Foto bij 89 Warmte

Het kost me moeite om niet in slaap te vallen tijdens de rit. Het is donker en de wagen schommelt zo verdomd verleidelijk. Er is slechts één beeld dat op mijn netvlies gebrand is en dat de vredevolle dromen doorbreekt; Lausanne. Lau die mijn huis vernield heeft en een speer door mijn vriend zijn borstkas jaagt. Ik frons bij die gedachte en bekijk Harry die geconcentreerd aan het auto rijden is.
“Heb je nog ergens last van?” Hij draait zijn hoofd een beetje en glimlacht in het halfdonker naar me.
“Honger. Ik heb zo’n vermoeden dat jij dat ook zou moeten hebben.” Ik zucht en leg mijn hoofd weer tegen de omkadering van het raam aan.
“Zou, ja.” Zijn wijze ogen staren vooruit terwijl het even stil is.
“Ik weet een hele goede plaats voor noedels, we zijn er zelfs bijna.”
“Wacht, is dat ons verblijf voor vanavond?” Dat kan hij niet menen… Nu ben ik echt verward. Harry lacht ontspannen met een hand bij zijn lippen.
“Nee, we passeren gewoon toevallig.” Dat hij iets anders dan noedels nodig heeft, vermeldt hij even niet. Die gedachte vergeet ik echter niet.

