Annatar had het gevoel dat zijn lijf in brand vloog. Als hij had kunnen vloeken had hij dat gedaan, maar er kwam alleen een schrille kreet uit zijn mond. Waarom had hij zich in vredesnaam in een vleermuis veranderd op klaarlichte dag? Een valk of een andere vogel was veel verstandiger geweest. Niet dat hij er heel veel over te zeggen had gehad, het was een impuls geweest.
      Zodra hij een oude wachttoren passeerde, vloog hij door een venster naar binnen en zocht hij beschutting in de donkerste hoek die hij kon vinden.
      De pijn ging niet weg, hij bleef het gevoel houden dat hij geroosterd werd. Hij probeerde zich terug te veranderen naar zijn menselijke gedaante. Ook dat lukte niet. Kwam het door de energie van de elfenvrouwe die op haar hele rijk invloed had? Behalve de brandende pijn, begon zijn lijf nu ook te jeuken. Ondragelijk te jeuken. Hij voelde het op zijn armen, op zijn benen. Niet dat hij die op het moment had, maar hij voelde het toch. En hij kon zich met geen mogelijkheid krabben.
      In paniek vloog hij weer op, hij wilde weg uit dit vervloekte woud. Hij maakte een duikvlucht naar het raam. De pijn werd zo hevig dat hij zelfs vlammen dacht te zien en geschroeide huid kon ruiken. Hij raakte uit koers en klapte tegen de muur aan. Met een plof viel hij op de grond. Daarna verloor hij het bewustzijn.

Annatar bevond zich in een woestenij. De stank van zwavel hing in de lucht en het terrein dat hem omringde was grimmig. Overal lagen plassen bloed. Nergens was een teken van leven te bekennen.
      Er trok een huivering door hem heen toen hij zware voetstappen hoorde. Hij draaide zich met een ruk om en kromp ineen toen hij zijn meester zag. Hij torende meters boven hem uit. Van onder tot boven droeg hij een zwart pantser waar punten als bergen uit staken. Op zijn hoofd stond een helm met twee reusachtige hoorns, als die van een immense ram. De ogen van zijn meester brandden als vuur. Weer was het alsof Annatar zijn huid voelde smelten.
      ‘En?’ spotte Morgoth. ‘Is het een prettige ervaring om onder de magische spinsels van een ander te zitten?’
      Zijn stem klonk als de rollende donder. Annatar voelde zijn knieën knikken. ‘Nee… nee meester,’ mompelde hij.
      ‘Stop met mijn tijd te verdoen, Sauron.’
      Annatar boog zijn hoofd. Het was lang geleden dat iemand hem bij die naam genoemd had. Hij had al zo lang niets van Morgoth vernomen dat zijn verplichtingen naar de achtergrond waren verdreven.
      ‘Smeed de ringen zoals ik je geboden heb en maak onmiddellijk een einde aan die ongein van je.’
      Hij knikte gedwee. Hij dacht er niet eens over na.
      ‘Als je nog eenmaal over de schreef gaat, neem ik je je krachten af en geef ik die aan je mensenvriend. Ik heb zijn hart gezien. Hij zal mij dienen.’ De vlammen leken uit de ogen van Morgoth vandaan te springen en door Annatars eigen netvlies heen te branden.
      Hij schreeuwde, gilde. Zijn hersenen leken te smelten en brandden als lava zijn hoofdhuid weg.
      ‘Maak van hem je rechterhand.’ De stem hamerde zijn hoofd binnen en verspreidde zich vandaar uit naar de rest van zijn lichaam. Het voelde alsof iedere bot verpulverde. ‘Als je hem in zijn macht hebt – en daar zal weinig voor nodig zijn – zal zijn zuster bereidwillig haar ondergang tegemoet gaan.’
      De pijn werd ondragelijk.
      Toen spatte hij uit elkaar. Bloed, vlees en organen suisden voor zijn ogen langs.

Hijgend kwam Annatar weer bij. Hij rilde onophoudelijk alsof hij in een gletsjermeer was gevallen. Hij kroop naar achteren tot hij de stenen wand tegen zijn rug voelde en probeerde weer grip op zichzelf te krijgen.
      Een onmogelijke opgave.


Ik had nog nooit een plaatje van Morgoth opgezocht. Maar ik heb me hierop gebaseerd, voor wie dat leuk vindt :'D

Reacties (2)

  • Vasya

    Meh, gemengde gevoelens nu.

    3 jaar geleden
  • SonOfGondor

    oh god, nu heb ik serieus medelijden met annatar

    3 jaar geleden
    • Croweater

      Ik dacht dat ik de enige zou zijn haha :')

      3 jaar geleden

Meld je gratis aan om ook reacties te kunnen plaatsen