Foto bij 1. The definition of a hero:

Het enige wat Jurgen voelde toen hij de laatste vernietigende klap had uitgedeeld, was een intense vermoeidheid. Hij had blij moeten zijn nu hij met het hoofd van zijn zo gehate vijand Valdor in handen stond, maar hij was alleen maar moe. Achttien jaar had het heerschappij van Valdor geduurd. Zeven jaar daarvan was het oorlog geweest.
      Langzaam tilde hij zijn handen in de lucht, daarbij het hoofd aan de menigte rondom hem tonend. "Valdor is verslagen!" riep hij uit. "We zijn bevrijd van zijn terror! De Roos is geplukt!" De Roos was de naam voor Valdor en zijn heerschappij, zo genoemd door de roos op het wapenschild van Valdor - en daardoor van Santadi. Het was niet voor niets dat het motto van het verzet 'pluk de Roos' geworden was. Het was een onschuldige zin, maar wel een die de afgelopen jaren steeds meer macht had gekregen.
      De mensen juichten bij het horen van deze woorden. Tenminste, de mensen die in lompen en provisorische harnassen waren gehesen. Iedereen in de officiële uniformen, hoe verkreukeld ze ook waren, leek voornamelijk bang. Toch dacht Jurgen dat hij hier en daar een paar opgeluchte gezichten zag. Zelfs voor Valdors leger was Valdor een last geweest.
      Een voor een lieten de vijandelijke troepen hun wapens vallen en ze knielden neer. In andere tijden had Jurgen ze misschien genade geschonken en gezegd dat het de schuld was van de heerser, maar hij kon het niet. Te lang had hij de wreedheden van het leger gezien. De plunderingen, de martelingen, de verkrachtingen. Dat was niet alleen het werk geweest van Valdor zelf. Ook zijn troepen hadden hier deel aan genomen.
      "Sluit ze op," beval hij. "Ik wil de generaals afgezonderd van hun troepen. Vandaag is het feest, morgen zullen we ons bezighouden met hun straffen." De gezichten veranderden van bang naar ronduit angstig.
      "Alstublieft, heb genade," smeekte een van de soldaten. Hij was een jaar of achttien. "Denk aan onze gezinnen."
      Jurgen liep naar hem toe en keek hem droevig glimlachend aan. "Dachten jullie aan de gezinnen van alle mannen die jullie hebben gedood? Of hadden jullie genade voor de kinderen die jullie gemarteld hebben, puur omdat het kon?" De soldaat wendde zijn blik af en antwoordde niet.

      Het voelde vreemd om het gewicht van de kroon op zijn hoofd te dragen. Misschien was het wel omdat de kroon zo vervloekt aanvoelde. Achttien jaar had de kroon op het hoofd van Valdor gerust en nu was het Jurgens taak om het land weer op de been te helpen. Koning Jurgen was hij geworden. Daar was ook geen twijfel over geweest. Als leider van het verzet en daardoor automatisch de nummer één vijand van Valdor was het niet meer dan logisch dat hij de troon over zou nemen, toch?
      Het feest had tot diep in de nacht geduurd, maar er was werk te doen. Valdor had het land in chaos achter gelaten. De belastingen waren te hoog, er was armoede en er was vooral angst. Hoewel Jurgen tientallen boodschappers het land door gestuurd had om de boodschap van Valdors verlies te melden, wist hij dat hij zo de angst niet zomaar weg kon nemen. Het zou een lang proces worden voor het hele land en hij had een sleutelrol. Hij moest laten zien dat hij te vertrouwen was, dat hij het onrecht wat ze aangedaan was goed zou maken en dat hij niet zwak zou zijn. Hij moest sterk optreden, zodat er een heerser zou zijn die niet met zich zou laten sollen en die ook daadwerkelijk het land zou veranderen.
      Het tekenen van de eerste papieren viel hem zwaar. De sergeanten, generaals en andere bevelhebbers van Valdor zouden berecht worden zodra Jurgen alles op orde had. Zij hadden nog informatie waar hij iets aan kon hebben. De voetsoldaten waren daarentegen niet meer nuttig. Zij konden nog slechts gestraft worden voor al hun daden. Hoewel het lastig was om ruim vierhonderd mannen tot de dood te veroordelen, was het wel de beste keuze. Het zou een snelle, pijnloze dood zijn en was het niet humaner dan een uitzichtloos bestaan in de kerker?
      Jurgen had genoeg mannen gered uit de kerkers om te weten wat de wetenschap dat je nooit meer de lucht zou zien met een mens deed. Het was een marteling om dag in, dag uit wakker te worden, te eten, te ademen en er te zijn, maar niet echt meer te bestaan. De kerkers zogen alle levenskracht die een man had uit zijn lichaam, tot er slechts nog een restje botten en vlees over was. De harten zouden nog kloppen, maar leven zouden ze uiteindelijk niet meer. Nee, die straf zou nog wreder zijn dan een veroordeling tot de dood.

Reacties (1)

  • Peperoni

    ik ben toch erg benieuwd naar de rest. je schrijft erg aangenaam.

    3 jaar geleden

Meld je gratis aan om ook reacties te kunnen plaatsen