Met een plastic bekertje vol dampende noedels kruip ik terug in de auto. Het ruikt enorm fel naar specerijen.
“Ik ben niet zeker of dit wel in mijn dieet past.”
“Eet ze nou op. Niets eten staat ook nergens geschreven.” Ik breng de lepel naar mijn mond en schep zo wat binnen, het is enorm heet, maar wel lekker. Volgens mij gaat mijn mond hier wel serieus van stinken achteraf bekeken.
“Ze zijn goed.” Harry geeft me een knikje dat hij het begrepen heeft en richt zijn blik terug op de weg. “Is het nog ver?” Dat is pas de eerste keer sinds dat we vertrokken zijn dat ik het vraag, maar nu ben ik echt curieus. We zijn al een dik halfuur aan het rijden.
“Het is echt niet ver meer.”
“Ligt het in het bos?” Harry snuift en grijnst dan waarna hij toch zijn hoofd weer even in mijn richting draait.
“Wat is dat nu weer voor vraag?”
“Wel, jouw woningen blijken altijd in het bos te liggen.” Ik glimlach en trek mijn wenkbrauwen omhoog, dat is nu eenmaal zo.
“Het ligt…afgelegen.” Zoals hij het graag heeft, vermoed ik. Zijn linkerhand rust in het midden tussen ons in en ik eet verder.
“Waarom verkies je dat, als je al alleen bent?” Even voelt het enorm stil aan omdat hij de tijd neemt om over die vraag na te denken. Ik slurp aan een noedel, hopend dat hij zich daar niet aan stoort. En als hij dat wel doet, jammer dan, hij wou dat ik dit at. Hoe heeft hij niet gezegd en die dingen zijn zo verrekt heet.
“Geen idee. Het is gewoon zo, vermoed ik. Het geluid van vele mensen bevalt me niet.”
“Heb je het al eens anders geprobeerd?” Mijn ogen gluren vanuit hun hoekjes naar de man naast me, hij zucht en duwt zich dieper in de lederen stoel.
“Neen.”
“Volgens mij zou het je wel goed doen, na een tijdje. Mensen leren kennen.” Nu grijnst de krullenbol en ik heb geen idee waarom. Is dat iets goeds?
“Ik ken één mens en dat is absoluut genoeg om aan mijn hoofd te hebben.” Ik schud grijnzend mijn hoofd en leg het lege bakje weg.
“Dat is omdat je alles wil controleren. Heb je ooit naar Frozen gekeken? Let it gooo-“ Ik stop abrupt en begin te lachen als hij me slaat. Het is niet die meisjesachtige beweging, maar de furieuze geïrriteerde blik erbij die me doet lachen.
“Maar goed dat we er zijn. Je zegt rare dingen.” Ik schud grijzend mijn hoofd en probeer naar buiten te kijken, maar meer dan een klein opritje en een bakstenen klein huisje zie ik niet.
“Zijn we in Hans en Grietje beland? Want voor één keer wil ik dan wel Grietje zijn.”
“God, Louis, komaan…” Harry stopt de auto en stapt alvast uit, terwijl ik met mijn tas en afval de weg achter hem aan zoek. Er liggen overal blaadjes en mijn horloge vertelt me dat het acht uur ’s avonds en al donker is.
“Dat was maar om te lachen.” Ik fluister het, hij heeft het vast wel gehoord. Binnen brandt er licht door Harry’s toedoen. Ik zet alles neer, het is echt klein en gezellig hier. En ongepoetst, maar goed, daar valt nog over te kijken. “En hoeveel jaren is dit niet meer gebruikt geweest?” Harry negeert mijn opmerking als hij zijn schoenen uitdoet en verder loopt. Waarom reageert hij nergens op? Als ik verder wandel richting de volgende kamer schrik ik van de properheid en de nieuwe meubelen die een oude look hebben. De sterke vampierarmen zijn al hout in een kachel aan het proppen om dit kamertje warm te krijgen. Het is hier echt gezellig. “Wauw.” Harry draait zich voor het eerst terug naar me toe.
“Het moet er onbewoond uitzien.” Ik knik en zet me op de bank, leunend op mijn bovenbenen. Wanneer komt hij bij me zitten?
“Har…” Hij blijft dwalend staan en gooit mijn afval weg waarna hij terug voor me staat. “Kom even bij me zitten.” Zijn mondhoek gaat omhoog en hij komt naast me zitten op de kleine bank. Het vuur heeft duidelijk de vlam gevat, maar de warmte verspreid zich nog niet doorheen de kamer. “Hoe vaak kom je hier?” De krullenbol glimlacht nu helemaal en zet zich iets gemakkelijker naast me neer. Door de kleine ruimte is er veel fysiek contact.
“Wanneer ik er zin in heb. Een huis is nooit groot genoeg als je een broer, die vampier is, hebt. Ik knik en leun tamelijk vermoeid met mijn hoofd tegen de leuning.
“Ik wou dat ik een broer had. Drie meiden met maandstonden...” Ik geef hem een blik, en besef dan dat hij dat mogelijk niet begrijpt. “Hebben vrouwelijke vampiers…?” Er verschijnen spontaan kuiltjes in Harry’s wangen, ik moet er om lachen.
“Ze maken niet helemaal op dezelfde manier baby’s.”
“Bij mij is dat toch gelukt.” En de sfeer daalt weer. Ik sluit kort mijn ogen en nestel me dan dichter tegen Harry aan. Hij neemt mijn benen vast, zijn oogkleur is niet echt het heldergroen, maar eerder een soort grijs.
“Bij jou lukken altijd alle onmogelijke dingen.” Ik knik en speel met de barokke ringen rond Harry’s slanke vingers.
“Was ik vroeger veel anders?” Nu fronst hij, zoals altijd wanneer ik een moeilijke vraag stel. Ik negeer het echter en probeer naar de blik in zijn ogen te kijken.
“Tijd heeft veel invloed op mensen. Nu heb je meer een eigen leven. Vroeger ging het enkel over landbouw en je gezin en ik dan.” Nu is dat voetbal, vrienden, familie, werken, studeren en noem maar op. Al is studeren inmiddels wel afgevallen.
