De tijd vloog voor mijn gevoel sneller dan mijn nimbus, want februari verdween net zo snel in gisteren als maart deed. Als ik dacht dat het einde van het schooljaar meer rust betekende had ik er niet verder naast kunnen zitten. Norren accepteerde, bijna gretig nu, mijn transformatie om niet alleen te zijn met volle maan. Eerst ging ik mee voor hem, maar al gauw begreep ik dat het ook was omdat de schuilplaats die hij had toegewezen gekregen verre van toereikend was. Het was té makkelijk om eruit te ontsnappen. Dus werd ik een bodyguard, ik voorkwam meerdere malen dat hij leerlingen of leraren aanviel. Dat ik hierdoor nachten zonder slaap kwam te zitten deed er weinig toe. Ik kreeg nog altijd evenveel straf als ervoor, niet heel vreemd als je een geest doortrekt omdat elk toilet bezet is, of als je leraren voor de gek houdt door te doen alsof je ziek bent en vervolgens betrapt wordt met een doos chocokikkers, in het gras. Om maar te zwijgen van het sturen van wc-brillen bij het ontbijt (ook al was dat vooral Lee Jordan zijn idee). Mama en ik hadden geen contact, dus elk akkefietje kreeg ik van Norren te horen. Toch, al met al, was ik gelukkig. Tot één uur ‘s nachts huiswerk maken? Geen probleem. Volle maan doorstaan? Geen probleem. Het ontwijken van straf? Groot probleem, maar ook een groot succes. Ondertussen hielp ik Ron, Hermione en Harry met het uitzoeken hoe en waardoor de Steen, want zoveel wisten we inmiddels, dankzij Neville, beschermd werd. Het was begin april toen de zon begon te schijnen en het buiten verlokkelijk heerlijk weer werd. Helaas besloten de docenten naar Hermione te luisteren en ons op te zadelen met bergen huiswerk, ook al waren de examens pas over… geen idee hoeveel tijd. Ik hield me er niet mee bezig. Ik had net als Harry en Ron wel belangrijkere dingen aan mijn hoofd: een draak, een steen, een mogelijke terugkeer van Voldemort en bovenal; het verborgen houden van mijn faunaat zijn. Het was echter makkelijker omdat stil te houden dan ik dacht. De leraren verwachtte het niet, dus zagen ze het niet. Wat moeilijker was het overtuigen van Hagrid dat een draak houden in een houten huis niet ging.
“Hagrid, draken spuwen vúúr, je huis is van hout!”
“Ken best, als ie oud genoeg is geef ik ‘m wel een plekkie in de bergen,” hij gaf Norbet, zo heette de draak, nog wat te eten.
“Kan best? Voel je je wel goed? Een draak, zo staat hier, is tot vijf máánden bij de moeder, tegen die tijd is Norbert drie keer zo groot als je huis!”
“Weet ik.”
“Mooi, dan moeten we nu nog uitvogelen hoe we, zonder anderen het te laten weten, de draak hier weg krijgen...” Mompelde ik.
“Weg?” Hagrid keek me geschokt aan.
“Ja, weg, Hagrid. Ten eerste, je huis is van hout, ten tweede een draak wordt ongeveer vijftien meter groot, ten derde, ze eten mensen, ten derde, ze blazen vuur, ten vierde, ze leven in hoog gebergte, dus ja, weg,” ik keek hem aan, “het spijt me Hagrid, maar het is gewoon niet veilig,” ik hoopte dat dit tot hem doordrong. Hagrid knikte triest.
“Ik zal met Ron, Hermione en Harry overleggen hoe we dit aanpakken, geen zorgen, we doen ons best,” terwijl ik opstond en Hagrid op zijn hand klopte.
“Wee ik, jullie bennen echte helden,” hij keek me met waterige ogen aan.
“Volgende keer, Hagrid, zorg gewoon voor een dier dat houdbaar is, dus geen draken of driekoppige honden,” ik glimlachte en Hagrid knikte. Ik hoopte dat we op een briljant plan konden komen want dit was hopeloos, dacht ik terwijl ik de deur achter me dichttrok en Hagrid babies in the Wood zong voor een draak.
