Foto bij 79 Verrassing

Eenmaal voor de lift met een enorme grijns op mijn gezicht, geef ik Harry een blik. Ik weet niet wat hij precies denkt, het is moeilijk af te leiden. Als de deuren open gaan staan we allebei netjes naast elkaar, als ze zich sluiten schrik ik me te pletter als Harry's lippen zich ineens op de mijne bevinden. Op die manier kan hij mijn hart ook wel sneller doen slaan, ja. Verrassing twee. Ik begin te lachen, ondanks dat hij me passioneel verdere kusjes geeft in mijn nek.
"Dat had ik niet zien aan komen."
"Ik weet hoe dat voelt." De groene ogen die blinken onder de bos krullen doen me half grijnzen. "Je houdt toch van verrassingen, niet? Houdt het je lange leven wat spannend…?" Hij grijnst en knik dan beamend waarna we uit de lift stappen en ons naar buiten begeven.
"Jij slaagt daar altijd opvallend goed in." Ik merk dat hij de neiging heeft mijn hand vast te nemen en die onderdrukt door deze in zijn broekzak te steken.
“Maar…vind je dat leuk?” Ik geef hem een schuine blik doordat we beiden aan een andere kant van Harry’s auto staan; ik links en hij rechts. De auto maakt geluid als hij hem opent en instapt om daar verder te praten.
“Meestal wel. Dingen als deze zou je op voorhand wel even kort mogen vermelden.” Hij geeft me een enorm schaapachtige maar ook lieve glimlach en klikt dan zijn gordel vast, omdat het moet waarschijnlijk. Ik weet niet wat een vampier kan doden, maar een verkeersincident waarschijnlijk niet.
“Dingen als deze gebeuren waarschijnlijk nog even niet, maar ik zal er proberen aan te denken, als ik niet je fles whisky leeggedronken heb en dan dingen besluit.” Harry grijnst kort, hij kan zijn waardering van mijn waarachtige humor niet verbergen, het doet me ook grijnzen.
“Oké, wel.” Voor een keertje is hij degene die niet weet hoe hij moet reageren waardoor ik triomfantelijk voor me uitglimlach. Na ongeveer een radioliedje begint hij weer te praten met zijn zalige hese stem. Het is echt een streling voor het oor; misschien moet ik terug verhaaltjes-voor-het-slapengaan invoeren, maar dan de volwassenenversie, en liefst niet iets dat erotiek opgevat kan worden; dat is nog een gat in de markt. “Hoe laat was je training ook al weer? Ik moet nog even langs mijn huis stoppen voordat ik iemand zijn keel per ongeluk openrijt.” Ik glimlach onwillekeurig bij de waarheid in zijn woorden, en hoe hij dat zomaar vertelt, alsof hij op koffieklets is bij een vriendin. Dit is de Harry die ik wou hebben, de ontspannen schat.
“Van drie tot vijf, en dan van zes tot acht.” Het is maar recuperatietraining, maar ik wil echt wel op die massagetafel gaan liggen, en het is trouwens ook verplicht dus veel keuze heb ik niet. “Hoelang duurt je maaltijd ongeveer?” Ik heb voorlopig zelf nog wel eventjes genoeg, maar het is twintig voor één en ik wil nog wel wat vezels binnen hebben voordat ik ze weer ga verbranden.
“Hooguit een minuut.” Hij grijnst op een charmante manier, maar mijn gevoelens reageren er weinig op omdat we nog steeds over bloed praten.
“Top.” Eenmaal bij zijn door bomen beschutte huis, neemt hij wel mijn hand beschermend vast als we via de achterkant naar binnen gaan. Zijn hand is ijskoud, maar het voelt wel enorm fijn aan zo. Alsof mijn kleinere handen perfect in zijn reuze handen passen, zonder de andere te discrimineren. Deze keer bemoeit zijn broer of die zijn vrouw zich niet onmiddellijk met ons, het doet me tevreden zuchten en Hars hand nog net iets steviger vastnemen. Eenmaal in de keuken geeft hij me toch een ongemakkelijke blik en laat ik zijn hand los.
