Wie denken jullie dat de 'ander POV' is?

Heel in de verte klonk er een wekker die afging, maar ik hoorde het niet. Want ik sliep, dromend over de Diagon Alley die pratend me alles vertelde dat ik niet hoefde te weten. Een zachte, niet erg grote hand, schudde zachtjes aan mijn schouder.
“Nay, het is tijd om wakker te worden,” fluisterde Norren zacht. Heel langzaam werd ik wakker. Buiten werd de wereld net licht. Ik draaide me op mijn rug.
“Wasser?”
“We gaan naar Hogwarts vandaag,” Norren grijnsde toen mijn ogen ineens groot werden ik klaar wakker was. We stonden op, wasten ons, trokken de klaar gelegden kleren aan, stopten onze laatste spullen in onze hutkoffers en maakten toen zo stil mogelijk ons ontbijt, thee was het enige dat meer lawaai maakte dan we wilden. Toen de ovenklok half acht aantikte trokken we stil de voordeur achter ons dichter voor de komende tien maanden.
Afgelopen zomer, bedacht ik mij terwijl we naar de dichtstbijzijnde bushalte, was onverwacht geweest. Terwijl buiten kinderen de zomer vierden werd mama paranoïde. Alles wou ze weten. Dusdanig dat Norren die normaal gesproken zijn vrolijke, rustige zelf was, boos werd en dus weigerde nog met mama te praten en haar alleen maar aan te kijken met zijn armen over elkaar en een blik die sprak totdat je erbij neer viel. Ik was de flapuit, hij werd stil.
De bus kwam aanrijden toen wij arriveerden en na betaald te hebben zette we koers richting het metrostation East Finchley Station. In de bus zaten we still tegenover elkaar met onze hutkoffers, uil en kat. Ik was blij dat we ruim een paar uur te vroeg vertrokken waren, het was nog relatief rustig in de bus, dus de aandacht was minimaal. Bij de metro hadden we even gedoe om onze bagage door de hekjes te krijgen, maar gelukkig hielp een vriendelijke beveiligingsman ons uit de brand door de kooi en mand over te pakken, en weer terug te geven toen we erdoor waren. We bedankten hem en zette koers naar het juiste perron, Northern lines richting het centrum van Londen. Deze route hadden we inmiddels zo vaak genomen dat het niet meer opviel, dat we gekke bagage hadden werd naarmate we Camden Town naderde minder raar. We moesten daar overstappen op een andere Northern line, die ons naar onze ‘eind’ bestemming zou brengen. En om kwart voor negen ‘s ochtends waren we op King’s Cross aangekomen. Het zou dus nog wel even duren voordat we zouden gaan, dus huurden we een kluis voor onze koffers op perron 9 ¾ en vertrokken met onze dieren met de befaamde Picadilly line naar een straat die direct naar onze favoriete plek in Londen bracht. Leicester Square Station naar Charing Cross Road. We liepen op ons gemak de Leaky Cauldron in, de vroege winkelende mensen merkte niet dat we in het niets verdwenen tussen de platenwinkel en een boekwinkel. We groette de barman en vertrokken naar de Diagon Alley.
Hoewel we alle schoolspullen al hadden misten we nog één ding cruciaal voor mij; een toverstok. Mama had gezegd dat we die nog zouden halen maar dat was er gewoon niet van gekomen met al die ruzies, dus we zette gelijk koers naar Olivander’s winkel. Het belletje tinkelde vrolijk in de schemerige ruimte. We bleven wachten totdat hij naar voren zou komen.
“Ah juffrouw Potter, ik was benieuwd of u nog zou komen,” zei een stem boven ons ineens. Ik keek op en daar op de balustrade stond een man met wit pluizig haar, een oud gezicht en een meewarrige glimlach.
“Het lijkt wel gisteren toen uw moeder haar stok kwam halen, ze was een makkelijke klant, maar u, juffrouw Potter bent uit heel ander hout gesneden. Laten we eens beginnen met 30 centimeter, wilgenhout, kern van drakenhartbloed. Zwaait u maar,” tijdens het praten was hij omlaag gekomen en had hij me een staf gegeven. Geen goed idee. De lamp bij de kassa explodeerde.
“Die dus niet,” mompelde hij, en pakte een andere staf, het leek willekeurig.
“Dertig centimeter, eik, eenhoornhaar,” weer niet.
“Eenendertig komma één centimeter, den, onbuigzaam, kelpie haar,” ik had de stok vast en gooide hem bijna weer neer, omdat er een bijtend gevoel door mijn arm schoot.
“Die dus zeer zeker niet,” hij glimlachte zowaar.
“Geen zorgen, geen zorgen, probeert u deze maar, eenendertig komma één centimeter, eenhoornhaar, redelijk flexibel, cypres,” de staf tintelde als kippenvel door mijn lijf en Norren en Olivander juichtten enthousiast. Ik had een toverstaf, ik was klaar voor mijn avontuur. Norren rekende de zeven galjoenen af en we waren binnen een half uur weer terug op King’s Cross. Wibble mauwde klagelijk. De klok sloeg half elf toen we onze hutkoffers de trein in tilden.
Onbewust van een toeschouwer.