Mijn aandacht voor de draak werd echter afgeleid toen ik de leerlingenkamer binnenkwam. Fred en George hadden het opgegeven om te leren en hadden nu besloten om van boterbierkurken een toren te bouwen, dat ding was al bijna twee meter hoog.
“Hey Nayla!” Groette George me enthousiast.
“Hi, wat doen jullie?”
“Een toren bouwen,” grijnsde Fred.
“Waarom?”
“Omdat we een weddenschap hebben afgesloten met Lee, dat we het tot aan het plafond kunnen krijgen,” antwoordde George terwijl hij een kurk plaatste.
“Oke, wow, eh, veel succes!” Ik grinnikte, en wou koers zetten naar Ron en Harry, maar Fred riep me terug.
“Hey Nayla, wil je helpen?”
“Fred, wiens weddenschap is het?”
“De onze.”
“Precies, dus dan is het oneerlijk als je hulp krijgt van anderen,” ik glimlachte toen ze beiden een pruillip trokken.
“Volgende keer doe ik waarschijnlijk wel mee,” ik grijnsde en plofte tussen de andere twee jongens in.
“Lukt het om de twaalf toepassingen van drakenbloed uit je hoofd te leren Ronnie?”
“Kop dicht,” was het commentaar, ik lachte. Ik was blij, elke dag weer, met mijn ring. Want ik had in de loop van de tijd ontdekt dat alles wat ik leerde ik onthield. Dus had ik alle boeken gelezen, alle aantekeningen doorgenomen, en hoefde ik zelfs geen aantekeningen meer te maken tijdens de lessen.
“Ja, lach maar Nayla, jij hoeft je best niet te doen...” mopperde Harry die inktspetters op zijn wangen had zitten.
“Klopt, maar dan; jullie weten alles over de steen, ik niet.”
“Wat wil je weten?” Hermione kwam tegenover ons zitten.
“Wat weten jullie al, behalve dat Fluffy het bewaakt?”
“Het is de steen van Nicolas Flamel, je weet wel de alchemist die-”
“Samen heeft gewerkt met professor Dumbledore,” vulde ik Harry aan.
“We weten dat Snape achter de steen aan zit,” vulde Ron daarop aan.
“Oh en we weten wie de steen beschermd,” voegde Hermione nonchalant eraan toe.
“Mooi, wie?” Ik keek ze verrast aan, waarom wouden ze nu nog mijn hulp?
“Hagrid, met Fluffy, professor Sprout, McGonagall, Flitwick, Quirrel, Dumbledore, en ja, Snape.”
“Snape?!”
“Ja, daarom hebben we jouw hulp nodig Nayla, we moeten te weten komen of Quirrel het al aan Snape verteld heeft, want dat is, zover wij weten, het enige dat hij nog niet weet.”
“Dan is de steen morgen verdwenen...”
Dat dachten wij ook, maar het is al een week aan de gang,” Ron pulkte met zijn veer viezigheid onder zijn duimnagel vandaan.
“Oke, dan kunnen we niks doen…” mompelde ik fronsend, en daarmee was dit onderwerp afgesloten. De rest van de avond spraken we over ons Norbert probleem. Uiteindelijk kwam Harry op met het idee om Ron zijn oudere broer Charlie, te schrijven om te vragen of hij er interesse in had. Niet veel later lagen we in bed, mijn dromen gingen over gigantische stenen die de Steen der Wijzen was en vervolgens in draken veranderden. Maar de volgende ochtend kon ik het me niet herinneren.

Ergens kraste een uil, terwijl ik met Harry en Hermione een loodzware krat over het terrein sleepten. Zo stil als we konden glipten we het kasteel in. Zelfs Norbert leek te beseffen hoe belangrijk het was om stil te zijn.
