‘Papa?’ Killian trok aan de boord van de trui van zijn vader, maar die reageerde niet. Hij was te druk bezig met telefoneren en sprak allerlei woorden waar Killian niets van verstond. Het was zo typisch voor zijn vader om in die taal te spreken; sprak hij geen bedrijfstaal, dan sprak hij wel wetenschappelijke taal.
      ‘Papa,’ drong Killian aan. Hij wist dat zijn vader het haatte om gestoord te worden in een telefoongesprek, maar Killian was bang en de enige die hem op dit moment zou kunnen troosten, was zijn vader.
      ‘Hoe bedoel je een “resistente bacterie”? Vind iets waar hij niet resistent voor is, verdomme. Is dit niet waarvoor ik je betaal?’
      ‘Maar meneer,’ hoorde Killian iemand aan de andere kant van de lijn vaagjes spreken. ‘Hoe kunnen wij iets doen wanneer onze ploegbaas verdwenen is?’
      ‘Zoek dan een nieuwe ploegbaas, stelletje kinderen.’
      ‘Meneer, het is niet erg motiverend wanneer in een noodsituatie als deze de baas niet komt opdagen en de ploegbaas vermist is.’
      Zijn vader ademde een paar keer diep in en uit. Hij was woest, Killian wist het meteen. Zijn vader werd over het algemeen heel erg snel kwaad, dan werd zijn gezicht rood en puilden zijn ogen bijna uit, maar wat hij altijd deed, was zijn kalmte bewaren. Hij schreeuwde nooit, praatte alleen op een geforceerde kalme toon, die misschien nog wel akeliger was dan geschreeuw.
      ‘Stel een nieuwe ploegbaas aan en maak een verdomd medicijn.’
      ‘Meneer, hoe snel denkt u dat wij een medicijn kunnen maken? We hebben procedures die we moeten volgen en…’
      ‘Als je de procedures volgt, is iedereen al dood voordat er een medicijn is. Laat de procedures vallen.’
      ‘Meneer, weet u welke straf er staat op…’
      ‘Ik neem verantwoordelijkheid.’ En met die woorden legde hij af en richtte hij zich tot zijn zoon. ‘Killian, ik zei dat je op je kamer moest blijven, ga wat videospelletjes spelen, oké?’
      ‘Wat is een residente baterie?’
      Zijn vader glimlachte en het was bewonderenswaardig hoe zijn gemoedstoestand zo snel kon omslaan. Er was geen enkel greintje woede te bespeuren in zijn hartelijke glimlach. ‘Een resistente bacterie is niets waar je je zorgen over moet maken, jongen. Kom, ga naar je kamer.’ Zijn vader duwde een beetje tegen zijn schouder om ervoor te zorgen dat hij in beweging zou komen, maar Killian bleef hardnekkig staan.
      ‘Is dat de reden waarom mama ziek werd?’
      ‘Ik weet het niet, ik zie je moeder niet meer.’ Hij gaf hem nogmaals een zachte duw, dit keer in zijn rug en iets steviger dan de vorige. ‘Komaan, Killian.’
      ‘Wanneer mag ik naar mama?’
      ‘Dat weet ik niet,’ bekende Killians vader. ‘Maar lieverd, je moet echt even naar boven nu. Komaan, luister eens even naar papa.’
      ‘Ik zou al bij mama moeten zijn.’
      ‘Goed dat je je schema zo goed kent,’ zei zijn vader. Hij verloor stilaan zijn geduld, dat zag Killian aan zijn gezicht. Normaal gezien werd hij boos als hij ongeduldig werd, maar nu was hij eerder nerveus – en dat baarde Killian zorgen. Zijn vader was bijna nooit nerveus. Niet als het ging over zaken. Niet als het ging over iets waar hijzelf de hoofdrol in speelde. ‘Maar jongen,’ ging zijn vader verder, terwijl hij overdreven duidelijk articuleerde om de ernst van de zaak te benadrukken, ‘het is niet veilig om naar mama te gaan, oké?’
      ‘Heeft het iets te maken met de brief?’ vroeg Killian met zijn kinderlijke onschuld. ‘De brief’ was verboden terrein, daar was Killian zich maar al te goed van bewust. Toch wist hij dat de brief er iets mee te maken had en hij hoopte dat zijn vader een beetje kon kalmeren als hij erover praatte.
      ‘Killian, vergeet de brief. Het is niet van belang om dit moment. Wat van belang is, is dat jij gevaar loopt en dat ik wil voorkomen dat jou iets overkomt. Ik hou van je, ik wil je beschermen, dus maak het niet moeilijker dan het is. Als je nu niet naar boven gaat, dan sleur ik je naar boven en sluit ik je op, begrepen?’ Killian wilde knikken, maar op dat moment zag hij iets wat hem volledig liet verlammen. Hij zag een beweging in de keuken.
      Papa had alle deuren gesloten.
      ‘Je kind naar boven sleuren? Ik dacht dat je tegen geweld was?’
      Killians vader vloekte binnensmond, greep zijn zoon beet en drukte hem stevig tegen zich aan. Niet veel later kwam er iemand de woonkamer binnen geslopen. Het was een man die Killian vaagjes herkende; hij was wel vaker langs geweest om met zijn vader te praten over moeilijke onderwerpen waar Killian niets van verstond.