Ander POV
Een man stond tegen de muur geleund, een versleten jas, een bleek en vermoeid gezicht kenmerkte hem en waren de redenen dat men hem met rust liet. Hij keek toe hoe de broer en zus in harmonie samenwerkten om hun bagage in de trein te krijgen, van de moeder geen spoor. Hij werd in verleiding gebracht om met ze te praten, maar ze waren al ingestapt. Hij bleef echter staan want zij waren niet de reden geweest dat hij hier nu was, vandaag. In feite was hij ze een beetje vergeten, en ze waren zo ontzettend verandert. Ja, de haren en ogen waren nog hetzelfde, maar de kinderlijke vormen waren verdwenen, beiden hadden een houding die gewend was om te knokken voor overleving. Kwart voor elf, melancholisch bekeek hij de kinderen die gedag zeiden tegen ouders, grootouders, voogden of andere geliefden. Hij had de neiging om ook in te stappen en nog eenmaal terug te gaan naar de plek waar alles goed was geweest. Zijn blik werd getrokken door drie jongens die net waren gearriveerd, alledrie met rood haar. Ze werden gevolgd door de reden dat hij hier was. In zichzelf vervloekte hij zijn besluit. Want het bracht zoveel herinneringen terug dat het pijn deed. De warrige zwarte haren, de nu nog klein voor zijn leeftijd, lengte, zijn manier van lopen. Hij was alleen wat onzekerder. Hij leek niet door te hebben gevolgd te zijn door nog een roodharige jongen en daarna een meisje, ook roodharig, net als een wat mollige vrouw met eveneens rood haar. Dit was duidelijk een familie. Hij streek door zijn bruine haren, en focuste weer op de jongen, ook hij werd al geholpen met zijn bagage, door twee van de roodharigen, die als twee druppels op elkaar leken. Ze praatte nu het ding in de trein was en lieten ze de jongen alleen, want de moeder had geroepen. Even twijfelde hij of hij alsnog naar hem toe zou lopen, maar opeens kwam er een vrouw die hij uit duizenden zou herkennen het perron op gemarcheerd. Zoekend keek ze om zich heen, en liep toen naar de trein, daar begon ze alle coupé’s af te gaan, bij één bleef ze staan en leek te praten. Hij kon niet verstaan wat ze zei door het lawaai om hem heen. Maar hij wil het ook niet, hij draait zich om en verdwijnstelt. Hier wilde hij niks mee te maken hebben, toen niet en nu ook niet. Weinig wist hij van het feit dat er maar één van hem was, weinig wist hij van hun jeugd, weinig van de toekomst die hem nog zou brengen. Als hij het geweten had betwijfelde hij of hij het anders had gedaan.

