Foto bij H.63.

Het laatste stuk van het vorige hoofdstuk:

De tijd lijkt stil te staan.
Het kan niet, ik moet het verkeerd verstaan hebben, dat móét wel.
'Wat?' pers ik over mijn lippen.
Tysons moeder, Michelle, trekt mij in een omhelzing.
'Liefje, ze zijn er niet meer.' fluisterd ze.
Ik maak mij los.
Het kan niet.
Ze maakt een grapje.
Als ik mij nu omdraai, staan mijn ouders daar, zwaaiend en blij om mij te zien.
Maar ze zijn echt dood.
Ik laat mij uit en niets op de grond vallen en hoewel mijn stuitje pijn doet door de val, is het niets in vergelijking met de leegte in mijn hart.
Ik probeer met mijn hand te zoeken naar de lege plek waar eerst alle momenten met mijn ouders zaten.
Mijn mond valt open, maar ik kan zelfs niet schreeuwen.
Ze wilt mij overeind helpen, maar ik duw haar weg.
'H-hoe?' stoot ik uit.
Ze komt naast mij zetten, haar knieën een klein beetje opgetrokken en de ellebogen die eindigen aan in elkaar gehaakte handen steunt ze elk op een knie.
'Je moeder ging erg achteruit nadat jij wegging. En toen Tyson jou...' ze slikt en vecht tegen haar tranen'... toen Tyson jou neerstak werd het te veel voor haar. Ze had Brayden al verloren en ze kom jou niet dood zien bloeden. Haar lichaam wilde haar voor die pijn beschermen, dus toen ze begreep wat er gebeurde, liet ze het leven gewoon los. En je vader... die dacht dat jij ook zou sterven. Hij kon het niet aan om in zijn eentje achterblijven. Dus toen heeft hij... hij...'
'Hoe vraag ik?'
'Hij heeft zichzelf opgehangen.'
Ik staar voor mij uit.
Het is mijn schuld.
Ze zijn dood omdat ik in een situatie terecht kwam die zij niet aankonden.
'Ik heb mijn ouders vermoord.' prevel ik.
'Nee! Nee, dat heb je niet!' roept Michelle uit.
Ik spring overeind en wijs naar mijzelf terwijl de tranen over mijn wangen tollen.
'Jawel! Jawel!' snik ik luid, de kijkende mensen negerend. 'Het is míjn schuld!'
'Niet waar!' zegt Michelle, nog steeds verbaasd.
Ik grom geërgerd en haak mijn vingers in mijn haar.
'Wat weet jij er nou van?!' schreeuw ik. 'Jij bent de onschuld zelve!'
Ze schudt spijtig haar hoofd.
'Niet waar.' zegt ze, zachter.
'Niet?' reageer ik bijtend sarcastisch.
Ze laat zich weer op haar achterwerk vallen, haar handen vol schuldgevoel in haar haren.
Iets gekalmeerd ga ik naast haar zitten, snappend dat ze echt een probleem heeft.
'Wat dan?' vraag ik zachtjes.
'Ik..' ze krijgt het bijna niet over haar lippen. 'Ik... ben blij dat jij terug bent gekomen. Ik ben blij dat jij presidente gaat worden en niet Tyson. Hij zou het niet goed doen.'
Ze begint te huilen.
'Wat voor moeder ben ik, als ik... als ik liever heb dat...' ze stikt in haar eigen woorden.
Wat moet ik zeggen?
Ik kan niet zeggen dat ze niet goed wijs is, dat is uiters ongepast, maar ik kan noet zeggen dat ik ook echt vind dat het goed is dat ik ben teruggekeerd.
'Tyson was ook geen goede president geweest.' zeg ik dan en sta op. 'Maar hij was wel een goede vriend. En zoon. En broer. En mens. Hij verdiende het niet om dood te gaan.'
Ze laat nog een snik horen en knikt.
'Kom maar bij ons slapen. Het is niet goed om nu hier te blijven voor jou.' zegt ze en ook zij staat op.
Ik twijfel even, maar herinner mij dan Matthew.
Hij heeft mij nodig.
'N... nee.' zeg ik, na nog een korte aarzeling. 'Ik moet nog ergens heen.'

Reacties (2)


Meld je gratis aan om ook reacties te kunnen plaatsen