Fel gekleurde lichtflitsen vlogen over en weer, geschreeuw en gevloek overstemde de knallen van de lichtflitsen niet. Ik zat achter een groot brok gevallen steen. Mijn wenkbrauw bloedde en ik had mijn enkel verzwikt. Ik verbeet echter de pijn en schoot om de vijf seconden een welgemikte vloek achter de rots vandaan. Een paar meter verderop lag Harry bewusteloos en ik wist niet waar de rest van deze missie was. Wel wist ik dat zij ook een schuilplek hadden omdat de enige die er nog stonden dooddoeners waren. Die term had ik me inmiddels eigen gemaakt. Het was drie weken geleden dat ik me bij de Orde had aangesloten en ik was nu volledig op de hoogte. Het was nu echter mijn taak om een bepaalde kamer hier binnen te komen en er iets te stelen. De afbeelding ervan zat in mijn binnenzak, ik wachtte alleen nog op goed moment om de laatste drie meter af te leggen. Ron kwam achter een andere brok steen omhoog knikte naar mij en gooide iets naar de dooddoeners. Ik wist dat het ontplofbaar was en wachtte één seconde en begon toen te rennen. De derde seconde het ding raakte de grond, vijfde seconde een waarschuwende gil, zevende seconde mensen keken op, negende seconde gegil begon, de elfde seconde het ding kwam tot ontploffing. In die elf seconden had ik de ‘kluis’ bereikt en had ik me er langs tegen de muur laten vallen. Ik hijgde en begon toen de gestolen sleutel in het slot te steken. Mijn handen trilden van de stress. Plots zakte Draco naast me neer.
“Laat mij maar,” hij nam de sleutel over en in een paar seconden stonden we binnen, een kruk voor de deur zettend. Ik haalde de afbeelding uit mijn zak en gaf het aan Draco.
“Hoe noemden jullie dat ook alweer?”
“Een diadeem,” dat dit het beroemde diadeem van Rowena Ravenclaw was kwam niet in me op, noch dat het vreemd was dat de tovenaarsbank in moest om het te verkrijgen. Er was echter één probleem; de kluis stond tjokvol. Niet alleen met stapels galjoenen, sikkels of knoeten, maar ook met objecten waar een niffler zijn hart kon ophalen.
“Hoe gaan we het hier in vredesnaam vinden?” Ik keek met grote ogen naar stapels met goud, zilver en kostbaarheden. Draco haalde zijn schouders op.
“Zoeken?”
“Ja, dat kan ik me ook bedenken, bijdehand,” ik moest ondanks alles grinniken en begon te lopen. Voorzichtig, trachtend niks te verplaatsen terwijl ik het bekeek.
“Zeg, Draco?” Ik had ineens een realisatie.
“Ja?” Het klonk ietwat gedempt door de enorme stapel robijnen en safieren tussen ons.
“Waarom mocht jij al voor mij bij de Orde zitten?”
“Omdat ik bereid was elk stukje informatie te geven dat ik bezat,” het antwoord verraste me.
“Geldt dat ook voor de missies?”
“Ja, de sleutel is van mijn tante, ik heb het van haar gejat een paar jaar terug.”
“Echt?” Draco bevestigde het terwijl we elkaar weer zagen in het midden van de kluis.
“Weet je, dat diadeem, het is emotioneel van enorme waarde, toch?”
“Ja...”
“Zoiets leg je niet in zicht, en zeker niet aan het begin...”
“Waar dan?” Ik keek om me heen.
“Hoog, of in een kist of iets dergelijks… achterin,” dus we begaven ons sneller, maar niet minder voorzichtig tussen de juwelen door naar de achterwand. Enorme stapels galjoenen blokkeerden de weg. Ik grijnsde, hebbes. Ik keek omhoog en zag het diadeem boven op een kast, schitterend in het schemerduister. Draco had het ook gezien en was al bezig de galjoenen te verplaatsen. Dit moest met de hand gebeuren, want zodra we magie zouden gebruiken zou de hele missie naar de maan zijn. Na een kwartier hadden we een smal pad vrij en liep ik naar de kast, die ruim een meter hoger boven me uitstak.
“En nu?” Mompelde Draco, de tijd begon te dringen.
“Ik moet op je schouders,” mompelde ik bedachtzaam. Hij knikte, vouwde zijn handen om me een voetje te geven en met vereende krachten wist ik om zijn schouders te gaan staan, mijn schoenen had ik op de grond achter gelaten. Ik pakte het diadeem, ervoor lag een zwart fluwelen zak die zo goed als leeg was, zonder te kijken wat erin zat propte ik het diadeem erin, hing het aan mijn pols en zakte weer omlaag, ik had net mijn schoenen aan toen er buiten de kluis een enorme explosie klonk. Geschrokken doken we ineen, daar ging iets helemaal mis, veel minder voorzichtig nu begonnen we ons gebukt een weg terug te banen. Het gebeurde razendsnel, er klonk een tweede explosie en de twee meter voor ons werden in vijf seconden tijd geblokkeerd door enorme brokken steen. Ik trachtte te stoppen maat botste tegen Draco op. We vielen allebei op iets wat galjoenen leken. Het volgende moment, terwijl we overeind wilden krabbelen gingen de lichten uit. Draco vloekte. Voorzichtig ging ik staan.
“Draco?”
“Ik ben hier,” hij zat nog op de grond, ik taste naar zijn hand en hielp hem overeind. We zaten gevangen in een kluis van Bellatrix Lestrange, en diens ‘lieve’ familie, in het donker en tenzij we in Nifflers zouden veranderen zouden we in weinig tijd uitdrogen en verhongeren. Die gedachte leek ook bij Draco te zijn opgekomen want hij begon op de tast richting het puin te lopen. Iets wat niet echt zacht gebeurde.
“Draco? Wat doe je?”
“Puin ruimen, we moeten hier uit zien te komen...” Ik knikte en realiseerde toen dat hij dat natuurlijk niet kon zien en begon hem toen te volgen. Ik stootte mijn voet als eerste aan een steen. Ik maakte me niet meer druk om het goud achter ons, ik hing het zakje met het diadeem om mijn nek en begon, samen met Draco het puin weg te halen, hoe klein de stenen ook waren.
“Ik wou dat we licht hadden,” mompelde Draco na een tijdje.
“Ja, maar het wensen helpt niet, en we kunnen nu geen magie gebruiken, dan worden we levend verbrand,” antwoordde ik en trok een grotere steen weg. Dit zorgde voor een kleine lawine. Blijkbaar viel er een steen op Draco zijn voet want hij vloekte van de pijn.
“Gaat het?”
“Een beetje,” ja hij ademde nog.
“Kun je nog verder?”
“Hm-” hij ging staan, “ja ik denk het wel.”
“Laat me weten als het niet meer gaat,” en we gingen verder, ik voelde wind door de kieren van de keien, dus zonder zuurstof zouden we niet komen. Vreemd genoeg was het aan de andere kant stil, alsof er niemand meer was.

