen die ontspoord zijn door schrijnende thuissituatie's. Waarom lijkt dit zo dicht bij te komen? Ik voel me aangesproken. Toch lees ik het hele stuk en blijf op sommige stukken hangen.

Met een opgelucht gevoel loop ik de klas uit, gelukkig heeft meneer Kamiski geen vragen aan mij gesteld over het artikel. Luke is er nog steeds niet, ik besluit hem een berichtje te sturen, hopelijk ziet hij het. Ik loop naar de kantine, misschien weet Sunset waarom Luke er niet is. Ze zit zoals gewoonlijk aan onze tafel. Alleen. Wanneer ik aan kom lopen valt de blauw-paarse plek op haar wang me op. Ik ga tegen over haar zitten 'haay' zegt ze net zoals altijd. 'Hi, hoe gaat het?' vraag ik. Mede omdat ik dat altijd doe, maar ook omdat ik wil weten hoe ze aan die plek op der wang komt. 'Oww gaat goed hoor, met jou? Je zag er gister zo moe uit' antwoord ze mijn vraag. 'Jah klopt, ik heb gisternacht niet echt goed geslapen, maar hoe kom je aan die blauwe plek op je wang Sun?' oke dan maar straight to the point en het vragen. Ze brengt een beetje van haar apropos* haar hand naar wang toe. En word langzaam rood. 'Uhm ja dat klopt, ik ben gister gevallen met me wang op een stoeprand." Ik geloof er helemaal niks van "hoe ben je dan gevallen?" vraag ik zachtjes. Ik zie haar bedenkelijk kijken, het lijkt er op alsof ze een leugen aan het bedenken is. "Ik zag een omhoogliggende stoeptegel niet en struikelde er over." Ze zit wat te wiebelen op haar plaatst. "Weet je heg zeker Sunset?" vraag ik voorzichtig. Hoe kan je zo gevallen zijn dat je wand blauw word? "Jaah ik weet het zeker." zegt ze iets wat op haar teentjes getrapt. "Sorry" zeg ik nog zachter dan mijn vorige vraag en ik begin aan het broodje te eten, die eigenlijk naar iets heel vies smaakt.

* = apropos betekend: van haar stuk gebracht.

Er zijn nog geen reacties.


Meld je gratis aan om ook reacties te kunnen plaatsen