VIJF

Langzaam ontspan ik me en na een laatste blik op de klok, knijp ik mijn ogen definitief dicht.

м ι я я σ я      м ι я я σ я      σ η      т н є      ω α ℓ ℓ...


      ‘Kiekeboe!’ Met een hartverzakking schieten mijn ogen onmiddellijk weer open en vlieg ik recht overeind in bed. Pan ligt rustig uitgestrekt op mijn witte plafond me gade te slaan, met een ondeugende grijns op zijn gezicht.
‘Je dacht toch niet dat ik écht weg was gegaan, Wendy? Dat zou ik immers nooit van mijn leven doen, ik zweer het!’ Met zijn hand dramatisch over zijn borst gevouwen kan ik niets anders dan lachen. Of het waar is betwijfel ik zeer, maar het maakt me op dit moment helemaal niets uit. Vrolijk sla ik de deken weer van me af, de gedachte dat dit niet echt is hardnekkig negerend.
      ‘Je bent teruggekomen!’
      ‘Natuurlijk Wendy, dat zeg ik toch net. Ik laat je nooit alleen!’ Hij maakte zich los van het plafond en begon langzaam naar beneden te zweven, als een dwarrelend blad in de wind. Haast zonder gewicht en volledig vrij.
‘Zeg Pan,’ De jongen volgend met mijn ogen klim ik bovenop mijn bed en kijk ik hem vragend aan, mijn volgende zin nog aan het herformuleren in mijn hoofd. Niet zeker van wat ik nu precies wil vragen en of het überhaupt wel zou kunnen. Maar, after all, het is alleen maar een droom. Ha, moet je mij horen. Ik lijk Alice in Wonderland wel.
      ‘Noem me maar Peter hoor,’ klinkt het nonchalant ertussendoor, terwijl hij ondertussen op zijn rug door de lucht baantjes aan het trekken is. Verbaasd trek ik een wenkbrauw op. Net had hij nog gezegd dat dat niet mocht. Vreemd. Maar dan, Peter Pan was vreemd, magisch en niet natuurlijk. Ook in het boek zelf was hij erg wispelturig en veranderde hij heel vaak en snel van gedachten.
      ‘Peter dan,’ reageer ik wat behoedzaam, ‘hoe is het in Neverland?’ De vraag was nu niet echt als heel informatief bedoeld, ik had het boek haast stukgelezen en wist haast alles wat er over het eiland te vinden was, maar hoe meer ik erover kon horen hoe beter. Bovendien was het verhaal uit de eerste hand van Peter Pan zelf natuurlijk nog veel gaver dan opgeschreven in een boekje.
      ‘Hoe het daar is?’ Hij wrijft even nadenkend over zijn kin, alsof hij een lange baard bezat. Qua leeftijd kan dat misschien ook wel, Peter Pan kan eindeloos oud zijn. ‘Het is daar gewoon. Zoals thuis. Dat is net zoals dat ik aan jou vraag hoe het hier is. Het is thuis.’ Ee dromerige blik is niet het woord dat bij zijn gezichtsuitdrukking past, die van hem heeft een donkere ondertoon die ik niet kan verklaren.
      ‘Ik zou het wel eens willen zien,’ verzucht ik, voordat ik mezelf kan stoppen. ‘Voor heel even maar,’ voeg ik er snel aan toe. De enige weg naar Neverland was die door de lucht en hoezeer ik het ook zou willen ontkennen; ik heb ontzettende hoogtevrees. Ook was de weg naar Neverland lang en ver. Ik zou er wel over willen dromen, maar er echt naartoe… Ergens heb ik het vermoeden dat misschien niet alles zo zou zijn zoals ik het ken en dat die ontdekking nog wel eens een nare verrassing zou kunnen worden.
      Peter houdt plotseling stil en gaat rechtop zitten. ‘Maar wat als het wel kan?’ zegt hij, met opeens een nieuwe lach hoop op zijn gezicht. ‘Waarom zou je hier in dit saaie huis, in je saaie bed blijven liggen, als je ook honderden avonturen kan beleven in Neverland, met mij? Je kan de Lost Boys je verhalen vertellen en als die op zijn beleef je zelf gewoon weer nieuwe.’ Een sluwe lach valt om zijn lippen als hij me gretig aankijkt. ‘Kom toch met me mee, Wendy. Ik heb je verhalen gehoord, je houdt van avontuur. Dit is je kans, beleef er eentje van jezelf!’
‘Maar ik kan toch nooit naar Neverland,’ zei ik, me beseffend hoe dit gesprek lijkt op dat van Peter en Wendy uit het boek zelf. ‘Ik kan toch niet vliegen?’ klinkt er nog zwakjes achteraan. Seconden voordat Peter de woorden uitspreekt weet ik al wat hij gaat zeggen en het verraderlijke avontuurlijke deel in mij springt op in vreugde.
      ‘Maar Wendy toch, ik kan het je leren! Om te kunnen vliegen op de vleugels van de wind, uit te rusten op de zachtste wolken die je ooit gezien hebt, om mee te liften op de storm. Je zal het allemaal kunnen, Wendy.’ Vlak voor mijn neus blijft hij zweven, liggend op zijn buik en met zijn hoofd op zijn armen. ‘De Lost Boys zullen ook heel blij met je zijn, je bent zo goed in het vertellen van verhalen.’ Het is heel, heel verleidelijk, geef ik aan mezelf toe.
Hoeveel kwaad zou het kunnen, gewoon maar voor een paar nachtjes. Het is niet zo dat ik nu nog verrast zou kunnen worden door nieuwe dingen, of in echt gevaar zou kunnen komen. Als ik het boekje nu meenam zou er geen probleem zijn. Was er iets dat ik niet meer wist of niet kon oplossen, zou ik gewoon het originele verhaal erbij pakken en een oplossing vinden. En anders zou Peter me wel komen redden.

Reacties (2)

  • Slughorn

    Jup (': ik heb ook ontzettende hoogtevrees (': ik snap haar volledig (':
    Om een of andere reden denk ik dat het naïef is om te denken dat Peter haar wel komt redden (':

    3 jaar geleden
    • Laleah

      Hahaha toch kan je niet ontkennen dat echt vliegen niet een heerlijk gevoel moet zijn! Hoogtevrees heb je toch immers alleen als je denkt dat je kan vallen;)

      3 jaar geleden
  • Laleah

    DOE HET! DOE HET! DOE HET!!!!!

    3 jaar geleden

Meld je gratis aan om ook reacties te kunnen plaatsen