“Ik heb liever dat je dit niet ziet.” Ik knik begrijpend en geef de ruimte een blik.
“Dan ga ik wel even in de hal op dat bankje zitten.” Harry glimlacht, de opluchting is leesbaar in zijn bosgroene ogen. Hij wil nog steeds niet dat ik zijn ware aard zie omdat hij het zelf niet helemaal oké vindt. Heel erotisch of spannend is het waarschijnlijk ook niet, eerder misselijkmakend. Ik ga zitten in de schommelstoel in de hal en merk op dat ik totaal geen internet heb hier. Stom bos. Ik zucht en probeer niet aan verkeerde en vergezochte dingen te denken, maar heel simpel is het niet. Om mezelf relaxt te houden heb ik er voor gekozen het bloemenperk vooraan te analyseren tot Harry weer naast me komt staan.
“Ken je veel van bloemen?”
“Absoluut niet.” Ik grijns en sta opgelucht op. “Gaan we nu naar mijn huis om te eten?” Harry knikt glimlachend, ik sla spontaan mijn arm rond zijn middel als hij uitnodigend zijn arm voor me opent om mee richting de auto te wandelen. Als lief gebaar kust hij mijn slaap en voel ik de vlindertjes in mijn onderbuik wakker worden. Misschien is dit toch wel wat ik wil.

Ik strompel letterlijk tot aan Mams huis met mijn diploma ingekaderd, ik moet het toch ooit laten zien of het nu al elf uur ’s avonds is of niet. De massage heeft me minder deugd gedaan dan ik gehoopt had, mijn spieren zijn nog steeds stram en doordat Niall mijn fiets extra zwaar gezet heeft, voel ik het nog net iets meer.
“Lou,” Mam fluistert het liefdevol terwijl ze me stevig omarmt. “Er is zoveel om je te doen geweest. Gaat het wel goed met je?” Ik knik en stap binnen, de miezerregen is ook niet echt aangenaam op mijn netgewassen lichaam.
“Ik overleef het Mam.” Ik glimlach, maar zie aan haar kritische uitdrukking dat ze het niet eens is met die woorden. “Het was even eenzaam, maar nu begint alles weer te rollen zoals het moet rollen.” Mijn mondhoeken kruipen nog wat schuin omhoog, omdat ik dit wel meen. Ze neemt het kader aan en bestudeerd het getuigschrift. Zo lang studeren voor een stom blad papier waarvan er maar één officieel bestaat. Daarom zit het kwetsbaar ding ook ingekaderd, veilig opgeborgen tegen stof en kreukels en koffie en god weet wat allemaal.
“Ik ben zo trots op je Louis.” Opnieuw lijkt ze fysiek contact te zoeken dus sla ik mijn arm om haar heen en kus ik haar kruin bezorgd. Ze werkt zo enorm hard voor zo bitter weinig. Voetballers en supersterren zijn de enigen op deze wereld die belachelijke bedragen verdienen waarvan niemand weet waar ze vandaan komen.
“Ik ook op jou Mam.” Ik neem dankbaar de warme kop thee aan en zet me op een keukenstoel, kort voor me uit starend en genietend van de huiselijke sfeer die in mijn eigen appartement ontbreekt, vooral omdat ik daar niet veel meer doe dan slapen en eten.
“Hoe zit het nu met je liefdesverhaal? Ik hoor zo veel…” Ze fronst bezorgd en doet me nog kort in mezelf glimlachen, goede vraag Mam.
“Ik ben het zelf nog aan het uitzoeken.” Ik geef haar een blik en merk dat ze nog bezorgder kijkt, maar het op een of andere slechte en doorgrondbare manier probeert te verbergen. Het is immers Mam en ze wil me steunen. “Maar ik ben oprecht gelukkig met Harry. Ik weet alleen niet of we dat nog openbaar gaan maken tijdens mijn carrière.” Ze knikt en denkt duidelijk kort na voordat ze antwoordt.
