“Doe iets,” mompelde Ron wanhopig tegen Hermione. Neville stond met opgeheven vuisten tegenover ons. Klaar om te vechten, om te voorkomen dat we volgens hem nog meer regels zouden breken. Hermione trok haar toverstok.
“Het spijt me heel heel erg Neville, maar dit is een noodzaak,” ik knikt haar bemoedigend toe.
“Later zul je het begrijpen,” voegde ik eraan toe, hopend dat we er zouden zijn om het te vertellen.
“Petrificus Totalus!” Neville verstijfde, zijn armen schoten langs zijn lijf en hij viel stijl voorover, op zijn gezicht. Hermione en ik liepen naar hem toe, draaide hem op zijn rug. Hij kon niet spreken alleen zijn ogen bewogen.
“Wat voor spreuk was dat?” Vroeg Harry achter me.
“Totale verstijving,” antwoordden we in koor.
“Het spijt me zo, Neville,” zei Hermione triest.
“We konden niet anders,” en we legden hem op een bank. Trokken toen de ontzichtbaarheidsmantel over ons heen, mijn linkervoet was nog zichtbaar.
“Daar weet ik iets op!” Blij dat ik opgelet had tijdens Norren zijn verhalen vorig jaar, “Engorgio!” De mantel werd groter. Nu pasten we er gemakkelijk onder. We stapten de gang op, Neville zijn verstijving leek een slecht voorteken, maar toch wisten we dat we door moesten gaan; alles of niets. Bij de eerste trap, naar beneden, stond Mrs Norris.
“We kunnen d’r nu een schop verkopen, fluisterde Ron, maar Harry schudde zijn hoofd. Behoedzaam liepen we om haar heen, gelukt!
We liepen verder, maar toen we de verdieping van onze bestemming hadden bereikt werd het pad geblokkeerd door niemand minder dan Peeves. Hij was bezig met het tapijt op de trap los te maken, hetgeen het duidelijke doel had om mensen te laten vallen. Plots keek hij op.
“Wie is daar?” Als versteend bleven we staan.
“Ik weet dat je d’r bent, ook al kan ik je niet zien. Ben je een spook? Of zo’n mier van een scholier?” Ik moest hem de omschrijving nageven; die was geinig.
“Ik zou eigenlijk Filch moeten roepen, weet je, als er iets onzichtbaars rondsluipt,” ik trok mijn wenkbrauwen op toen Harry ineens in een spookachtige stem begon te praten.
“Peeves, de Bloody Baron heeft zijn eigen redenen om nu onzichtbaar te zijn,” de arme Peeves viel bijna uit de lucht van de schrik. Dit moest ik onthouden voor in de toekomst… Nadat we Peeves weg hadden gejaagd vervolgden we onze resterende weg. De deur van de bezweringen gang stond op een kier. Even keken we elkaar benauwd aan, maar glipten toen naar binnen. De mantel deden we af, die hadden we niet meer nodig.
Fluffy begon al te blaffen en ik pakte de fluit van Harry aan, hoe hij eraan kwam vroeg ik later wel. Ik zette hem aan mijn lippen en speelde en Keltische deuntje. Ron, Harry en Hermione sleepten zijn poot van het luik af en opende het. Met z’n vieren, naast een kwijlende Fluffy, keken we naar beneden.
“Oké, ik ga eerst,” kondigde Harry aan en ging op de rand zitten, “als het veilig is roep ik wel.” En daar sprong hij, ik floot verder met een kleine brok in mijn keel.
“Alles veilig, je landt zacht dus laat je maar vallen!” Het klonk heel ver weg, het was dus een flink eind. Ron sprong als tweede, Hermione volgde als derde. Ik wachtte twee tellen en sprong toen ook. Boven mij blafte Fluffy alweer. Ik plofte neer.
“Nayla! Vlug!” Hermione reikte haar hand en ik greep hem beet.
