De deur ging open en een vrouw met een streng gezicht en haar zwarte haren in een strakke knot stond in de deuropening. Ik slikte, ik hoopte in haar afdeling terecht te komen want anders zou ik zeer zeker in heel veel problemen komen.
“De eerstejaars, professor McGonagall,” de gigantische man ging voor ons opzij, en de vrouw gebaarde ons haar te volgen. Binnen was het licht, warm en gróót. Ik keek omhoog, boven mij was een plafond te zien maar ik vermoede dat er een flat van twaalf verdiepingen er makkelijk in paste. De vrouw ging ons voor naar een ruimte die ik zaal zou noemen. Nerveus gingen we dichter bij elkaar staan dan we gewoonlijk zouden doen. De vrouw die McGonagall was genoemd keek ons aan voordat ze begon te praten.
“Welkom op Hogwarts, het feestmaal voor het begin van het schooljaar zal zo dadelijk beginnen,” dit was goed nieuws want ik had honger.
“Maar voordat jullie plaatsnemen in de Grote Zaal zullen jullie gesorteerd worden in jullie afdelingen. De sorteringsceremonie is erg belangrijk want, terwijl jullie hier verblijven, jullie afdelingen zullen zoiets zijn als familie,” dat hoopte ik toch niet. Althans niet zoals mama, Norren was niet zo verkeerd. Integendeel.
“Jullie lessen zullen samen met je afdeling en jaargenoten zijn, jullie zullen in de slaapzalen van je afdeling slapen en je vrije tijd doorbrengen in de leeringenkamers,” ik kreeg het benauwd, mocht je buiten de lessen dan wel buiten de leerlingenkamer zijn?
“De vier afdelingen zijn Gryffindor, Hufflepuff, Ravenclaw en Slytherin. Elk huis heeft zijn eigen nobele geschiedenis en heeft buitengewone heksen en tovenaars voortgebracht,” ofwel een stille druk om toch vooral heel hard je best te doen en je te gedragen.
“Terwijl jullie op Hogwarts zijn zullen jullie triomfen beloond worden met punten voor je afdeling, daar staat tegenover dat het verbreken van de regels je punten kost. Aan het einde van het schooljaar zal de afdeling met de meeste punten de afdelingsbeker winnen, een grote eer. Ik hoop dat ieder van jullie je afdeling goed zal doen, welke dat ook mag zijn,” joeppie, dacht ik, nog meer druk om vooral de brave student te zijn.
“De sorteringsceremonie zal dadelijk beginnen voor de rest van de school, ik suggereer dat jullie je een beetje opknappen terwijl jullie wachten, ik zal terugkeren zodra we voor jullie gereed zijn, wees alsjeblieft een beetje zachtjes,” ik vroeg me af waarom die laatste zin eraan werd toegevoegd. Wellicht dacht ik dat er in het verleden studenten waren die niet zo zachtjes hadden gewacht. McGonagall vertrok en zachtjes begonnen leerlingen te praten. Opeens gilde een meisje naast me en keek ik op, wit doorzichtige figuren kwamen de muur uitzweven. Mensen slaakten verbaasde kreten.
De geesten, want dat is wat ze waren herinnerde ik me van Norren, waren in discussie over iets of iemand, toen de naam viel grinnikte zacht, Peeves, ik hoopte vrienden met hem te worden. Hun blik viel op die van ons.
“Wat doen jullie hier?” Niemand reageerde, ik ook niet, het was duidelijk dat we een kudde verloren pre-puberende schapen waren.
“Nieuwe studenten!” Riep de dikste geest glimlachend, “nog te worden gesorteerd, neem ik aan?” Duh, natuurlijk, anders hadden we wel bij de anderen in de zaal gezeten.
“Ik hoop jullie terug te zien in Hufflepuff, dat is mijn afdeling, weetje.”
“Kom op, doorzweven, de sorteringsceremonie staat op het punt te beginnen,” McGonagall was terug, “gelieve een rij te vormen en met mij mee te komen, bedankt,” ik kwam naast de jongen terecht die zo grof onze coupé was binnengekomen, ik zweeg nadrukkelijk. We volgden McGonagall door een andere deur en kwamen in grootste zaal waar ik ooit was geweest.
