☆〜(ゝ。∂)

Ik stond buiten in het donker. Het natte gras liet mijn blote voeten als ijs voelen als de koude wind er langs streek. Mijn warme adem vormde witte wolkjes in de donkere nacht terwijl de sterren op me neer schenen. Ik was naar buiten gerend omdat ik dacht dat ik ging Wisselen, maar dat bleek niet zo. Toch stond ik nu tegen de wolf te vechten, want er was een héle enge gedachte in me op gekomen. Ik trilde helemaal, en dat kwam niet van de kou. Ik and er spontaan hoofdpijn van gekregen en het was alsof mijn hoofd door elkaar geschud was. Alsof mijn hersenen in de knoop zaten en ik alle moeite moest doen ze er uit te halen. Maar die ene gedachte bleef me achterna spoken, hoe ver ik het bos in rende, hoe vaak ik wel niet viel en hoe veel modder er op mijn witte shirt en lichtgrijze trainingsbroek terecht kwam, het ging niet weg. Ik struikelde opnieuw en viel met mijn gezicht in een plas modder. Ik schudde wild met mijn hoofd als een hond in de poging het vieze spul uit mijn haar te krijgen. Ik rende een heuvel af, zonk zowat weg in een plas waarvan ik de diepte verkeerd ingeschat had en klauterde de heuvel weer op. Ik bleef alleen maar zo hard rennen als ik kon, hopend het gevoel kwijt te raken. Ik gooode mezelf expres een diep dal in, hopend dat de pijn de akelige gedachten weg zou jagen. Vervolgens moest ik met alle kracht weer omhoog klimmen, maar ook dat deed niks. Ik wou er van verlost worden, ik wou voor de eerste keer in mijn hele leven dat ik zou Wisselen zodat ik deze hel kon vergeten. Ik hoopte dat hoe harder ik rende, hoe vaker ik tegen bomen aan botste en struikelde, het de doodenge gedachte weg zou halen. Hopeloos sprong ik in een meertje en ging kopje onder. Yusaku had me verteld datbwater jets speciaals voor wolven was, kon ik nu maar in eentje veranderen en alle ellende vergeten. Ik waadde weer uit het water en begon weer te rennen. 'Hee jongeman!', hoorde ik plotseling achter me. Ik keek geschrokken om en zag een boswachter in de verte staan. 'Maak dat je hier weg komt, er lopen hier wolven rond!' Mijn hart begon sneller te kloppen en ik nam de benen. Ik zweerde ergens in de verte wolvengehuil te horen, maar ik negeerde het en rende enigszins richting de kant van het bos waar het kamp zich bevond. De gedachte begon me eeer te achtervolgen en ik begon luid te vloeken. De woorden werden steeds heftiger en onbeleefder en er kwamen woorden uit mijn mond die ik nooit verwacht ooit nog uit te kramen. Maar het maakte me niks uit wat ik zei, geen woorden kunnen mijn ongelofelijke angst en frustratie uitdrukken. Ik liet mezelf onder een boom vallen en gooide mijn hoofd in mijn nek. Daarna greep ik gefrustreerd in mijn haar en trok onbedoeld redelijk wat haren uit mijn hoofd. Ik liet mijn hoofd tussen mijn knieën vallen en probeerde op mijn heftig angstig kloppende hart te concentreren. Maar wat ik ook deed, ik kon het niet vergeten. Ik kon het niet meer ontkennen, niet na wat ik vandaag gevoeld had. Na alle verschrikkelijke gevoelens die vandaag door me heen waren gegaan kon ik de verschrikkelijke waarheid dat ik verliefd op Yusaku was niet meer ontkennen. Toch wou ik niets lievers doen dan het te ontkennen, te hopen dat het allemaal een belachelijke droom was. Het kón gewoon niet, het mocht niet! Het was een verschrikkelijke zonde, hoe kon ik nou weer op een jongen verliefd worden?! Ik had het voor mezelf nooit zo erg gevonden toen ik er achter was gekomen dat ik me aangetrokken voelde tot jongens, maar nu ik werkelijk op eentje verliefd was voelde het zo verkeerd. En het feit dat Yusaku mijn allerbeste, en enige vriend was maakte het het er niet beter op. Wat zou hij wel niet van me denken als hij het ooit te weten kwam?! Er ging een huivering door mijn lichaam. Hij zou waarschijnlijk over me denken als een freak, als een gestoorde engerd. Het kon onze hele vriendschap naar de haaien werken! Ik haatte mezelf erger dan ooit, ik moest ook echt alles verpesten! Het was alsof niks in mijn leven even mee leek te zitten! Yusaku was als een wonder gekomen, maar zelfs dat had ik naar de klote gewerkt. Maar hij was gewoon zo onweerstaanbaar. Alles aan hem was perfect, tot aan de kleine details toe. En ik had me zo verbazingwekkend goe gevoeld op de momenten waarop Yusaku boos op Femmie was. Ik pakte een dikke tak van de grond, brak die door de midden en smeet 'm ruw het bos in. Als ik nu maar een wolf kon zijn en alles kon vergeten... Heel even leek ik te Wisselen, maar toen bedacht ik me opeens dat ik dat helemaal niet wou! Ik stopte het met alle mentale, en fysieke kracht die ik nog over had en greep het leren bandje om mijn pols beet.