“Wat is er-?” Ik keek om naar Harry en Ron. En nu ik mezelf aan de kant stond zag ik de benarde situatie waarin Ron en Harry zich bevonden.
“Is dat-?” Ik hoefde mijn vraag niet af te maken, Hermione knikte.
“Die houden niet van warmte en licht...” mompelde ik in gedachten.
“Maar we hebben geen hout...” jammerde Hermione geagiteerd.
“BEN JE GÉK GEWORDEN?1 BEN JE EEN HEKS OF NIET?!”Ron schreeuwde, al koste hem dat moeite door de Duivelstrik die, net als bij Harry, om zijn borst kroop.
“Ignis Hycinthum!” Fluisterden we tegelijk en direct verloor de plant zijn grip op mijn vrienden en hielpen we hen naar de rand.
“Gelukkig letten jullie op tijdens Kruidenkunde,” zei Harry dankbaar.
“Ja, gelukkig wel, maar ik heb geen hout, allemachtig!” Ik grinnikte zacht, ondanks de ernst van de situatie.
“Kom op, deze kant op,” zei Harry en gebaarde naar een stenen tunnel, wat de enige uitgang was. Terwijl we hem in het donker volgden hoorden we alleen het druppen van water dat langs de muren droop. Na een tijdje hoorden we in elke voetstap gevaar, totdat…
“Horen jullie dat ook?” Fluisterde Ron, een zacht geritsel en gerinkel werd luider terwijl we dichterbij kwamen.
“Is het een geest?” Fluisterde Hermione.
“Geen idee,” mompelde Harry.
“Het klinkt meer als…” begon ik.
“Vleugels,” maakte Ron mijn zin af. We liepen een stukje verder toen we het zagen; licht. Er bewoog iets. We trokken onze toverstok.
We kwamen in een hoge gewelfde ruimte, boven ons vlogen – wacht dat waren geen vogels!
“Denk je dat ze ons aanvallen als we de kamer oversteken?” Vroeg Ron, mijn blik volgend.
“Geen idee, maar wat zijn het?”
“Vogels?”
“Nee, ze hebben geen snavels...”
“Er is maar één manier om erachter te komen of ze gevaarlijk zijn,” zei Harry en zijn gezicht beschermend spurtte hij naar de overkant, maar niks gebeurde. We volgden hem.
“Op slot! Wat nu?” Hermione probeerde haar Alohomora spreuk, maar dat zette geen zoden aan de dijk.
“Die… -wacht het zijn sleutels!” Harry wees, en inderdaad, sleutels, klein, groot, oud, nieuw, alles vloog door elkaar.
“Hoe gaan we de juiste vangen?” Mompelde ik fronsend.
“Ik denk… ja kijk! Bezems!” Harry wees naar de overkant er stonden een aantal bezems tegen de muur.
“Maar...” begon Hermione, “het zijn er honderden! Hoe gaan we de juiste vinden?” Harry keek naar het slot.
“Een grote, ouderwetse, sleutel. Ik denk zilver, net als de knop.” We pakten een bezem, oké dit waren dus ook schoolbezems… we stegen op, naar de vliegende sleutels. We grepen en graaiden, maar telkens waren het de verkeerde.
“We moeten die daar hebben!” Harry wees naar een sleutel die al beschadigd was, en na zijn praktische tactiek konden we landen en staken we de sleutel in het slot. Achterdochtig voor de volgende stap opende we de deur. Het was er donker, maar zodra we de deur achter ons sloten werd het licht en stonden we aan de rand van…
“Een schaakbord,” fluisterde Ron met een geschokte uitdrukking. Hij had gelijk, stenen, zwart-witte schaakstukken die twee keer zo groot waren als wij, stonden gereed om mee gespeeld te worden. Ron vroeg een zwart paard of we schakend over moesten steken en nam toen de leiding op zich. Ik werd koningin, Ron paard, Harry loper en Hermione de toren. We speelden, ik voelde me belachelijk klein naast die gigantische stukken en dat terwijl ik van de eerstejaars het langste meisje was.