Zwevende kaarsen hingen overal boven de hoofden van de honderden studenten, gouden borden en bekers glommen in het weerkaatsende licht. Alle gezichten waren op ons gericht ik grijnsde toen Norren even zwaaide en wuifde terug. McGonnagall gebaarde ons halt te houden en keen nu net als de rest van de school naar een ontzettend lelijke en oude hoed. Ik trok mijn wenkbrauwen op, was de hoed – oké dat nam ik terug. De hoed begon te zingen.
“Ik ben misschien wat sjofel, (je méént het)
Maar dat is de buitenkant,
Niemand weet zo goed als ik, (betweter)
Van de hoed en van de rand, (je bent een hoed, gek)
Op gebreide mutsen kijk ik neer, (een reden te meer ze te dragen)
En ook op hoge hoeden, (ja die zijn bijzonder onpraktisch)
Ik ben de sorteerhoed van de school,
En weet meer dan je zou vermoeden, (oké probeer maar)
Al puilen de geheimen uit je hoofd, (dan hoop ik dat je ze niet doorgebriefd)
De sorteerhoed zier ze vast, (Oh gaan we in derde persoon praten?!)
Dus zet me op, dam zeg ik je, (Zeg je wát?)
Wat het beste bij je past, (Zolang het mama en rokken niet zijn zal het wel goed komen)
Misschien hoor je bij Gryffindor,
Bekend om zijn dapperheid,
Ja, ridderlijkheid en durf en lef,
Is wat Gryffindor onderscheidt, (Hm, mooie omschrijving, alleen niet altijd waar)
Misschien hoor je bij Hufflepuff, (Nee denk het niet)
Vind je hard werken oké, (Nope)
Hufflepuffers blinken uit door trouw, (Oh dat is wel een mooie eigenschap)
En hebben geduld voor twee, (Zoals ik al zei, denk het niet)
En bij het wijze Ravenclaw, (Ik ben niet wijs)
Vinden mensen met verstand, (Wat voor verstand?)
Die geleerd en bij de pinken zijn,
Altijd wel een geestverwant, (Ik heb er al één)
Misschien voel je je pas werkelijk thuis, (Hier al wel)
Als je naam bij Slytherin prijkt, (Nooit van mijn leven!)
Die sluwe lui schuwen echt niets, (dus nee)
Als hun doel maar wordt bereikt, (ja ik ook niet)
Dus raak vooral niet in paniek, (Paniek? Wat is dat?)
Zet me rustig op je kop, (Nee, wild nou goed?)
Al ben ik een hoed, ik van jou (Wát? Ben je een dief?)
Vast een vrij hoog petje op! (Ga er maar niet vanuit)”

De zaal barstte in een luid applaus los en ik trok mijn wenkbrauwen nogmaals op, was dit het muzikale niveau van deze school? De hoed echter boog, en toen het applaus voorbij was liep McGonagall weer naar voren.
“Als ik je bij je naam noem zet je de hoed op en neem je plaats op de kruk. Alvorens gesorteerd te worden,” ze rolde een dikke rol perkament uit en riep het eerste meisje naar voren, pauze, en werd ingedeeld bij Hufflepuff. De rij ging dus op alfabetische volgorde en ik zuchtte, de P was nog een eind weg. Ik begon de rest van de zaal te bekijken. Schilderijen van hoge piefen hingen aan de vier muren. Na Sally-Anne Perks kwam een onverwachtte naam voor die van mij; Harry Potter,” ik keek op, sinds wanneer hadden Norren en ik familie? De zaal echter barstte uit in geruchten. Ik fronste, wacht eens even? Had dat niet eens in de krant gestaan? Was dit de jongen die bleef leven? De hoed had een besluit genomen; “Gryffindor!” Ik zocht Norren die eveneens een verward leek, oké mama had serieus wat vragen te beantwoorden…
“Potter Nayla,” Ik keek naar de hoed en liep toen naar voren, de weg leek ineens eindeloos, mensen lette niet echt meer op, de Jongen Die Bleef Leven was veel interessanter, slechts een enkeling trok een wenkbrauw op. Ik kon het niet zien, maar Dumbledore had zich net als bij Harry even verzet. Alleen bij mij was het met verwarring en niet met nieuwsgierigheid. Ondertussen had de hoed zich in mijn hoofd geplaatst.
