{ Her }

Als de tenten eindelijk staan en alle spullen zijn opgeruimd besluit ik met Brandon, de vriend van mijn zus, mee te gaan het bos in om hout te zoeken voor een kampvuur. Natuurlijk hadden we ook hout kunnen halen in de supermarkt, maar we willen echt kamperen en daar hoort zelf hout zoeken voor een kampvuur ook bij.
We lopen zwijgend naast elkaar tussen de hoge bomen door. Het begint donker te worden. Brandon heeft al een stapeltje met takken in zijn armen, maar nooit genoeg voor een hele avond. 'Heb jij de zaklamp?' hij kijkt opzij. Ik knik. 'Zet hem aan, ik zie amper wat.' Brandon is nachtblind, net zoals ik. Ik pak de zaklamp en klik hem aan. Omdat het nu donker begint te worden begin ik me ongemakkelijk te voelen. Ik kan niet tegen het donker. Je weet nooit wat er naar je kijkt. 'Zullen we terug gaan? We hebben genoeg hout.' Brandon knikt instemmend en we keren om. Hoe dichter we naar het meer toe lopen hoe vreemder ik me begin te voelen. Ik voel me bekeken. Ik draai me om en zie iets wegspringen achter een boom. Waarschijnlijk was het een hert. Niets om bang voor te zijn.
Ik kijk toe hoe Demi en Clara aan het prutsen zijn met de takken om een vuurtje te maken terwijl Brandon en Brian chips aan het eten zijn. Anne en Kiara zijn bezig met een spelletje te spelen. Saaie boel tot nu toe. Niemand praat tegen elkaar. Mijn ogen dwalen voor de zoveelste keer af naar de hut. Ik wil zo graag naar binnen. Misschien wilt Brian wel met me mee straks. Ik sta op en loop zijn kant op. 'Brian? Ik heb een vraag.' hij staat op en kijkt me aan. 'Vraag maar raak,' zegt hij grijnzend. Brian en ik hadden ooit soort van een relatie gehad, maar het was nooit officieel en sinds dien lijken we nog steeds een koppeltje. 'Die hut daar,' begin ik, wijzend naar de hut. Brian draait zich om. 'Wat is daarmee? Je gaat me toch niet vertellen dat je daar naar binnen wilt nu?' Hij draait zich terug. 'Jawel, straks. En ik wil dat jij met me mee gaat.' zijn blik verandert. Hij kijkt me aan alsof ik gek ben geworden. 'Alsjeblieft? Ga mee.' ik kijk hem met een klein pruillipje aan. Hij zucht en rolt met zijn ogen. Ik ga mijn zin krijgen.' 'Oké, ik ga mee. Wanner wil je gaan?' 'Nu?'
We lopen naast elkaar richting de hut. Het voelt vreemd om hier opnieuw te zijn, maar door Brian naast me voel ik me wel wat veiliger. Dan staan we voor de hut. Een gevoel dat ik niet kan plaatsen glijdt over me heen. Brian pakt mijn hand vast en opent met zijn andere hand de deur. Hij kraakt. Een koude luchtstroom stroomt naar buiten. Vreemd. Ik doe de zaklamp aan die ik bij me had en schijn het licht de hut in. Hij staat op een paar meubels na leeg. 'Wil je naar binnen?' Ik knik. We stappen naar binnen. Ineens laat Brian mijn hand los en loopt hij weg. 'Waar ga je heen?' Hij zwijgt. Ineens springt het licht aan in de kamer. Mijn hart slaat van de schrik een slag over. 'Ze hebben hier wel elektriciteit.'



Er zijn nog geen reacties.


Meld je gratis aan om ook reacties te kunnen plaatsen