Foto bij Proloog

De tak die ik achter me aan sleepte trok een diepe voor in het zand voor de zee deze uitwiste, alsof ik hier nooit geweest was.

Maar misschien was dat ook wel zo. De kans was groot dat hij mij ook al zou vermoorden. Zoals hij bij Cathy en Chris ook gedaan had. We zouden alleen maar rondjes over het eiland kunnen rennen voor hij ons te pakken zou hebben. Ryan schudde zijn zon gebleekte bleekte haar uit zijn gezicht en keek naar me om. “Schiet je op? Straks is het vloed en kunnen we er niet meer langs.” Ik knikte en rende naar hem toe.

Zoals hij wel vaker deed pakte hij mijn hand en trok me verder over het strand langs de hoge kliffen die ons van het binnenland scheidde. Al heel snel kwamen we bij het rotsige gedeelte waar het strand het smalst was en waar de zee verraderlijke golven overheen spoelde. Gelukkig kenden wij dit stuk strand maar al te goed. De eerste week hadden we hier, op dit strand, doorgebracht. De wrakstukken van het vliegtuig lagen hier her en der in het water of op het strand aangespoeld. Stille getuigen van de ramp die wij overleefd hadden.

Overleefd, om vervolgens opgejaagd te worden.

Er zijn nog geen reacties.


Meld je gratis aan om ook reacties te kunnen plaatsen