De executie van koning Lyrin stond op het punt te beginnen. Cerice stond naast Antors troon, een rij met paleiswachten rond hen heen. Bij de legerofficieren zag ze Axel staan, zijn gezicht gedraaid naar haar. Zijn ogen bleven op haar gericht terwijl Lyrin de arena in werd getrokken, Ravyl achter hem aan. Een beul stond te wachten op het commando van Antor, maar het zag er nog niet naar uit dat deze snel zou komen. Antor stond op en liep een stukje naar voor.
      "Zoals jullie weten zijn wij hier om het verraad van heer Lyrin te bestraffen. Heer Lyrin heeft grootse dingen bereikt in zijn leven, maar dit mocht niet baten. Hij heeft een mooie dochter op deze wereld gezet, maar ook dit was niet genoeg. De goden hebben hem gestrafd voor zijn zonden door hem niet te laten buigen voor mij. Heer Lyrin heeft al mijn kansen op een leven als mijn adviseur afgewezen. Ik zal hem geen genade tonen en hij zal deze zonde moeten bekopen met de dood.
      Het is erg jammer dat we niet hebben kunnen onderhandelen. Vanaf nu zal Emperya onder mijn rijk vallen, net zoals Astra en Sylican. Ik zal een aantal vertegenwoordigers uitzoeken waarmee ik zal overleggen over de regels en wetten die ik door wil voeren in Emperya. Het spijt me, Lyrin. Je einde is nabij," zuchtte Antor en hij ging terug zitten in zijn troon. Hij gaf de beul het teken en die hief de bijl die hij vast had. Lyrin werd op zijn knieën gedwongen met het hoofd naar beneden en met een misselijkmakend gekraak werd het hoofd van de romp gescheiden. Het zand rondom het lichaam raakte langzaam doordrenkt door het bloed en Ravyls lichaam schokte alleen maar.
      Na een korte stilte barstte het publiek uit in een oorverdovend applaus en geschreeuw. Antor keek grijnzend naar het tafereel, net zoals de officieren van het Sylicaanse leger. Cerice had haar gezicht afgewend nadat de beul Lyrin had onthoofd. Ineens hoorde ze gerammel van kettingen. Haar Emperyaanse kameraden werden de arena ingeleid voor hun proces.
      "Tevens heb ik besloten deze soldaten terecht te stellen vandaag. Ik ga ze niet allemaal laten spreken. Ceraro, ik wil dat jij een pleidooi voor ze houdt. Probeer ze te beschermen." Cerice keek geschrokken naar Antor, maar begaf zich naar beneden om haar maten te verdedigen.
      "Heer Antor, ik, Ceraro Ivarsen, zal deze mannen verdedigen in deze arena. Zij hebben alleen gedaan wat hun plicht was, namelijk, het Emperyaanse koninkrijk beschermen. Zoals alle mannen in het Sylicaanse leger trouw aan u hebben gezworen, en hebben gezworen voor Sylican te vechten, hebben deze mannen dit gedaan aan koning Lyrin en Emperya. Echter is koning Lyrin nu dood, dus vervalt de plicht trouw te zijn aan hem. U kunt allen vragen of ze aan willen sluiten bij uw leger, of als gevangene willen blijven leven. Straf hen niet met de dood, ze hebben alleen gedaan wat hun plicht was. Meer heb ik niet te zeggen." Ze keek op naar Antor en deze keek bedenkelijk voordat hij haar een korte ovatie gaf.
      "Zeer mooi gesproken, Ceraro. Ik vind dat ik iedereen een eerlijke kans moet geven, maar ik kan niet alle mannen vragen of zij zich aan willen sluiten natuurlijk. De Emperyaanse soldaten zullen een aparte strijdgroep worden! Het is aan de groep om te beslissen of ze zich aansluiten bij mijn leger of willen wegrotten in de cellen. Dit is mijn oordeel, leef of sterf hiermee!" riep Antor uit en iedereen werd weer helemaal wild. Cerice vroeg zich af of hij zijn mensen niet vergiftigde of hersenspoelde.
