Foto bij Beestje 6

Ik liet me tegen een boom omlaag zakken en probeerde mezelf te kalmeren. Er was praktisch niemand in het park en de weinige mensen die er nog waren gingen weg omdat het al donker werd. Ik zat hier ook al een tijdje. Ik begon me te vervelen en speelde wat met mijn vleugels. Ze bewogen soms ongecontroleerd en ik probeerde ze dan onder controle te krijgen, wat niet zo simpel was zoals het leek. Opeens kwam er een absurd idee in me op. Waarom niet proberen te vliegen? Het was toch al praktisch donker en niemand was zo gek om in het park te komen nu, behalve ik dan...

Ik stond op en strekte mijn stijf geworden benen. Ik liep naar een grasveld en begon rustig met mijn vleugels te bewegen, wat bij mij een enorme concentratie vereiste. Toen ik ze eindelijk zover kreeg om de juiste kant op te laten wapperen, begon ik er wat kracht achter te zetten. Het ging wel, maar ik bewoog geen millimeter. "Verdomme!" riep ik gefrustreerd en opeens zat ik een halve meter boven de grond te vliegen. Ik schrok en donderde meteen naar beneden, wat best pijn deed aangezien ik met mijn gezicht op de grond viel. Maar... ik kon vliegen! Of zoiets. Dus als ik boos of gefrustreerd werd, kon ik meer kracht zetten op mijn vleugels en kon ik vliegen! Of iets wat er op leek. Opeens werd het weer wazig voor mijn ogen. Oh nee, niet weer...

'Allemaal schimmen stonden rond mij. Ik vloog in de lucht en onder mij was er een matras. De schimmen schreeuwden van alles naar mij en ik wist dat ik moest landen, maar ik wou niet. Het was zo fijn om te vliegen, het gevoel van even vrij te zijn. Opeens voelde ik de ketting rond mijn enkel strak gespannen worden en ik daalde maar af. Bij de landing zakte ik wat door mijn knieën om de klap op te vangen, wat goed lukte. Het vliegen, opstijgen en landen ging steeds beter en beter en de schimmen waren er tevreden over. Mijn klauwen werden weer in een soort handschoenen gedaan en mijn vleugels werden met een riem rond mijn middel vastgemaakt. Zo werd ik weer weggeleid uit de trainingszaal...'

"En wat denken we hier dat we aan het doen zijn?" hoorde ik toen de flashback over was. Ik schudde mijn hoofd en keek op. Er stond een agent voor me en hij scheen met zijn zaklamp recht in mijn ogen. Ik knipperde verschillende keren en mijn ogen wendden uiteindelijk. "En?" vroeg de agent weer en hij trok me overeind. "Ik, euhm... het zit zo...", begon ik, maar de agent trok aan mijn vleugels terwijl hij zei: "En nog in verkleedkleren. Waar woon je?" "Auw, laat me los!" zei ik en sloeg mijn vleugels uit, waardoor de agent naar achteren viel. "Ik woon hier verderop", antwoordde ik dan op zijn vraag en hij krabbelde overeind. Weer greep hij mij vast en nog hard ook. "Wijs me de weg", zei hij streng en ik deed dat dan maar. "Oh jong, je zit zo zwaar in de problemen...", mompelde hij en ik draaide met mijn ogen. Ik zat inderdaad in de problemen als ik thuis mijn moeder zag...

Er zijn nog geen reacties.


Meld je gratis aan om ook reacties te kunnen plaatsen