“Nayla, die pion schuin voor je,” meer hoefde Ron niet te zeggen, ik rende al. Gelukkig gingen de stukken zelf het bord af; ik moest er niet aan denken die brokken steen te verplaatsen. Wit sloeg veel stukken van ons, maar gelukkig hadden we een uitstekende schaker bij ons, die minstens net zoveel witte stukken sloeg. Een paar maal kreeg hij door dat we in gevaar waren en wist ons dan ternauwernood te redden.
“We zijn er bijna, even denken – even denken...” Ron fronste en liet zijn blik over het nu bijna lege veld gaan.
“Ja, dat is de enige oplossing. Ik moet mezelf laten slaan,” Ron keek de gezichtloze witte koningin aan.
“NEE!” Ik was niet de enige die shcreeuwde.
“Dit is schaken, soms moet je stukken opofferen! Als ik schuif slaat ze me, en dan kan jij, Nayla, de koning schaakmat zetten!”
“Maar-” Er kwam nauwelijks geluid uit mijn keel.
“Willen we Snape tegenhouden of niet?!”
“Ron-”
“Hoor eens, als we niet opschieten heeft hij de Steen al te pakken!” Er zat niets anders op, met angst om het hart keken we Ron zijn bewegingen toe. De Witte Koningin sloeg hem hard voor het hoofd, ik was blij dat we geen krak hoorden. Ik haalde diep adem en liep toen mijn laatste stappen van dit spel. Het zwaard van de koning viel met een luid geraas aan mijn voeten. We hadden gewonnen!
Direct liet ik me naast Ron vallen, hij was enkel bewusteloos. Opgelucht volgde ik Harry en Hermione de volgende ruimte in.
“Die stank komt iets té bekent voor,” kreunde ik zacht, en sloeg mijn mouw voor mijn mond en neus. Een grijze huid, korte beentjes, lange armen; jup, dit was nog een trol. Godzijdank was deze al verslagen. Want ik wist niet hoe we een groter exemplaar dan de Halloween trol moesten verslaan. Zonder aarzelen sprintte we naar de volgende ruimte. Na de ruwe planten, de gekke sleutels, het schaakslagveld en de gore trol was de stilte ineens oorverdovend.
“Wie zullen we nu krijgen?” Vroeg Harry zich hardop af.
“Ik denk Snape, Fluffy van Hagrid, Duivelsstrik van Sprout, de sleutels van Flitwick, het schaakbord van McGonagall, de trol van Quirrel, alleen Dumbledore en Snape zijn nog over,” somde Hermione op. De deur aan het einde duwden we behoedzaam open, met Snape wist je het maar nooit. Maar de ruimte was leeg op een lange eikenhouten tafel na. Op de tafel stonden zeven flesjes, diverse kleuren en groottes. Nieuwsgierig liepen we ernaar toe. Hermione pakte een vel perkament op en las hardop voor:

Danger lies before you, while safety lies behind,
Two of us will help you, whichever you would find,
One amoung us seven will let you move ahead,
Another will transport the drinker back instead,
Two among our number hold only nettle wine,
Three of us are killers, waiting hidden in line.
Choose, unless you wish to stay here for evermore,
To help you in your choice, we give you these clues four:
First, however slyly the poison tries to hide
You will always find some on nettle wine’s left side;
Second, different are those who stand at either end,
But if you would move onwards, neither is your friend;
Third, as you see clearly, all are different size,
Neither dwarf nor giant holds death in their insides;
Fourth, the second left and the second on the right
Are twins once you taste them, though different at first sight


Hermione zweeg en keek ons afwachtend aan.
“Nooit geweten dat Snape een dichter was,” ik keek met een opgetrokken wenkbrauw naar de flessen. Vol ongeloof trok ik de tweede van links open en rook; wijn.
