5 januari 2001, Londen, ergens op straat.
Ik werd eenentwintig vandaag, dat besefte ik me toen ik een verloren krant opraapte en naar de datum keek. Ineens vroeg ik me af hoe Norren zijn tweeëntwintigste verjaardag zou vieren. Die gedachte verraste me, ik had in geen maanden, of waren het jaren? Aan mijn broer gedacht. Ik schudde het van me af, draaide mijn joint en liep verder, het was koud, dus lopen hield me warm. Ongeveer jaar geleden hadden Li en ik drie jongelui leren kennen, Po, Ralph en Two, in het begin was alles afstandelijk, maar nu deelden we alles met elkaar; joints, koffie, kussens, seks, een wandeling, een huilbui, een dans in de regen, zwemmen in een rivier in Hyde Park, alles. Ik liep nu alleen omdat we hadden afgesproken dat we om de beurt ‘het spul’ op te halen. Het spul was de naam die we het niet wilden noemen, maar drugs was eigenlijk onze beste vriend. Ze wisten van mijn magische krachten, niet dat ze nu nog veel deden. Ik wist dat Li lesbisch was, haar reden voor het straat leven, ik wist dat Ralph en Po elkaar ‘lekker’ vonden, Two was de enige die net als ik zeker weten hetero was, niet dat het uitmaakte, we deden het alsnog met de anderen. De drugs, echter hield ons nog een beetje positief. Eens per week, zodra we weer genoeg geld hadden, ging een van ons naar de gang die zich de pinheads noemde, en ons van ‘het spul’ voorzag. Ik mocht ze niet, regelmatig kwamen we er vandaan met gekneusde polsen, of blauwe ogen. Ik was niet bang voor ze, maar aangenaam was anders. Ik had uiteraard geen idee hoe zwaar die lui waren. Ik voelde de verdoving in mijn binnenzak van een gestolen jack. Ik liep een brug over, Fleet een zijtak van de Thames stroomde nietsvermoedend van mijn levenspad onder me door.
Dertig minuten later nam ik naast Ralph plaats op een doorgesleten matras onder een viaduct naar een verlaten fabrieksterrein. Po zat met stokjes op een oud conserveblik te rammen, waarschijnlijk klonk het grandioos in zijn hoofd, maar voor mij was het gewoon alsof een goederentrein langs denderde. Ik viste Li’s favoriet uit de zak, en gooide het haar toe, ze lag aan de overkant van de ‘weg’ die nu grotendeels overgroeid was met onkruid.
Lang waren we alert geweest op patrouilles van de politie of gangs die voorbij kwamen, want op onze oude locatie, dicht bij het centrum, was dat met enige regelmaat gebeurt. Po kwam aangeslenterd met een krant in zijn kontzak gestoken. Hij plofte naast me neer, gooide de krant in mijn schoot en nam een hijs van mijn joint. Ik pakte de krant en het drong tot me door dat ik voor het eerst in zeven jaar de Ochtendprofeet in mijn handen hield. Na die realisatie begon ik te lezen; alsof het een reddingsboei was.

Hogwarts veranderd zijn naam
Door uw speciale verslaggeefster: Pansy Parkinson

Voor meer dan duizend jaar heeft de magische toverschool in Schotland dezelfde naam behouden. Hogwarts school for Witchcraft and Wizardry. Met het zicht op de toekomst, heeft het schoolbestuur, gezamenlijk met het schoolhoofd besloten dat de school hoog nood heeft aan een nieuwe naam. Want, zo zegt professor Lestrange, Hogwarts is nou niet een naam die glorie, of eer oproept. Lang is er overlegt wat die naam dan zou moeten worden. School wordt vervangen voor academy, om de Franse toverschool Beauxbatons als voorbeeld te nemen.
De oude naam heeft in voltalige stemmen zijn vaandel vervangen voor Morsmore academy for witches and wizards. Het past, zo zegt het schoolhoofd, die de neef is van de eervolle Bellatrix Lestrange, in de hernieuwde visie die de school heeft gekregen toen hij er schoolhoofd werd, drie jaar geleden. De afdelingen die er voorheen waren; Griffindor, Hufflepuff, Ravenclaw en Slytherin, zijn er niet meer. Er zijn tegenwoordig veertien grote slaapzalen, voor elk jaar twee. Één voor de dames en één voor de heren.
Daarnaast heeft de Academy zijn vakken pakket ook aangepast. Maar daarover komt over een week meer. De ceremonie van de hernoeming vind plaats op locatie, op 31 juli. Hierbij zal zowel het schoolbestuur als het volledige hoofdbestuur van het Ministerie aanwezig zijn. De heer Voldemort heeft laten weten eveneens een selectie groep genodigden te hebben laten weten dat ze welkom zijn. Zij zullen uiteraard een uil krijgen.