      De man zette zich neer in de sofa alsof hij thuis was en plaatste vervolgens een klein, blauw flesje op tafel. ‘Zie hier, het medicijn.’ Zijn ogen schitterden alsof alles en iedereen aan zijn voeten lag. Killian kon zijn arrogante niet uitstaan, maar besefte dat de man alle redenen had om triomf te vieren. Hij begreep niet veel van de wartaal op het journaal, maar wat hij had opgevangen, was dat er een dodelijke griep de ronde deed. Als dit effectief het medicijn was, dan droeg deze man op dit moment effectief het lot van de wereld in zijn handen.
      ‘Ulrich.’ Zijn vader slikte. Het was iets waar Killian normaal gezien geen acht op zou slaan, maar op dit moment was het een beangstigend voorteken. ‘Als dat het medicijn is, ga naar het lab. Ze hebben je nodig.’
      ‘Denk je echt dat ik daarvoor naar hier ben gekomen?’ vroeg Ulrich met een geniepige glimlach. ‘Oh, komaan David, jij kunt beter dan dat. Waarom denk je dat ik hier ben?’
      Zijn vader greep Killian iets steviger beet, alsof hij bang was dat hij weg zou lopen. Hij kneep bijna zo hard in Killians schouder dat het pijn deed. ‘Om de eer op te strijken voor de bacterie die je hebt losgelaten? Wat verwacht je? Een bedankje?’
      ‘Wel, dat zou mooi zijn. Sinds ik jou hiermee bakken geld kan opleveren en jou ook nog eens de grote redder van de wereld kan maken. Is dat niet mooi?’
      ‘Je bent ziekelijk smerig.’
      ‘Jij hebt smerigere spelletjes gespeeld. Ik gok dat je evenveel mensenlevens hebt verwoest als ik.’ Stilte – een stilte die Ulrich niet liet aanslepen. ‘Wat? Dacht je dat een kind maken alles goed zou maken? Dat je met kleine Killian al je zonden van de wereld kon spoelen? “Kijk naar hoe onschuldig mijn baby is, nu moet ik toch ook wel braaf zijn. Een slecht persoon kan toch nooit zoiets liefelijks op de wereld zetten, toch?” Is dat wat je dacht toen je dat joch van jou aan de wereld presenteerde? Wel, verrassing: zelfs de Duivel kan een schattig kind kweken. Het maakt je niet beter, het verdoezelt je rottigheid alleen een beetje.’
      ‘Ik zou willen dat je weggaat,’ zei Killians vader met weinig overtuiging in zijn stem. Hij had waarschijnlijk op voorhand geweten dat het niet veel effect zou hebben.
      Ulrich bleef gewoon zitten. ‘Geef me wat ik hebben wil, of…’
      Het gebeurde zo snel dat Killian de situatie amper kon vatten. Het ene moment zat zijn vader gewoon naast hem en het volgende moment zat hij nog steeds naast hem, maar wel met een geweer tegen zijn eigen hoofd gedrukt. Killians ogen werden groot, hij had meteen door wat er aan de hand was. ‘Papa nee,’ smeekte hij. De tranen stonden in zijn ogen. Hij wilde het geweer uit de hand van zijn vader grissen, maar hij was doodsbang dat het daardoor per ongeluk zou afgaan. Bovendien kon hij zich amper bewegen omdat zijn vader hem zo stevig tegen zich aandrukte.
      ‘Je hebt geen reden om mijn zoon iets aan te doen als ik er niet meer ben,’ zei hij zo nuchter dat Killian er bang van werd. Zijn vader sprak heel vaak zakelijk, maar nu was zijn zakelijkheid ronduit misplaatst.
      ‘Je gaat jezelf niet vermoorden,’ zei Ulrich. Hij probeerde kalm te blijven, maar Killian keek dwars door zijn façade heen; hij was doodsbang.
      ‘Ben je daar zeker van?’ Zijn vader glimlachte ziekelijk. ‘Ik ga over lijken, weet je.’
      ‘Maar niet over je eigen lijk. Doe niet zo dwaas, we weten allebei dat jij de belangrijkste persoon in je leven bent.’ De handen van zijn vader trillen. Killian wilde dat hij hem kon stoppen, hij wilde dat hij dit alles kon stoppen.
      ‘Niet langer.’
      Ulrich klemde zijn kiezen op elkaar. ‘Ben ik dan echt zo hatelijk om in je buurt te hebben? Geef me een kans, is dat zo’n gekke eis? We zijn hetzelfde, we zijn allebei even rot vanbinnen. We horen samen te zijn. Dit hoeft niet te eindigen in een bloedbad.’
      Was de brief… van hem? Het was een liefdesbrief met een waanzinnig kantje en Killian was er altijd van uitgegaan dat hij afkomstig was van een of andere gekke vrouw, maar nu hij Ulrich daar zo zag zitten, in het nauw gedreven door zijn eigen duivelse plan, vielen alle stukjes opeens op zijn plaats. Liefde zette mensen aan tot de vreemdste dingen.
      ‘Je bent het gewend om je zin te krijgen, niet? Alles waar je naar vroeg, je hebt het altijd op de een of andere manier gekregen. Maar hier niet. Ik ga mezelf niet in iets storten waar ik mezelf en mijn gezin niet meer uit kan sleuren.’ Killians vader sloot zijn ogen en ademde diep in en uit – maar het klonk volledig verschillend dan wanneer hij boos was.
      Hij haalde de trekker over, Ulrich schreeuwde en Killian kon alleen maar staren naar het bloed dat op zijn kleren terecht was gekomen, bang om op zij te kijken en te zien dat zijn vader er echt niet meer was.

Er zijn nog geen reacties.


Meld je gratis aan om ook reacties te kunnen plaatsen