Een korte deze keer

9 januari 1985
Ik werd wakker toen een zachte hand over mijn haren streek. Slaperig keek op en de Meesteres glimlachte warm.
“Tijd om op te staan, Nayla,” het was de vierde keer deze week dat dit zo gebeurde. En nog steeds voelde het raar. Ik mocht slapen, ik ging met Norren naar school, ik hoefde steeds minder te doen in huis. En op de vijfde van de eerste maand kregen we allebei cadeautjes, ik één meer.
Ik was blij dat mijn oudere ik hier was gekomen. Maar helemaal vertrouwen deed ik het niet. En het was alsof ik het wist, maar vertrouwen van volwassenen zou nooit mijn sterkste kant worden. Vertrouwen in vrienden, en genezing of herstellen des te meer. Ik mocht haar mama noemen, en ze leerde me mijn haren te kammen, ze leerde me veters strikken, maar hoe ik pannenkoeken moest bakken leerde ik pas toen ik tien was.
Ik stond op, kleedde me aan; spijkerbroek, t-shirt, trui, sokken, gympen en mijn haren in een staart. Ik begaf me naar de woon-keuken en schoof naast Norren aan tafel, want ik hoefde ineens geen ontbijt meer klaar te maken. Mees- mama kwam ook aan tafel zitten, met thee in plaats van wijn. Ik reikte met mijn voeten nog niet bij de grond dus ik bungelde met mijn benen heen en weer.
“De sneeuw is nog lang niet weg, zullen we zo dadelijk met de slee naar school?” Mees- mama glimlachte om onze verbaasde gezichten, sinds wanneer hadden we een slee? Norren knikte en ik zweeg. Wat was er met de Mees- mama gebeurd? Opeens bedacht ik me dat het met die vrouw die zei dat ze mij was te maken had, ja, dat moest het zijn!
Een stuk opgewekter volgde ik mijn broer en Moeder naar beneden, waar ze uit de berging inderdaad een slee haalde, groot genoeg om ons allebei erop te zetten. Onderweg hadden we de grootste lol die ik kende. We maakte sneeuwhopen met ons voeten, we bekogelde mama die ons een sneeuwdouche gaf. Ik leerde lachen, ik leerde vrienden maken, ik leerde tekenen maar vooral leerde ik weer te leven als een kind.

1 september 1990
Jaren waren voorbij gegaan. Ik had nog altijd een klein stukje van wantrouwen jegens mijn moeder, wat misschien te maken had met het feit elke keer als ik lachte ze even een pijnlijk gezicht trok. Dat dat ook deed als Norren zijn hand door zijn haren haalde ontging me.
Onze oude volvo stond in een achteraf straat geparkeerd. We waren nu op weg naar platform 9 ¾. Het was een magische datum, maar ik voelde me verdrietig, want mijn grote broer, beste vriend ging weg. Ik zat nu op het karretje, boven op de hutkoffer, naast Norren zijn nieuwe uil, Thor. We trokken wel bekijks door het beest, niet in de eerste plaats omdat hij bliksemschichten op zijn verenpak had, dan wel omdat het een uil was. Maar mama zei dat we het moesten negeren en gewoon door te lopen. Bij het dranghek dat perron negen en tien scheidden sprong ik van de wagen en mama pakte mijn hand. Norren ging als eerste door het dranghek en verdween naar het perron dat alleen beschikbaar was voor de magische bevolking. Mama en ik volgde hem.
De klok op het magische perron was 10:55 aan. Dus Norren zette zijn bagage alvast in de trein. Hij kwam weer naar buiten om afscheid te nemen. Zijn bruine haren wapperden in een bries die op kwam en hij schudde de lokken die voor zijn ogen hingen weg.
“Tot de kerst, mama,” een stevige knuffel en ik snifte zacht, ik zou hem gewoon vier volle maanden moeten missen. Norren liet haar los, ook zij hield het niet droog.
“Tot kerst, zusje!” Ik kreeg een dikke knuffel.
“Schrijf je gauw?”
“Natuurlijk! Vanavond nog!” Mama wist als geen ander dat het op zijn vroegst overmorgen zou worden, maar ik geloofde hem. Norren stapte in en hing uit zijn coupé raampje.
“Veel plezier op school schat!” Mama streek nog eenmaal over zijn wang toen het fluitje klonk. Dat was het enige dat ze mij nooit noemde; schat. Ik lachte toen Norren een gek gezicht trok en begon met de rijdende trein mee te rennen.
“Tot kerst!”
“Daaaag!” En toen de trein een bocht om ging voelde ik mama haar armen om me heen slaan en huilden we allebei.

7 september 1990 Hogwarts, common room; Ravenclaw

Lieve Mama en Lieve Nayla,

Hoewel ik gezegd had ‘morgen’ te schrijven, kom ik er nu pas aan toe. Hogwarts… het is zo ontzettend groot! Ik heb nog niet een keer zonder te verdwalen mijn weg naar de Grote Zaal gevonden. Zoals jullie zien bovenaan de brief ben ik ingedeeld bij Ravenclaw. Ik slaap met zeven andere jongens op de slaapzaal. Ik zal de namen nu nog niet noemen, pas als ik vrienden of ‘vijand’ met ze wordt. De lessen zijn nu nog heel algemeen, maar al reuze interessant!
Ik mis jullie allebei, maar ik weet zeker dat ik het hier naar mijn zin ga hebben. Nayla, ik verheug me erop om hier volgend jaar met jou rond te lopen! Je zult het er geweldig vinden!
Nu moet ik gaan, we hebben nu bezweringen. Dat wordt gegeven door een hele kleine man met een hoog stemmetje. Maar hij is heel aardig en hoofd van onze afdeling.
Ik schrijf jullie gauw weer!

Dikke knuffels!
Norren

P.S. Mama, waarschuw me de volgende keer even over professor Dumbledore, want die man… is geloof ik een beetje gek...


Mama legde de brief op mijn nachtkastje en glimlachte. Het werd vanaf dat moment onze gewoonte om elke brief, elke avond te lezen totdat er een nieuwe kwam. Dan stopten we het in een versierde kist. Ik glimlachte ook en terwijl mama een kus op mijn hoofd drukte deed ze mijn bedlampje uit en viel ik snel in slaap. Als vijf jaar was mijn leven een heel gewoon leven. Al die tijd droomde ik elke nacht nog van de jaren ervoor. Elke nacht werd ik trillend wakker. Waardoor het kwam dat ik ervan bleef dromen wist ik niet, ook niet dat ze zouden verdwijnen, ook niet dat ik wel andere dingen aan mijn hoofd zou krijgen dan deze dromen. Maar nu sliep ik in, tevreden, vredig en veilig.

Er zijn nog geen reacties.


Meld je gratis aan om ook reacties te kunnen plaatsen