'Keyon, wat doe jij hier midden in de nacht? Je hebt geluk dat ik het naar de wc moest, anders had je me met geen mogelijkheid wakker kunnen maken.' Ik wou iets zeggen, maar er kwam een golf bloed over mijn lippen stromen terwijl ik me nog steeds verzette. Geschrokken bracht ik mijn hand naar mijn neus die ook begon te bloeden, maar mijn oma pakte rustig een doekje en drukte die tegen mijn gezicht. 'Ga zitten, en vertel me dan rustig waarom je hier bent. Je moet kalmeren, dan hoef je niet meer te vechten.' Ik haalde diep adem en liet mezelf neer vallen op een stoel. Na een paar keer diep adem gehaald te hebben zei ik met een trillende stem: 'Ik heb een verschrikkelijke zonde begaan.' Mara keek me bezorgd aan. 'Wat is het? Je kunt het mij gerust vertellen.' Ik kon mijn hart horen bonzen en fluisterde: 'Ik ben verliefd op mijn beste vriend geworden.' Het klonk zo verschrikkelijk en ongemakkelijk om te zeggen. Het gaf me een oncomfortabel gevoel en het ergste was dat het zo erg als een waarheid klonk. Ik was zo blind geweest, ik was zo dom dat ik het nu pas wist. Want hoe verschrikkelijk het ook was, waarschijnlijk was ik al sinds de eerste week verliefd op hem, ik was gewoon te stom het te beseffen. En goed ook, was ik nog maar dom, ik wenste nog steeds in die domme illusie te zitten waarin ik dacht hetero te zijn. 'Ach.', begon Mara. 'Zo erg is het toch niet? Verliefd zijn is toch leuk, is het niet?' 'Ja maar het is mijn beste vriend! Het is een jongen, het hoort niet zo!' 'Als het niet hoorde was het ook niet gebeurd. Is hij zelf ook homo?' Ik schudde wild mijn hoofd, maar eigenlijk had Yusaku nooit gezged dat hij niet op jongens viel. Maar hij had een vriendin! Hij heeft zelf gezegd dat hij niet eens verliefd op haar was., zei een stem in mijn hoofd. Verdomme, ik moest niet opeens hoop gaan krijgen! 'Ik weet het niet.', zei ik met een zucht. 'Maak je maar in elk geval niet te veel zorgen, lieverd. Het komt wel op z'n tijd, je komt er achter als het daar tijd voor is. Misschien valt hij op meiden, dan heb je pech, misschien vind hij je wel leuk en dan heb je geluk. Weet je, verliefd zijn kan slechte invloed hebben op je Wisselen, je voelt natuurlijk veel heftige emoties. Maar liefde kan het ook juist helpen, dat zul je wel zien.' Ik begreep haar niet goed bij dat laatste gedeelte, maar besloot er niet naar te vragen. 'Hoe heet hij?', vroeg ze gretig. 'Yusaku.', zei ik verlegen. 'Mooie naam, is hij knap?' Ik knikte en hoopte dat ik gewoon weer naar huis gestuurd werd. Maar nee hoor, oma wou nog veel meer weten. 'Hoe ziet hij er uit?' 'Blond, halflang haar... blauwe ogen...' 'Weet hij dat je Wisselt?' 'Sinds kort wel ja.' Na nog een hoop vragen werd ik eindelijk terug gestuurd naarnhet kamphuis waar ik meteen een douche nam en schone, droge kleren aan trok.

Reacties (2)


Meld je gratis aan om ook reacties te kunnen plaatsen