“Ik zou willen zeggen: liefde voor alles, maar jouw carrière is het enige waarmee je niet alleen jezelf maar ook ons en god weet wie nog allemaal recht houdt. Dat hebben we echt nodig.” Ik knik en roer nadenkend in mijn kop, ze heeft gelijk. Voetbal is niet alleen mijn passie, maar ook mijn broodnodige kostwinning. In vergelijking met liefde is liefde zo…onecht. Het is niet grijpbaar, je kan er niet op rekenen en niks mee kopen, maar het zorgt wel voor dat ene specifieke fijne gevoel dat je overal met je mee draagt.
“Daarom weet ik het dus nog niet.” Ik neem nog een slok en slik die dan vluchtig door. “Mh, heb je misschien een idee hoe ik Chrissy het beste kan helpen?”
“Dus toch?” Haar stem schiet afkeurend de hoogte in, ik snuif onmiddellijk en probeer die gedachte alvast met gebaren uit haar hoofd te krijgen.
“Niet van mij. Ze was mijn bedmaatje, maar blijkbaar was ik niet de enige.”
“Ben je niet kwaad dan?” Ik zucht en staar naar de grijze vloertegels voor me uit.
“Ik was kwaad.” Maar boosheid is niet iets dat lang in me blijft zitten. Ik wil verder met het leven en die negatieve gevoelens helpen me daar absoluut niet bij. “Maar uiteindelijk heeft het geen zin meer. Ik wil haar een kleine financiële hulp geven als dank voor haar getuigenis, en that’s it. Einde hoofdstuk.” Een volledige start met Harry die me ook zeker bevredigd op vlak van de slaapkamer…en zo veel meer. Hij is de enige ooit die me zo mentaal tevreden stelde. Misschien is hij ook de enige ooit die zo waanzinnig mooi is (en ik heb al veel ijdele voetballers met honderden verliefde vrouwenfans ontmoet), en echt.
“Harry dus?” Ik knik en beaam het waarna ik mijn kop op het aanrecht zet en mijn diploma terug in mijn handen neem.
“Harry, ja.”
Harry ligt languit op de bank. Vanaf zijn middel leunt hij op mij terwijl zijn ogen nog maar halfopen zijn en zo naar het lichtscherm iets verderop staren. Mijn handen strelen ritmisch over zijn rug. Doordat ze onder zijn trui zitten, heb ik het ook meteen lekker warm, en de ontspanning die de man bij me vertoont is absoluut om van te genieten. Ik glimlach en streel ook zonder dat ik het besef door zijn krullenbol heen. Als mijn telefoon een geluid maakt, zuchten we beiden. Ik bekijk de binnenkomende mail en merk dat Harry’s e-mailadres er ook tussen staat; het is om een afspraak te regelen met UnderArmour om maten op te meten en foto’s te maken voor de wintercollectie, nu al…
“Is het iets belangrijk?” Ik glimlach stiekem bij de diepe hese en vooral slaperige stem van mijn knappe vriend die eigenlijk oersterk is maar hier als een schoothondje op mijn benen ligt.
“Slechts een datum om op een papiertje te schrijven.” Iets onbelangrijks lijkt het wel. Het leven is zo vaag. De enige dingen waarbij je echt kunt denken: ‘hier mag het leven stoppen voor mij’, zijn momenten als deze. Intieme momenten waarbij je focus op slechts een ding of persoon is en je daar voluit kan genieten.
“Gaan we slapen?” Ik merk nu pas op dat het programma dat erop was net afgelopen is; dat bedoel ik dus met iets vaag en onbelangrijk.
“Graag.” Ik weiger om mijn armen van zijn middel af te halen en probeer wat gewicht op te tillen, maar de spierbonk beweegt niet veel waardoor hij schuin glimlacht en zelf opstaat.
“We doen het wel omgekeerd, kom schatje.” Ik glimlach en laat me graag naar de badkamer dragen door hem.
“Jean, laten we dit rustig uitpraten in mijn bureau.”
“Jouw bureau?” Een lach verlaat zijn zenuwachtige lippen. “Ik wil niet weten wat daar al gebeurd is.” Hij geeft ons een vieze blik, maar echt vies. Alsof ik het niet waard ben om hier te staan, alsof ik stink en weg moet.
