Ik rij behendig tussen de leerlingen door, zoekend naar het lokaal van klas BL 2, mijn thuishonk voor dit jaar. Op De Zeemeeuw komen de leerlingen niet naar de leraar, de leraar komt naar ons. Dat bedoel ik nou met variatie.
Het duurt niet lang voordat ik het juiste lokaal gevonden heb, het blijkt namelijk hetzelfde lokaal te zijn als vorig jaar.
‘Origineel, heel origineel,’ mompel ik en klop op de deur.
Ik ben niet de eerste in het lokaal, zoveel is duidelijk. Ik kan het gestomp en gekerm door de deur heen horen. Tijn en Nick vliegen elkaar weer eens in de haren, het teken dat het schooljaar nu officieel is begonnen.
Ik grom en mep nu met mijn vlakke hand op de deur. ‘Jongens, ik kan jullie horen! Doe open, ik ben het.’
Het duurt even, maar dan gaat de deur open en staat Nick Amstel voor me. Door zijn beperking klein van stuk, maar de grootste rebel van de school.
Hij grijnst. ‘Nik, hoe gaat ie? Veel gelezen zeker?’
‘Jep, ik heb zolang het kon van de rust genoten. Heerlijk.’
‘Dan moet je niet naar mij kijken, hij begint,’ zegt Tijn, een grote blonde jongen in een duwrolstoel.
Die woorden zijn voldoende om Nick weer naar hem toe te lokken.
‘Nick… Nee, niet doen, niet daar. Au! Je weet toch dat ik last van mijn rug heb, sukkel?’
Hoofdschuddend kijk ik toe.
‘Bespaar jezelf de moeite, zo doen ze al sinds ze binnenkwamen.’ Rudolf zit al achter zijn bureau en glimlacht. Zijn stoel kraakt onder zijn constante gewiebel. Naar voren, naar achteren, naar voren, naar achteren.
Rudolf is autistisch, het is een tic waar hij zelf geen erg in heeft en waar wij als zijn klasgenoten ondertussen aan gewend zijn.
‘Doen ze al de hele tijd zo? Arme jij.’
‘Ik vind het niet erg meer, ik heb geleerd om mij ervoor af te sluiten,’ antwoord hij trots.
‘Mooi zo.’
Ik draai me om en begin mijn spullen op mijn bureau te leggen. Misschien komt het doordat ik er met mijn hoofd nog steeds niets helemaal bij ben, maar een harde schreeuw van Tijn, zorgt ervoor dat mijn etui door het lokaal vliegt.
‘Jongens, [i[alsjeblieft![/i] Spastisch, weten jullie nog?’
‘Jij wordt nooit spastisch van ons,’ zegt Tijn verbaasd.
‘Nee, daar heeft de dikke een punt. Wat is er, Nik? Met het verkeerde been uit bed gestapt?’
‘Ha, ha, ontzettend grappig, help me liever.’
Maar voordat Nick een vin kan verroeren, is Rudolf al opgestaan en legt mijn etui terug op tafel.
‘Ze hebben wel gelijk,’ zegt hij zacht. ‘Voel je je wel goed, Nikki?’
Ik voel dat ik een kleur krijg. ‘Ja. Ja, ik voel me prima.’

Er zijn nog geen reacties.


Meld je gratis aan om ook reacties te kunnen plaatsen