“Dit is wijn,” en schoof de fles iets naar achteren.
“Dus dit, de fles links ervan schoof ik naast de wijn, “is vergif,” ik pakte de volgende fles, niets, die erna, ook niets, weer niets, die erna; wijn, dus die er links ervan, was vergif.
“Vier gedaan, drie te doen,” Harry die eerst paniekerig had gekeken, haalde opgelucht adem. Hermione pakte het perkament weer op en liep de aanwijzingen nog eens af.
“Dit,” de derde fles van links, “is de drank om verder te gaan,” er zat nauwelijks een bodempje in de fles.
“Dat is nauwelijks een slok,” mompelde Harry bezorgd.
“Welke zorgt ervoor om terug te gaan?” Vroeg ik mijn haren opnieuw in een losse knot doende.
“Deze,” ook hier zat niet bijster veel in, maar genoeg voor twee. Na een kort beraad besloten we dat Harry verder zou gaan, Hermione en ik zouden terug gaan, voor Ron zorgen en dan Hedwig, Harry’s uil, naar Dumbledore toe te sturen en de leraren waarschuwen. Ik omhelsde Harry.
“Je komt terug, hoor je me? Je komt terug, ik weiger je nu al kwijt te raken!” Hij glimlachte zwakjes, Hermione dronk als eerste.
“Ahh,” ze rilde.
“Wat is er? Het is toch geen vergif?”
“Nee, maar het is ijs,” Harry en ik sloegen zacht de flesjes tegen elkaar aan en namen tegelijk een slok. Het was inderdaad ijs en ijskoud. Een laatste maal wensten we elkaar succes.
“Je bent echt een groot tovenaar, Harry,” Hermione keek hem met een glimlach aan.
“Niet zo goed als jij,” wierp hij tegen.
“Ik?! Ik heb alles uit boeken! En ik kan goed leren. Er zijn veel belangrijkere dingen – vriendschap en moed – en o Harry! Wees voorzichtig!”
“Misschien is de tijd om risicoloos te zijn niet nu,” glimlachte ik zwakjes.
“Ik zie jullie morgen,” glimlachte Harry en we verdwenen door de vlammen die ons scheidden. Hermione en ik renden terug, hoeveel tijd hadden we nog?
“Ik ga vast vooruit om leraren te waarschuwen!” Hermione knikte en rende naar Ron toe, ik haalde adem en spurtte toen naar de sleutelkamer, pakte een bezem en vloog toen naar het stipje in het ‘plafond.’ Eenmaal voorbij Fluffy liet ik de bezem vallen. Dumbledore kwam aanlopen- rennen.
“Harry is achter hem aan he?” Ik knikte zwijgend, op het moment dat Dumbledore de deur wou openen kwamen Ron en Hermione de deur door. Ron nog wat bleekjes.
“Breng hem naar Madam Pomfrey, waarschuw professor McGonagall,” was alles wat het schoolhoofd zei voordat hij door het luik verdween, met een bezem. Het zou goed komen, het zou goed komen, het was de mantra die ik mezelf bleef vertellen terwijl we naar de ziekenboeg liepen, een zwaaiende Ron tussen ons in. Harry zou niet doodgaan. Voldemort en Sn- Wacht eens even, wat deed Snape bij de deur van de ziekenzaal?
“Juffrouw Potter?” Hij leek net zo verrast ons te zien als wij hem.
“Professor Snape, eh...” de verwarring was van mijn gezicht te lezen. Gelukkig ging de deur van de ziekenboeg net open en liepen we vlug naar binnen. Ron werd op een bed gelegd en ik begaf me met vlugge tred naar professor McGonagall haar kantoortje. Buiten kwam de zon op.

Er zijn nog geen reacties.


Meld je gratis aan om ook reacties te kunnen plaatsen