“Niet wat jij denkt. Als je nu samen met je zoon na-“
“Hij is mijn zoon niet meer! Wat dit, jullie…” Een vies geluid verlaat zijn rauwe keel, hij is duidelijk opgejaagd en ik krijg mezelf maar niet in beweging. Komaan Tomlinson.
“Dus ik ben jouw zoon niet meer omdat ik niet ben wat je wilt dat ik ben? Dat is netjes van je! Je bent er nooit voor me geweest, maar ik moet wel zijn wat jij van me verwacht! Ik ben niet goed genoeg zo of wat?! Ik ben je niet waard want jij bent zo geweldig met je raar gedoe!” Ik krijg een snok aan mijn arm als ik merk dat ik naar hem toe wil vliegen, Harry is me echter voor, zoals gewoonlijk. Ik sis naar hem als Harry me nog meer naar achter trekt en ik mijn stomme verwekker een magische duw geef waarmee hij tegen de trap aanvliegt. Het hout kraakt pijnlijk als de man naar beneden valt en me vurig aanstaart. Ik wil enkel meer, hij verdient dit, hij-
“Louis, beheers jezelf. Jij bent beter dan dit! Je bent onschuldige mensen pijn aan het doen, kalmeer.” Zijn stem is hars en dicht bij me als ik uit zijn armen probeer te komen. Wacht, ik ben-. Nee, ik-, dit wil ik niet zijn…
Ik voel me misselijk. Mijn maag draait in het rond bij de beelden die me opnieuw overspoelen, hoe zeer ik me wel of niet verzet, het maakt het niet beter. Het wordt enkel erger. Fellere kleuren, luidere stemmen, meer details…
"Dus er zijn maar twee soorten? Niets ertussen. Of je bent goed of je bent slecht. Maar wat als een goed iemand een keer iets slecht doet in de ogen van een ander? Is die dan ineens verdoemd om met de allerslechtste mensen samen te zitten?" Mijn stem snijdt door de ruimte heen, pissig, waarschuwend dat ik geen tegenspraak duld, enkel een verklaring.
Ik begrijp niets, ik zie en voel slechts.
Even is het doodstil waarna ik stevige armen rond mijn schouder en middel voel. Ik probeer mijn diepste wensen zo stevig mogelijk te blijven prevelen. Har zegt niets. Hij houdt me enkel vast totdat ik terug geloof in ons en in het betere. Als ik uit mijn houding kom buigen onze lichamen steeds dichter naar elkaar toe totdat ik helemaal in zijn armen lig.
"Louis toch..." Hij praat zachtjes, ik klem me enkel vast aan hem en zeg niets. Of misschien toch wel, ik kan nu niet zwijgen.
"Angst deed dingen met me." Zijn groene ogen kijken me begripvol aan.
"Met iedereen. Geloof me." Hees en diep, plus overtuigend.
Is dat nu? In het echt? De misselijkheid vertelt me iets anders.
"Jij behoort mij toe Louwie Tomlinson!" Hij roept zo verdomd hard dat hij de enorm aangetaste maar snel genezende vampier die hem langs achter bespringt, neerlegt en hem de keel open rijtje niet ziet aankomen.
"Hij behoort mij toe!" Harry's stem is veel donkerder, rauwer en hoorbaar doorheen het hele bos. Hij roept, maar kan niet langer de man van me af houden. De kale man draait zich om en legt een handdruk vol duistere magie stevig op Har zijn borstkas.
"Het is niet hem die je moet hebben!" Ik schreeuw zo hard als ik kan. Liam ligt nog steeds ergens op de grond, al is zijn lichaam wel onopvallend dichterbij gekomen.
"Hij staat ons in de weg!" Beer vergaat absoluut onder zulke hoge dosissen magie maar verrekt geen spier. Zijn ogen willen wegdraaien als ik me er tussen gooi en de man opnieuw aanval. Met alle liefde en kracht en vastberadenheid die ik ooit heb gehad trek ik hem naar me toe, op boksend tegen duistere dingen waar ik niets vanaf weet. De man lacht, blijft staan en laat Harry nog erger afzien.

Herinneringen....en een verrassing:)

Er zijn nog geen reacties.


Meld je gratis aan om ook reacties te kunnen plaatsen