Foto bij STORGE – CHAPTER O3

“Wanderlust. Weltschmerz.”

RAY.
Ray vond het niet erg om te wachten, maar het was wel vreselijk irritant dat ze al een uur stond te wachten. Haar telefoon kon maar een beperkt aantal minuten Clash of Clans aan en ondertussen was die bijna op. Haar laatste beetje batterij gebruikte ze om berichtjes te checken, maar Alice had niks meer gestuurd of laten horen nadat ze haar zo onverwachts had opgehangen.
Ray was er niet veel wijzer uit geworden of Alice wel of niet zou komen, dus hoe langer ze wachtte, hoe meer ze het gevoel kreeg dat ze haar dag aan het verkwisten was voor iemand die toch niet zou komen opdagen.
Maar het was Alice, hield ze zichzelf keer op keer voor. Alice, die haar nooit had laten stikken. Alice, die altijd kwam, en dan het liefst een half uur te vroeg. Alice, die nerveus werd van sociale interventies zoals deze.
Toen ze net met elkaar bevriend waren, verbaasde het Ray hoe ze zich zo kon opwinden voor iets kleins zoals een feestje, maar naarmate ze langer met elkaar omgingen, begreep ze het. Alice had altijd moeite gehad om erbij te horen, al keek men meestal naar haar op daardoor, in tegenstelling tot Ray, waar men altijd op neer keek voor dezelfde reden. Ze wilde ervoor zorgen dat alles perfect was voordat ze weg zou gaan en Ray bedacht zich dat ze dat nu ook wel wilde. Perfectie kostte tijd. Daarbovenop was deze ontmoeting spontaan geregeld en als er iets was wat Alice nerveus maakte dan was het wel spontaniteit.
Er waren vier jaar verstreken maar als Ray uit mocht gaan dat dat kleine stukje van haar persoonlijkheid niet veranderd was, dan zou ze komen. Ze vertrouwde erop dat Alice zou komen… al werd dat vertrouwen wel erg getest.

Een halfuur na het telefoontje reed er een grijze, tweedehandse Rio Sedan de straat in. Ray had haar ogen gesloten en haar voeten op het dashboard gelegd. Luisterend naar de muziek vanuit de speakers, merkte ze niet dat de brunette op wie ze aan het wachten was uitstapte en om zich heen keek. In eerste instantie liep ze naar het huis totdat ze Ray’s zwarte Hyundai in zicht kreeg. Ze stopte, tuurde door de voorruit en twijfelde.
Ray schrok op van getik op het raam. Ze keek snel om zich heen, tot haar blik op Alice landde, die naast de auto voorovergebogen stond en door het raam naar binnen keek. Een glimlach verscheen er op haar gezicht zodra ze haar vriendin zag. Ray zette de muziek zachter en stapte uit.
“Ik dacht niet dat je nog zou komen,” begon ze. Ray leunde tegen de deur van de auto aan.
“Als je niet had gedacht dat ik zou komen, zou je niet blijven wachten,” antwoordde Alice bruusk. “Wat wil je, Ray?”
Ze schraapte haar keel wat ongemakkelijk door haar norse toon. Elke keer dat ze elkaar zagen was het weer een schok dat Alice haar zou koud behandelde en ze moest er keer op keer weer aan wennen dat ze niet meer tegen haar kon praten zoals ze dat vroeger kon. Het was een vreemd gevoel.
En wat ze wilde? Dat wist ze ook niet. Ze wist alleen dat ze haar vandaag moest zien; ze wist alleen dat ze sinds gisteravond alleen nog maar had kunnen denken aan hoe het zou zijn om haar weer te zien. Ze wilde alleen maar dat alles goed kwam tussen hen.
Ray zei het eerste wat in haar opkwam.
“Een ijsje eten. Laten we dat doen.”
Alice keek haar sceptisch aan en heel even dacht Ray dat ze ‘nee’ zou gaan zeggen. Uiteindelijk, na een paar zenuwslopende seconden, haalde ze haar schouders op en mompelde:
“Het moet dan maar.”
Een zwak glimlachje ontstond er op Ray’s gezicht bij het horen van haar antwoord. Ze liet de deur van de auto dichtvallen en zorgde ervoor dat hij op slot stond.
Alice bekeek haar met een frons op haar voorhoofd en haar armen over elkaar geslagen voor haar borst.
“Er is hier geen ijskraam in de buurt,” zei ze. Ray keek op en grinnikte.
“Precies,” antwoordde ze nonchalant. Alice’ frons verdiepte even, maar toen schudde ze haar hoofd en zuchtte.

Ray ging haar voor en de brunette volgde. De vroege middag zon was aangenaam op hun gezichten. Het koele windje zorgde ervoor dat het niet ondraaglijk werd. Zwijgend liepen ze naast elkaar, geen van beide proberend om contact te zoeken met de ander. Alice omdat ze bij haar principes wilde blijven, Ray omdat ze niet durfde. Ze wilde haar niet pushen.