“Juist… een gecompliceerde jeugd, meestal geen goede voedingsbodem...”
“Als je me bij Slytherin plaats, beloof ik je in de brand te steken,” dacht ik.
“Juist, dat alleen al bewijst moed, en een affectie tegen Slytherin hun reputatie, maar ze zouden je kunnen groots te worden,” ik bleef bij mijn eerste gedachte.
“Juist, Hufflepuff is niet je plek, Ravenclaw vraagt studielust, en bij jou zie ik juist verlangen naar avontuur en vrijheid...”
“Ja dat had ik je ook kunnen zeggen,”
“Hm nou dan houden we het maar op...” ik schrok me te pletter toen de hoed de afdeling de zaal in spoot.
“GRYFFINDOR!” Ik grijnsde, hebbes! Ik zette de hoed af, grijnsde breed naar McGonagall en zette koers achter de jongen aan die dezelfde achternaam droeg. Ik kreeg een beleefd applaus, maar ik hoorde meerdere mensen commentaar geven.
“Wie is dát?”
“Ze is wel erg shabby,”
Ik grijnsde echter toen ik tegenover de jongen kwam te zitten. Even keek ik hoe de volgende mensen gesorteerd werden, waaronder de rode jongen die de broer was van de andere drie, die ook aan de tafel van Gryffindor zaten. Terwijl Turpin Lisa werd gesorteerd keerde ik me echter weer tot de Potter tegenover mij.
“Hoe kan het dat wij dezelfde achternaam hebben?”
“Dat wou ik jou ook vragen, ik ben Harry trouwens,” hij stak zijn hand uit.
“Tijd voor onderzoek dus, Nayla is de naam, aangenaam kennis te maken,” ik nam de hand aan en schudde hem. Hij kwam me bekend voor. Maar plaatsen lukte het niet.
De rode jongen, die Ronald Weasley bleek te heten, kwam ook in Gryffindor. Hier complimenteerde zijn broers hem. Ik zag McGonagall de rol perkament oprollen en de kruk wegnemen nadat ene Zabini in Slytherin werd geplaatst. Ik kon nu de docenten zien en bekeek ze een voor een, totdat Dumbledore opstond en zijn armen spreidde.
“Welkom! Welkom voor een nieuw schooljaar op Hogwarts! Voordat we aan het heerlijke feestmaal beginnen zou ik graag een paar woorden willen zeggen,” ik kreunde, “dit zijn ze: Nitwit! Blubber! Oddment! Tweak! Bedankt!” Ik proestte en klapte met de zaal mee, oké Norren had gelijk gehad, die man was krankjorem. Ik keek in verbazing toe hoe ineens de schalen gevuld waren met allerlei eten, eten dat ik voor een groot deels niet eens kende.
Ik schepte van alles wat op.

Toen ik later die avond in de nieuwe slaapzaal in bed lag, kon ik het gevoel van opwinding en blijdschap niet kwijt, ik grijnsde in het donker, dit zouden de beste jaren van mijn leven worden, alleen of niet, welkom of niet. Dit werd hét leven dat ik wou.
Een hell-loos leven.
Dat ik ernaast zou kunnen zitten kwam niet in me op. Met de opwindende kriebel in mijn buik viel ik in slaap. Me niet druk makend over verboden gangen of bossen. Geen zorgen makend over boze mama’s en conciërges. Alleen maar blij dat ik in dit geweldige kasteel terecht was gekomen.

Er zijn nog geen reacties.


Meld je gratis aan om ook reacties te kunnen plaatsen