- 2017 januari Eindhoven -

Met bevroren tenen fietste ik door de donkere straten van Eindhoven. Mijn fiets oud, geroest en krakend aan alle kanten. Dat hij mij nog steeds naar mijn bestemming brengt is een wonder. Aan mijn voeten mijn vansjes, zoals altijd, ookal zijn ze te koud voor dit weer. Mijn dikke jas, handschoenen, muts en grote sjaal maakte me totaal onherkenbaar voor de buitenwereld, precies zoals ik het wilde. Het was een typische winter avond, zo eentje die we normaal nooit hebben in Nederland. Een avond die op dit moment aan voelde als -10 maar zeker prachtig was. Aan de takken van de bomen, de lantarenpalen en de lang stilstaande auto's hingen ijspegels. Het had niet gesneeuwd deze dagen maar alles was betoverend wit omdat het al 2 weken had gevroren. Dat is ook de reden dat er bijna niemand op staat is. Het was mysterieus en mooi, toch kon ik niet van de kou genieten.
Ik verminderde vaart op de fiets en gleed bijna uit toen ik iets te hard remde. Vloekend ving ik mezelf nog maar net op en stapte af. Ik stond nu voor een oud pand en met mijn ogen bekeek ik het van beneden naar boven. Het was vroeger een autogarage geweest, dat kon je zien aan de grote deuren die naar boven open konden rollen. Alleen was het nu donker en vervallen. Voor die deur stonden een paar oude auto's en een behoorlijk aantal fietsen. Bovenop de oude autogarage was nog een verdieping, daar brandde wel licht. Ik keek omhoog en zag hoe het licht door de gordijnen brandde. De gordijnen waren eigenlijk stukken stof opgehangen met ducktape. Ik hoorde al muziek en luide stemmen door de openslaande deuren komen die boven open stonden naar buiten zodat je op het dak kon lopen. Ik kreeg een glimlach op mijn gezicht, het was elk weekend hetzelfde hier.
Mijn vrienden maakte altijd een feest van elk weekend. We waren erg impulsief en heel gastvrij, vandaar dat het me niet verbaasde dat heel het pand al vol stond met onbekende fietsen. Het was normaal dat altijd iedereen langs kon komen. We hebben een hele gevarieerde vriendengroep als ik het zo kan zeggen. Ik heb vrienden die zo veel mogelijk weg zijn om te reizen, de vrije mensen die zo nu en dan opeens weer op de bank zitten bij avonden zoals deze. En dan heb ik nog mijn vaste groepje dat bestaat uit mij en twee hele goede vriendinnen, Lola en Mirte, en drie jongens, Tim, Kwinten en Thijs. Deze mensen zijn in mijn leven gekomen toen ik er opeens alleen voor kwam te staan na mijn lange relatie die eindigde 4 jaar geleden en ik al mijn vrienden kwijt raakte aan mijn ex. Sindsdien kan ik niet meer zonder ze.
Ik zet mijn fiets in het rek en zet hem op slot met mijn kettingslot. Snel raap ik een klein steentje van de grond en gooi het omhoog tegen een van de raampjes waar de 'met ducktape opgehangen' gordijnen voor hingen. Al snel zag ik de gordijnen opzij vliegen en zie ik een bekend gezicht glimlachen en daarna verdwijnen. Ik hoor hoe er met een vlot tempo iemand van de trap af komt en met een ruk vliegt de deur voor mijn neus open. Een grote brede jongen staat in de deuropening. Hij heeft een baard en lang blond haar in een knotje gebonden. Tim kijkt me met zijn grootste glimlach aan. ''Luna! Je bent er.'' Zegt hij enthousiast en bukt naar beneden om me een knuffel te geven. Na de knuffel glimlach ik terug en volg hem mee naar boven de trap op. Hoe verder ik de trap op loop hoe luider de muziek word en hoe meer ik besef dat het gigantisch druk is. Mijn vermoeden klopte toen ik de huiskamer binnen liep. Er stonden mensen te dansen midden in de ruimte, er was een lange tafel gemaakt waarop beerpong gespeeld werd, een hoop mensen er om heen die aan het juichen waren. In de linkerhoek van de kamer stond een bank die helemaal vol zat met mensen waardoor er mensen op de grond zaten aan de andere kant van de salontafel. Achterin de kamer was een stelling gemaakt met een laptop er op en draaitafels met een jongen die aan het draaien was. Ik liet mijn blik over de ruimte heen glijden maar plots komt er iemand op me afgevlogen en grijpt me gelijk vast voor een knuffel. ''Yes Lun, je bent toch gekomen. Gezellig!'' Roept Mirte boven de muziek uit en ze drukt een biertje in mijn hand. We liepen naar de rest van ons groepje waar ik iedereen begroette.

