Op dit hoofdstuk ben ik heel trots! Enjoy!

Ik merkte dat ik nog overeind stond. Ik opende mijn ogen, een januari zon scheen op de sneeuw rondom me. Ik fronste, hoe was ik hier nou terecht gekomen? Ik keek omlaag, het object lag nog in mijn hand. Ik nam de omgeving in me op, de flats aan weerszijden van me kwamen bekend voor. Ik liep langzaam de steeg uit, een bekende weg, daar was het speeltuintje. Op een of andere manier had ik mezelf naar mijn eerste woonplek verplaatst. Een verlaten bushokje trok mijn aandacht, een krant lag bijna doorweekt op het bankje, ik pakte het op. Fronsend keek ik naar de datum, hoe was ik in vredesnaam in 1985 terecht gekomen?
Mijn blik werd getrokken door een klein meisje dat met twee boodschappentassen sjouwde die op springen stonden, haar zwarte haren zaten in een ongekamde staart en haar kleren waren aan alle kanten veel te groot. Ik herkende haar uit duizenden. Zwijgend volgde ik haar, wat kon ik anders doen? Zo kon ik misschien, bedacht ik me ineens, haar helpen met wat dan ook. Bij de deur van de flat bleef ze staan, viste een sleutel uit haar zak, stak het in het slot en ik schoot toe door de boodschappen de drempel over te dragen.
“Alsjeblieft, Nayla,” ik glimlachte, en een heel heel klein glimlachje kreeg ik terug. Ik pakte de tassen zonder te vragen op en liep naar de trap, aarzelend volgde mijn kleine ik. Bij de deur van de flat stak ze de sleutel opnieuw in het slot. Ik hupte over de drempel.
“Mevrouw, eh wat doet u?”
“Je helpen,” ik glimlachte.
“Maar-”
“Van je Meesteres mag je geen hulp? Ze kan de pot op,” ik liep de woonkamer in, het was er viezer en rommeliger dan ik me herinnerde. Kleine Nayla keek me met grote ogen aan, ik grinnikte en knielde toen voor haar neer.
“Luister, ik weet wie je bent, wat je bent, wie je gaat worden, want zal ik je eens wat verklappen?” Ze knikte, nog steeds met grote ogen.
“Ik ben jou, jij bent mij. Ik denk dat ik hier terecht ben gekomen om jou en dus ook mij te behoeden voor wat er met ons is gebeurd,” ik streek over haar wang waar een eenzame traan biggelde.
“Maar de Meesteres...” Ik begreep haar angst, ik voelde die zelf ook nog altijd. Maar ik glimlachte.
“We zijn nooit boos op haar geworden, we hebben altijd naar geluisterd, toch?” Ze knikte.
“Nu, misschien is het tijd dat ik haar maar eens goed de waarheid ga vertellen,” nu keek ze me hoopvol aan.
“Juist, wij gaan samen dit huis eens een goed beurt geven, want ik weet toevallig dat jij vandaag vijf bent geworden!” Ik grijnsde breed en ze keek me met een verbaasde blik aan.
“Oke, welke taart zou je het aller-aller-aller liefste willen eten?”
“De chocoladetaart met fruit,” fluisterde ze met een klein ondeugend glimlachje, ik lachte hardop. Ja dat had ik wel verwacht, want nog altijd was dat de enige die ik nog niet gegeten had.
“Dan gaan we die maken!”
“Maar-” Ik haalde mijn toverstok te voorschijn en ze giechelde blij.
“Niks te maren, je bent net als ik een heks, dus magie mag ik gewoon gebruiken,” ik begon liedjes te zingen en met magie verfde ik de muren geel, repareerde ik de bank, maakte ik de ramen schoon, verwijderde ik schimmel waar het ook zat. De klok van de oven wees keurig vier uur ‘s middags aan toen ik Haar thuis hoorde komen. Het huis had letterlijk een metamorfose doorgaan. Waar eerst alles grauw, viezig, donker en lelijk was geweest blonk alles in warme kleuren, stond er een grote pot thee op tafel en een zeslaagse chocoladetaart met allerlei fruit erin. Had ik Nayla’s kamer naar haar wensen veranderd. De verboden kist had ik naar Haar kamer verplaatst. De deur sloot zich en twee stemmen dreven voor uit het halletje.
“Schoenen uit alsjeblieft!” Riep ik ze vrolijk toe. Ik had Nayla tegen me aan liggen met een leuk kinderboek over een heksje dat platvoeten had en op een plankje boven de wastafel leefde. Er klonk een klap en Zij kwam de woonkamer in stormen. Ik kalm op.
