Foto bij H.58.

Het laatste stuk van het vorige hoofdstuk:
James had een nog veel pijnlijkere dood moeten sterven en toch voel ik mij nu vreselijk.
Ik wil niet moorden.
Maar toch heb ik het nog een keer moeten doen.
Het is een cirkel en ik zit er gevangen in.
Cirkels hebben geen begin, geen einde.
Geen in of uitgang.
Cirkels eindigen niet.
En ik zit er in eentje gevangen.

We zitten nu in de trein.
Het duurde even voordat we het vervoersmiddelen kunnen regelen, want ze hadden er geen rekening mee gehouden dat ik naar District 11 zou willen afreizen.
Het gevecht lijkt zo lang geleden en tich zo vers in het geheugen.
Zo aan het oppervlak en toch verdrongen.
Ik zit achterin de trein, bij een bank tegen een muir aan die vanaf boven die bank bijna helemaal uit glas bestaat.
Als ik te lang kijk naar de voorbijrazende dingen, word ik duizelig.
Ik heb honger en ook dorst, maar ik sta mijzelf niet toe om te eten totdat ik weet hoe het met mijn ouders gaat.
Matthew heeft al wel een maaltijd genuttigd.
Terwijl ik afwezig naar buiten staar, voel ik de pijn in de steekwond in mijn zij.
De mensen in het Capitool stonden erop dat er een dokter en bewakers meegingen.
En misschien dat... plotseling komt Matthew binnen.
Hij staat wat onzeker in de deuropening.
Even staat hij stil, dan doet hij de deur achter zich dicht.
'Hoi.' zegt hij.
Ik glimlach een beetje droevig.
'Hey.' antwoord ik.
Hij loopt naar mij toe en gaat op de bank zitten, die in een ronding tegen de muur aan zit, als gegoten.
Ik staar wat voor mij uit en hij legt een hand op mijn bovenarm.
'Gaat het?'
Ik knik.
'Eet.' zegt hij dan.
Ik kijk opzij.
Ik zie dat hij in zijn vrije hand - zijn andere ligt nog steeds op mijn bovenarm - een kom soep vast heeft, op een bord met een stokbrood ernaast.
'Ik hoef niet. Eet jij maar.' zeg ik zachtjes.
Hij schudt zijn hoofd.
'Waarom wil je niet eten?' zegt hij.
'Geen honger.' prevel ik.
Hij zucht en schudt zijn hoofd.
Hij verplaatst zijn hand en drukt zachtjes tegen de knobbel op mijn magere schouder, waar het vel strak op gespannen staat.
'Wel waar.' zegt hij, gevolgd door een korte stilte.
'Waarom wil je niet eten, Mira?'
Ik twijfel heel even.
'Hoe kan ik eten, als ik noet weet hoe het met mijn ouders is?' zeg ik. 'Mijn moeder is ziek. Mensen verhongeren in District 11 en in die tussentijd loop ik chique broodjes met verfijnde soep te eten. En biefstukken met persbureau saus. Of een gerecht met die rare zalfjes van - weet ik veel - bloemkool. Hóé dan?'
Ik veeg een traan weg en weiger hem aan te kijken.
'Ze zouden niet willen dat jij jezelf uithongert. Eet nou maar gewoon.' zegt hij. 'En die het anders voor mij.'
Met een zucht pak ik de kom soep aan en neem een hap.
Hij is pittig en dat vind ik wel lekker.
Er zitten kleine stukjes groente in en kleine stukjes vlees.
Het is een sterke bouillon.
Het is lekker, maar het voelt niet goed.
Tich eet ik maar gewoon, want ik weet dat Matthew gelijk heeft.
Als ik het bijna op heeft pakt hij het stokbroodje en scheurt hem.
'Doop dit erin.' zegt hij.
Ik frons, maar probeer het en dompel het zachte binnenste van het stokbrood onder in de soep.
Als ik het eruit haal druipt het nogal, maar ik stop het snel in mijn mond.
Ik kauw er bedachtzaam op.
'Lekker.' zeg ik. 'Is het iets uit het Capitool? Het lijkt mij van niet.'
Mensen uit het Capitool eten met bestek en allemaal andere vreemde apparaatjes in bijvoorbeeld vieze, in knoflook verdronken slakken uit de schelp te halen.
'Nee. Bij mij thuis deden we dat. Mijn moeder kan goed koken, maar toch... met de middelen uit District 11 smaakt zelfs de soep droog. Dit helpt.'
Ik knik langzaam.
En hoewel het vreemd en onbekend voelt om te genieten, voel ik mij wel beter.
Ik kijk Matthew dankbaar aan, met een zuinige glimlach.
'Dankjewel.' zeg ik.

Reacties (1)

  • BethGoes

    Alsjeblieft Mira, fijn om je van dienst te kunnen zijn

    3 jaar geleden

Meld je gratis aan om ook reacties te kunnen plaatsen