Nayla POV
Met een aardig tempo zag ik Londen voor het eerst in mijn leven in de verte verdwijnen. Ik had verwacht een soort heimwee te voelen, maar ik kreeg een grote grijns op mijn gezicht, dit werd een grandioos leven. Ik keek Norren met een gelukzalige blik aan.
“Het gebeurt nu echt he?”
“Jep, we gaan naar huis,” en ja, zo voelde het voor ons beiden. Want daar konden we zijn wie we waren zonder teveel controle. Ik keek weer naar buiten, Londen was aan de horizon verdwenen en had plaats gemaakt voor een landschap van snelwegen, boeren landerijen en kleine plukjes huizen. Norren pakte een boek en ik keek hoe de bewoonde wereld langzaam plaats maakte voor een glooiend landschap met her en der bossen. Ik keek op toen de coupédeur openschoof en er drie jongens in de opening stonden.
“O, sorry,” zei de blonde, zijn gezicht stond leizig en hij keek ons schamper aan.
“Wat is er?” Vroeg ik, onwetend.
“Niks,” antwoordde hij.
“Waarom doe je de deur dan open?”
“Ik dacht dat de coupé leeg was,” het antwoord was zo idioot dat ik gnuifde.
“Niet dus, zoals je had kunnen zien als je je ogen had gebruikt en door het raampje had gekeken,” merkte Norren op.
“Ik had jou niks gezegd,” sneerde de jongen, zijn ogen waren grijs, alleen niet helder zoals die van mij, maar hard en koud.
“Nee, maar ik zit hier wel, dus wat wil je?” Hij keek ons minachtend aan en liep weg met de zwijgende jongens, die beiden stevig gebouwd waren, in zijn kielzog alsof hij hun leider was. Ik keek Norren verbaasd aan.
“Geen idee wie dát waren, maar het zou me niet verbazen als in Slytherin komen,” hij keek nog naar de open deur en sloot hem toen.
“Wat een idioot,” vond ik en mijn broer knikte. Norren keerde terug in zijn boek en ik pakte mijn schetsblok. Al was dat niet voor lang want nauwelijks vijf minuten later ging de deur opnieuw open en kwamen er vier jongens vrolijk kletsend binnen, gingen zitten en een van hen trok Norren zijn boek uit de handen. Ik had verwacht dat hij zou protesteren maar hij lachte.
“Mick! Geef terug!”
“Eerst hallo zeggen, wolfje,” de jongen die Mick heette had een grote bos donkerblonde dreadlocks.
“Hoi,” het klonk zwakjes. De jongens lachten.
“Wie is deze schoonheid?” Vroeg een ander, hij had sluik, gitzwart haar en groene ogen.
“Ik ben Nayla, zijn zus,” pinde ik terug, “ik ben geen schoonheid,” het was waar dat ik mezelf niet zo zag.
“Ricardo,” hij schudde mijn hand. De anderen twee stelde zich voor als Steve, hij had muisbruin haar, blauwe ogen en een beugel, en Will, een blonde jongen, ook met blauwe ogen. Mick zwaaide even en grijnsde, hij hoefde zich niet voor te stellen.
De trein zette koers naar het noorden terwijl ik meeluisterde naar de verhalen van Steve, Will, Rocardo, die door zijn vrienden Do of Rick werd genoemd, en Mick. Norren was bijzonder terughoudend over de zomer. Maar dat begreep ik wel want het was een tegenvaller geweest. Om één uur kwam er een vrouw met een karretje vol lekkers. Lekkers dat ik voor driekwart niet kende. Mick had blijkbaar genoeg geld want hij kocht van alles genoeg voor de rest van de rit die nog zes uur zou duren, en deelde dat met ons.
Toen we rond zessen onze eindehalte bereikten zei ik gedag tegen de jongens toen de grootste man die ik ooit had gezien de eerstejaars bij zich riep, Norren wenste me succes. Ik stak samen met de andere het Grote Meer over, en terwijl we wachtte tot de grote deur open zou gaan bedacht ik me één ding; nooit van mijn leven zou ik deze dag vergeten.

Er zijn nog geen reacties.


Meld je gratis aan om ook reacties te kunnen plaatsen