Ik duw de keukendeur open en terwijl ik dat deed hoorde ik lege blikken bier over de grond schrapen die achter de deur lagen. Met mijn voet veegde ik de blikjes richting de prullenbak. ''Lun, kan je een biertje meebrengen voor me?'' Ik grijp naar de koelkast en pak er twee uit. Ik plof terug in de bank en geef Kwinten zijn biertje. De kamer was leeg en we waren nog maar met vier personen over. Ik gokte dat het 05:00 uur geweest moest zijn. De vierde persoon, een collega van Tim, stond nog achter de draaitafels, foute nummertjes op te zetten. Ik glimlachte toen ik een nummer hoorde die kwam uit mijn kindertijd. ''Hoelang blijf je nou weg Tim?'' Stelde ik aan de grote jongen naast me in de bank. Hij was vaak weg voor werk, hij werkte in de podiumbouw dus was vaak nodig bij een tour of een festival. ''Een maandje en dan ben ik weer terug.'' Glimlachte hij. ''Waar naartoe ook al weer?'' Zei Kwinten die aan de andere kant van mij zat. ''Londen.'' Ergens in mijn onderbuik knoopte zich onbewust iets op. ''Het is jammer dat ik geen gratis kaarten kan regelen voor de show van Adele, anders konden jullie misschien wel mee.'' Ik knikte en glimlachte licht. ''Ik heb het zelf erg druk deze dagen dus is geen probleem.'' Ik drong het beknopte gevoel weg en ging verder met mijn biertje.
Totdat opeens Rick, de jongen achter de draaitafels een nummer op zette waarvan ik het al herkende bij de eerste seconden. De knoop in mijn maag draaide zich nog even drie keer verder opnieuw om en ik stikte zowat in mijn biertje net een slok nemende. Ik merkte hoe ik het warm kreeg vanuit mijn voeten naar boven tot uiteindelijk mijn hoofd. Ik wist dat mijn wangen knal rood waren geworden nu en ik zag Tim verschrikt kijken, hij was bekend met de situatie. Beschermend verdedigde hij mij nog. ''Rick zet eens een ander nummer op!'' Riep hij geërgerd. Maar Rick stond te lachen achter zijn computer en draaide het scherm. Daarop kon je de videoclip ook nog bekijken, One Direction - What makes you beautiful. ''Tim weet je nog dat wij bij dit concert moesten zijn om af te bouwen, shit dat was echt de vreselijkste show ooit, ben die avond een deel van mijn gehoor kwijtgeraakt dat weet ik zeker!'' Lachte hij bespottelijk. Ik keek naar het beeldscherm waar ik de 5 jonge jongens op het scherm zag dansen en ik merkte hoe droog mijn mond was geworden. ''Zet af.'' Zei ik koeltjes en langzaam. Rick richt zijn blik nu op mij en kijkt me niet begrijpend aan. ''Waarom, vind je het zo'n vreselijk nummer haha.'' Ik knoop mijn handen in elkaar, mijn vingers in elkaar gevlochten en knijp er zachtjes in. Mijn gevoelens namen mijn lichaam over en ik merkte hoe ik met mijn verstand daartegen vocht. Ik moest het wegstoppen, niet laten zien dat ik veel pijn had als ik een nummer van hem hoorde. Zo had ik het altijd het beste kunnen verwerken, het zoveel mogelijk wegstoppen. Die gevoelens negerend, hopen dat ze ooit weg zullen vagen. Ik sloot mijn ogen een paar seconden terwijl ik naar beneden keek. Alsof ik mezelf een kleine peptalk in mijn hoofd gaf. Klaar Luna, hij doet niks meer met je. Het is al lang klaar, zet je er overheen. Ik opende mijn ogen weer en keek Rick kwaad aan. ''Ik meen het, zet het af.'' Zei ik uit alle macht beheersend te zeggen en neutraal over te komen. Mijn stem trilde toen ik het zei, ik werd emotioneel. Het was een tijd terug dat ik ermee geconfronteerd werd en het raakte mij harder dan verwacht. Ik voelde mijn ogen prikken en dat was het moment dat ik met een ruk op stond. ''Ik moet gaan.'' Zei ik stil, al lopend naar mijn jas en spullen. ''Luna, blijf. Alsjeblieft.'' Tim wist precies wat er nu door me heen ging. De muziek was intussen afgezet maar ik was nog steeds aan het vechten tegen mijn emoties. ''Wat heb ik nou fout gedaan?'' Hoorde ik Rick nog zeggen toen ik naar de gang vertrok. Ik stormde de trap af en kreeg een ijzige wind in mijn gezicht gegooid toen ik de deur open deed naar buiten. Snel haastte ik naar mijn fiets die ik snel opende en zenuwachtig om me heen keek. Kleine sneeuwvlokjes dwarrelde langzaam naar beneden en vielen op mijn gezicht toen ik omhoog keek. Ik kon het niet onderdrukken een traan te laten. Verdomme ik heb er gewoon geen controle over, wat ik mezelf ook wijs maak. Het doet gewoon nog steeds pijn. Wanneer zou dit nou eens ophouden. Met die gedachte stapte ik op de fiets en fietste ik weg de donkere straten in.





Er zijn nog geen reacties.


Meld je gratis aan om ook reacties te kunnen plaatsen