Vier uur later
We hadden nu een pad naar de bovenkant van de stapel stenen, maar de opening was niet open te krijgen. Uit angst voor het beveiligde goud durfden we de grootste kei niet op te blazen. De kei was zo groot dat hij de hele breedte van de deuren blokkeerde. Ik zat onderaan het pad starend in het donker. Ik taste onbewust naar het zakje om mijn nek.
“Vreemd,” mompelde ik toen ik een onbekende vorm voelde.
“Wat?” Draco stond bovenaan.
“Er zit nog iets in de zak,” ik prutste de opening verder open. Ik hoorde Draco achter me omlaag komen.
“Wat dan?”
“Geen idee,” ik viste het object eruit. Ik voelde maar kon het niet plaatsen.
“Mag ik?” Draco raakte mijn hand aan, ik rilde lichtjes, maar gaf hem het voorwerp.
“En?” Vroeg ik na een poosje.
“Het komt me bekend voor maar ik kan het niet plaatsen,” mompelde hij. Ik fronste, hadden we maar licht.
“Hou eens vast?” Draco drukte het weer in mijn handen en klom een stukje omhoog om verder te duwen aan de keien.
“Wat doe je?”
“Ik probeer een gaatje te maken om licht te krijgen,” luidde het antwoord. Slim. Ik ging voor de zekerheid aan de kant, om te voorkomen dat ik ook een gekneusde teen zou krijgen. Draco gromde en trok hard aan een steen. Ik wou dat hij dat niet had gedaan.
Want het volgende moment kwamen alle keien in een noodvaart naar beneden. Draco gilde, een akelige klap klonk en buiten het geraas van de stenen was het stil. Ik had het zakje en het vreemde object vast en had mijn ogen dicht geknepen. Pas toen het helemaal stil was geworden opende ik ze weer, helder licht vulde de ruimte en voor het eerst zag ik de ravage.
In de kluis viel het mee, erbuiten, de vloer had enorme kraters, het dak was helemaal verdwenen en voor zover ik het kon zien lagen er her en der lichamen verspreid. Ik kreunde zacht.
“Draco?” Geen antwoord.
Ik begon over de omlaag gekomen keien heen en snakte naar adem. Ik liet me bijna vallen en stommelde naar hem toe.
“Draco!” Ik had de neiging hem wakker te schudden, maar ik voelde zijn hartslag, ik zocht ernaar maar voelde er geen.
“Nee! Nee!” Ik sloeg op zijn borst.
“DRACO! Wordt wakker! Godsamme, wordt wakker!!!” Het haalde niets uit.
Hoelang ik er gezeten had wist ik niet, maar toen ik in de verte stemmen hoorde aandrijven deed ik wat me het meest logische leek, ik stopte het diadeem terug in het zakje en griste het object van de grond. Heel even keek ik ernaar.
Het waren twee ringen en een ronde schijf die met een draai mechanisme met elkaar verbonden waren, in het midden bevond zich een zandloper. Ik keek ernaar en nam de wanhopige conclusie; dit moest met tijd te maken hebben. Nog nooit in mijn hele leven had ik zo wanhopig verlangt dat dingen anders waren gelopen. Draco was meer geworden dan een vriend, meer dan een broer. Maar nog nooit had ik de woorden gezocht om dat aan hem kenbaar te maken. En nu…
“Het spijt me, Draco,” fluisterde ik in het niets. De stemmen kwamen dichterbij, stemmen die ik niet vertrouwde. Ik draaide aan de schijf met de zandloper, niet één maar ruim vijfentwintig keer. Op het moment dat zij mij konden zien, verdween alles om me heen.

Er zijn nog geen reacties.


Meld je gratis aan om ook reacties te kunnen plaatsen