“Hey! Je hebt nog schoenen aan!” Ik pakte mijn staf en mompelde een spreuk en ze stond ineens op sokken, grijze met een gat bij de grote teen.
“Wie ben jij in godsnaam? En wat je doe je in Mijn huis?” Beet ze me toe. Bijna dreigend kwam ze op me af. Ik stootte een trillende Nayla aan en wees op de sok. We konden het allebei niet helpen en schoten in de lach. Norren kwam ook binnen, hij wel op sokken.
“Mam?”
Stilte. Ik stond op, ik was lang geworden besefte ik ineens, ik stak meer dan halve kop boven haar uit.
“Ik kan me voorstellen maar dat gaat een heleboel vragen opleveren, dus omdat Norren en Nayla jarig zijn stel ik voor dat we een stukje van de taart nemen,” ik gebaarde bijna achteloos naar de opgeknapte tafel waar de taart en thee gereed stonden.
“Wie wil er eerst?” Ik liep al toen Nayla heel hard “IKKE!” riep. Ik lachte mee.
Vijf minuten later zaten Norren en mijn kleine ik te smullen. Ik wende me tot mijn moeder.
“Luister goed, want het is niet makkelijk te begrijpen,” ik zuchtte eenmaal.
“Mijn naam is Nayla Potter, ik ben je dochter,” ik had haar net zo goed kunnen vertellen dat de aarde plat was.
“Ja,” mompelde ik, “zoiets had ik wel verwacht, dit was ook volkomen onvoorbereid...” Ik haalde het object uit mijn zak en hield het omhoog.
“Dit, heeft er voor gezorgd dat ik van het jaar 2005 naar hier getransporteerd werd. Dat ik kon ontsnappen aan dooddoeners en is het een unieke kans om mijn leven een andere koers te geven en daarmee wellicht ook dat van vele anderen,” nu keek ze me wel aan. Haar thee en taart onaangeroerd.
“Als je wilt kan ik je vertellen hoe Nayla’s leven er uit ziet zoals ik het heb beleefd,” ik koos mijn woorden niet zorgvuldig, ik wilde mijn gedachten gewoon uiten.
“Mama?” Norren trok aan haar mouw, en ze negeerde me volkomen, volledig haar aandacht aan haar zoon gevend. Dit zou nog een zware kluif worden.
“Momenteel is Voldemort ‘dood’, hij keert terug in 1995, in het jaar dat ik hier terecht kwam ‘leefde’ hij nog,” ik spoot ze uit. De twee kinderen begrepen het niet, maar hun moeder wel en de weinige kleur die ze op haar gezicht haar trok weg.
“Als je naar me luistert is er misschien een kans dat we dingen anders kunnen laten verlopen,” ik nam een slok thee om mijn woorden te laten bezinken. Norren begon te jengelen.
“Norren?” Ik wenkte hem, “Mama en ik hebben nu even een heel heel belangrijk gesprek, snap je dat?” Hij knikte.
“Dus waarom ga je niet met je zusje spelen?” Onzeker door dit verzoek keek hij naar zijn moeder dit vermoeid knikte en hij rende weer naar de tafel. Even had ik de neiging om mee te doen.
“Je hebt een tijdverdrijver,” constateerde Rebella.
“Heet dat ding zo? Het past wel,” ik glimlachte. Ze keek me aan met een blik die zowel nieuwsgierig als hatelijk was.
“Nayla groeit in de tijd die momenteel speelt uit tot wat ik ben geworden...” En ik vertelde haar alles, de pijn, de vreugde, het verdriet, de kerker, de nieuwe vrienden, mijn hernieuwde kans om magie te leren, tot de laatste minuut in die tijdlijn. Ik zweeg, sipte van mijn lauw geworden thee.
“Is dit wat je wilt? Een persoon van eigen bloed dat nog altijd er alles aan doet om je niet te hoeven zien, die er alles aan doet om je niet bij naam te hoeven noemen. Zij die niet alleen een andere vader heeft, maar ook Jou. Van wat Sirius mij vertelt heeft over jullie tijd op Hogwarts was je een super gave meid. Is dit wie je wilt zijn? Is dit wat je James, Lily en alle anderen wil nalaten?” Ik wachtte niet op antwoord maar begaf me naar de tafel waar Norren en mijn kleinere versie besloten had zichzelf te schminken met de taart. Mijn moeder liet ik in shock achter op de bank.