Verbaasd liet ik de krant zakken, wat de heck? Sinds wanneer was die terug? Sinds wanneer was Hogwarts onder leiding van een Lestrange? Ik had misschien geen educatie gehad, maar doof was ik niet. Ik las verder door de rest van de krant. Geen woord over Dumbledore, geen woord over ‘de jongen die bleef leven,’ ik snapte er niks van. Dat dit de voorbode zou zijn voor een heel ander leven had ik niet durven dromen, noch in een nachtmerrie, noch onder ‘verdoving’. Het werd me duidelijk dat ik de hele verandering van Voldemort zijn terugkeer en de dingen erna had gemist.
Tranen, mijn zoveelste tranen, welden op en direct zaten mijn vrienden om me heen, eerst was het troost, daarna melig, waarna we vertrokken, en een voorbijganger zou zich afvragen waarom vijf jongelui, tussen de zestien en vijfentwintig half naakt, in januari, op de grond lagen.
Maar ons kon het niet zoveel meer schelen.
Had ik het maar wel gedaan; want op de achterpagina van de Ochtendprofeet, stond linksonder een klein artikeltje dat ik niet had gezien.

De volgende stap

De minister is al ver in zijn beleid tot het herschapen van een ordelijke en werkzame samenleving. Zij met magische ouders en het liefst voorouders staan uiteraard bovenaan de lijst tot gewenste burgers. Als laatste staan er dreuzels, die of in de criminaliteit zitten of die dakloos zijn. Bijna alle groepen, zo zegt de heer Voldermort, zijn nu herschikt en op hun plek, behalve de lastigste en tevens de laatste groep. Daarmee zullen wij komend jaar hard aan de gang gaan. Dus mocht u onverhoopt zo’n figuur kennen, gelieve ze dan nu uit te leveren aan het ministerie van toverkunst. Uw beloning is 400 galjoenen.


Ik was echter druk bezig met een fantasie over zomers in een park waarin we leerden vliegen van Peter Pan. Een van de weinige kinderboeken die ik wel gelezen had. Dat in werkelijkheid ik bijna verdoofd van de kou op de grond lag deerde me niet meer.

Sterren. Ik kende inmiddels hun positie zonder erover na te denken, al kende ik de namen niet. Elke avond zag ik ze verschijnen, behalve op vrijdag en zaterdag avond als de stad langer leefde dan de rest van de week.
Ik rolde mijn hoofd naar de andere kant van het doorgesleten kussen, ook hier kende ik elk hoekje en gaatje. Maar veel maakte dat niet uit. Andere plekken zou ik niet meer bezoeken. Vier maanden geleden hadden we een nieuwe verdoving gevonden. Een die zonder dat we het merkten, razendsnel de levensenergie uit weg sleurde. De eerste die eraan onderdoor ging was Po. Ik zakte weer weg, mijn koorts dromen lijken op hallucinaties en zijn niet onaangenaam.
Als ik mijn ogen weer open weet ik dat precies drie uur heb geslapen, of was het doezelen? Aan mijn rechterzijde hoorde ik het oppervlakkige en zwakke ademhalen van Li. Links was het stil, Ralph ademde al twee dagen niet meer. Morgen zouden ze hem komen halen. Elke week kwamen ze voorbij in hun zwarte mantels en zilveren maskers.
Ergens weet ik dat ik verdriet moest voelen, maar er was alleen maar blijdschap dat zijn lijden en pijn voorbij waren. Mijn maag rommelde, maar daar was ik aan gewend. Mijn eens krappe jasje slobbert nu om mijn lijf. De trui was ik allang kwijt.
Ik opende opnieuw mijn ogen, nu wist ik dat het tegen het ochtendgloren aanliep, ook al kwamen er nu dikke doorzichtige vloeibare parels naar beneden. Eens hadden die een naam, maar nu wist ik die niet meer. In de verte hoorde ik gebrom van verkeer op gang komen. Maar het drong niet meer tot me door. Wezenloos keek ik naar het plafond van de brug. Pas toen er drie paar voetstappen ferm dichterbij kwamen tilde ik met moeite mijn hoofd op.
De eerste herkent ze zonder moeite, het effect ervan was ik vergeten, net als elke keer ervoor. Mijn lijf spande zich, mijn ogen vernauwden zich, met heel veel moeite krabbelde ik overeind, aan de muur achter me hield ik me overeind. De wereld tolde.
Woorden had ik niet meer.
De vrouw keek haar verachtend aan, wat haar harde gezicht er niet mooier op maakte. De andere twee kende ik niet. De tweede had bruin haar en was aan de zware kant van gewicht. De derde was witblond en keek bezorgd naar me toen ik het opgaf en als een slappe pop weer op de dunne deken plofte. De tweede persoon liep naar me toe en als een egel rolde ik me op, wachtend op de pijn.
Die bleef uit.

Er zijn nog geen reacties.


Meld je gratis aan om ook reacties te kunnen plaatsen