Een tijd lang liepen ze samen, zonder iets te zeggen.
Er was niemand op straat, waardoor de stilte die tussen hen in had gekropen nog prominenter werd. Met elke stap leek het alsof de afwezigheid van geluid drukkender werd. Ray werd met de seconde onrustiger. Ze stak haar handen on haar zakken om te voorkomen dat ze ermee zou gaan spelen. Een lange zucht verliet haar mond, maar het kalmeerde haar niet.
Het was vreemd om weer naast Alice te lopen. Al die jaren had ze ernaar uitgekeken om weer met haar oude vriendin op te trekken. Ze was al blij geweest als ze gewoon samen op de bank een film hadden gekeken.
Maar de stilte die nu tussen hen in hing was zenuwslopend. Ray wist niet wat ze had verwacht toen Alice er mee in had gestemd om hun relatie langzaamaan weer op te bouwen, maar ze merkte dat ze had gewild dat het iets vloeiender ging. Natuurlijk kon je niet gelijk terug naar hoe je voorheen was, maar op dit moment had ze liever gewild dat Alice helemaal geen ‘ja’ had gezegd.
Maar misschien moest ze zelf meer geven. Een gesprek starten. Een aantal keer tijdens hun wandeling stond ze op het punt om iets te zeggen maar ze hield het altijd in. Geen enkele gespreksstarter leek gepast voor de situatie waarin ze zich nu bevonden.
Ze wilde dat ze nooit was weggegaan.

“Waar gaan we heen?” vroeg Alice na een tijdje. Ray haalde haar schouders op.
Ze waren nu al een half uur aan het dwalen door de buitenwijken van Sacramento en behalve een 24/7-buurtwinkel en een paar speeltuintjes waren ze weinig tegengekomen. Om eerlijk te zijn, wist Ray de weg ook niet en sloeg ze maar willekeurig straten in. Ze had bedacht dat als ze terug wilden komen ze zich wel konden redden met Google Maps en het openbaar vervoer.
“Kan je me dan tenminste vertellen waarom je me hebt ge-sms’t vanmorgen?” zuchtte ze. Alice haalde een hand door haar bruine haar en tuitte haar lippen, afwachtend op Ray’s antwoord.
Weer haalde ze haar schouders op.
Een echt antwoord wist ze niet. Het enige dat ze zeker had geweten voordat ze haar telefoonnummer had gedraaid was dat ze het deed omdat ze het gewoon wilde. Ze miste Alice, ze miste haar vriendin. Vanaf het moment dat haar hoop weer was opgevlamd, had ze alleen maar bij haar willen zijn.
En ze wist dat ze snel de eerste stap zou moeten zetten, omdat ze anders Alice te veel tijd gaf om zich te bedenken. Ze wist hoe twijfelachtig ze was en ze wist dat het nadelig uit zou kunnen pakken als ze die tijd kreeg.
Maar een echte reden had ze niet. Ze wilde gewoon dat Alice haar weer accepteerde en daarvoor moesten ze tijd met elkaar door brengen, al had ze nu niet het idee dat het veel beter ging.
“Dus we lopen hier gewoon voor de lol?” sneerde Alice boos. Ze stopte met lopen en zette haar handen in haar zij. Ray stopte een paar meter voor haar en draaide om.
“Ik heb betere dingen te doen, Ray. Als we hier de hele tijd rondjes blijven lopen, dan kan ik net zo goed naar huis gaan.”
Ray trok haar wenkbrauwen vragend op.
“Wat zou jij dan willen dat we doen?” vroeg ze haar. Alice rolde met haar ogen en keek weg. Ze liet haar armen zakken en zweeg. Ray zette een paar stappen in haar richting, waardoor ze schichtig opkeek.
“Dat is namelijk het probleem. We hebben gezegd dat we het willen proberen maar vervolgens willen we niet bij elkaar zijn.”
“Dat heb ik nooit gezegd,” beet Alice haar defensief toe. Ray schudde haar hoofd en zuchtte.
“Dat hoeft ook niet.”
Ze voelde het. Alice hoefde niks te zeggen. Ray voelde met elke ademteug die Alice nam hoeveel ze haar haatte, hoeveel ze haar verweet. En misschien was het ook wel rechtvaardig en verdiende ze het allemaal, maar het maakte het veel moeilijker om ervoor te zorgen dat ze haar weer aardig ging vinden. Ray werd met de seconde meer ontmoedigd en Alice werkte ook al niet mee.
De brunette zuchtte geërgerd. Ze keek op, haar donkerbruine ogen hard als steen.
“Plan de volgende keer eerst iets voor je me belt. Ik wil mijn middag niet verprutsen met doelloos lopen.”
Vervolgens viste ze haar telefoon uit haar zak en hield die, na een paar vlugge tikken op het scherm met haar duim, tegen haar oor. Ray haalde een hand door haar korte haar en keek naar de grond terwijl Alice iemand belde om haar op te komen halen.