Vijf uur later
Norren en Nayla lagen nu in Norren zijn bed te slapen, beiden met een glimlach en in wollige pyjama’s met bezemstelen. Ik zat met mijn zoveelste kop thee tegenover mijn moeder aan tafel. Ze had gehuild, ik ook. We hadden eindelijk gepraat, eindelijk kwam er zoveel naar buiten.
“Rebella, het is zo ontzettend duidelijk dat je gewoon geen ruimte hebt gehad om vaarwel te zeggen tegen je broer en beste vriendin! Vind je het raar dat je een ijskonijn bent geworden?” Ik had een hand op de hare gelegd. Ik keek even naar de tijdverdrijver, nog vier uur.
“Ga naar hun graf,” zei ik rustig, “neem afscheid, geef ze een plekje in jezelf.” Mama opende haar mond op te protesteren maar ik schudde mijn hoofd.
“Ze slapen, ik ben hier nog vier uur, als je zorgt dat je dan terug bent, dan komt het goed,” ik wilde nog meer doen, maar ik moest dit eerst haar toelaten. Ze knikte zwakjes en trok een mantel en schoenen aan. Ik bleef aan tafel zitten, totdat de voordeur dicht klikte.
Ik pakte van het bijzet tafeltje, dat nu leeuwenpoten had gekregen, een potje inkt en een rol perkament.

Lieve mama,

Als allereerste, ik vergeef je. Ik ben zo lang boos,
bang en verdrietig geweest.
Maar ik heb je vergeven voor alles wat je hebt gedaan.
Ik hoop dat het graf bezoek aan je broer en
schoonzus geholpen heeft.
Wellicht lopen we elkaar net mis, maar misschien is dat
wel wat we beiden nodig hebben.
Nayla en Norren zijn beiden kinderen van een briljante mama.
Laat ze weten dat ze welkom zijn, alsjeblieft.
Ik hoop, nee, ik wens jou en je kinderen een vredige, mooie en
hoopvolle toekomst toe.
Mij zul je niet weerzien, omdat het verleden met vandaag al
veranderd is.
Een ding wil ik je wel vragen, aan de hand van alles wat ik je
heb verteld, denk ik dat je al weet wat ik je wil vragen.
Kun je je dochter alsjeblieft ook als een dochter behandelen?
Van haar houden?
En vooral haar niet beschuldigen in haar bestaan?
Als de toekomst een klein beetje hetzelfde blijft;
er is een man, een lieve, zorgzame, vrije man, die altijd van je
is blijven houden.
Net als ik nu.

Mijn lieve moeder, ik wens je alle genezing toe die je
nodig hebt.

Je liefhebbende dochter, voor altijd
Nayla

P.S. Onthou dit adres; Grimmauld Place 12


Ik vouwde de brief op en legde hem tegen de vaas bloemen aan. Ik zorgde voor een kist op haar kamer met een etiket: Voor de toekomst, en daarmee was mijn daad gedaan. Ik maakte in huis nog wat schoon, zorgde dat ‘ik’ passende kleren had. Haalde een lijst met alle scholen te voorschijn en vinkte er een aantal aan. En liet een klein wapenschild dat ik onderin moeders sokkenla had gevonden achter op de rest van de papieren, als ze echt slim was begreep ze de hint om de kleine Nayla met haar elfde naar Hogwarts te sturen. De vier uur waren bijna voorbij, ik vertrok toen ik nog een kwartier had. Ik liep naar het speeltuintje waar ik als kind nog hoop had gehad, en waar ik, bedacht ik me, eindelijk ook weer hoop terug vond. Met die gedachte, ging ik op de schommel zitten en keek naar de heldere nachtelijke hemel. De sterren, een paar wist ik er nu bij naam. Ik glimlachte terwijl ik verdween, want de toekomst zou nu anders zijn. Een hoopvolle toekomst.

Er zijn nog geen reacties.


Meld je gratis aan om ook reacties te kunnen plaatsen