Foto bij Heers 1

"Echt?" vroeg het jongentje aan mij en ik knikte. "Ja, hierna hoor je echt bij deze familie", zei ik zelfzeker en voor het eerst tijdens zijn verblijf hier glimlachte hij. "Oké", zei hij nog moe en viel dan in slaap door de verdoving. Ik ging de operatieruimte uit en pakte het karretje met medicatie en eten. Ik ging langs verschillende kamers en gaf de jongeren hun medicatie. Het waren vooral pijnstillers en mitotica's, maar soms ook calciumtabletten en kalmeringsmiddelen. Ik was trots op wat mijn professor en zijn collega's allemaal bereikten met de operaties. Zo werden wij een grote familie. De zwakkeren die stierven hoorden niet thuis in deze familie. Wij waren de sterksten en wij zouden overleven.

Ik had een vrij moment en ik ging naar buiten, de binnenplaats op. De andere jongeren begroetten mij vrolijk en samen praatten we wat. "Groep 6 en 1 worden aan de voordeur gevraagd", klonk het door een luidspreker en ik verliet samen met een paar anderen de binnenplaats, om dan naar de voordeur te gaan. Ik behoorde tot groep 1, samen met nog 9 anderen. Bij de deur wachtte tot mijn vreugde mijn professor en hij glimlachte naar mij. Hij was trots op mij en daar was ik dan weer trots op. "Groep 2 en 4 komen zo meteen terug, dan is het jullie beurt", zei hij en hij opende de deur. Opgewonden gemompel vulde onze beide groepen toen we in de verte de wagens zagen aankomen. "Ga maar", zei mijn professor en we stormden het gebouw uit. We stopten bij de wagens waar groep 4 en groep 2 uitkwamen. Ze zagen er moe uit, maar vrolijk. "Groep 3 en groep 9 zijn nog aan het vechten, 5 en 7 zijn aan het verdedigen. Zet hem op jongens, we kunnen dit!" zei één van hen en degenen van groepen 1 en 6 zonder vleugels stapten in de wagens. Ik zelf steeg op en volgde de wagens vanuit de lucht.

Ja, we waren een aanval begonnen op de buitenwereld. Ze zouden zien wie we waren en ze zouden ons leren vrezen. We waren begonnen met de dorpen te veroveren die hier in de buurt waren. Zo gingen we in kringen steeds verder. We hadden al een heleboel groepen, ik wist alleen niet meer hoeveel. We doodden iedereen die ons wou tegenhouden, behalve de jongeren. Die bewaarden we voor de operaties en daarna operatie Heersbeestje. Dan werd je zogezegd gebrainwasht en dan zag je de waarheid in. Dan zagen die sukkels eindelijk in dat de professors onze echte familie waren en dat wij daartoe behoorden.

"Tom! Tom! Tom!" riepen bepaalde jongeren toen ik landde. Ik keek hen grijnzend aan. Ze juichten en één van hen zei: "Kom op Tom, laten we nog wat plezier maken!" Ik knikte en ging mee. Er was op straat een barricade gemaakt en daarachter beschoten de agenten ons. Ik werd verschillende keren geraakt, maar de kogels ketsten af op mijn onkwetsbare huid. Mijn professor had uitgelegd dat ze tijdens de operatie een proces hebben gedaan met titanium, waardoor mijn cellen nu deze stof hadden en we dus onkwetsbaar waren. Ik was één van de velen die dit proces hadden ondergaan, maar sommigen hadden pech en moesten gewond afgevoerd worden, omdat zij dit proces niet hadden ondergaan. Ik liep half vliegend op de barricade af en begon met mijn klauwen om mij heen te slaan. Ik stak ze in de zachte buik van één van de agenten, weer in de borstkas van iemand anders en ging zo maar door, totdat er niemand levend meer rond mij was. Ik zag de rest wegvluchten, maar ze vielen in de handen van groep 6. We juichten en opeens werd ik door de rest omhoog getild. Ik lachte vrolijk, weer een dorp verovert! Mijn professor zal blij zijn. Dit was echt mijn familie.

Reacties (1)


Meld je gratis aan om ook reacties te kunnen plaatsen