Zoals beloofd kwam een soldaat Cerice de volgende middag halen. Ze had 's nachts met andere gevangenen gesproken en ze hadden tezamen besloten wie er mee zouden gaan trainen de komende paar dagen. Een paar Emperyaanse officieren waren gevangen genomen en hadden zichzelf direct aangeboden toen ze hadden gehoord dat Cerice met andere gevangenen mocht trainen en zelf had ze nog drie sterke mannen uitgekozen voor vandaag.
      De trip naar de trainingsvelden was lang en saai. De grijze blokken beton veranderden niet, de lelijke Sylicanen die de wacht hielden leken allemaal op elkaar en de bomen die Cerice kon zien waren allemaal dezelfde grijsgroene kleur alsof ze bijna dood waren.
      "Jullie wapens zijn allemaal goed verzorgd, schoongemaakt, en zelfs geslepen. Doe geen domme dingen om het vertrouwen van heer Antor te schaden. Hij geeft jullie de kans in beweging te blijven en hij geeft jou de kans te trainen. Maak gebruik van deze gunst en respecteer zijn vertrouwen," zei een wachter uit het niets.
      "Dat zal ik onthouden," glimlachte Cerice. Het borststuk begon een beetje vervelend te zitten nadat ze het een aantal dagen niet uit had kunnen doen. "Is er misschien ergens ook een mogelijkheid ons even op te frissen? Ik voel me een beetje vies en wil mijn wapenuitrusting niet gelijk terug vuil maken."
      "Voor wie dat wil is er een mogelijkheid om zich af te spoelen in onze legerbasis onder toezicht van een soldaat. Ontsnappen is geen mogelijkheid, maar jullie privacy wordt gerespecteerd. We zijn jullie vijanden, maar geen barbaren. Ik zal jullie zo direct naar de badkamers brengen dan."
      "Heel erg bedankt." Snel liep het groepje verder naar de legerbasis. De zeven gevangenen werden naar de badkamer geleid die hetzelfde was als in Emperya. Er waren losse hokjes om in om te kleden en te douchen.
      "Voor iedere deur blijft een bewaker staan. Als deze ook maar iets verdachts hoort zal deze binnen komen, ongeacht de staat van jullie lichaam. Ik raad sterk af iets stoms te doen. Jullie krijgen twintig minuten, succes." Iedere gevangene werd een apart hokje in geduwd en ze deden de deur zelf op slot. Cerice ontdeed zich van haar vuile kleding en het korset. Aan een haakje hing een schone handdoek en op een bankje waar ze haar spullen kon leggen lag schone onderkleding.
      "Jullie vuile kleding laten jullie hier achter, wij zorgen dat ze morgen weer klaar liggen voor jullie," riep een soldaat uit het niets en Cerice schrok zich een ongeluk. Toen er niemand binnen kwam zette ze de douche aan en begon ze de viezigheid weg te spoelen. Het water dat in aanraking met haar huid of haar was geweest was bruin toen het wegspoelde. Haar borsten deden pijn van het korset dat ze continu aan had gehad zonder het te kunnen fatsoeneren. Ze bleef onder het warme water staan tot de vloeistof terug transparant was en begon zich toen snel af te drogen. Ze trok de kleding die was klaargelegd aan en fatsoeneerde dit. Het was rekbare stof, soepel en zacht. Perfect voor tijdens een training en onder wapenuitrusting. Als laatste trok ze haar korset en het shirt aan. Ze wrong haar haren nog eens uit en deed toen de deur open. De wachter was direct op zijn hoede waar Cerice om moest lachen.
      "Waar mag ik mijn vuile spullen laten?" vroeg ze poeslief en wees naar de kleding en de handdoek.
      "Laat maar liggen, de loopjongens komen daar straks wel om. Kom, ik breng je alvast naar het veld." Samen liepen ze naar de trainingsplaats die de gevangenen was aangewezen. Haar wapenuitrusting lag al klaar en ze begon deze snel en behendig aan te trekken. Het zwaard gespte ze vervolgens vast aan de broek die ze aan had.
      "Dus jij bent de beruchte lijfwacht van Ravyl?" spuugde een klein jongetje dat net van het veld kwam.
      "Toevallig wel ja, problemen mee?" bitste Cerice terug. Het jochie grijnsde en trok zijn zwaard. Hij ging direct in de aanval en haalde uit naar Cerice' buik. Zij trok snel haar zwaard en pareerde de slag. Door de klap viel het onderdeurtje op het zand en snel kroop hij weg.
      "Androgan! Hoe vaak moet ik nou nog zeggen dat je verdomme geen ruzie moet zoeken!" brulde een Sylicaanse officier tegen de jongen die Cerice net had aangevallen. "Jij onnodig onderkruipsel! Je bent onervaren en achterlijk, dacht je nou echt dat je een Emperyaanse soldaat die verkozen is tot lijfwacht van een lid van de koninklijke familie toe kon takelen? Je bent nog dommer dan ik dacht!"
      "Sorry, meneer. Ik zal het niet meer doen."
      "Twee weken dertig rondjes rennen, 's avonds helpen met eten koken en de afwas, en half rantsoen! Stomkop." Met die woorden verliet de officier het jongetje dat met tranen in zijn ogen stond. Hij gooide zijn zwaard op de grond en sloeg kwaad tegen een houten paal, waardoor gekraak en een kreet van pijn het plein vulde. Met bloedende knokkels droop hij af naar binnen om daar om zijn moeder te brullen. Cerice had grijnzend toe staan kijken en draaide zich nu om naar de soldaat die haar hierheen had gebracht. Haar kameraden waren inmiddels ook gearriveerd en hadden hun uitrusting te pakken gekregen.
      "Jullie krijgen vijf uur om te trainen. Er zullen een aantal Sylicaanse soldaten rond blijven lopen om jullie in de gaten te houden en wonden die jullie elkaar per ongeluk toebrengen te verzorgen. Onthoud, jullie zijn hier te gast, de andere soldaten mogen zich in jullie gevecht mengen op een positieve manier. Als zij dit proberen te verzieken hebben jullie mijn toestemming ze een lesje te leren en toe te takelen, maar als zij mee willen doen om zich te meten, mogen jullie dit niet afslaan. Verder wens ik jullie veel succes." De soldaat die hen was op komen halen vertrok en Cerice liep met haar zwaard naar een plekje om zichzelf te positioneren.
      "Laten we beginnen," grijnsde ze en ze wachtte op de aanval van haar bondgenoten.

      Na de vijf uur training die ze hadden gekregen werden ze terug begroet door de Sylicaanse officier. Hij vroeg hen hun wapens en uitrusting uit te trekken en hier te laten liggen, zodat ze deze weer veilig op konden bergen. Hierna werden ze naar de cellen teruggebracht.
      Cerice bleef de rest van de avond twijfelen aan zichzelf. Ze had alle gevechten gewonnen, maar kon ze van Antor, een echte vijand die smerig zou spelen, winnen?
      "Ceraro, kop op! Je kan dit, dat weten wij allemaal zeker. Je gaat dit winnen en je gaat de koning redden!" zei een van haar tegenstanders van vandaag om haar op te vrolijken. Vanuit de gang klonk er instemmend geroep.
      "Ik ga mijn best doen, meer kan ik niet doen," zuchtte Cerice en ze maakte zich klaar om te gaan slapen in de vochtige cel.
      "Ceraro, je bent onze hoop," hoorde ze net voordat ze in slaap viel.

Er zijn nog geen reacties.


Meld je gratis aan om ook reacties te kunnen plaatsen