|| Romijn Lois ||

Zoals bevolen hadden de twee heren mij op mijn kamer geplaatst. Mijn ramen, deuren werden in hen sloten gedrukt en als een of andere gevangene kon ik nu deze ruimte niet meer verlaten. Een zucht rolde verveeld over mijn lippen, ik stopte mijn gereedschap achter de losse plank in mijn muur. Liep vertraagd naar mijn bed en liet mij er met een plof op neervallen. Wat voor nut had deze straf, die de man mij nu precies had opgelegd? Wat zou ik uit deze straf leren? Ik schudde mijn hoofd, die vragen moest ik op het moment maar niet stellen.
De antwoorden zou ik er toch niet op krijgen. Een gona had vele leermeesters. Iedere leermeester werkte anders, leerde zijn secondant het anders. Het was een groot leerproces, wat dit volk blijkbaar nog niet samen had weten te voegen. We waren zo verschillend, zij waren zo materialistisch. Gewoon haast niet te begrijpen.
Praimfaya ste almoste hir, ik kon het voelen.
Af en toe voelde ik mijn aderen sidderen, een vreemde prikkel er langs glijden.
Opnieuw werd mijn kamerdeur uit zijn slot gehaald, in mijn deuropening stond Embry Call.
De man die mijn voogd, begeleider, ook wel leermeester zou moeten zijn. Dat voor mij en mijn acties in zou staan. Hij keek mij met een vreemde glans in zijn ogen aan, onbewust probeerde ik zijn warme toffee gekleurde ogen niet in die van mij te laten glijden. Het gevoel dat de man mij op een of andere manier gevangen zou nemen was daar. Wat ik dan zou doen, was gewoon niet te voorspellen.
'Je actie, was niet tof' sprak hij fronsend.
Hij liet zich gracieus op de rand van mijn bed zakken, draaide zich naar mij toe.
'Je moet begrijpen dat je moet melden waar je heen gaat. Kan niet zomaar voor dagen wegblijven. Dat is onverantwoordelijk, vooral nu dat Praimfaye in aantocht is' knikte Embry bedenkelijk verder. Een zucht rolde over mijn lippen.
'Ai was looking gon a solution. Unfortunately, by some setback ai did nou find chit ai was looking gon' sprak ik met een zuiver heldere toon. Zonder schaamte, en of belediging naar een of ander volk. Mijn begeleider fronste kort zijn wenkbrauwen. Blijkbaar leek de man niet alles te verstaan wat ik vertelde, mijn Trigedasleng was voor vele van dit volk waarbij ik woonde, onbekend.
Onverstaanbaar, alsof het chinees was voor hen.
'Osir laik nou the only kru looking gon a solution kom survive praimfaye. Some say der ste a tomb. Others tel a story about a bunker. Ai want kom know chit's true' knikkend op mijn woorden. Keek ik mijn begeleider: Embry Call met een neutraal gezicht aan. Op de een of andere manier leek de man mij te begrijpen, maar niet elk woord te verstaan. 'Ai've encountered some scouts, emo will nou bother osir anymore. Even though der will be others. Ba taim den en ste klir' was mijn heldere tinkelende stem. Embry keek mij nog steeds verbaasd, half begrijpend aan. Zijn lippen had hij op elkaar geplakt en nieuwsgierig, geduldig luisterde de man naar het verhaal.
'Het is voor jouw echt omschakelen is het niet' de man stelde zijn vraag op een kalme vriendelijk toon.
Zonder hem een antwoord te geven, bekeek ik de man, zonder mijn ogen te knipperen of een of andere spier te gebruiken. Geen emotie gevend. Zoals in mijn volk, mijn kru normaal was. Ze hoefde niet alles te weten wat niet echt noodzakelijk was om voor hen te weten. 'Ik heb met Bax gesproken. Je mag voorlopig het gebouw niet verlaten, dus je bent gedoemd om binnen te blijven' sprak Embry met een lichte glimlach verder. 'Ik heb met grote moeilijke woorden moeten spreken. Dus stel mij niet teleur' knikte hij als laatste.
Hij kreeg inmiddels in de gaten na al de maanden, dat ik hier woonde hij maar moeilijk met mij kon spreken.
Ik vaak geen antwoord gaf, en hem in onwetendheid liet hangen.
Soms werd hij er nogal vervelend van, nogal boos om. Omdat hij volgens zijn woorden mij dan niet voldoende kan begeleiden.
[/font]

Er zijn nog geen reacties.


Meld je gratis aan om ook reacties te kunnen plaatsen