Een kwartier later stopte een grijze Volvo voor de twee vrouwen op de straat. Terwijl Alice de deur opende en ging zitten, herkende Ray het gezicht van haar oudere zus, die hen nieuwsgierig aanstaarde.
“Hé, Jessica,” groette Ray, ietwat ongemakkelijk, terwijl ze haar hand opstak. Alice’ oudere zus glimlachte vriendelijk en groette haar terug door te zwaaien.
“Hi, Rachel.”
Alice klikte haar gordel vast en mompelde een gedag zonder haar aan te kijken, voor ze Jessica vroeg om haar naar huis te brengen. Jessica liet haar blik even van Ray naar haar jongere zusje gaan en weer terug. Ze wierp Ray een medelevende blik toe, knikte toen naar Alice en startte de motor weer.
De auto reed weg, Ray achterlatend. Ze keek de zussen na met een zucht, tot hun voertuig om de hoek verdween en er daarmee ook een last van haar schouders af viel.
Hoofdschuddend pakte ze haar telefoon en deed haar oortjes in om vervolgens haar weg terug naar huis te gaan zoeken.

“Dus je hebt haar gewoon laten gaan?”
David keek haar met opgetrokken wenkbrauwen aan, zachtjes zijn hoofd schuddend. De twee vrienden lagen onderuitgezakt op Ray’s bank, elk met een blikje cola in hun hand. Ray haalde haar schouders op.
“Wat had ik dan moeten doen? Haar vast moeten binden en haar moeten verbieden om weg te gaan?” zuchtte ze zuur. David rolde met z’n ogen.
“Nou, het was ook wel een domme actie om gewoon te gaan lopen. Logisch dat het dan snel awkward wordt.”
“Heb jij een beter idee, dan?”
David tuitte zijn lippen even en wreef hardhandig over de achterkant van z’n hoofd. Hij haalde uiteindelijk zijn schouders op.
“Je weet dat ik niet echt een romanticus ben.”
“Sinds wanneer draait dit om romance?” grinnikte Ray hoofdschuddend. David rolde met zijn ogen.
“Sinds jullie je zo gedragen. Jullie maken er zo’n probleem van dat ik werkelijk geen idee meer heb wat er aan de hand is. Neem haar mee naar een echte ijsjeskraam en get over it,” gromde hij geïrriteerd. Ray zuchtte en zakte iets verder onderuit.
“Als het aan mij had gelegen, waren we al weer terug bij het oude.”
“Ze is gewoon overgevoelig,” mompelde David. “Ik snap niet waar ze zich zo druk om maakt. Je hebt je toch verontschuldigd.”
“Ik snap het wel…”
Ray keek haar vriend even aan en trok toen haar knieën omhoog. Ze sloeg haar armen eromheen en liet haar kin er tegenaan rusten.
Ze wist heel goed dat Alice haar niet zomaar kon vergeven. Niet omdat ze gevoelig was, of dat ze een wrok koesterde. Ze kon haar niet vergeven omdat Ray het verdiende om niet vergeven te worden.
Alice was iemand die doorzette, die zich niet klein liet krijgen door iemand anders. Maar in moeilijke tijden had Ray altijd haar hand vastgehouden. Bij haar eerste atletiekwedstrijd was ze er. Toen ze voor het eerst alleen op stap ging met de auto, had Ray haar hand op haar bovenbeen. Elke keer dat ze naar de dokter moest, was ze er, en ze bleef zo lang mogelijk in de operatiekamer toen haar blindedarm eruit moest. Omgekeerd was Alice er ook altijd voor haar.
Dat was een van de voornaamste dingen waar ze van af moest kicken toen ze verhuisde naar Korea. Toen ze moest solliciteren voor haar eerste baan daar, had Alice er niet geweest en was ze bijna opslag weer naar huis vertrokken. Met veel moeite had ze toch het gesprek met haar werkgever aangegaan, in gebrekkig Koreaans en half Engels. Toen ze eenmaal was aangenomen, had ze zich trots gevoeld, maar het had gemakkelijker geweest als Alice erbij was geweest. Veel gemakkelijker…
Zelf had ze verschillende keren gewild dat haar vriendin er was om haar bij te staan. Soms, als ze zich in het bijzonder eenzaam had gevoeld, miste ze haar en getwijfeld of ze zou moeten bellen.
Maar Ray was altijd al de sterkere van de twee geweest, diegene die het best kon overleven alleen. Het was Alice’ zwakte en charme geweest dat ze altijd iemand nodig had om haar bij te staan, zelfs al leek ze van buitenaf zo koud. Als Ray zich al zo had gevoeld, hoe had zij zich dan moeten voelen?
Natuurlijk kon ze haar niet vergeven.
Ray had haar helemaal alleen gelaten. Haar angsten hadden ze altijd samen bevochten en ze had haar alleen gelaten.
“Wat ga je dan nu doen?” vroeg David haar. Hij had zijn donkere wenkbrauwen opgetrokken, zodat er een diepe rimpel op zijn voorhoofd ontstond.
Ray zuchtte en haalde een hand door haar haar.
“Ik weet het niet, Dave,” mompelde ze. “Ik weet het niet meer.”

Reacties (1)

  • nakito

    Snel verder!!!

    3 jaar geleden

Meld je gratis aan om ook reacties te kunnen plaatsen