Foto bij Twintig weken challenge • Week 7 • Stuk

In haar hoofd wist ze dat het goed was dat ze haar ene voet voor de andere zette, steeds opnieuw. Dat dit moeizaam ging, verried dat dit in haar hart anders voelde. De wieltjes van haar koffer rolden niet meer zo goed, omdat de koffer al jaren onder haar bed lag. Na haar middelbare schooltijd, nu bijna vijftien jaar geleden, had ze plannen gehad om de wereld rond te reizen, op zoek naar avontuur en naar zichzelf. Tijdens haar studie ontmoette ze John en de koffer was steeds verder onder het bed geschoven. Hij had gezegd dat die wereldreis er zou gaan komen, met dezelfde overtuiging waarmee hij haar nu vier keer had beloofd dat hij zou veranderen. Ze haalde haar hand door haar donkere, pluizige haar en keek naar de haren die aan haar vingers bleven kleven. Haar moeder had haar drie weken geleden nog gevraagd of ze stress had, omdat ze van jongs af aan haaruitval had in drukke, hectische periodes. Met een glimlach op haar gezicht had ze beweerd dat het prima met haar ging, ook al wist ze dat haar moeder haar door en door kende. Achteraf realiseerde ze zich dat ze niet haar moeder, maar vooral zichzelf daarmee voor de gek hield. Ze was al net zo’n leugenaar als haar ex-vriend. Die twee letters, ex, zorgden ervoor dat er een steek door haar hart ging en er onmiddellijk tranen over haar wangen rolden. Gefrustreerd veegde ze deze van haar bleke wangen. Ze wilde helemaal niet huilen. Dit was de beste keuze, waarom zou ze dan verdrietig zijn?

De eerste keer vroeg Tirza waarom ze John niet verrot had gescholden om daarna haar koffers te pakken en nooit meer terug te komen. Samen hadden ze de blonde studente belachelijk gemaakt en Tirza had haar weer laten lachen, zoals een beste vriendin hoort te doen. Ze had verwacht dat de schok nooit groter kon zijn dan toen ze die blonde trut met haar vriend in bed aantrof. Ondanks dat ze Tirza beschouwde als haar beste vriendin, had ze nooit durven antwoorden op haar vraag. Het antwoord was dat ze zich geen leven zonder hem zou voor kunnen stellen. Naast haar geliefde was hij haar beste maatje en kon ze soms geen adem meer krijgen van het lachen als ze bij hem was.
De tweede keer had ze haar koffers al ingepakt en was ze vastberaden om te vertrekken, totdat hij haar smeekte te blijven en beloofde dat hij zou veranderen. Het klonk alsof hij het meende, meer dan de eerste keer. Hij nam haar mee uit eten, boekte een weekendje weg en ging compleet door het stof. Ze ging overstag en geloofde hem, toen hij haar schuldbewust aankeek vanonder zijn lange wimpers. Ze had vaak tegen hem gezegd hoe oneerlijk het was dat hij van die prachtige wimpers had, terwijl zij iedere ochtend met een wimperkrultang en mascara stond te worstelen om er iets fatsoenlijks van te maken.
De derde keer had hij er zelfs een discussie van gemaakt, omdat hij alleen maar met iemand aan het appen was. Hij vond het geen vreemdgaan en vertelde haar dat ze overtrokken reageerde. De overtuigingskracht waar ze in eerste instantie voor was gevallen, kon ze nu alleen maar omschrijven als star en gevoelloos. Het was de eerste keer dat ze boos op hem was geworden en dat luchtte op. Het deed haar goed om eens tegen hem te schreeuwen en ze had zelfs een tijdschrift naar zijn hoofd gegooid.
De vierde keer…Ze balde haar handen tot vuisten en duwde de gedachten resoluut uit haar hoofd.

Het was alsof haar hart letterlijk in stukken was gebroken en met nare kartelrandjes diep in haar sneed. Ze klemde haar knieën tegen haar borst en sloeg haar armen om haar benen. Aan de tranen die over haar wangen gleden, besteedde ze geen aandacht, omdat ze de tranen nauwelijks meer opmerkte. Ze had nooit verwacht dat het zoveel pijn zou doen om iemand achter te laten. Hij had haar voorgelogen, bedrogen. Ze zou hem nooit meer vertrouwen, ze moest de eer aan zichzelf houden. Hij zou het opnieuw doen, ze verdiende beter dan hem. In haar hoofd wist ze dat ze er goed aan deed om dit hoofdstuk af te sluiten, omdat het anders een oneindig triest verhaal werd. Het zou zo’n boek worden waarbij je tegen de hoofdpersoon wil schreeuwen dat hij blind is en zichzelf stuk laat maken. Over een tijdje zou ze trots op haar besluit zijn, zeiden de mensen in haar omgeving. Kon ze nu maar iets van die trots voelen, in plaats van die pijn in haar borstkas. Plotseling snapte ze hoe de uitdrukking hartverscheurend tot stand was gekomen. Het liefst zou ze terugrennen naar John en zijn excuses voor waar aannemen, zoals ze al drie keer eerder had gedaan. Ze vloekte hardop. Ze had een beste vriendin nodig. Iemand als de oude Tirza, als in de Tirza van een week of eigenlijk vijf maanden geleden. Hoe kon ze een affaire aangaan met de vriend van haar beste vriendin? Het zou niet misstaan in het trieste verhaal, want liefde was het niet te noemen. Ze wist dat John het deed voor de aandacht, niet voor het gemis aan liefde. Hij wilde voelen dat hij gewaardeerd werd, ook door onbekenden. Het was ziekelijk gedrag van hem, maar hoe had Tirza haar bijna een half jaar lang voor kunnen liegen? Tirza had haar keer op keer zien breken, ze wist wat voor een man John was, maar toch had ze zich laten verleiden.
Ze begon harder te huilen, toen te schreeuwen, om vervolgens weer in huilen uit te barsten. Ze hield iedereen voor dat het bedrog en het wantrouwen het meest pijn deed, maar in werkelijkheid was het de pijn van de liefde. Ze hield nog zielsveel van John en ze vroeg zich af of ze ooit nog weer zoveel liefde voor iemand zou voelen. Hij was haar soulmate, dat had ze vanaf dag één gevoeld, maar die roze wolk was nu voorgoed verdwenen. Toch zou ze altijd van hem blijven houden.

Er zijn nog geen reacties.


Meld je gratis aan om ook reacties te kunnen plaatsen