{ Her }

Je kan het geen hut meer noemen, eerder een huis. Een zo goed als leegstaand huis. 'Er lijkt niemand meer te wonen. Misschien kunnen we hier in kamperen? Alle luchtbedden op de grond. Dan hebben we een echt huis om ons heen maar zijn we alsnog in de natuur.' Brian kijkt me aan en loopt weer mijn kant op. Ik knik. Dat is perfect. Dan kan ik op onderzoek gaan en zijn de anderen dicht bij me. 'Kom we gaan naar de anderen, kijken wat hun vinden.' stel ik voor en ik draai me om naar de deur. Zag ik daar nou iets het water in springen? Vast niet.
Als we het hebben voorgesteld aan de anderen zijn ze het uiteindelijk met ons eens. Ik sleep onze spullen en gehele tent met alles er nog in over het zand richting het huis. Demi staat binnen alles te bekijken. 'Er is een kachel,' zegt ze lachend als ze hem aanwijst. Het is een kleine houtkachel, maar beter dan een kampvuur. 'Zet hem anders alvast aan.' Ze knikt en gaat bezig. Clara en Anna leggen alle luchtbedden naast elkaar achter de bank in de woonkamer.
Ik loop weer naar buiten waar Brian op de steiger staat te staren naar het water. Ik loop zo zacht als ik kan naar hem toe en spring op zijn rug. Hij gilt en valt bijna voorover. 'Wie de fu-' Hij draait zich om. Ik kijk hem grijzend aan. 'Erg mannelijk.' 'Houd je mond, kleuter.' Hij probeert boos te kijken. 'Toch vind je deze kleuter nog steeds leuk.' Hij lacht. 'Dat betwijfel ik. Deze kleuter is voornamelijk erg irritant.' Nu ben ik degene die boos kijkt. Mislukt. Mijn mondhoeken krullen om naar een lach. 'Waarom zijn we niet verder gegaan? Samen?' Die vraag komt onverwachts. Brian gaat op de steiger zitten, zijn benen bungelend boven het bijna zwarte water. Ik ga naast hem zitten en staar voor me uit. 'Ik was er niet klaar voor.' We zwijgen. Toen ik Brian leerde kennen en we serieuzer werden kwam mijn moeder in het ziekenhuis te liggen. Hartstilstand. En ze was al gestorven voordat ik in het ziekenhuis was, dus heb ik ook nooit afscheid kunnen nemen. 'En nu? Zou je het nu wel willen proberen?' Ik kijk opzij en zie Brian me hoopvol aankijken. 'Ja.' Meteen breekt er een brede glimlach uit op zijn gezicht. 'Echt?' 'Ja, echt.' Hij buigt naar me toe en kust me. Dit heb ik gemist.
Ik sta weer op, draai me om en loop terug naar het huis. Ik hoor de voetstappen van Brian achter me. Een hand op mijn ogen. 'Erg grappig Brian.' Er wordt niets terug gezegd. 'Brian?' Een nat doekje op mijn mond. De vreemde lucht van het doekje dringt mijn neus binnen. Ik begin me duizelig te voelen. Ik wordt omgedraaid en de hand gaat van mijn gezicht af. Voordat mijn oogleden dichtvallen zie ik vaag een jongen staan die me kwaad aankijkt.


Er zijn nog geen reacties.


Meld je gratis aan om ook reacties te kunnen plaatsen