“Ik moet mam morgen nog even bellen dat alles goed is.” Harry knikt, ik verstrengel onbewust mijn vingers met de zijne. Nu doet het vuur wel zijn werk. Het is gek dat hij zoveel hout bewaart daarvoor, want zelf heeft koude geen vat op hem. Ik zet me trager recht en richt mijn blik op zijn hemd. “Ben je helemaal genezen?”
“Als je mijn gespierde borstkas wilt zien, kan je het ook gewoon vragen.” Ik rol met mijn ogen en duw hem achteruit in de kussens van de bank terwijl ik op zijn schoot ga zitten en zijn hemd traag open doe.
“Ik ben tenminste eerlijk.” Bij die vraag verandert zijn blik; is hij niet eerlijk geweest dan? Dat was niet echt ‘echt’ bedoeld… “Dat meende ik niet.” Toch is de frons aanwezig en kus ik daardoor zijn voorhoofd waarna ik naar zijn sterke huid kijk. Er is niks meer te zien. Deze keer voel ik plotseling Harry’s lippen zachtjes tegen mijn voorhoofd. Ik open mijn ogen terug en kijk hem aan. “Zou ik dat wel moeten menen?” Ik fluister het voorzichtig, om hem niet te kwetsen, al blijft de vraag hetzelfde.
“Ik heb honger.” Als hij zucht en zijn ogen terug opent, zijn ze zacht rood, als in een zonsondergang. “Wilhelmina heeft gelijk. Ik moet wie ik ben niet zo verloochenen.” Wat een boel oude woorden, ik negeer dat en adoreer het accent, terwijl ik liefkozend een pluk wild haar weg streel.
“Ik wil je wel eten geven, als je me minder pijn doet.” Eerder vandaag was echt niet zo aangenaam. Die ijzeren greep waardoor ik geen enkele ruimte kreeg en gewoon genuttigd werd… Harry’s blik verzacht, voor even zijn, zijn ogen terug een helder blauw.
“Ik weet daar wel iets op.” Ik slik ongemakkelijk en kijk even de kamer rond, maar ik mag dit gesprek niet vermijden. Dit gaat om wie Har is. “Verkies je pols of hals?” Ik merk pas na enkele seconden hoe ik hem een onbegrijpelijke blik geef; hoe moet ik dat nu weten? “Als je hals verkiest, moet je nog een mes gaan halen.” Hoe hij dat doodserieus en ijskoud kan zeggen. Het is door zijn liefdevolle blik dat ik nog niet ben weggelopen, maar ik zit wel stokstijf. “Ik maak je bang, laat maar.”
“Nee-,” ik adem kort in, “het is oké. Het is heel raar, maar ik sta open voor jouw gekke dingen, of hoe je dat ook mag noemen.” Zijn linker mondhoek gaat tijdelijk omhoog, tevreden. Toch ben ik niet op mijn gemak. Ik bijt op mijn tong als we ineens aan het wandelen zijn, Harry die me draagt. “Waar-,”
“De slaapkamer.” Wauw, hoe hij dat zo doodserieus en absoluut enorm sexy kan zeggen, dat vergeet ik nooit meer. Het kippenvel staat op mijn armen als hij me op het bed neerlegt. “Weet je nog dat ik je wat vertelde over het ultieme genot?”
“Beter dan vrijen?” Harry’s pupillen versmallen kort als hij inademt via zijn neusvleugels en de deur toedoet.
“Absoluut.” Mijn hart bonkt wild als ik naar de gevaarlijke en oersterke man tegenover me kijk. Hij maakt me gek met die gedachten, maar ook bang. Ik weet niet of ik me moet overgeven of wil weglopen. “Je bent weer bang.” Ik schud mijn hoofd en probeer niet zo gespannen te zitten, maar zijn blik doet die poging stoppen, hij doorziet alles.
“Ik weet niet wat te verwachten, en dat maakt me bang.” Jij niet, nee, echt niet, mijn liefste. Ik adem kort in als hij langs me komt zitten en mijn gezicht vastneemt in zijn twee handen.
“Het is zoals vrijen, terwijl we van elkaar drinken en elkaars genot zouden moeten voelen.” Ik frons en bevochtig kort mijn dunne lippen.
“Zouden?” Hij heeft het dus nog nooit gedaan?
“Er is maar één persoon waar ik dat mee zou willen proberen, Boo.” Hij noemde me Boo, met ik hem dan ook Beer noemen? Zoals vroeger?
“Zelfs toen niet, Beer?” Ik maak hem bewust van mijn- en zijn koosnaam. De lucht tussen onze lichamen voelt zo dik aan. Als dichte mist waardoor we niet zien hoe ver we werkelijk van elkaar af zijn. Het kan een kilometer zijn, maar ook enkele millimeter.
“Je was niet klaar.” Nu wel dan? Ik weet veel minder over deze dingen dan vroeger. Ik probeer de paniek te onderdrukken en leg me op mijn rug, niet als een hoer, maar nadenkend.
“Ik ben geen hoer.” Ik zeg het hem toch maar even. Dit is immers hoe vrouwen zich vroeger aanboden. “Ik denk na.”
“Je bent volwassener. Meer dan puur mijn vriend.” Ik draai mijn hoofd in zijn richting en geef hem een blik, ik open mijn mond om iets te zeggen, maar er komt niet veel uit. Dan steun ik maar op mijn ellenbogen. In de verte hoor ik het vuur nog branden, de warmte verspreidt zich tot in deze even kleine kamer.
“Ik weet echt niet wat te zeggen.” Ik ben gewoon compleet sprakeloos. Dat doet hem glimlachen en vooroverbuigen tot zijn lippen de mijne kort geraakt hebben.
“We doen gewoon als anders. Jij beslist hoe ver we gaan en wat we doen.”
“Jij bent nooit onderdanig.” Ik lach en duw hem tegen zijn schouders aan, maar deze wijken niet onder de menselijke kracht.
“Zou je dat willen?” Zijn oogjes blinken gevaarlijk.
“Echt niet.”

Uhum. Het is dus romantisch...

Er zijn nog geen reacties.


Meld je gratis aan om ook reacties te kunnen plaatsen