      De gevangenen werden weer weggebracht en de arena stroomde langzaam leeg. In de stad was er een groots feest georganiseerd door een aantal adviseurs van Antor en er stond overal al eten klaar. Axel was met de legerofficieren gaan drinken, maar Cerice moest bij Antor blijven.
      "Ceraro, ga anders maar wat plezier hebben, ik heb genoeg aan de paleiswachten," zei Antor statig en hij wuifde haar weg. Voordat hij zich kon bedenken vluchtte Cerice weg, op zoek naar Axel.
      "Ceraro, kan ik je even spreken!" riep Axel ineens en Cerice knikte snel. Hij nam haar even apart.
      "Kom vanavond naar de kroeg voor het paleis. Roden wil je graag spreken en ik wil iets met je bespreken. Wij zijn er om middernacht, zorg dat je er dan ook bent. Vraag aan de kroegeigenaar naar een driedubbele appelrieker, hij zal je verder helpen. Ik moet nu weer terug naar de andere officieren voordat ze iets gaan vermoeden. Vertel niemand dat je mij hebt gezien. Ik leg alles vanavond uit." Zo vlug als dat hij haar had aangesproken, zo vlug was hij ook weer verdwenen. Cerice rechtte haar rug en liep naar een van de vele alcoholverkopende kraampjes om daar aan de bar te gaan zitten en zoveel mogelijk te drinken. Als lijfwacht was het gratis en ze bleef glazen vanillelikeur achterover slaan met af en toe wat te eten. Na het tiende glas vond ze het genoeg en zwalkte ze over het plein verder, op zoek naar wat te eten.
      Al snel vond ze een kraam dat brood verkocht met verschillende soorten vlees. Toen ze hier aan de bar aanschoof, zag ze dat de verkoper blauwe ogen had.
      "Wat mag het zijn voor u?" vroeg de man en Cerice keek op de kaart die op de wand hing. In kleine letters stond er onder het menu 'vraag naar de specialiteit'.
      "Wat is de specialiteit?" vroeg ze dus, in de hoop dat dit beter was dan brood met vlees.
      "Emperyaans stoofpotje. Als Astraan kunt u dat waarschijnlijk niet waarderen, dus ik raad het af," bromde de verkoper.
      "Ik wil de stoverij. Ik duld geen tegenspraak, anders geef ik dat aan bij heer Antor," brieste ze terug. De ogen van de Emperyaan verwijdden en hij haastte zich naar achter om een bord stoofpot te halen. Hij kwam terug met een vol bord dampende drab, een kleiner bordje met stukken brood, een glas drank, en een ander bord waar nog wat stukken vlees op lagen.
      "Het spijt me, ik wist niet dat u de lijfwacht van heer Antor was. Hier is uw eten, alles is op het huis. Smakelijk!" ratelde hij toen hij alles neer had gezet en hij ging snel verder met het bedienen van andere klanten. Met een glimlach begon Cerice van het stoofvlees te eten en ze dacht direct terug aan Kozak en haar tijd bij hem in huis. Ze miste die vredevolle periode wel. Het geklier met Charon, het trainen met Kozak, de heerlijke maaltijd aan het einde van de dag, het was allemaal fijner dan Antor moeten dienen. Terwijl ze het brood in stukken scheurde om wat van de saus van het bord te deppen dacht ze terug aan haar tijd op de Academie en begon ze haar vrienden te missen. De vrienden die ze had voorgelogen over wie ze was. Ze vroeg zich af of haar vrienden het haar zouden vergeven dat ze had gelogen over haar geslacht. Ze schudde kort haar hoofd, at haar eten op, goot de drank achterover en liep in een niet zo rechte lijn terug naar het paleis proberend nergens tegenop te botsen.

Er zijn nog geen reacties.


Meld je gratis aan om ook reacties te kunnen plaatsen