“Mijnheer de deur, wij willen graag passeren, hebben wij uw toestemming?” De deur zwaaide open en opgelucht liepen we langzaam verder. Een van de wonderlijke dingen van Hogwarts was dat alles leek te leven; sommige deuren gingen alleen open als je het beleefd vroeg, of juist grof was. De volgende deur die we door moesten wou precies in het midden van zijn onderkant geschopt worden, Harry trapte en we konden verder.
Onderaan de toren doken we net op tijd een nis in; McGonagall trok een bekende het licht van een toorts in: Malfoy.
“Straf! Dit kost Slytherin twintig punten!In holst van de nacht door het kasteel zwerven! Hoe durf je-”
“U begrijpt het niet, professor. Harry Potter komt zo – hij heeft een draak!”
“Wat een onzin! Hoe durf je zulke leugens uit te kramen! Vooruit kom mee – hier zal professor Snape van horen, Malfoy!” Terwijl McGonagall Malfoy aan zijn arm mee trok keek ik de anderen onder de mantel aan.
“Jullie gaan naar boven, ik zorg voor afleiding elders,” ik negeerde hun protesten, dook onder de mantel uit en liep geruisloos naar de derde verdieping, hier opende ik de gang expres hard. Het gaf het gewenste resultaat; Filch kwam hijgend aangelopen terwijl ik me verborg achter een standbeeld van een of andere heks met een bochel.
“Wie is daar?” Serieus, de man was nog dommer dan ik dacht. Ik ging toch zeker niet antwoorden?
“Kom te voorschijn!” Oei, een commando. Ik trok mijn staf, fluisterde een spreuk en liet een raam verderop uiteen spatten.
“Wat krijgen we – ” Filch liep naar het raam en ik kroop achter het standbeeld aan en rende er vandoor. Ik begaf me terug naar de toren, ik liep stil de trap op; ze waren al weg. Mijn blik gleed naar Harry zijn mantel en vloekte. Ik pakte het ding op, gooide het over me heen en begaf me razendsnel terug naar beneden. Halverwege de vierde verdieping haalde ik ze in.
“Jullie zijn de mantel vergeten!” Siste ik ze toe en gooide het ding over ons heen. Nét op tijd want Filch kwam knorrig de hoek om; mopperend over magische ramen die niet wilden repareren. Met ingehouden adem wachtten we tot hij verdwenen was en liepen toen terug naar de Gryffindor toren. Helaas stond McGonagall in onze weg. Het was duidelijk dat ze op iemand wachtte. Naast het portretgat stond de arme Neville.
“Ik hoop voor u, meneer Longbottom dat meneer Potter en juffrouw Granger op komen dagen, aangezien zij niet in bed liggen. Ik was blij dat ik een bobbel in mijn bed had gemaakt.
“Want zo niet, dan vrees ik dat u en meneer Malfoy beiden voor gelogen zijn,” ging ze verder, we keken elkaar aan. Stil liepen we een stukje terug en overlegden fluisterend wat te doen.
“Laten we onszelf zien? Want dan hebben we geheid straf… Alleen al om ‘s nachts uit bed te zijn,” Hermione keek benauwd.
“Ja, maar als we het niet doen denkt Neville dat we niet te vertrouwen zijn...” Bracht ik er tegenin.
“Tenzij...” mompelde Harry die zijn blik op een rol perkament en een ganzenveer liet vallen die op een tafeltje in het donkere klaslokaal liet vallen.
“Tenzij wat?” Vroeg ik fronsend.
“We hem een briefje schrijven,” Harry pakte de veer en het perkament op. Ik trok mijn wenkbrauwen op.
“En… wat wou je schrijven?” We hadden niet door gehad dat we te hard praatte en schrokken ons dood toen de deur met een klap op zwaaide en furieuze McGonagall in de deuropening stond.
“Juist, komt u alle drie maar mee,” tja, het leven had zo zijn nadelen op Hogwarts. Furieuze leraren en draken waren daar twee van.

Er zijn nog geen reacties.


Meld je gratis aan om ook reacties te kunnen plaatsen